Matteüs 1:22-23 | Kerst mét

Inleiding

Heeft iemand van jullie enig idee wie deze man is? Nog even niet roepen,  maar handen omhoog als je weet wie dit is. (…) Laat ik hem iets makkelijker maken: waar zou deze man zich in het dagelijks leven mee bezighouden? Wie durft er een gokje te doen? (…) Ik heb nog een foto van hem. Ja, dit is dezelfde man. Dit is Maarten van Ooijen, in het dagelijks leven staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Als staatssecretaris is Van Ooijen onder andere verantwoordelijk  voor de daklozenopvang. Dus besloot hij afgelopen zomer een werkbezoek te brengen bij een opvanglocatie in Den Bosch. Hij had daar natuurlijk in een duur pak naartoe kunnen gaan, voorgereden in zijn dienstauto met chauffeur, met misschien nog iets aardigs voor de mensen in de opvang, een grote zak oliebollen ofzo, en dan proberen een beeld te krijgen van het leven in de opvang.

Maar Van Ooijen pakte het anders aan. Gewapend met een plastic tasje  met daarin een schone onderbroek en een tandenborstel belt Van Ooijen aan bij de opvang: ‘ik zou hier graag willen slapen.’ Niemand weet wie hij is,  alleen de directeur is van tevoren op de hoogte gebracht. Die nacht brengt Van Ooijen undercover door in de opvang. Achteraf vertelt hij over zijn ervaringen van die avond en nacht. Dat plastic tasje wordt voor hem opeens heel belangrijk, omdat dat zijn enige bezit hier is. Van Ooijen wordt getroffen door de rusteloosheid van de mensen voor wie dit leven dagelijkse realiteit is. De volgende dag maakt hij zich bekend: die nieuwe dakloze jongen is de staatssecretaris.

Ik vind dit een heel sterke actie. in plaats van vanuit een heerlijke bureaustoel bedenken wat er voor daklozen moet gebeuren, werd Van Ooijen even één van hen. Natuurlijk, het was maar één nachtje, en hij wist dat hij de volgende nacht weer gewoon in zijn eigen bed zou slapen, maar toch: hij kwam veel dichterbij dan je van een staatssecretaris verwacht. Wat Van Ooijen deed, kun je in één woordje samenvatten: ‘met’. Hij was even mét de daklozen, was geen nieuw beleid aan het maken, maar deelde even in hun leven.

Dat is precies waar Kerst over gaat: ‘mét’. Dus thema vandaag is ‘Kerst mét’. Want Kerst gaat erover dat God niet vanuit zijn comfortabele bureaustoel een of ander plan bedenkt dat ons leven beter moet maken, en ook niet dat God op werkbezoek komt in zijn dienstauto met chauffeur, of met de arrenslee, als je dat liever hebt, maar dat hij één van ons wordt, en dan niet maar een nachtje, zoals van Ooijen, maar een heel leven: God is mét. Ik wil met jullie lezen: Matteüs 1:22-23.

1.   Zonder

‘Mét’ – dat woord past goed bij de Kerstdagen. Reclames in december doen vaak een beroep op het gevoel van samen zijn. Neem bijvoorbeeld onze eigen Zaanse Albert Heijn. Hun kerstslogan: ‘met elkaar wordt het magisch.’ Heb je het al: ‘mét’ elkaar. In hun tv-commercial pakken ze natuurlijk nog meer uit, met een familie die de kerst in een vakantiehuis doorbrengt, en daar alle tijd voor elkaar heeft en een magische kerst heeft. Uiteraard sluit de reclame af met het kerstdiner, waar iedereen helemaal gelukkig met elkaar is. Andere supermarkten hebben hun eigen variant op hetzelfde thema. Blijkbaar verkoopt dat goed rond de kerstdagen: samen zijn.

Maar in de praktijk is dat ontzettend moeilijk. Voor sommigen is Kerst elk jaar weer een drama, omdat de kerstdagen vol zitten met verplichte nummertjes, of omdat iedereen het gezellig heeft maar jij alleen bent, en dan ben je blij als je het weer hebt overleefd. Of dat kerstdiner valt tegen, omdat iedereen zo druk is met dat het gezellig zou moeten zijn, dat je niet verder komt dan wat oppervlakkige praatjes, en je ’s avonds uitgeput in bed belandt. Of misschien is het kerstdiner wel fantastisch, maar verlang je ernaar om niet alleen met Kerst  dat gevoel van samen zijn te hebben, omdat iedereen na het kerstdiner weer druk is met z’n eigen leven. We willen zo graag mét, maar zijn zo vaak zónder, zo vaak alleen.

‘Zónder’ – misschien is dat woordje wel het grootste probleem van de mensheid. In de bijbel is ‘zonder’ het rechtstreekse gevolg van de opstand van de mens tegen God. Als Adam en Eva in Genesis 3 besluiten zich niets aan te trekken van wat God gezegd had, blijven ze uiteindelijk eenzaam achter. Van de hechte en intieme band met God, van dagelijks met God wandelen en praten, is niets meer over – ze zijn vervreemd van God. ‘Gelukkig hebben ze elkaar nog,’ denk je dan, maar ook dat valt tegen: waar ze eerst helemaal 1 waren, geen geheimen voor elkaar hadden, schamen ze zich opeens voor elkaar – ze raken vervreemd van elkaar. Dát is het grote probleem: we zijn vervreemd van God en vervreemd van elkaar. We wíllen ‘met’, maar zijn zo vaak ‘zonder’.

2.   Kerst mét

Terug naar Matteüs: ‘men zal hem de naam Immanuël geven, wat in onze taal betekent: God met ons.’ God heeft dat ‘zonder’ nooit gewild. Met Kerst doorbreekt God het ‘zonder’ met zijn ‘mét’.

En dat is niet logisch. Zoals het niet logisch is dat een staatssecretaris een nacht in de daklozenopvang doorbrengt, zo is het nog veel minder logisch dat God een heel leven met ons doorbrengt. Als God dan toch graag van betekenis voor mensen wil zijn -wat op zichzelf al wonderlijk genoeg is- dan ligt het veel meer voor de hand dat God ‘vóór’ is: ‘God voor ons’. Wíj hebben een probleem, en God lost het op. Dat wordt ook wel eens van het christelijk geloof gemaakt: wij doen zonden, maar gelukkig vergeeft God, wij hebben het zwaar, en dan kunnen we bidden om hulp.

Op zich is dat ook zo, maar het is nog niet de helft van waar geloven om gaat. Want God stuurt ons geen oplossing, laat ons niet een pakketje bezorgen, is geen God van cadeautjes: God komt zelf! Hij is niet ‘voor’, maar ‘met’. Want als hij op afstand blijft, blijft de vervreemding, blijft het ‘zonder’. Terwijl God juist die relatie wil herstellen, weer samen wil zijn. De enige manier waarop hij dat kan doen, is ‘met’ worden. Daarom wordt God een van ons.

Matteüs zegt: zo gaat in vervulling wat Jesaja zei. Want Jesaja is de eerste die die naam noemt: ‘Immanuël’. Maar niemand, werkelijk  niemand, had er rekening mee gehouden dat God zó letterlijk ‘God met ons’ zou worden. Niemand had gedacht dat God onder de mensen zou komen, dat God een mens zou wórden, en áls het al zou gebeuren, dan als koning in een paleis, in een duur pak,  en met een dikke dienstauto met chauffeur. Maar God pakte het anders aan. Hij wil mét zijn – niet weliswaar mens, maar toch een onbereikbare excellentie. Daarom gaat God undercover.

Hij wordt geen koning, maar de baby van een tienermoeder over wie ongetwijfeld heerlijk werd geroddeld. Hij wordt niet in een paleis geboren, niet eens thuis in Nazareth, want zijn ouders zijn speelbal van de machtige keizer Augustus, waardoor Jezus in een voederbak in Bethlehem belandt. Zijn komst dreigt volkomen onopgemerkt voorbij te gaan, ware het niet dat engelen een stel herders op pad sturen. Het is gewoon, en een beetje armoedig. Want God wil een van ons zijn, wil mét zijn. Door zo te komen wint God je vertrouwen en maakt hij een relatie mogelijk. De kerstman geeft cadeautjes, maar God geeft veel meer: zichzelf. Dát is Kerst: God is mét.

God is mét – en jij? De kerstgedachte van de Albert Heijn, ‘met elkaar wordt het magisch’, is in de praktijk misschien heel moeilijk, maar raakt wél de essentie van Kerst: God doorbreekt de vervreemding, doorbreekt het ‘zonder’, en hoe kun je dat nu beter vieren dan door verbinding te zoeken, door zelf ook mét te zijn?!

Als wij iets willen betekenen voor anderen,  dan schieten we al snel in de actiemodus: we organiseren, we doen, we geven. En dat zijn mooie dingen! Afgelopen week zijn vanuit Menorah kerstpakketten uitgedeeld: dat is prachtig! Op die manier hebben we mensen mogen verrassen, blij mogen maken, laten weten: we hebben aan je gedacht, we hebben de moeite genomen voor jou een pakket te maken. En het mes snijdt aan 2 kanten, want het is ook gewoon ontzettend leuk  een pakket te mogen samenstellen en aanbieden. Dat is vóór.

Mét is veel moeilijker. Mét is niet iets afleveren, en dan snel verder gaan. Mét is blijven, mét is een relatie aangaan,  mét is delen in het leven van de ander en je daardoor ook echt laten raken, mét is jezelf geven. Dat kost veel meer dan iets voor iemand doen. En het kan niet altijd, het hoeft niet altijd: mét is zo kostbaar dat je het niet aan iedereen kunt geven – vóór kun je aan veel meer mensen geven. Maar iedereen heeft wel een mét nodig, niemand verdient het zónder te zijn, alleen te zijn. God is mét – laten wij dat ook tastbaar maken door zelf ook mét te zijn.

Hoe dat er uit ziet? Nou, neem bijvoorbeeld Oekraïense vluchtelingen. Wat is het eenzaam als het in je eigen land oorlog is, jij bent gevlucht en woont in een vreemde kamer in een vreemd land,  en je maakt je druk om familie die daar nog is, en hier ken je niemand. Mét is dan dat je hen verwelkomt in je leven. Maar mét kan ook bij dat kerstdiner zijn, door echt contact te maken, in plaats van geforceerd gezellig te moeten zijn. Stel jezelf deze Kerst eens de vraag: voor wie kan ik een mét zijn?

Er is nog een andere kant aan ons mét. God is met ons – ben jij ook met God? Want het grote wonder van Kerst is dat God niet maar wat cadeautjes laat bezorgen, besteld vanuit zijn comfortabele bureaustoel, maar dat hij zichzelf geeft, dat hij wil delen in jouw leven. Maar mét moet altijd van 2 kanten komen: laat jij hem toe in je leven, niet als een of andere hogere macht die soms cadeautjes geeft, maar als de God die een relatie met je wil? Laat de kerstdagen niet opslokken door alle sociale verplichtingen, maar geníet er vooral van dat Gód met ons is!

Afsluiting

Vandaag vieren we Kerst, en ik wil je uitdagen Kerst mét te vieren. Om niet druk te zijn met van alles, maar om tijd voor de ander en tijd voor God te nemen, om mét te zijn. Trouwens, het liefst niet alleen maar met Kerst. Maar toch: vandaag is het Kerst – Kerst mét. Want hij is Immanuël – God mét ons! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: