Preek bij eeuwigheidszondag. Verdriet en vreugde kunnen dicht bij elkaar liggen. In Nehemia 8 ook. Er is genoeg om verdrietig van te worden. Maar als je naar God kijkt, is er ook de hoop die het verdriet overstijgt.
Inleiding
Kun je op deze zondag, in deze kerkdienst, blij zijn? Dat is waarschijnlijk niet het eerste waar je aan denkt bij een kerkdienst waar we de overledenen herdenken. Daarbij past het toch veel beter om verdrietig te zijn?!
In het bijbelgedeelte dat vandaag aan de beurt is, Nehemia 8, heb je het allebei: verdriet én vreugde. En het is misschien niet het meest voor de hand liggende gedeelte om te lezen op een dag als vandaag. Ik beken maar eerlijk dat ik graag doorga in prekenseries waar ik in bezig ben, ook al is het een bijzondere zondag. Maar dat is niet alleen omdat ik zo flexibel ben als een betonnen heipaal, maar eigenlijk veel meer omdat mijn ervaring is dat als je een bijbelgedeelte niet bij een dienst kiest, er eigenlijk altijd verrassende verbindingen ontstaan tussen de bijbeltekst die aan de beurt is en het thema van die zondag. En dat gebeurt dus ook met Nehemia 8.
Verdriet en vreugde komen daar bij elkaar – en eigenlijk is dat ook helemaal niet zo gek. Op de meeste begrafenissen wordt zowel gehuild als hardop gelachen. Een brok in je keel en een glimlach op je lippen kunnen heel dicht bij elkaar liggen als je dierbare herinneringen ophaalt.
We gaan dus verder met Nehemia, verder met de laatste preek in de serie ‘samen bouwen’. We gaan zoeken naar hoe verdriet en vreugde bij elkaar komen. Dat doen we vanuit het thema: ‘samen bouwen: vieren’. Nee, we vieren niet onze sterfelijkheid, maar wel wie God is. Laten we lezen: Nehemia 7:72b-12.
Oplevering
In september begonnen we ons bouwproject met Nehemia. De stenen die hier staan, geven samen een overzicht van de bouwplaats. We zijn Nehemia gevolgd toen het verlangen bij hem groeide de muur van Jeruzalem te herbouwen, toen Nehemia begon te bidden en uiteindelijk de machtigste man op aarde uit zijn tijd, koning Artaxerxes van Perzië, aan zijn kant wist te krijgen. We hebben gezien hoe de mensen schouder aan schouder begonnen te bouwen, maar ook hoe samen bouwen voor God altijd tegenstand oproept. Drie hoofdstukken lang gaan over hoe op allerlei manieren geprobeerd wordt de bouw van de muur te saboteren.
Maar vandaag is de muur klaar – het is tijd voor de oplevering! En wat doe je dan? Ik zou denken: je begint met een officieel momentje, waar een van de wethouders van Jeruzalem een toespraak houdt, waarna Nehemia een lint in een van de poorten doorknipt waarmee de muur officieel in gebruik wordt genomen. Daarna gaan er een paar confettikanonnen af, staan er glaasjes bubbels, en is er een dansfeest met een bekende dj.
Vieren
Maar zo ging het dus niet! In plaats van een uitbundig feest, verzamelen de mensen zich op een plein om te luisteren naar een voorlezing uit de wet van maar liefst 6 uur!
De reden dat ze bij elkaar zijn gekomen is ook niet persé om feest te vieren omdat de muur klaar is. Maar nu de muur weer klaar is, kunnen ze eindelijk de Joodse feestkalender weer in ere herstellen. En vandaag is het de eerste dag van de 7e maand – Joods nieuwjaar. Dan denk je misschien, net als ik dacht: ‘hoe kan een jaar nu in de 7e maand beginnen?’ Maar wij hebben net zo goed jaren die niet op de 1e van de 1e maand beginnen. Het schooljaar bijvoorbeeld – dat begint in september, de 9e maand. Of het kerkelijk jaar – dat begint volgende week met advent, en dus niet in januari. Zo is het met die Joodse jaren ook: je had het religieus jaar, gebaseerd op de datum van Pasen, en het burgerlijk jaar dat dus in de 7e maand van dat religieus jaar begint.
De gelegenheid waarvoor de mensen in Nehemia 8 bij elkaar komen is dus een soort oud en nieuw. En daar ligt direct zo’n, wat mij betreft verrassende, verbinding met vandaag: de eeuwigheidszondag is een soort oudejaarsdag van de kerk. En dat is een moment om terug te blikken, te reflecteren en te bezinnen, om stil te staan bij wie we zijn, hoe klein en kwetsbaar wij zijn, hoe nietig de mens is. Zoals we ook al zongen: ‘de tijd draagt alle mensen voort op zijn gestage stroom / ze zijn als gras, door zon verdord, vervluchtigd als een droom.’ Maar het is ook een moment om daarbij naar Gods woorden te luisteren, naar zijn perspectief op ons leven. Dat doen we vandaag, en dat is precies wat in Nehemia 8 ook gebeurde: die lezing uit de wet, uit Gods Woord, was vast onderdeel van dat Joodse oud en nieuw.
En die lezing heeft een emotionele uitwerking op iedereen die erbij is: er staat dat het hele volk in tranen was uitgebarsten. Daar hebben we dus dat verdriet te pakken, dat zo bij een zondag als vandaag hoort. In Nehemia wordt niet verteld waaróm iedereen huilt. Wat ik als verklaring het meest ben tegengekomen, is dat de mensen huilen omdat de woorden van de wet hen herinneren aan hoe ze tekort schieten. Dat is dus een heel ander verdriet, dan het rouwen om wie je bent kwijtgeraakt.
En ik geloof ook wel dat schuldgevoel een aspect van dat verdriet in Nehemia is. Maar de ‘wet’ die werd voorgelezen, dat zijn niet alleen regels. Bij de wet, in het Hebreeuws: torah, gaat het om de eerste 5 boeken van de bijbel. Dat zijn niet alleen regels, maar ook grote verhalen van wat God in het verleden voor hun voorouders heeft gedaan, verhalen over mensen als Abraham en Mozes, en over hoe God altijd trouw bleef.
Ik zou zeggen: beperk dat verdriet in Nehemia 8 niet tot een schuldgevoel. Laat het maar een mix zijn van allerlei emoties, zoals emoties nu eenmaal vaak door elkaar heen lopen. En al die emoties worden opgeroepen door het luisteren naar Gods Woord, door het luisteren naar Gods perspectief op ons leven. En dan is er plek voor de ontroering van eindelijk, na de Babylonische ballingschap, weer het Woord van God horen, misschien wel voor het eerst, maar is er net zo goed plek voor het voelen van je tekortkomingen. Er is plek voor geraakt worden door die verhalen van Gods trouw, maar net zo goed van gehoord hebben van Gods grote plannen, en dan zien met hoe weinig mensen je nog over bent, en dat kan dan ook weer omslaan in bezorgdheid.
En in die mix van verdriet mag vandaag ook jouw verdriet er zijn. Het verdriet om wie je mist. Dat kan heel vers verdriet zijn, van afgelopen week. Het kan ook verdriet zijn dat er al 50 jaar is, of langer. Verdriet om mensen die je mist, maar ook verdriet om een leven dat anders liep dan je wilde. En speciaal wil ik dan ook noemen: het verdriet van 2 kerken, Zaankerk en Menorah, die niet meer zelfstandig bestaan, en waar nu absoluut iets moois uit is ontstaan, maar waar je het oude en vertrouwde soms ook mist. En dat mág!
Het klinkt misschien gek, maar ik vind verdriet iets moois. Laten we vooral elkaars verdriet zien, want daar kom je vaak heel dicht bij de kern. Als je verdrietig bent, vallen maskers af, al die manieren waarop je probeert een beeld van jezelf hoog te houden, en ontstaat er ruimte voor echte verbinding.
Maar in Nehemia 8 wordt het afgekapt… ‘Deze dag is gewijd aan de Heer, uw God – rouw dus niet en huil niet’. In plaats daarvan moet het een feestdag zijn. En dat trekken we vandaag dus maar even niet door. Toen, op die dag, moest het geen dag van verdriet zijn – maar bij ons is dit bij uitstek een dag waar verdriet niet weggelachen hoeft te worden. Dat is sowieso al geen goed idee.
Maar ook in Nehemia 8 is vreugde niet hetzelfde als oppervlakkige vrolijkheid, het is niet een fake smile op je gezicht om je verdriet achter weg te stoppen. De reden om feest te vieren is niet dat er niets verdrietigs is, maar, waarschijnlijk het bekendste vers uit het hele bijbelboek: ‘wees niet bedroefd, want de vreugde die de Heer u geeft, is uw kracht.’ De reden om blij te zijn, is niet dat alles nu vrolijk is, maar wie God is. Als wij naar onszelf blijven kijken, dan kom je niet verder dan verdriet, maar als je naar God kijkt, dan kom je verder, dan breekt in het verdriet hoop door.
En daarom kunnen we ook vandaag, zonder het verdriet af te kappen, vieren. Want in Nehemia wordt niet gevierd dat de muur is opgeleverd, maar er wordt gevierd wie God is. Dat doen we vandaag, mét ons verdriet, ook: vieren wie God is. Ik vind het daarom ook heel mooi dat we deze zondag ‘eeuwigheidszondag’ noemen, in plaats van bijvoorbeeld ‘gedachteniszondag’. Als we in de kerk stil staan bij de overledenen, dan doen we dat vanuit het perspectief van de eeuwigheid, vanuit het perspectief van de overweldigende vreugde die ons wacht. We kijken vooruit naar een fantastische toekomst die Jezus voor ons klaarmaakt.
Intense hoop
Verdriet mag er zijn – altijd, en vandaag in het bijzonder. Er is niets mis met rouw, niets mis met tranen. Maar in dat verdriet vieren we ook wie God is, die sterker is dan de dood. Ik denk dat dat juist ruimte geeft om het verdriet ook toe te laten – omdat het verdriet nooit groter dan God kan zijn. Daarom durven we vandaag ook kaarsen aan te steken, als teken van de hoop die we vieren. Door onze tranen heen is er die intense hoop op God. Dat vieren we vandaag. Amen.
