Psalm 121 | Met vertrouwen 2023 in

Inleiding

Voor Menorah wordt 2023 een jaar van verandering. Anderhalve week geleden kregen we bericht dat we vanaf augustus   onze kerkdiensten niet meer in dit schoolgebouw kunnen houden. Dat betekent dat we deze plek moeten gaan loslaten. Een plek waar allerlei herinneringen liggen. In de 4,5 jaar die ik hier  nu meedraai, ben ik gehecht geraakt aan deze plek. Maar we moeten er afscheid van nemen.

Wat ervoor in de plaats komt, dat weten we niet. Dat maakt 2023 een spannend jaar: wat gaat dit jaar ons brengen? Is er ergens in deze stad een nieuwe plek voor ons? We gaan er in ieder geval naar op zoek! Hopelijk kunnen we dan in de zomer een nieuwe start maken op een nieuwe plek.

Toen ik dit anderhalve week geleden voor het eerst hoorde,  was mijn eerste gedachte: ‘hoe moet dit nog goed komen?’ Mijn tweede gedachte: ‘als God erbij is, komt het goed’. Psalm 121 begon zich vast te zetten in mijn hoofd – en daarin wil ik jullie vandaag meenemen. Ik wist toen nog niet dat Mang deze week zou overlijden, maar misschien hebben we Psalm 121 daarom alleen nog maar meer nodig. Laten we de Psalm lezen, en daarin vertrouwen zoeken voor een onzeker jaar.

1.   Pelgrims

De Psalmen 120 tot en met 134, waaronder dus Psalm 121, zijn pelgrimspsalmen. Ze werden gezongen op de reis naar Jeruzalem, om daar een van de grote feesten mee te maken. Het enige verhaal dat over Jezus’ kindertijd bekend is, gaat over Jezus die met zijn ouders vanuit Nazareth naar het Pesachfeest in Jeruzalem gaat. Onderweg heeft Jezus ongetwijfeld Psalm 121 gezongen.

Zo’n pelgrimsreis was mooi, maar ook wel een beetje spannend. Volgens Google Maps doe je over de Yitzhak Rabin Highway  2 uur en 12 minuten over de reis van Nazareth naar Jeruzalem. Maar toen lag deze snelweg er natuurlijk nog niet, en als je die 146 kilometer moet lopen, is het natuurlijk een heel ander verhaal. Dan ben je al snel een week onderweg. En waar slaap je dan? Buiten? Dat kan nog best gevaarlijk zijn! Dan liever in een dorpje. Maar ben je daar op tijd, voor de avond valt? En zal er nog plek in de herberg zijn? Als pelgrim op weg naar Gods huis ben je kwetsbaar!

Psalm 121 is dus een Psalm voor mensen die weten waar ze naar op weg zijn, maar die onderweg wel kwetsbaar zijn. In het Nieuwe Testament worden christenen ook pelgrims genoemd: op weg naar Gods nieuwe wereld,  maar onderweg kwetsbaar en nergens echt thuis. En dat past wel bij deze nieuwjaarsdag 2023. Mang was zo’n pelgrim: nergens echt thuis, maar op weg naar God. Haar overlijden laat maar weer zien hoe kwetsbaar wij zijn. Dat we uit dit gebouw moeten, laat het ook zien: we zijn op weg naar Gods toekomst, maar is er onderweg ook nog ergens plek voor ons? En als we het gevonden hebben: het blijft een tijdelijke plek, want we blijven op reis!

2.   Met vertrouwen

En onderweg zingen de pelgrims dus Psalm 121: een Psalm van vertrouwen voor onderweg. Ja, de reis is spannend en onzeker, je bent kwetsbaar, maar niet alleen! ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp?’

Over die bergen is wat onduidelijkheid: gaat het erom dat in de bergen achter elke hoek nieuw gevaar kan schuilen, en dat het weer in de bergen behoorlijk kan spoken? Of gaat het erom dat Jeruzalem tussen de bergen ligt, en dat de bergen staan voor dat God erbij is? In Psalm 125 is het in ieder geval dat laatste. ‘Zoals de bergen Jeruzalem omringen, zo omringt de Heer zijn volk.’ Ik denk daarom dat het in Psalm 121 ook zo bedoeld is: ‘ik kijk omhoog, naar de bergen, en ik weet weer dat ik niet alleen ben.’

Dus: als we het niet weten, als we ons kwetsbaar voelen – kijk dan omhoog! Nu wij op zoek zijn naar een nieuwe plek voor Menorah, laten we daar dan ook mee beginnen. Niet met om ons heen kijken, maar met omhoog kijken. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik al een kijkje op Funda heb genomen om te zien of er nog geschikte gebouwen worden aangeboden. Maar de zoektocht naar een nieuwe plek begint niet op Funda: die begint met omhoog kijken, met bidden, en het van God verwachten. En dan mogen we gerust op Funda kijken,  en op andere manieren om ons heen kijken naar goede locaties, maar dan moeten we niet vergeten te blijven bidden, en het van God te blijven verwachten. Want onze hulp is niet Funda, maar de naam van de Heer! Hij is een wachter, zegt Psalm 121, een bodyguard, die je volgt als je eigen schaduw, die geen moment verslapt. Dus kijk vooral naar hem.

Maar komt het dan ook goed? Psalm 121 zegt wel zo mooi  ‘de Heer behoedt je voor alle kwaad, hij waakt over je leven’, maar is dat echt zo? Als een jonge echtgenote en moeder overlijdt, is Psalm 121 dan niet een beetje te stellig?

Ik geloof niet dat Psalm 121 bedoelt dat het onderweg nooit moeilijk is, en dat God alle erge dingen wel bij ons weg houdt. Dat zou in ieder geval ook niet kloppen met de rest van de bijbel. Wat Psalm 121 wel belooft: wat er ook gebeurt, niets kan je van de eindbestemming weghouden. God waakt over je leven, of, zoals een andere bijbelvertaling zegt: ‘uw ziel zal hij bewaren.’ Zelfs de dood kan dat leven niet afpakken. Dat zit ook in het laatste vers van de Psalm: ‘de Heer houdt de wacht over je gaan en je komen.’ Dus niet: ‘je komen en gaan’, maar andersom: ‘je gaan en komen’. Het laatste is komen, aankomen, thuiskomen! Dat geldt voor Mang: zij is thuisgekomen bij God. En daarom kunnen wij, met ons verdriet, omhoog blijven kijken en het van God verwachten, en haar familie zo ook bij God brengen.

God belooft niet dat het op onze manier goed komt. God belooft niet dat wij binnen een half jaar een nieuw plek vinden. Maar God belooft wel dat het kwaad zijn plannen niet kan dwarsbomen, dat het kwaad de komst van zijn nieuwe wereld niet kan belemmeren. Dus als God wil dat wij kerk zijn in deze stad, en als God ons, als Menorah, een taak geeft op weg naar de eindbestemming, als God wil dat wij een licht zijn voor deze stad, dan zal hij ons daar ook heus wel een plek voor geven. En als God dat niet wil, dan moeten wij dat misschien ook maar niet willen.

Het is niet erg om met lege handen te staan. God kan van een slecht bericht iets moois maken. We hebben als Menorah al eens eerder een gebouw achtergelaten, in geloof een stap gezet, zonder garantie op resultaat, en wat heeft God die stap toen gezegend! Nu moeten we weer in beweging komen, en uit ervaring weten we dat daar mooie dingen uit kunnen komen!

In Romeinen 8 zegt Paulus het zo: ‘wij weten dat voor wie God liefhebben,  voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.’ En net als Psalm 121 bedoelt Paulus dan niet dat er met christenen geen erge dingen gebeuren, of dat ‘elk nadeel z’n voordeel heb’, en je vanzelf wel gaat zien waarom iets moest gebeuren. Wat Paulus wel bedoelt, is dat alles wat er gebeurt,  je uiteindelijk dichter bij de bestemming brengt. Paulus noemt die bestemming ‘het evenbeeld van Christus worden’. En dat is ook mijn gebed: dat in alles wat ons dit jaar overkomt, wat ons als kerk overkomt, maar ook wat je in je persoonlijke leven overkomt, dat in dat alles we dichter bij Jezus komen en meer op hém gaan lijken, en erop vertrouwen dat slecht nieuws niet het laatste woord heeft. Want Jezus heeft al het kwaad van de wereld al ondergaan, en keerde het om in het allerbeste nieuws: hij heeft de macht van het kwaad verslagen.

3.   Ogen opslaan

Hoe gaan we een onzeker jaar in? Met Psalm 121 zeg ik: met vertrouwen en hoop! We weten niet hoe het komende jaar er uit gaat zien, maar wel dat God erbij is! Dat vertrouwen begint met ‘de ogen opslaan’ – en dat is wat we nu ook gaan doen: we gaan samen bidden. Daarbij wil ik graag jullie gebedspunten: wat wil jij, aan het begin van een nieuw jaar, bij God brengen? Iets uit je eigen leven, iets voor anderen, iets voor ons als kerk? Waar zullen we voor bidden? (ook ruimte voor stil gebed) (..) Laten we dan ‘de ogen opslaan’ en bidden!


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: