Geven: het is een onderwerp waar je niet zo snel over praat. Maar in de bijbel heeft het een centrale plek in het geloofsleven. Geven is een manier om tegen God te zeggen dat je van hem houdt. Maar niet elk geven is aanbidding: je kunt ook zelfgericht geven. Hoe geef jij?
Inleiding
In de concept-visie die we hebben, over een dikke week bespreken we hem op een gemeentevergadering, is een van de onderdelen dat we ons geloofsleven willen versterken. In al het geregel bij een groeiende samenwerking zou je zomaar vergeten dat het in de kerk niet om ons draait, maar om God. Daarom vind ik het mooi dat geloofsleven in die visie prioriteit krijg!
Zo mooi, dat ik dacht: laat ik er een serie preken bij maken. Een serie over je geloofsleven, over omgaan met God. Zo kwam ik uit bij de eerste helft van Matteüs 6, waar Jezus het heeft over het geloofsleven. In dat kader noemt Jezus 3 onderwerpen, 3 pijlers onder de omgang met God: geven, bidden en vasten. In 3 diensten gaan we het over die 3 onderwerpen hebben, en vandaag beginnen we met ‘geven’.
Ja, ik weet dat geven een taboeonderwerp is. We praten nog makkelijker over seks dan over geld. Ik zal jullie dus maar niet vragen om, als je meer dan 10 euro per maand weggeeft, je hand op te steken. Of 20, en dan steeds in kleine stapjes omhoog. Geen zorgen – dat doen we dus niet. Maar misschien krijg al hartkloppingen bij het idee alleen al, dat je openheid moet geven over jouw inkomsten en uitgaven.
Geven is niet alleen een taboeonderwerp, het is ook nog eens een gevaarlijk onderwerp. Met acceptgiro’s onder je stoel en een spreker die je belooft dat God je beloont als jij die acceptgiro nú invult. En er vervolgens een privévliegtuig van koopt. Dat doen we vandaag dus ook niet. Er komt straks gewoon een QR code op het scherm. Nee, grapje natuurlijk. Zie deze preek vooral niet als een verkapte vraag om salarisverhoging van mij. Ik houd deze preek net zo goed aan mijzelf als aan jullie.
Laten we eerst maar luisteren naar wat Jezus te zeggen heeft over geven. Je kunt het samenvatten als ‘geven is een vorm van aanbidding’. Dat is ook het thema: geven als aanbidding. We lezen Matteüs 6:1-4.
1. Geven en geloofsleven
‘Geven’ is niet direct het eerste waar ik aan denk als het gaat over omgaan met God. Bidden wel, vasten kan ik wel plaatsen maar ben ik niet zo goed in – dus dat wordt ook nog een interessante preek… Maar verder denk ik eerder aan dingen als bijbellezen, zingen en geloofsgesprekken. Díe noemt Jezus dan weer niet, maar geven wel. Ík zou denken dat geven gaat over naastenliefde, maar niet zo over je persoonlijke relatie met God.
Toch noemt Jezus geven in dát rijtje. Het hoofdthema van de eerste helft van Matteüs 6, waar het dus over geven, bidden en vasten gaat, is ‘de gerechtigheid beoefenen’. En dat is een technische term voor die omgang met God. In Engelse vertalingen is het vertaald als ‘practice piety’, ‘vroomheid beoefenen’. Geven hoort dus echt in het rijtje als onderdeel van je geloofsleven. Niet alleen in Matteüs 6: we lazen ook al uit Jakobus 1, en die zegt het ook. ‘Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst’. En dan zegt hij niet: ‘dat je dagelijks bidt, en trouw naar de kerk gaat’, maar: ‘weduwen en wezen bijstaan in hun nood’. Oftewel: echte godsdienst is geven.
Zo wordt het in het OT ook neergezet. Elk jaar, zo staat het onder andere in Deuteronomium 14, moesten de Israëlieten een tiende deel van de opbrengst van hun land geven, in natura, of in de vorm van geld, en dat moest dan bij God gebracht worden. Het was niet de bedoeling zelf 10% van je inkomen te verdelen onder mensen die jij wat extra wilde toestoppen: je moest het echt aan Gód geven. Op zijn beurt geeft God dat dan weer door, onder andere aan de armen. Maar: je geeft aan God, geven is dus echt onderdeel van het geloofsleven, en Gód geeft het dan weer door. En natuurlijk werkt het bij ons anders, maar ik vind het wel een mooie gedachte, een mooie manier om tegen je eigen geven aan te kijken: je geeft, misschien aan een goed doel, maar uiteindelijk geef je aan God zelf.
2. Geven als aanbidding
Geven is dus een vorm van aanbidding, is een manier om God lief te hebben. Maar niet alles wat je geeft is aanbidding – geven kan ook een manier zijn om jezelf lief te hebben. Daarover begint Jezus in Matteüs 6.
Jezus neemt gewoon aan dát je geeft, want geven hóórde gewoon bij de Joodse godsdienst, dus hoor je van Jezus geen oproep óm te geven. Ook christenen geven relatief veel. Misschien kan het best wel eens wat meer zijn, maar elk onderzoek wijst uit dat christenen in Nederland significant meer weggeven dan niet-christenen. Maar daarmee ben je er volgens Jezus nog niet. Als je geeft gaat ook om je motivatie. Een goede daad die je doet uit liefde voor jezelf, dat is niets. Dat is ook wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 13: ‘al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, (…) had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.’
Jezus ontmaskert zelfgericht geefgedrag. ‘Wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars.’ Je ziet het voor je, als een cartoon, als een uitvergroting van de werkelijkheid. We zien een gulle gever, maar hij wordt voorafgegaan door een heel dweilorkest, en de hele stad loopt uit om de muziek te horen. Daar achteraan komt onze filantroop, die net ‘toevallig’ als iedereen hem goed ziet, geeft aan de arme bedelaar. Hij blijft zolang staan dat iedereen hem op de foto kan zetten, voor hij tevreden glimlachend en wuivend wegloopt. Ok, ik geef toe, ik heb het nog wat meer uitvergroot, maar het zal duidelijk zijn: deze gever geeft om gezien te worden. En dan zegt Jezus heel fijntjes: ‘dan heb je je beloning al gekregen.’ Je deed het uit liefde voor jezelf, je deed het om bewondering te oogsten – en dat is je gelukt!
Maar denk niet dat dit nog iets te maken heeft met geven aan God. Maar als je niet zo loopt op te scheppen over je gulheid, en die kans is vrij groot want geld is best een taboe, ben je nog niet klaar met de woorden van Jezus, want die steekt nog een niveautje dieper door. ‘laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet’. Ook al ziet niemand hoe goed jij geld weggeeft, je hebt het zelf wel gezien! Als anderen het niet zien, kun je alsnog zelf je grootste fan zijn, kun je geven omdat het je tevreden maakt over jezelf, omdat het je zo’n goed gevoel geeft. En weer: helemaal prima, dan is dat je beloning. Maar denk niet dat je er iets voor God mee hebt gedaan.
Ik vind het nog best lastig zulke motieven bij mijzelf te herkennen. Het kan ook heel verschillende vormen aannemen. Als je bijvoorbeeld een sponsorkindje steunt, en in ruil een persoonlijke kerstkaart verwacht met heel dankbare woorden daarop, dan kan dat ook een vorm van zelfgericht geven zijn. Of als je heel sterk de controle wilt hebben over wat er gebeurt met jouw geld. Of als je er heel goed over wilt nadenken. Of als je alleen geeft als je ook wat kunt winnen. En als al je geven zelfgericht is, dan mis je wel een pijler onder de omgang met God.
Jezus ontmaskert zelfgerichte motieven om te geven, en daagt je uit je geven op God te richten. Daarmee doet Jezus in feite niets nieuws: zo was geven altijd al bedoeld. Jezus stoft gewoon het Oude Testament weer af, waar je tienden naar God zelf gingen, en zien en gezien worden helemaal geen thema was. Om je te helpen je geven ook echt onderdeel te laten zijn van je geloofsleven, in plaats van iets wat op jezelf gericht is, zegt Jezus: laat het maar geheim zijn – zó geheim dat zelfs je linkerhand niet weet wat je rechterhand doet. Als je merkt dat jij geeft om wat mensen je ervoor teruggeven, elimineer die factor dan: geef in het geheim. Als jij geeft om het goede gevoel dat het je geeft, ga dat gevoel dan niet lopen voeden door er bij stil te staan, maar geef en vergeet het direct weer.
Dat roept wel de vraag op: het is toch ook goed om te zien dat er gegeven wordt? Zien geven, doet geven. Als in jouw omgeving niemand aan goede doelen geeft, of je weet het gewoon niet, dan wordt geven geen onderdeel van je systeem. En Jezus zegt zelf een hoofdstuk eerder nog: ‘zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’ Dat laatste is direct het punt: het gaat om de eer van God. Gezien worden is het probleem niet – jezelf de eer geven wel.
Want geven is bedoeld als een manier om God te aanbidden, als een taal om God mee lief te hebben. Misschien ken je de 5 talen van de liefde, 5 manieren om liefde te uiten en te ontvangen, en 1 van die talen is geven. Het is de taal van cadeautjes geven, van een bosje bloemen of chocolaatjes meenemen als je ergens op bezoek komt, van Lego kopen voor je kleinkinderen. Tussen mensen is dat een heel mooie taal. En God spreekt die taal dus ook! Geven is een manier om tegen God te zeggen: ‘ik houd van u!’ Je geeft niet omdat het een verplichting is, maar omdat je iemand je liefde wil laten zien.
Dat maakt direct de hele discussie over hoeveel je zou moeten geven tot een non-discussie. Als geven een manier is om God je liefde te laten zien, als het een vorm van aanbidding is, dan ga je natuurlijk niet zuinig geven: een cadeautje voor God mag ook wat kosten toch?! Ik bedoel, voor Hanneke koop ik ook geen cadeautjes bij de Action, om me zo goedkoop mogelijk van haar verjaardag af te maken. Waarom zou je dat bij God dan wel doen?! Jezus reikt hier de sleutel aan om te leren geven: doe het voor God, laat het een vorm van aanbidding zijn!
Natuurlijk kan liefde niet van 1 kant komen. Als jij altijd cadeautjes geeft, maar nooit eens cadeautjes krijgt… Maar bij God komt de liefde van 2 kanten! Jezus: ‘jullie Vader zal je ervoor belonen.’ Misschien kijk je daar gek tegenaan, want is het nog wel liefde als je het voor een beloning doet? Maar er zit ook in dat niet alle liefde van jouw kant hoeft te komen. Je mag ook iets terug verwachten. Niet dat dat de reden is om te geven, net zoals ik geen cadeautjes geef om ze terug te krijgen, maar wel: liefde komt van 2 kanten.
Daarbij is het ook goed om te bedenken dat voor alles wat Jezus zegt, geldt dat hij zelf de eerste is om het waar te maken. Jezus is geen gymleraar die zijn leerlingen toeschreeuwt wat ze moeten doen terwijl hij zelf met een kop koffie en een gevulde koek langs de kant zit. Alles wat Jezus zegt, doet hij eerst zelf. Als er iemand is die gul geeft, en dat niet doet omdat hij graag gezien wil worden of een goed gevoel kan hebben over zichzelf, maar omdat hij van jou, ja: van jou!, houdt, dan is het Jezus wel! Bij Jezus houd het niet op bij een tiende van zijn inkomen – hij geeft zelfs zijn leven uit liefde voor jou. Dus geven is geen verplicht nummertje, maar een manier om die liefde te beantwoorden.
3. Waar geef jij voor?
Is geven dat voor jou ook? Waar geef jij voor? Stel jezelf eens eerlijk de vraag wat er zelfgericht is in jouw geefgedrag. En kijk dan eens anders tegen geven aan: het is een vorm van aanbidding, een manier om je liefde voor God te laten zien, die zijn liefde voor jou al lang heeft laten zien!
Amen.
