Matteüs 2b | De geredde Redder

Inleiding  

Wat is jouw favoriete maand van het jaar? De kans dat je direct denkt ‘januari!’ is niet zo groot, behalve misschien als je in januari jarig bent. Januari is toch vooral de maand waarin het harde leven weer begint. Het is nog net zo donker als het in december was, maar waar we van december gewoon een feestje maken, landen we in januari weer in de realiteit. Sinterklaas, Kerst en Oud & Nieuw zijn geweest, alle feestverlichting wordt weer opgeborgen, het is voorlopig weer even gedaan met vrije dagen en vakantie, en de marsepein, gourmet, oliebollen en champagne moeten er weer vanaf getraind worden. De gezelligheid van december is ver weg. Welkom in januari, de maand van Blue Monday, de maand om weer nuchter te worden, de maand om weer te landen in de realiteit.  

En zo landt vandaag ook het kerstverhaal in de realiteit. Want het kerstverhaal krijgt nog een staartje, dat helemaal niet zo gezellig en feestelijk is. De Redder van de wereld is geboren, maar nu wordt hij zelf op het nippertje gered. Dat is vanochtend het thema: de geredde Redder. We lezen: Matteüs 2:13-23.  

1.   In de wrede realiteit  

Dit is zó’n hartverscheurend verhaal! Als ik zo’n verhaal lees, dan leef ik zo mee met de vaders en moeders,  de zussen en broers van Bethlehem. Ik hoor ze nu, meer dan 2000 jaar later, nog steeds huilen en schreeuwen om gerechtigheid. Toch is dit verhaal buiten de bijbel in geen enkel geschiedenisboekje gevonden. Want het was een soort van gewoon. Dit was nu eenmaal het leven. Bij alle horror die koning Herodes op zijn geweten heeft, is dit maar een klein incidentje. Welkom in de wrede realiteit…  

En er is maar weinig veranderd in de afgelopen 2000 jaar. Ik denk bijvoorbeeld aan de kinderen van Gaza, en ik weet hoe gevoelig die hele oorlog onder christenen ligt, maar ik hoop dat we het er toch over eens kunnen zijn dat het niet de oorlog van de kinderen is, en dat zowel Hamas als de Israëlische regering veel te makkelijk accepteert dat kinderlevens worden opgeofferd, als collateral damage op weg naar hun hogere doel. Zoals de jongetjes van Bethlehem voor Herodes niet meer dan bijkomende schade waren in zijn jacht op Jezus.  

En daarmee is het ook direct gedaan met de vredige kersttaferelen. Matteüs laat zijn verhaal van kerst, wat toch al een behoorlijk politiek verhaal was, landen in de wrede realiteit. En dat is misschien maar beter ook: kerst is geen sprookje uit een andere wereld, maar speelt zich midden in deze verknipte wereld af. En Jezus wordt daar niet van vrijgesteld. Ik las ergens, en ik vond het treffend: ‘de schaduw van het kruis valt vanaf het 1e moment over het verhaal (van Jezus).’  

2.   De geredde Redder  

En zo moet de Redder, want dat betekent de naam Jezus, gered worden uit de handen van Herodes. En voor we verder gaan, is het goed te beseffen dat dit niet gaat om toevallige omstandigheden waar Jezus en zijn ouders mee geconfronteerd worden, maar dat God voor deze omstandigheden kiest. In plaats van zijn eigen zoon een voorkeursbehandeling te geven, wil God in Jezus delen in die wrede realiteit.  

Daarom haalt Matteüs in dit betrekkelijk korte stukje ook drie keer de woorden van de profeten aan: de dingen gebeuren zo, omdat ze zo móeten gebeuren.  

Wát moet er dan gebeuren? Nou, Jezus moet uit Egypte worden geroepen, want daarmee gaat een profetie van de profeet Hosea in vervulling: ‘uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’ En voor je ergens úit geroepen kunt worden, moet je er uiteraard eerst ín komen – dus moet Jezus naar Egypte.  

Nu kan ik me voorstellen dat je denkt: waar gáát dit over?! Daarvoor moeten we een flink eind terug in de bijbel, naar Mozes. Het leven van Jezus lijkt op dat van Mozes, rijmt op dat van Mozes. Jezus wordt met de dood bedreigd, en dat gebeurde Mozes als klein jongetje ook: in het Egypte waar hij geboren werd, had de Farao, als een voorloper van Herodes, het bevel gegeven alle pasgeboren jongens te doden. Net als Jezus werd Mozes daarvan gered. Door naar Egypte te gaan,  doet Jezus een stukje van het verhaal van Mozes over, die het volk van Israël uit Egypte redde. En zo wordt Jezus neergezet als een 2e Mozes, als de nieuwe Redder.  

Dat is belangrijk om Jezus te plaatsen. Wat Matteüs in feite zegt, is dit: Jezus is gekomen om het verhaal van Mozes, het verhaal van Israël, af te maken. Jezus komt niet uit de lucht vallen, maar is de climax van Gods reddingsoperatie, Gods vredesmissie. Al vanaf het eerste begin is God daarmee bezig, en het loopt steeds vast op eigenwijze mensen. God had het volk van Israël gekozen om een baken van hoop en verzoening te zijn, waar alle andere volken verwonderd naar zouden kijken, maar Israël had gefaald – en hoe pijnlijk: faalt nog steeds. Maar met Jezus blaast God die oude reddingsoperatie nieuw leven in. Met Jezus gaat God verder waar het verhaal van Israël is vastgelopen.  

Misschien is dit allemaal wat droge kost, maar voor het verhaal van de bijbel is dit wel heel belangrijk: Jezus gaat verder waar het verhaal van Israël mislukt is. Hij is een nieuwe Mozes, een Redder die naar de vrijheid leidt. En daarmee ga je het hele Oude Testament met andere ogen lezen: het hele Oude Testament gaat al over wie Jezus is en over wat zíjn missie is. Daarom denk ik dat je ook heel voorzichtig moet zijn met het betrekken van allerlei profetieën uit het Oude Testament op de verhoudingen in de wereld anno 2025. Ook met het betrekken van die profetieën op de huidige staat Israël: Jezus is de vervulling van het verhaal van Israël!  

Terug naar het verhaal van vandaag: Matteüs zet Jezus dus neer als de nieuwe Redder. Maar voor Jezus een Redder kan zijn, moet hij zelf gered worden – uit de handen van koning Herodes. Herodes voelt zich bedreigd, wat ergens best absurd is: hoe kan een kruipende dreumes nu een bedreiging zijn voor een machtige koning?! Maar Herodes is iemand die liever het zekere voor het onzekere neemt: je kunt beter iemand teveel liquideren dan laten gebeuren dat een potentiële concurrent eens in de positie komt dat hij een greep naar de macht kan doen. Dus tekent Herodes het doodvonnis van alle jongetjes van Bethlehem.  Papa Jozef wordt in een droom gewaarschuwd, en zo is Jezus nog voor hij kan lopen al een vluchteling die in Egypte asiel moet vragen. Gelukkig kent Egypte een ruimhartig asielbeleid en wordt het gezin niet bij een grenscontrole teruggestuurd. Daar kunnen wij nog wat van leren…  

Jezus mag dan Gods nieuwe Redder zijn, maar hij is geen superheld die alle problemen snel even fixt. Dat is niet de stijl van God. Gods stijl is naast ons komen, op de lelijkste plaatsen, midden in de wrede realiteit. Want hoe zouden wij hem als Redder ooit serieus kunnen nemen, als hij zichzelf te goed voelt om af te dalen in onze shit? Hoe kan hij ons verlossen uit de greep van het kwaad, als hij het kwaad niet eerst zelf recht in het gezicht heeft gekeken en heeft ervaren hoe duister die macht is?  

Vóór Jezus de Redder kan zijn, moet hij ervaringsdeskundige worden en zelf gered worden. Ook daarin gaat Jezus trouwens verder met het verhaal van Israël. De ervaring van zelf gered zijn,  mocht Israël weer doorgeven aan de andere volken. Zo staat het bijvoorbeeld in Deuteronomium 10: ‘Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte.’ Zo wordt Jezus nu zelf eerst een vreemdeling,  iemand die niet welkom is, iemand die gered moet worden – om zich zo ook echt aan ons te verbinden en onze Redder te kunnen zijn. Ik vind dat een intrigerende gedachte: de Redder moet eerst zelf gered worden, de Verlosser moet eerst zelf verlost worden, de Bevrijder moet eerst zelf bevrijd worden.  

En als dat voor Jezus geldt, dan voor ons al helemaal! Het zou zomaar zo kunnen zijn dat je jezelf liever als een redder ziet dan iemand die gered moet worden. Liever als iemand die anderen kan helpen dan als iemand die om hulp moet vragen. En als kerk: dat we graag iets vóór de mensen in de wijk  en vóór de stad willen betekenen, dat we graag tot zegen willen zijn, liever dan zeggen dat we die mensen nodig hebben. En het is prima om graag te willen helpen – maar: wel vanuit het besef dat je zelf gered bent. Want anders wordt hulp geven arrogant, plaats je jezelf boven de hulpbehoevende sukkels. Zie dan eerst meer eens dat je zelf een hulpbehoevende sukkel bent!  

Want je kunt je pas echt verbinden met mensen, als je naast ze staat, als je op geen enkele manier de suggestie wekt dat jij beter bent dan zij – en die suggestie wek je al snel! Mensen voelen het feilloos aan: of je echt naast ze staat, of dat je bezig bent met een arrogante vorm van liefdadigheid waar degene die jij helpt jou het gevoel moet geven dat je goed bezig bent. Voor het doorgeven van het goede nieuws van Jezus geldt dat ook: als je mensen het evangelie vertelt, maar niet naast hen komt staan, geen oprechte interesse hebt in hun leven, dan pak je met je houding direct weer af wat je net gegeven hebt. Als je ernaar verlangt dat mensen gered worden, dan moet je naast mensen gaan staan, als iemand die zelf ook gered moet worden.  

En het goede nieuws: precies daarvoor is Jezus gekomen – om je te redden. Wees niet zo arrogant te denken dat jíj dat niet nodig hebt. Dat dachten de Farizeeën en schriftgeleerden ook, en zo vielen ze bij Jezus buiten de boot. Zij snapten niets van redding, van overgave. De mensen uit de marge, die snapten het wel: de tollenaars, hoeren, buitenlanders, melaatsen, mensen uit het achterlijke Galilea – want zo werd tegen Galilea aangekeken, en het is niet voor niets dat Jezus juist dáár verder opgroeit. Want daar kan hij een Redder zijn voor mensen die gered willen worden.  

3.   Ben jij gered?  

En jij? Hoe kijk jij naar jezelf? Zie je jezelf als iemand die gered is? Waarvan heb jij redding nodig? Waar zit jij in vast? Waar ervaar jij de macht van het duister in jouw leven? Waar zit jouw pijn, wat zijn jouw mislukkingen, wat zijn jouw zonden, wat is jouw onmacht? Waar schreeuw jij om gerechtigheid, waar huilt jouw hart, waar ben jij zwak en kwetsbaar? Hoe probeer jij te doen alsof je geen redding nodig hebt, alsof Jezus voor jou niet had hoeven komen, hoe probeer je je groot te houden?  

Welkom in de kerk, welkom bij Jezus! Als er een plek is waar je niet de redder hoeft uit te hangen, maar waar je komt voor redding, waar je komt omdat je het zelf niet kunt, dan is het wel hier – samen bij de Redder die weet wat het is gered te worden. Amen.  


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: