Filippenzen 2:5-11 – Klein is groot

Inleiding

Wat is jouw favoriete speelgoed? En voor de grote mensen die nu denken: ‘o, dit is alleen voor de kinderen’ – nee: ook grote mensen mogen spelen, vandaag hoef je je niet te schamen voor dat jij ook hebberig wordt als je rondloopt in de Intertoys. Dus: wat is jouw favoriete speelgoed?

Over mijn favoriete speelgoed hoef ik niet lang na te denken: dat is Lego. Voor mijn verjaardag heb ik dit jaar zelfs nog Lego gekregen, de ijsvogel, en dan heb ik gewoon een paar dagen geen tijd om tv te kijken. Ik vind het zo fascinerend wat je met Lego allemaal kunt maken. Als je maar genoeg steentjes hebt -dat is vaak wel het probleem- kun je een hele wereld bouwen, helemaal zoals jij hem wilt hebben. En vervolgens mogen kleine Lego poppetjes in die wereld wonen.

Stel je nou voor, jij hebt zo’n hele Lego wereld gebouwd, jij hebt alles wat daar is helemaal zelf bedacht, en dan bedenk je dat je zelf in die wereld wilt gaan wonen en een Lego poppetje wilt worden. Dat kan natuurlijk niet, maar stél dat het kon:  zou je het een goed idee vinden?

Als je het aan mij zou vragen, zou ik het je in ieder geval afraden. Het heeft best wel wat nadelen om een Lego poppetje te zijn. In plaats van 5 vingers heb je een soort tangen als handen, je kunt je armen alleen maar op een manier vanuit je schouders bewegen, als je een schone broek wilt aantrekken, moet je direct je benen ontkoppelen, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Bovendien: een simpel Lego steentje  dat je als mens zo oppakt om mee te bouwen, is als Lego poppetje al snel zwaarder dan je zelf bent. Dus nee: volgens mij is het niet zo’n goed idee om als mens te willen veranderen in een Lego poppetje.

Toch is dat wel ongeveer waar Kerst over gaat! God heeft een  hele wereld gemaakt, heeft alles uitgedacht, heeft ons gemaakt om in die wereld te wonen, en dan besluit God zelf een mens te worden, met alle beperkingen die daarbij horen. Met Kerst wordt God, de Schepper van hemel en aarde, zo klein dat hij onderdeel wordt van de schepping, net als jij en ik. En juist omdat hij zo klein wordt, is hij zo groot! Dat is vanmorgen het thema: klein is groot. Paulus schrijft daarover in Filippenzen 2:5-11 – laten we dat lezen.

Klein is groot

‘Klein is groot’ –  dat is een idee waar onze wereld totaal niet op is ingesteld. Als je klein bent, heb je maar één doel, en dat is groot worden. En als je groot bent is je doel: nóg groter worden.

In de Romeinse wereld, de wereld waarin Jozef en Maria, maar ook Paulus, leefden, was dat ook volkomen vanzelfsprekend. Het was een wereld waar kracht werd bewonderd. De allersterksten, de allergrootsten, werden zelfs op een goddelijke voetstuk gezet: keizers werden als goden aanbeden – en dat vonden ze niet ongemakkelijk, ze vonden het juist prachtig! Ze lieten graag zien hoe machtig ze waren, en hoe dichter bij de keizer jij stond, hoe meer respect ook jij kreeg.

En eigenlijk is er niet zoveel veranderd. Belangrijke mensen laten graag zien hoe belangrijk ze zijn. Toen Donald Trump deze zomer in Nederland was, stapte hij niet in een lijnvlucht van Washington naar Schiphol, om daar over te stappen op de trein naar Den Haag. Hij arriveerde in stijl: in zijn eigen vliegtuig, en op het vliegveld stond zijn eigen gepantserde auto al op hem te wachten. Bovendien had hij een entourage van zo’n 1000 medewerkers mee. Daar zit ook een stukje veiligheid in, maar het is toch wel vooral imponeergedrag: ‘kijk goed naar mij, want ík ben de grootste’.  Trump heeft de verkiezingen in de VS ook gewonnen met de belofte Amerika groot te maken, niet klein.

Zo groot als Trump zullen wij niet snel worden, maar op kleiner niveau zie je dezelfde patronen. Je bent trots op jezelf als je succes hebt en gezien wordt. En de mensen die meer geld, invloed of status hebben dan jij, die vinden we de meest interessante mensen. Een mens die wil veranderen in een Lego poppetje, dat slaat nergens op, andersom is veel logischer:  een Lego poppetje die er wel klaar mee is een poppetje te zijn, en daarom graag mens wil worden, zodat hij die hele Lego wereld eens kan gaan besturen. Net als Adam en Eva, die het een heel aantrekkelijke gedachte vonden dat ze als God zouden kunnen zijn.

Groot heeft onze voorkeur! En dat is tegelijk ons probleem. Niet iedereen kán groot zijn. Groot ben je alleen als anderen kleiner zijn. En mensen hebben nog wel eens de neiging zichzelf groter te maken dóór andere mensen kleiner te maken. Macht doet lelijke dingen met mensen. Het is misschien wat simpel gezegd, maar volgens mij komen alle conflicten in de wereld, groot of klein, op een of andere manier neer op dat iedereen de grootste wil zijn…

…Behalve hij die echt de grootste is! God kiest niet voor groot, maar voor klein. Met Kerst vieren we dat God klein wordt, dat hij mens wordt.

Nu is het idee van een god die mens wordt in de Romeinse wereld niet helemaal onbekend. Over de Romeinse goden werden wel verhalen verteld over dat ze af een toe een kijkje op aarde kwamen nemen en zich daarvoor dan als mens vermomden. Maar het was ook nooit meer dan dat: een vermomming. Ze brachten zichzelf nooit echt in een kwetsbare positie. Het was gewoon een toneelstukje. Maar als God mens wordt is het geen toneelstukje, is er geen weg terug om snel de kwetsbare positie van mens-zijn weer op te geven, om weer lekker onkwetsbaar God te zijn. Paulus schrijft: ‘hij die de gestalte van God had,  hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.’

God is niet bezig met ‘de grootste zijn’ – hij wordt juist klein. Dat God méns wordt, dat is al zo absurd. Maar voor God houdt het daar nog niet eens mee op. Als je dan toch als God mens wordt, dan zou je er op z’n minst voor kunnen zorgen dat je als belangrijk mens komt. Als je als mens een Lego poppetje zou worden, dan zou je er waarschijnlijk ook voor kiezen een belangrijk poppetje worden: je wordt de burgemeester van de stad die de baas is en de mooiste auto’s heeft, niet de afwasser van het restaurant die moet overleven op fooien. Maar God gaat dus nog een stap verder. Weer Paulus: ‘Als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.’

God ondergaat de ultieme vernedering. De Schepper wordt het laagste schepsel. God komt op de onderste trede van de sociale ladder onze wereld in. Zo klein, dat iedereen hem over het hoofd ziet. Alles rond de geboorte van Jezus ademt dat Jezus onbelangrijk is. Keizer Augustus, díe is belangrijk. En Jezus wordt niet eens thuis geboren, heeft niet eens een fatsoenlijk bedje, omdat de grote keizer een volkstelling heeft bevolen. Jezus staat helemaal onderaan. Ik moet dan denken aan bijvoorbeeld arbeidsmigranten uit Oost Europa die naar Nederland zijn gekomen  in de hoop op een betere toekomst voor hun familie, maar hier worden uitgebuit en aan de kant gezet,  waardoor ze in de kou op straat staan, beroofd van al hun dromen –  de mensen voor wie in het breicafé sjaals en mutsen maken. Dat is het soort plek waar Jezus geboren wordt.

God ondergaat zo de ultieme vernedering – en niemand haalde het in zijn hoofd het woord ‘nederig’ als compliment te zien. Maar Jezus vernederde zich. Dat is een schandaal! Als God dit niet zelf had bedacht, was het zuivere godslastering. Wij geven de voorkeur aan groot – maar God wordt klein.

En juist daarom is God groot! Het grootste wat je kunt doen, is klein worden. En dat is misschien niet wat je verwacht van God. Ik denk dat veel verwachtingen die we van God hebben, meer bij groot dan bij klein horen. De moeilijkste vragen over geloven, gaan daar ook over: als God dan zo groot is, als God alle macht heeft, waarom grijpt hij dan niet in? Waarom is er dan zoveel in deze wereld waar je bang van wordt? Een grote God kan dat toch gewoon oplossen?

En ik twijfel er niet aan dat hij dat kan, maar ik vraag me wel af dat wel de God is die je wilt. Het is in ieder geval niet wie God wil zijn! Hij is niet de God in een hemels commandocentrum die alles nauwkeurig in de gaten houdt, problemen fixt zonder ons verder lastig te vallen, of ons juist omver blaast met zijn macht. Hij ziet ons niet als Lego poppetjes waarmee hij kan doen wat hij maar wil.

Kerst is veel mooier: Kerst gaat over God die dichtbij wil zijn, die niet hoofdschuddend op een afstandje blijft toekijken, maar één van ons wordt, zich aan jou verbindt. God voelt zichzelf niet te goed en te belangrijk voor onze problemen, maar komt er juist middenin, met z’n poten in de modder. Zodat niemand kan zeggen dat God makkelijk praten heeft. Gods manier om ons te verlossen, is niet met daverend machtsvertoon, maar door af te dalen in onze problemen, ze te ondergaan, naast ons te staan. Zó groot is God, dat hij dát durft. Daarom houd ik ook heel veel van Kerst: Kerst gaat over God die jou serieus neemt en alles wil meemaken wat jij meemaakt.

En dat is typisch God. Dat Jezus afstand doet van zijn privileges als God, dat hij mens wordt met alle beperkingen die daarbij horen, is het meest goddelijke wat God kan doen. Want God is liefde – dat is waar God-zijn om draait. En dat is wat Jezus met Kerst doet. Hij maakt zich klein – en dát maakt hem zo groot. Daar eindigt dat stukje uit Filippenzen ook mee: juist de God die ervoor kiest om klein te zijn is zo groot dat hij alle eer, van iedereen, waard is!

Klein worden

Klein is groot. Met Kerst vieren we: God wordt klein. En dat is direct een uitnodiging aan jou. Als grootheid is dat je klein durft te worden, dan geldt dat niet alleen voor God, maar ook voor jou. ‘Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had,’ schrijft Paulus. De mindset van Jezus, van groot is klein, van je niet onkwetsbaar maken, maar van je verbinden op zo’n manier dat het ook pijn kan doen, van niet gericht zijn op status en voorkeursbehandelingen, maar juist op hoe je de ander kunt dienen – die mindset moet ook de jouwe zijn. Klein is groot – als jij het durft om klein te zijn, om af te dalen,  dan ben je pas echt groot! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: