Exodus 20:16, 1 Koningen 21 en Lucas 23 | 10 Geboden (9): vrij om te zegenen

Inleiding

Vorig jaar had ik als goed voornemen om de 10 geboden door te preken. Dat voornemen is net niet helemaal gelukt:  er staan nog 2 geboden open, het 9e en het 10e. Vandaag en volgende week wil ik alsnog  mijn voornemen van vorig jaar waarmaken. Vandaag over het 9e gebod, zoals het staat in Exodus 20:16: ‘Leg over een ander geen vals getuigenis af.’

Eerst maar even een biechtrondje: wie van jullie heeft er wel eens iemand pijn gedaan met woorden? Wees gerust, ik zal niemand vragen te vertellen wanneer en hoe, maar ik wil gewoon even peilen:  wie heeft wel eens iemand pijn gedaan met woorden? Jakobus, de broer van Jezus, schrijft in een brief: ‘Wie nooit struikelt in het spreken kan zich een volmaakt mens noemen.’ Volgens mij heeft hij gelijk – we doen het allemaal:  we flappen er dingen uit, we kwetsen anderen, en later hebben we er spijt van.

Terwijl woorden zo belangrijk zijn. Soms kun je een nacht wakker liggen om lelijke woorden die zijn gezegd. Maar daar tegenover staat dat de goede woorden op het goede moment zo’n zegen kunnen zijn! Ik wil jullie vragen in kleine groepjes je ervaringen met goede woorden te delen: vertel elkaar eens zo’n ervaring van dat woorden voor jou echt een zegen waren. En voor de goede orde: dat blijft in groepjes, we gaan het niet plenair bespreken.

Het 9e gebod gaat over woorden. Ik wil jullie vandaag eerst meenemen in de achtergrond van dit gebod, daarna kijken we naar hoe Jezus met woorden omging, en als laatste naar hoe dat onze woorden kan veranderen. Thema daarbij is: vrij om te zegenen.

1.   Over onrecht met woorden

Eerst dus over de directe achtergrond van het 9e gebod. Die is behoorlijk specifiek: het gaat over wat je over een ander zegt in de rechtbank. Jij moet tegen iemand getuigen, en wat jij zegt kan het verschil maken tussen straf en vrijspraak. Als je dan niet eerlijk bent, kun je met je woorden heel veel onrecht aanrichten.

Daarbij is het goed te bedenken dat er destijds veel minder opsporingsmethodes waren dan tegenwoordig. Pas aan het einde van de 19e eeuw werd het mogelijk vingerafdrukken als bewijsmateriaal te gebruiken. Daarna is het snel gegaan! Het blijkt dat je niet alleen vingerafdrukken achterlaat, maar ook dna. Sinds we vergroeid zijn geraakt met onze telefoons, laten we ook altijd een digitaal spoor achter. En overal staan camera’s. Dat was er allemaal nog niet toen God het 9e gebod gaf. In een rechtszaak draaide het niet om het bewijs, maar om de getuigen. Dus jouw woorden hadden nog veel meer invloed dan in de moderne rechtspraak.

Als illustratie daarvan gaan we luisteren naar het verhaal van Nabot. Het is in de tijd van koning Achab van Israël – 1 Koningen 21:1-16.

In dit verhaal zie je precies waar het 9e gebod om gaat. Er wordt een rechtszaak tegen Nabot aangespannen, en dan hangt alles af van de getuigen. Daar was nog wel enige bescherming tegen: pas als 2 getuigen hetzelfde getuigden,  werd de zaak als bewezen beschouwd. Maar in dit geval zíjn er 2 getuigen: 2 gewetenloze mannen, die in het complot zitten om Nabot uit de weg te ruimen. Zij geven hun vals getuigenis, en op grond van die woorden wordt Nabot ter dood gebracht zodat koning Achab de wijngaard kan innemen. Over dit soort situaties gaat het 9e gebod.

Ik hoop eigenlijk dat dit klinkt als heel ver van je bed: dat je zelf nog nooit met zo’n situatie te maken hebt gehad. Maar dan is wel de vraag: kun je nog wat met het 9e gebod als je niet in een rechtszaak hoeft te getuigen? Verrassing: jazeker! Als ik het iets algemener maak, dan gaat het erom dat jij, met jouw woorden, een ander onrecht aan kunt doen – net als die getuigen tegen Nabot. Je kunt mensen uit hun slaap houden met wat je zegt, of zelfs invloed op hun hele leven hebben. Denk bijvoorbeeld aan een kind dat steeds met woorden omlaag wordt gehaald: daar heb je dan levenslang last van. Of als er iets negatiefs over jou online komt, en mensen jou gaan Googelen en direct daar uitkomen: dan ben je voor de rest van je leven veroordeeld, zonder dat er ooit een rechtbank aan te pas is gekomen.  Het 9e gebod gaat over geroddel, gaat over gemopper op elkaar, gaat over jezelf omhoog werken door de ander slechter af te schilderen, gaat over feedback zonder liefde, gaat over snel je oordeel klaar hebben, enzovoort. Daarmee komt het wat mij betreft al veel dichter bij: dit is, helaas, bekend terrein. Maar kan het ook anders?

2.   Jezus: trekt met woorden omhoog

Nou, als er iemand is van wie je leert hoe het anders kan, dan is het Jezus wel! Bij Jezus zie ik het tegenovergestelde van de ander met woorden onrecht doen: Jezus is niet iemand die anderen met woorden omlaag haalt, maar juist met zijn woorden anderen verheft!

Ik denk bijvoorbeeld aan hoe Jezus omging  met mensen die overduidelijk fouten maken. Dan werd er bijvoorbeeld een vrouw bij hem gebracht die op overspel was betrapt, het verhaal staat in Johannes 8. Hoe makkelijk is het dan om met je woorden die vrouw nog verder de grond in te boren. Maar Jezus niet. Als hij wordt uitgedaagd zijn afkeuring over deze vrouw uit te spreken, zegt hij:  ‘wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerst een steen naar haar werpen.’ Als vervolgens iedereen afdruipt en Jezus met de vrouw overblijft, zegt hij: ‘Heeft niemand u veroordeeld? Ik veroordeel u ook niet.  Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’ In plaats van deze vrouw de grond in te stampen gaf Jezus haar met zijn woorden nieuwe waardigheid! Het is tekenend voor hoe Jezus met zijn woorden omging.

Het hoogtepunt van hoe Jezus met zijn woorden anderen omhoog trekt, wil ik graag nu met jullie lezen. Het zijn woorden die Jezus uitspreekt als hij wordt gekruisigd: Lucas 23:33-43.

Dit vind ik zo bijzonder! Jezus wordt hier zó onrechtvaardig behandeld. Eerst al een volkomen oneerlijke rechtsgang, daarna een volksgericht, waar in koor klinkt ‘kruisig hem’, dan de kruisiging, en het gesol en gespot  als Jezus volkomen weerloos aan het kruis hangt. Niemand daar die zich ook maar iets van het 9e gebod aantrekt: alles is erop gericht Jezus de grond in te boren. En dan dat gebed van Jezus: ‘Vader, vergeef hun’.

Elk ander zou hebben gebeden: ‘Vader, vergeld hun!’ Je zou dat kunnen zien als een rechtszaak aanspannen bij God: je getuigt bij God van het onrecht dat je is aangedaan, en vraagt God om recht te doen. Maar Jezus niet: hij getúigt wel, hij pleit, maar niet tegen zijn vijanden, maar vóór hen! Verderop in de bijbel staat dat Jezus dat ook voor ons doet. 1 Johannes 2: ‘mocht een van u toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus.’ De woorden van Jezus zijn geen ‘vals’ getuigenis, zijn er niet op gericht ons omlaag te halen, maar om ons omhoog te trekken!

Terug naar Lucas 23. Jezus pleit voor ons met een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid: ‘want ze weten niet wat ze doen’. Eerlijk gezegd komt dat een beetje gezocht op mij over. Maar hoe langer ik het op me laat inwerken, hoe meer ik tot de overtuiging kom dat Jezus het meent. Dat Jezus weet dat wij vaak niet half beseffen wat een ellende we uithalen. Maar dat Jezus ook het spoortje van goedheid in ons ziet, het stukje, weliswaar zwaar beschadigd, beeld van God dat we zijn.

ruimte om te zegenen Jezus stampt je met zijn woorden niet de grond in, maar wil je met zijn woorden juist zegenen. En ik denk dat daar uiteindelijk voor ons ook de kracht ligt om anders met onze woorden om te gaan. Dat dit ruimte geeft om ook te zegenen met onze woorden.

Want waar komt het vandaan dat wij zo vaak mensen pijn doen met onze woorden? Volgens mij heeft dat er mee te maken dat we ons graag goed willen voelen over onszelf. Het is heerlijk om negatief over iemand anders te praten, want dan steek ik er zelf positief bij af, want ik zou natuurlijk noooooit zulke domme dingen doen als die ander… Door anderen met woorden de grond in te boren, kun je jezelf juist vooruit helpen. Als ik niet voor mijzelf opkom, doet niemand het.

Maar daar bevrijdt Jezus je juist van! Want als ik niet voor mijzelf opkom,  doet Jezus het wel – hij pleit voor mij bij zijn Vader! Wat een bevrijding is het te weten dat er recht aan mij wordt gedaan en dat het echt niet nodig is anderen daarvoor omlaag te halen! Jezus’ liefde zorgt voor de hartsverandering die nodig is om woorden te spreken die mensen omhoog trekken. In de wetenschap dat Jezus jou met zijn woorden zegent, mag ook jij anderen met woorden zegenen.

Ook als anderen je onrecht doen – Jezus hield ook niet op met zegenen toen hij gekruisigd werd. Daar wordt het lastig: als iemand jou met woorden onrecht aandoet, is je eerste neiging misschien wel om daar overheen te gaan, en woorden te kiezen die zo veel mogelijk pijn doen bij die ander, om die ander maar helemaal neer te halen. Houd jezelf dan voor dat de woorden van Jezus makkelijk opwegen tegen wat anderen over je zeggen. En nee, je hoeft ook niet te doen alsof het geen pijn doet wat anderen zeggen, en ook niet dat je positieve dingen terug moet zeggen die je niet meent. Als iemand lelijke dingen over je zegt, hoef je echt niet te reageren met ‘ik ben blij dat je dit zegt, dank je wel.’ Maar dat is nog iets anders dan iemand met je woorden omlaag halen: trap niet in die valkuil. Kijk maar naar Jezus: aan het kruis doet hij niet alsof het geen pijn doet, maar tóch spreekt hij woorden van zegen.

3.   Breng de ander omhoog

Het 9e gebod gaat over onrecht doen met je woorden. Jezus laat zien dat het ook anders kan:  woorden spreken die de ander omhoog trekken. Dat geeft ruimte zelf ook te zegenen met je woorden. Daarom wil ik je vragen deze week bewust van je woorden te zijn: breng de ander met je woorden omhoog.

Daar bedoel ik 2 dingen mee: breng de ander omhoog – spreek woorden tegen de ander en over de ander die de ander recht doen, waarmee je de ander helpt, waarmee je de ander tot zegen bent. Woorden die stimuleren, woorden die bemoedigen, woorden die blij maken. Spreek mooie woorden.

Dat is de ene kant – de andere: breng de ander omhoog – bid voor de ander, net zoals Jezus aan het kruis deed. Pleit bij God voor de ander. Ook als je die neiging merkt negatieve dingen over iemand te zeggen: dan kun je er ook voor kiezen voor diegene te gaan bidden.

‘Leg over een ander geen vals getuigenis af.’ Want Jezus maakt je vrij om te zegenen! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: