Van een laatste hoofdstuk verwacht je dat daar alles goed komt. Het laatste hoofdstuk van Nehemia is ook een beetje het laatste hoofdstuk van het Oude Testament – maar daar komt het helemaal niet goed! We zijn er juist terug bij af. Zoals het in ons leven zo vaak gaat: we nemen ons goede dingen voor, we wijden ons opnieuw toe aan God – maar het zakt weer weg. Maar gelukkig houdt de bijbel niet op met dit hoofdstuk!
Inleiding
Als jullie dachten dat ik vandaag eindelijk eens uit een ander boek dan Nehemia zou preken dan heb ik voor jullie een verrassing: vandaag toch nog één keer Nehemia – en nu wel echt de laatste keer. Vandaag staan we stil bij het laatste hoofdstuk van Nehemia.
Het laatste hoofdstuk van een boek, of de laatste scene van een film, of de laatste aflevering van een serie, dat is normaal het moment dat alle open eindjes worden afgewerkt en waar alles weer goed komt. ‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’ Dat zinnetje wordt meestal niet letterlijk gebruikt, en soms wordt er nog wat open gelaten zodat er een vervolg kan komen, maar uiteindelijk, op het allerlaatst, kómt alles goed. Niemand haalt het in z’n hoofd een verhaal te schrijven waar 1 hoofdstuk voor het einde alles goed is gekomen, om het vervolgens in het laatste hoofdstuk weer helemaal af te breken.
Stel je voor dat C.S. Lewis nog een laatste hoofdstuk bij Narnia had geschreven waar de Witte Heks terugkomt en de macht definitief overneemt, zodat het altijd winter maar nooit meer Kerst zal zijn in Narnia. Of dat de film The Sound of Music eindigt met dat alle Von Trapps alsnog worden opgepakt. Volgens mij snappen jullie het idee.
Maar in het echte leven werkt het niet zo. Verhalen krijgen niet altijd een bevredigende conclusie. Daar kan het zomaar zo zijn dat het allemaal goed gekomen leek te zijn, maar het de dag erna alsnog helemaal mis gaat, en niet meer goed komt. Zo’n slot heeft het boek Nehemia. Het is een onbevredigend slot – dat is direct het thema vandaag. Ik weet niet óf dat de reden is, maar ik heb afgelopen maanden veel prekenseries over Nehemia gezien, en de meesten slaan Nehemia 13 over. Ik snap dat wel: in Nehemia 13 gaat alles kapot wat in de hoofdstukken ervoor zo zorgvuldig is opgebouwd. Laten we het lezen: Nehemia 13:4-31.
Nieuwe start
Het ging zo goed, ze hadden een nieuwe start gemaakt. Het voelde alsof vanaf nu alles anders zou zijn. De Joden waren teruggekomen uit Babylonië. Ok, niet allemaal, veel waren er gebleven, dus ze zijn met veel minder dan ze voor de ballingschap waren, maar ze gaan ervoor! Een belangrijke aanjager daarvan was Nehemia: onder zijn leiding is de muur van Jeruzalem herbouwd, is Jeruzalem weer een stad geworden waar je graag bent en waar je veilig bent.
Maar Nehemia is meer dan een goede stedenbouwkundige. De nieuwe start van Jeruzalem staat ook voor een nieuwe start met God. Ook ik heb in de serie preken over Nehemia hoofdstukken overgeslagen, en speciaal vraag ik dan jullie aandacht voor Nehemia 10. In dat hoofdstuk wordt een nieuwe start met God gemaakt, in bijbelse termen: een verbondsvernieuwing. De Joden beloven een nieuwe toewijding aan God, en die belofte wordt kracht bijgezet door het ondertekenen van een oorkonde door alle leiders van het volk.
Misschien herken je zulke momenten in je leven. Die momenten die voelen alsof je een nieuwe start maakt, en radicaal breekt met verkeerde patronen in je leven. Of dat je kiest voor nieuwe toewijding aan God. En wat kan dat heerlijk bevrijdend voelen!
Onbevredigend slot
Maar misschien heb je dan ook wel de ervaring dat het nog niet zo makkelijk is zo’n nieuwe start vol te houden, om niet na verloop van tijd weer terug te vallen in oude patronen. Dat is wat in Nehemia 13 gebeurt.
Na zijn aankomst in Jeruzalem, in het jaar 445 voor Christus, is Nehemia 12 jaar in Jeruzalem gebleven, tot het jaar 433 voor Christus. Toen moest hij terug naar Perzië, terug naar het hof van koning Artaxerxes. We weten niet hoe lang Nehemia daar is geweest, het zal zeker een aantal maanden zijn geweest, misschien ook wel een paar jaar, en die tijd is Nehemia dus afwezig in Jeruzalem. Zoals het spreekwoord zegt: als de kat van huis is, dan dansen de muizen. Of als de meester of juf even uit de klas is, dan begint het keten. Dat deden jullie zeker vroeger niet… Hoe dan ook: als Nehemia terugkomt in Jeruzalem, schrikt hij zich wezenloos: alles waar ze samen aan gebouwd hebben, die nieuwe start met God, alles is in de periode van Nehemia’s afwezigheid alweer vergeten.
We hebben gelezen wat er allemaal misgaat: aartsvijand Tobia heeft zijn intrek in een van de tempelruimten genomen, de tempeldienst wordt verwaarloosd en er is geen geld om de Levieten uit te betalen, de sabbat is een marktdag in plaats van een rustdag geworden en gemengde huwelijken zijn aan de orde van de dag, en de kinderen die daaruit worden geboren spreken geen woord Judees. Waaróm dat allemaal zo’n probleem is, daar kom ik zo op. Maar eerst: dit zijn precies de dingen waar ze in Nehemia 10, zo’n 12 jaar geleden, nog plechtige beloften over hadden gedaan: nooit zouden ze hun dochters uithuwelijken aan andere volken, of handel drijven op sabbat, en ze zouden de jaarlijkse tempelafdracht in ere herstellen en de Levieten in hun levensonderhoud voorzien.
En juist dat in Nehemia al die dingen worden genoemd, laat zien dat het geen geïsoleerde incidenten zijn, dat het niet zo is dat het eigenlijk best goed gaat, maar dat je onder een vergrootglas altijd wel dingen kunt vinden die niet goed zijn. Nee: het zijn geen incidenten – dit is een volk dat terug is gevallen in oude patronen. Het is het patroon van Psalm 78, waar we net uit zongen. In die Psalm is er steeds weer een nieuwe start, maar na verloop van tijd vervallen de Israëlieten in oude gewoonten, moet God hen straffen om weer tot hen door te dringen, maar geeft God ook een uitweg – en dan begint het verhaal weer opnieuw. Nu, na de ballingschap, blijkt dat er niets wezenlijks veranderd is, dat de mensen na de ballingschap net zo zijn als ervoor.
Dat daagt ons uit eerlijk over onszelf te zijn. Zijn we in die kleine 2500 jaar sinds Nehemia nu echt zoveel verder gekomen? Ik geloof niet dat wij, mensen, wezenlijk veranderd zijn, en de wereld is er ook geen betere plek op geworden. Voor een optimistisch vooruitgangsgeloof heb ik te weinig geloof in de mensheid – te weinig geloof in mijzelf. Want ik weet dat ik ook zo iemand ben, die goede voornemens en nieuwe toewijding aan God enthousiast begint, maar dat zakt dan ook langzaam weer weg. Dan neem ik me voor om elke ochtend te beginnen met bijbellezen, en dan sla ik toch een keertje over, en voor ik het weet is het uit mijn vaste routine. Dus voor mij is het heel goed om in de Zaankerk app deze adventstijd elke dag een bijbeltekst te krijgen!
Je valt zomaar terug in oude patronen. Maar zijn die patronen waar Nehemia zo boos over is nou echt zo fout? Vooral dat van die Joden die getrouwd zijn met niet-Joden, en hoe Nehemia daarover tekeer gaat… Nehemia komt niet bepaald heel liefdevol en genadig en ruimdenkend over. Hij lijkt nog strenger dan de PVV. Slaat Nehemia niet door in xenofobie, in vreemdelingenhaat? Ik vind het in ieder geval behoorlijk ongemakkelijk om te lezen.
En als je dat ook hebt, is het goed te bedenken wat hier op het spel staat. Van het volk van Israël is bijna niets meer over. 10 Van de 12 stammen van Israël zijn opgelost, onherkenbaar opgegaan in andere volken. Van de laatste 2 stammen is maar een klein groepje teruggegaan naar Jeruzalem. En dat kleine restant van Israël dreigt nu op te gaan in de rest van de wereld. Er wordt verwezen naar koning Salomo, voor wie zijn vele buitenlandse vrouwen het begin van zijn ondergang waren. Gemengde huwelijken brachten in die tijd ook altijd een gemengde godsdienst – en als dit patroon zich doorzet is het geloof dat er één God is binnen een generatie helemaal verdwenen.
Waar het om gaat, is dat als je bij God hoort, je wel ook herkenbaar anders moet zijn. En bij ons zijn het niet de dingen uit Nehemia 13 waarmee christenen zich zouden moeten onderscheiden van niet-christenen. Maar christenen vandaag leven wel mídden in de wereld en worden op allerlei manieren door die wereld beïnvloed, en voor je het weet heb je je eigen geblende godsdienst gemaakt, met een snufje christelijk geloof en een flinke schep kapitalistisch vooruitgangsgeloof. Maar dat is niet hoe God het wil. Als mensen niet meer merken dat christenen anders zijn, dan is geloven een holle frase geworden en kunnen we de kerk net zo goed opheffen. De lastige vraag blijft waarin christenen dan radicaal anders zijn. Ik geloof niet dat dat zit in wie het strengst is, maar in het volgen van Jezus in zijn radicale liefde.
Terug naar Nehemia 13: van de nieuwe toewijding van Nehemia 10 is daar niets meer over. De oude patronen blijken toch weer sterker te zijn. Het is een onbevredigend en deprimerend slot van Nehemia. En niet alleen van Nehemia: Nehemia 13 is niet alleen het laatste hoofdstuk van dat bijbelboek, maar ook het einde van de historische stof van het Oude Testament. Er zijn nog wat profetieën die nieuwer dan Nehemia zijn, maar de verhaallijn van het Oude Testament houdt hier op. Je zou kunnen zeggen dat dit het laatste hoofdstuk van het Oude Testament is. En het is heel erg onbevredigend. Het schreeuwt om een vervolg – het schreeuwt om Jezus. Daarom past dit hoofdstuk ook zo goed in de adventstijd.
Volgens mij is de valkuil bij een hoofdstuk als dit om de conclusie te trekken dat we nog radicaler moeten zijn en net als Nehemia weer orde op zaken moeten stellen, en ons voornemen deze keer niet te verslappen, maar er nu écht voor te gaan – maar dan ook écht. Maar dan vergeet je dat dat precies is waar het hele boek al over ging, over opnieuw starten met God, maar nu niet meer halfhartig. In Nehemia 10 spat de radicaliteit er nog vanaf. En toch ging het weer mis. Het punt is niet dat we nog radicaler moeten worden, maar dat mijn radicaliteit, en jouw radicaliteit, niet genoeg is – nooit.
Dit hoofdstuk drukt ons met de neus op de feiten: het lukt ons niet het zelf te doen. Het lukt ons niet deze wereld een betere plek te maken. Het lukt ons niet het kwaad uit te drijven – zelfs niet uit mijn eigen hart. Want daar zit het probleem: in mijn hart. Als mijn hart niet verandert, als ik zelf niet verander, is radicaliteit niets meer dan een stoere uiterlijke vorm. Daar wil Nehemia 13 je hebben. Israël faalt – ik faal – en dat laat je verlangen, laat je vooruitkijken, naar degene die niet faalt: Jezus, die dat hart wél veranderen kan.
En zo is Nehemia 13 niet het onbevredigende laatste hoofdstuk, maar een open eind: op dit punt in het verhaal van God met mensen is volstrekt duidelijk geworden dat de mensheid keer op keer faalt, we kunnen onszelf niet verlossen van het kwaad, want het zit te diep in ons – maar dat is niet waar God de bijbel laat eindigen! Nehemia 13 schreeuwt om een vervolg, en krijgt dat vervolg: Jezus.
Bescheiden én hoopvol
En zo eindigt deze preek toch nog hoopvol – maar wel op een bescheiden manier. Bescheiden: er is hoop, maar niet omdat ik en wij zo fantastisch zijn. Bevraag liever je optimisme om van de wereld een betere plek te maken. Wees eens eerlijk: ik kan van mijzelf al niet eens een beter mens maken. En tegelijk: verlies de hoop op een betere wereld en de hoop op een versie 2.0 van jou, met een compleet nieuw hart, niet. Want Jezus is gekomen en zal weer komen. Voed jezelf in deze adventsperiode met die hoop. Amen.
