Zelfs bidden, bij God zijn, kan zelfgericht zijn. Jezus ontmaskert manieren van zelfgericht bidden, en laat een veel mooiere manier van bidden zien.
Inleiding
We gaan vandaag verder waar we 4 weken geleden gebleven waren: met het onderwijs van Jezus over de omgang met God. Toen ging het over geven, vandaag over bidden. Bén jij eigenlijk een bidder? Ik ben benieuwd: wie van jullie bidt er graag? Steek even je hand omhoog als bidden iets is dat je graag doet.
Ik niet… Ik vind bidden ingewikkeld. Ik voel me niet zo’n bidder. Ik gééf liever de Alpha cursus dan dat ik er voor bidt. En begrijp me niet verkeerd: ik vínd bidden heel belangrijk. Daarom heb ik bijvoorbeeld ook het initiatief genomen voor een maandelijks vrijdagochtendgebed. Als wij, als kerken in een fusieproces, plannen maken, dan kán dat niet zonder ervoor te bidden. Als wij verlangen naar een bloeiende kerk, dan is gebed een absolute voorwaarde. Daar ben ik diep van overtuigd. Maar ik moet me er echt toe zetten.
Misschien herken je wel wat van die spanning. Lang niet alle handen gingen net omhoog, dus ik vermoed dat ik niet de enige ben die bidden echt belangrijk vind maar zich toch niet zo’n bidder voelt.
We gaan luisteren naar het onderwijs van Jezus over bidden, en ik denk, ik merk dat in ieder geval bij mijzelf, dat dit onderwijs je kan helpen om je gebedsleven te vernieuwen en er meer vreugde aan te beleven! Samengevat zegt Jezus: ‘gebed draait niet om jou’. Dat is vanochtend ook het thema. Laten we luisteren naar Jezus: Matteüs 6:5-15.
1. Zelfgerichte godsdienst
Dit onderwijs van Jezus over bidden is onderdeel van onderwijs over de omgang met God. Je kunt Matteüs 6:1 als samenvatting daarvan zien: ‘let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden.’ Want godsdienst, de dienst aan God, is voor Jezus niet een kwestie van een paar vormen uitvoeren – het gaat om je motivatie, je intentie, je hart. Doe je je godsdienstige dingen echt voor God, omdat je van hem houdt en hem je liefde wilt geven, of spelen er andere motieven mee? Is jouw geloofsleven gericht op God of op jezelf?
De vorige keer zagen we hoe Jezus dat toepaste op geven, en vandaag past Jezus het toe op bidden. Net als met geven is het met bidden mogelijk het niet voor God te doen, maar voor jezelf.
Best gek eigenlijk! Je zou denken dat als er iets is wat per definitie op God gericht is het wel bidden is. Maar zo werkt het dus niet. Bij Martyn Lloyd-Jones, een Engels predikant uit de vorige eeuw, kwam ik de confronterende gedachte tegen dat we zelfverheerlijking, wat het wezenlijke is van de zonde, zelfs meenemen als we voor Gods aangezicht komen. Zélfs als we in gebed voor Gods troon staan, zijn we drukker met onze eigen eer dan met die van God.
2. Gebed draait niet om jou
Maar gebed draait niet om jou! In Matteüs 6 ontmaskert Jezus 2 manieren waarmee je gebed om jezelf laat draaien. Je kunt bidden om aandacht te trekken van mensen, dat is 1, of om aandacht te trekken van God, dat is 2. Daar tegenover stelt Jezus een andere manier van bidden: aandacht géven aan God. Laten we ze alle drie langs gaan.
Eerst: bidden om aandacht te trekken van mensen. Je kunt van bidden een show maken, een mooie uitvoering waarna het publiek applaudisseert. Jezus heeft het over huichelaars die graag op elke straathoek staan te bidden. Je had Joodse groeperingen, zoals bijvoorbeeld de Farizeeën, die bekend stonden als zeer godsdienstig en zich hielden aan vaste gebedstijden. Ben je dan net toevallig op straat, dan moet je daar maar bidden. En als je erachter bent gekomen dat mensen dan vol bewondering naar je kijken, jou een soort supergelovige vinden, dan kun je dat toeval natuurlijk ook een handje helpen, door ‘toevallig’ net op de vaste gebedstijd op het drukste kruispunt van de stad te zijn, en zo nog meer publiek voor jezelf te regelen.
Ik weet niet hoe vaak jij de neiging hebt om midden op straat nadrukkelijk te gaan bidden. Zelf weet ik die neiging aardig te onderdrukken… Veel applaus zul je er ook niet voor krijgen, de kans is groter dat een van je toeschouwers de politie belt omdat er een verward persoon rondloopt. Ik vind het al hoogst ongemakkelijk om in een restaurant te bidden voor het eten: ik ben dan drukker bezig met wat anderen ervan vinden, met de hoop dat niemand mij ziet, dan dat ik met mijn hart echt bij God ben. Om die reden doe ik het ook niet meer.
Dus bidden om gezien te worden door mensen, dat werkt bij ons net een beetje anders dan in de tijd van Jezus. Toch gebeurt het volop. Ik denk bijvoorbeeld aan de gebeden die uitgesproken zijn bij de inauguratie van Donald Trump, tot meerdere eer en glorie, niet van God, maar van Trump, en daarmee ook direct van de bidder die er de goedkeuring van Trump mee verdient. Dominee Franklin Graham maakte het wel heel bont toen hij God zelfs dankte voor de schoonheid van Melania Trump, ‘voor de warmte en gratie die zij toont, niet alleen aan dit land, maar aan de hele wereld.’ Hij heeft zijn applaus gekregen. Jezus zou zeggen: jij hebt je loon al ontvangen.
Maar Jezus zegt dit niet om overduidelijk hypocriete bidders belachelijk te maken: hij zegt dit omdat de neiging te bidden óm aandacht van mensen te trekken in elke bidder zit. Als dominee kan ik een ook een demonstratie-bidder worden, per slot van rekening krijg ik een podium om te bidden, en daar kan ik punten scoren door mooi te bidden, door te verwoorden wat jullie ook vinden, en dan ben ik meer in gesprek met jullie dan met God. In gebedsbijeenkomsten, bijvoorbeeld dat vrijdagochtendgebed, kan het ook gebeuren: dat je meer bezig bent met hoe anderen naar jouw gebed luisteren dan met hoe God naar jouw gebed luistert. In het ergste geval kun je elkaar zelfs gaan aftroeven met je gebeden. Dat betekent niet dat je het maar niet meer moet willen, samen bidden, in de bijbel zie je het juist continu gebeuren, maar wees je bewust van je motieven!
Dat geldt ook als niemand kijkt, want, net met geven, kun je ook als het om bidden gaat jezelf het grootste applaus geven. Je vind het goed van jezelf als je weer gebeden hebt, als je dat maar liefst een kwartier hebt volgehouden, een nieuw persoonlijk record. Ok, ik overdrijf wat, maar het gaat om dat tevreden gevoel over jezelf als je je er weer toe hebt gezet te bidden. Maar God is je Vader. Hij hoeft je shows niet – hij wil jou!
Manier 2 waarmee gebed om jou draait is dat je de aandacht van God wilt winnen. Jezus noemt dat ‘eindeloos voortprevelen zoals de heidenen’. Dat klinkt niet heel complimenteus… In mijn maandagse en dinsdagse leven programmeer ik, en dat bidden van de heidenen lijkt daar wel op. Programmeren is de computer zo precies mogelijk vertellen wat je nodig hebt. De computer gaat niet bedenken wat ik eigenlijk bedoelde, maar doet precies waar ik hem opdracht toe geef. En als mijn opdracht net niet helemaal klopt, dan krijg ik in het beste geval een foutmelding, en in het slechtste geval veroorzaak ik een datalek. Zo kun je ook bidden: met het idee dat je God zo precies mogelijk moet vertellen wat je wilt, omkleed met een argumentatie waar God niet omheen kan, ingebed in allerlei correcte formuleringen – en dat God dan doet wat jij wilt. Dat is hoe andere volken met hun goden omgaan: zij moeten hun goden op de informeren en manipuleren, en weten met welke woorden je dat bereikt.
Een moderne vorm daarvan is het zogeheten ‘manifesteren’. Dat is helemaal hip. Grote sporters doen het bijvoorbeeld. Ze spelen in hun hoofd alvast een filmpje af van de finale en hoe zij die winnen. Het idee is dat als je dat maar vaak genoeg doet, en er echt in gelooft, je op die manier het geluk kunt afdwingen. Manifesteren is natuurlijk geen wetenschap, maar ik vond wel een definitie: ‘manifesteren is het vermogen om het leven te creëren dat jij graag wilt, alles waar je naar verlangt aan te trekken en de schrijver van je eigen levensverhaal te worden.’ Om dat te bereiken moet je visualiseren wat je wilt bereiken, zo concreet en gedetailleerd mogelijk, je moet de goede woorden gebruiken, jezelf affirmaties voorhouden en er ook echt in geloven – ik zie een duidelijke parallel met dat ‘eindeloos voortprevelen’.
En dit is niet alleen iets wat ‘heidenen’ doen: christenen zijn ook gevoelig voor die tijdsgeest, kunnen het gebed ook zien als manier om Gods aandacht af te dwingen, en zo te bereiken wat je wilt.
Maar Jezus zegt: dan ken je God nog niet! Wees toch niet zo druk met jezelf en met wat jij nodig hebt – dat weet God toch al lang?! Het komt er helemaal niet op aan of jij het allemaal wel duidelijk genoeg geformuleerd hebt. Je hoeft Gods aandacht niet af te dwingen, die heb je al lang. Vertrouw maar dat je bij God niet met zo precies mogelijke verlanglijstjes hoeft te komen, want God is je Vader die je het beste geven wil.
Als je dan verlost bent van bidden om aandacht van mensen te krijgen en van bidden om aandacht van God te krijgen, dan kun je op een veel mooiere manier gaan bidden: bidden om aandacht aan God te geven. Niet langer zelfgericht, maar Godgericht bidden.
Jezus geeft er een voorbeeldgebed bij: het Onze Vader. Dat gebed is bedoeld als illustratie bij Jezus’ onderwijs. Het begint met de woorden ‘Onze Vader’ – de basis is vertrouwen. De eerste helft van het gebed gaat over God: zijn eer, zijn koninkrijk, zijn wil. Gebed gaat niet om mijn eer, gaat er niet om dat ik applaus krijg, maar om Gods eer. En dan volgt de tweede helft over dingen die we nodig hebben om te leven voor Gods eer en koninkrijk. Het is geen gebed om luxe, geen lange verlanglijstjes, maar gewoon om wat we nodig hebben. Zoals het in Spreuken 30 staat: ‘Maak me niet arm, maar ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig hebt. Want als ik rijk zou zijn, zou ik u wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen: wie is de Heer? En als ik arm zou zijn, zou ik stelen, en de naam van mijn God te schande maken.’
Het Onze Vader heeft mij geleerd om anders te bidden: minder mijn lijstjes bij God neerleggen, en meer in gesprek met God, zoeken naar wat hij van mij wil, in plaats van wat ik van hem wil, en meer genieten van zijn aanwezigheid. Niet dat ik er zo goed in ben, als ik erover nadenk schaam ik me voor hoe zelfgericht mijn gebeden vaak zijn, maar ik merk wel dat als ik ga bidden zoals Jezus me dat leert, als bidden geen manier meer is om iets gedaan te krijgen, maar om vertrouwd met God om te gaan, dat bidden ook veel mooier wordt! Geen verplicht nummertje waar ik me toe moet zetten, maar bijzondere tijd met God zelf. Misschien is dat ook wel die beloning waar Jezus het over heeft: als je je richt op Gods eer, vind je echt geluk.
3. Bidden met de bijbel
Wat je daarbij kan helpen, en daarmee sluit ik af, is bidden met de bijbel. Niet zomaar beginnen met bidden, maar eerst iets lezen uit de bijbel, luisteren naar wat God tegen jou zegt, en in gebed daar dan op reageren. Ik merk dat ik dan uit mijn wensenlijstjes kom, dat ik dan op het punt kom dat ik van God geniet, en met hem bespreken kan wat hij mij wil zeggen.
Laten we daar een kleine oefening mee doen. Met deze tekst uit Psalm 103: ‘Prijs de Heer, mijn ziel, prijs, mijn hart, zijn heilige naam. Prijs de Heer, mijn ziel, vergeet niet een van zijn weldaden.’ We nemen zo een paar minuten tijd voor stilte, waarin je in stil gebed naar God kunt reageren. En als je geen idee hebt wat je met zo’n tekst moet: ik lees hierin een uitnodiging om te bedenken welke goede dingen God heeft gedaan. Vertel het maar aan God en bedank hem. Laten we stil worden. (tijd voor stil gebed) We sluiten af met een kort gebed: ‘Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Zoals het was in het begin, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.’
