Daniël 3 | Gods is er bij

Inleiding

Je moet het maar durven! Geloven in God, daarvoor gaan staan,  dat hardop zeggen, zodat iedereen het mag weten, en dat in een wereld als die van ons. Naomi: jij durft!

Hoezo is dat zo gedurfd? Nou, voor de meeste Nederlanders is God verleden tijd. Dus als jij, Naomi, vandaag belijdt dat jij in Jezus gelooft, dan ben je hopeloos ouderwets – bijna antiek… Je moet het maar durven!

Bovendien lijkt God verder weg dan ooit. Het is een beetje in de mode om alles maar een crisis te noemen, maar er spéélt nogal wat in onze wereld. Een klimaatcrisis, een gascrisis, een armoede crisis, een stikstofcrisis, een bouwcrisis, een asielcrisis, een misbruikcrisis, de Oekraïne-crisis, en dan hebben we nog het staartje van de corona-crisis. Het lijkt wel alsof er op dit moment helemaal niets goed kan gaan… Ben ik nog een crisis vergeten? Naomi, jij bent je een beetje aan het verdiepen in de politiek, dus je weet heel goed dat er van alles speelt.

Met zoveel crises zou je denken: dan zit God in ieder geval niet om werk verlegen. Maar ik zie er weinig van. Waar is God als je hem nodig hebt? Kijk dan wat een puinhoop het is! Is God niet toch verleden tijd?

Hoe kun je in zo’n wereld geloven? Waar haal je de moed vandaan je geloof te belijden? Vandaag gaan we luisteren naar het verhaal van 3 vrienden die ook leefden in een wereld die dacht dat God verleden tijd was, maar die in die wereld bleven staan voor hun geloof en mochten ontdekken dat God er bij is! Dat is ook het thema vandaag: God is er bij.

1.   Is God verleden tijd?

Voor we het verhaal uit de bijbel gaan lezen, vertel ik graag iets over de voorgeschiedenis. En dan begin ik bij de tempel. Wie hier vorige week ook was, hoeft even wat minder goed op te letten, want toen hebben we het al uitgebreid over die tempel gehad. De tempel was dé plek waar God tussen de mensen woonde. Want God wil geen God op afstand zijn: hij wil midden in gewone leven aanwezig zijn, dicht bij de mensen. In de tempel konden de mensen daar iets van ervaren.

Maar in het verhaal van vandaag is die tempel er niet meer. Een paar honderd jaar na de feestelijke inwijding van de tempel wordt Israël aangevallen door de Babyloniërs, die graag de baas willen zijn van de hele wereld. Baas van die Babyloniërs is ene Nebukadnessar – die naam gaan we vandaag nog wel meer horen. Als Nebukadnessar aankomt in Jeruzalem is hij diep onder de indruk van de tempel. Nee, niet omdat hij voelt dat hier iemand woont die nog groter is dan hij,  welnee – niemand kan zich meten met Nebukadnessar! Maar van de schatkamers van de tempel is zelfs Nebukadnessar onder de indruk, en hij laat alle kostbaarheden afvoeren naar Babel. Als alles wat van waarde is van de tempel gestript is, laat Nebukadnessar zijn sloopkogel en bulldozers op de tempel los. God lijkt verleden tijd.

Dezelfde Nebukadnessar komen we tegen in het bijbelverhaal van vandaag. Hij heeft zijn positie door al zijn overwinningen nog verder verstevigd en is de onbetwiste leider van het Babylonische wereldrijk. Als hij langs komt rijden, maakt iedereen een diepe, diepe buiging. Niemand neemt het op tegen Nebukadnessar, de onoverwinnelijke. Nebukadnessar vind het heerlijk, en ziet zichzelf als een nieuwe god. Een beetje god in de Babylonische wereld, heeft natuurlijk een beeld. Daarom besluit ook Nebukadnessar een beeld op te richten. Het moet wel een beeld in stijl zijn, dus het wordt direct het grootste beeld van het rijk, en zo protserig als je het maar kunt bedenken. Alles tot meerdere eer en glorie van Babylon, maar vooral van Nebukadnessar. Vandaag wordt het beeld onthuld. De hele week droomt Nebukadnessar al van zijn moment: dat als het orkest begint te spelen, iedereen buigt voor het beeld, maar eigenlijk voor hem. O, wat heeft hij er zin in! Maar nu het eindelijk zo ver is, blijven 3 jonge Joodse mannen kaarsrecht overeind staan. We gaan over hen lezen: Daniël 3:13-27.

2.   God is er bij

Ik heb dit bijbelhoofdstuk veel gebruikt. Als ik op school -ik zat op een christelijke school-  een antwoord op een toetsvraag niet wist, dan was mijn standaardantwoord ‘Daniël 3:16b’. In de oude bijbelvertaling, de nieuwe was er nog niet, staat daar:  ‘wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven.’ Ja, ik was zo’n leerling… Sommige docenten negeerden dit bijdehand gedoe vakkundig, anderen gingen er overheen door er bij te schrijven: Hosea 4:6a, waar dan weer staat: ‘mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis.’

Maar als dat alles is wat ik uit Daniël 3 weet te halen, dan doe ik dit hoofdstuk toch wel erg tekort. De 3 vrienden zeggen namelijk nog veel mooiere dingen! Ze durven wel – net als jij vandaag, Naomi! Deze vrienden doen belijdenis van hun geloof, maar dan niet in een kerkdienst, maar tijdens de ceremonie waar alles om Nebukadnessar moest draaien. Daar doen deze 3 niet aan mee: ze geloven er niets van dat God verleden tijd is en dat ze nu maar beter Nebukadnessar kunnen aanbidden. Integendeel: ze geloven dat God springlevend is, en dat God heus niet zijn macht is kwijtgeraakt toen zijn tempel met de grond gelijk werd gemaakt. God is erbij, ook hier!

En dan komt, als je het mij vraagt, het mooiste vers uit dit hoofdstuk, en dat is dus niet vers 16 waar ik me achter verstopte als ik geen antwoord wist, maar het mooiste vers is vers 18: ‘Maar ook al redt God ons niet, majesteit, weet dan dat wij uw goden niet zullen vereren.’ ‘Ook al redt God ons niet’ – wauw, wat een belijdenis is dat! Want dat is natuurlijk heel goed mogelijk: met z’n drieën zijn ze daar niet bepaald vrienden aan het maken. Nebukadnessar kookt van woede, en van de mensenmassa hoeven ze geen steun te verwachten. Ze staan er helemaal alleen voor, en het heeft er alle schijn van dat dit het laatste uur van hun leven is. Zal God ingrijpen? Misschien. Maar voor de 3 vrienden is dat niet waar geloven om gaat: natuurlijk hopen ze dat God iets doet, dat God hen redt, maar ze geloven niet in God omdat ze iets van hem gedaan willen krijgen, maar omdat ze van God houden! Als ze om die liefde in de oven gegooid worden, dan moet dat maar.

Kun jij het die vrienden nazeggen? ‘Ook al redt hij mij niet…’ ‘Ook al geneest hij mij niet…’ ‘Ook al blijft het oorlog…’ ‘Ook al snap ik niets van God…’ ‘Ook al…’ – vul maar in.

Het vervolg van het verhaal hebben we al gelezen, dus we weten al dat het goed afloopt: God redt wél. Maar stel, je weet niet hoe het afloopt,  en je moet bedenken hoe God deze jongens nog kan redden. Hoe zou God dat doen? Ik wist het wel: God zou een heel leger engelen sturen om orde op zaken te stellen. Een paar engelen zouden beschermend om de 3 vrienden gaan staan. Andere engelen pakken het enorme beeld op, en verbranden het in de oven die voor de vrienden bestemd was. Dan zou een stem uit de hemel klinken: ‘wie denk je wel niet dat je bent, Nebukadnessar.’

Maar zo doet God het dus niet. God voorkomt niet dat de vrienden in het vuur worden gegooid. Eenmaal in het vuur haalt God ze er niet eens uit… Dat doet Nebukadnessar, als hij bijgekomen is van zijn hartverzakking. Maar God, die komt er bij staan in het vuur! Het is wat Jesaja zegt in Jesaja 43: ‘Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.’ Het is niet zo dat als je maar gelooft, dat God dan wel alle problemen bij je weg houdt. Maar geloven is weten:  in die problemen is God er bij – hij is Immanuël, ‘God met ons’. Ja, uiteindelijk worden de vrienden ook gered, maar dat begint met dat God er bij komt.

Precies dat vieren we over 2 weken met Kerst. Jezus is God die niet even snel orde op zaken komt stellen, maar die naast ons komt staan. Die de pijn voelt van al onze problemen, die er bij is in al die crises. Jezus is God die midden in de puinhoop komt, om daar mét ons te zijn.

Naomi, vandaag zeg jij hardop dat je in deze God gelooft. Dit verhaal over drie vrienden laat zien wat geloven is. Geloven gaat niet om dat God onze problemen oplost – wél over dat God er ín de problemen bij is. Het gaat niet om wat je aan God hebt, maar om liefde. En uiteindelijk, net als bij die vrienden, komt het goed. God redt – en dat begint met dat hij er bij is.

Dat is ook het antwoord op die vraag of God verleden tijd is. Als je het Gods werk vindt om onze crises op te lossen, dan zou je dat inderdaad kunnen denken. Maar dat is niet waar geloven om draait: God is erbij, en er is geen crisis of probleem dat zo groot is dat het je kan scheiden van Gods liefde. In het Nieuwe Testament, in Romeinen 8, zegt Paulus het zo: ‘Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven,  engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is,  ons zal kunnen scheiden van de liefde van God.’ Soms begrijp ik niets van God. Waarom laat God het in onze wereld zo uit de hand lopen? Maar dan mag je je hieraan vasthouden: God is er bij.

3.   Aanbidden

Kun je uitkomen voor je geloof in een wereld die zegt dat God verleden tijd is? De drie vrienden doen het, want ze geloven niet in God omdat ze iets van hem gedaan willen krijgen, maar omdat ze van God houden! En dan krijgen ze het mooiste antwoord dat ze maar konden krijgen: midden in hun problemen ontmoeten ze God.

Naomi, vandaag getuig jij ervan dat jij ook van God houd. Maar dat gaat niet vanzelf – bij mij in ieder geval niet. Om zó van God te houden als die drie vrienden, moet je de liefde voor God ook voeden, moet je leren genieten van wie God is. Dan heb je het over aanbidding. We gaan zo 2 aanbiddingsliederen zingen, door jou, Naomi, gekozen. Allebei die liederen benoemen dat het soms moeilijk is, dat het donker is en dat de golven overslaan,  maar ook dat God er bij is. Zulke liederen kunnen je helpen om meer van die liefde voor God te voelen, liefde die sterker is dan het vuur. Maar, met een variant op de woorden van de drie vrienden, ook als je het niet voelt, ook als God niets lijkt te doen, vergeet nooit: hij is er bij, Immanuël, God met ons. Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: