Matteüs 2a | Tweekoningen

Inleiding

Deze weken vieren we Kerst. Want Kerst is allang niet meer beperkt tot 2 Kerstdagen. Zodra de Sint het land is uitgewerkt is het Kerst, en dat gaat door tot het einde van de kerstvakantie. Blijkbaar houden we van Kerst.

En natuurlijk, veel van wat Kerst heet, heeft niet zo veel met de christelijke Kerst te maken. Toch heb ik de indruk dat de samenleving juist in de kerstmaand ook meer openstaat voor het christelijke kerstverhaal. Iederéén vind het mooi  dat de kerken ook dit jaar weer een Kerstlichtjestocht hebben georganiseerd. Het ís ook gewoon een mooi verhaal: iedereen wordt vertederd door baby Jezus, een onschuldig kind in een niet zo onschuldige wereld. Niemand neemt aanstoot aan het Kerstkind.

Toch schuurt het verhaal van Kerst wel degelijk. Want dat onschuldige kind heeft enorme pretenties: hij is de nieuwe koning van de hele wereld, en maakt aanspraak op jouw leven. Het is niet de bedoeling even vertederd in de voerbak te kijken, om daarna gewoon verder te leven zoals je dat altijd al deed: dit Kind wil dat jij leeft in zijn dienst. En daar schuurt het: mensen met pretenties,  mensen die denken aanspraak op jouw leven te mogen maken, die vinden wij moeilijk. Hollanders en gezag, dat is wel een dingetje…

In het verhaal van vandaag gaat het daarover: dat Jezus niet zomaar een lieve baby is, maar de nieuwe koning van alles en iedereen. Maar in het verhaal schuurt dat ook: er ís al een koning. Daarom is het thema vandaag ‘tweekoningen’ – inderdaad: met een knipoog naar driekoningen. Tweekoningen: we lezen Matteüs 2:1-12.

1.   De huidige koning

Zoals gezegd: dit verhaal gaat over twee koningen, en dus niet over drie – daar kom ik zo nog op. Maar eerst koning nummer 1: Herodes. Matteüs situeert het kerstverhaal in de politieke situatie van Israël. Er wordt wel eens beweerd dat het in de kerk niet over politiek mag gaan, en ergens snap ik dat ook wel, want een gesprek over politiek  is vaak niet het meest samenbindende gesprek dat je kunt hebben, maar Matteüs zet het evangelie direct superpolitiek neer, tegenover de huidige politieke eindbaas – koning Herodes.

Herodes was niet zo’n lieve koning. Hij doet mij nog het meeste denken  aan de pas gevallen Syrische leider Bashar al-Assad. Over beiden kunnen best goede dingen gezegd wordt, maar in the end gingen ze over lijken. Assad wilde dan geen totalitaire islamitische staat, en minderheden waren onder zijn bewind relatief veilig, maar hij was ook verslaafd aan de macht, aan alle, al dan niet financiële, voordelen die dat met zich meebracht, en ging daarbij over lijken – de gevonden massagraven bevestigen dat. Je kon Assad maar beter niet in de weg staan. Wat er ook aan goeds gezegd kan worden over Assad – het verbleekt bij zijn misdaden tegen de mensheid.

Zo’n koning was Herodes ook. Hij noemde zich ‘koning van de Joden’, maar eigenlijk was hij geen Jood maar een Edomiet, en vooral marionet van de Romeinen. Hij probeerde de gunst van de Joden te winnen, onder andere door de tempel in Jeruzalem in oude glorie te herstellen – ja zelfs nog mooier dan hij onder koning Salomo was. Toch was hij een schurk, die over lijken ging. Je kon Herodes maar beter niet in de weg staan. Of eigenlijk kon je hem sowieso maar beter niet ontmoeten. Als je een hoge positie had bereikt, kwam er vroeg of laat wel een moment dat Herodes je niet meer vertrouwde en uit de weg liet ruimen. Dat deed hij zelfs bij zijn eigen familie. Keizer Augustus heeft daarom over Herodes gezegd: ‘ik zou liever zijn varken zijn dan zijn zoon.’ Kortom: Herodes werd gehaat – en is koning.

2.   Tweekoningen

Je voelt het al aankomen: Herodes is geen koning die de komst van een nieuwe koning toejuicht. Twee koningen, dat kan niet: er kan er maar één de baas zijn, en dat is Herodes. Als op een dag een oosters reisgezelschap in Jeruzalem arriveert en navraag doet naar de nieuwe koning van de Joden, is dat dus een explosief bommetje.

Ze worden weleens de drie koningen genoemd. Of ze met z’n drieën waren, dat weet geen mens, maar koningen waren ze in ieder geval niet. ‘Magiërs’ noemt Matteüs ze. In combinatie met de vermelding dat ze uit het Oosten kwamen, doet dat het meest denken aan Zoroastrische priesters uit Perzië, een godsdienst die in Iran en India nog altijd een rol in de marge heeft. Hun functie hield een beetje het midden tussen een religieuze functie en een raadgevende functie. Ze bestudeerden de sterrenhemel, omdat ze ervan overtuigd waren dat alle belangrijke dingen die op aarde gebeuren ook in de sterren te zien zijn. Mogelijk hebben ze gezien dat de planten Jupiter en Saturnus op 1 lijn stonden: Jupiter gold als de koningsplaneet, en Saturnus als planeet van de Joden. Mogelijk hebben ze daaruit de conclusie getrokken:  er is een nieuwe koning van Joden.

Ik vind dat wel weer humor van God! Je zou verwachten dat als hij iets bekend te maken heeft, hij dat via zijn eigen mensen zou doen, maar in plaats daarvan laat hij priesters van een exotische godsdienst opdraven. Vandaag kun je het vergelijken  met dat God eerst een Tibetaanse monnik of een wintipriester inlicht, in plaats van de kerk. En daar zit voor de kerk dus ook direct een les in: het kan zomaar zo zijn dat God door niet-christenen heen de kerk iets wil vertellen!

Ik wil met jullie nog kijken naar 3 reacties op dat nieuws van een nieuwe koning: de reactie van Herodes, van Jeruzalem en van deze priesters. Eerst die van Herodes. De priesters rijden op hun kamelen Jeruzalem in, en droppen direct hun bom bij de soldaten aan de poort: ‘wij komen voor de nieuwe koning, waar moeten we zijn?’ De soldaten schrikken van de vraag:  ‘een nieuwe koning – laat Herodes het niet horen!’ De priesters vragen door,  en al snel worden ze ontboden bij koning nummer 1: Herodes. ‘Koning Herodes,’ schrijft Matteüs, ‘schrok hevig.’

Naar de Oosterse priesters laat Herodes dat niet blijken, hij staat hen innemend te woord, zoals despoten je ook echt kunnen inpalmen, maar de priesters zijn niet zo makkelijk om de tuin te leiden: mannetjes als Herodes kennen ze wel, ijdeltuiten die pronken met hun macht, maar die macht alleen door wreedheid vast kunnen houden. Nee, voor dit soort koninkjes gaat echt geen ster op. Hier moeten ze niet zijn.

Herodes heeft ook maar al te goed door dat zijn gasten niet voor hem komen. Hij weet dat de Joden een messias verwachten en zet de theologen aan het werk: waar kan die nieuwe koning geboren zijn? De priesters uit het Oosten worden naar Bethlehem gestuurd, maar niet voor ze Herodes ervan verzekerd hebben dat ze hem op de hoogte zullen houden. Zodra de deur achter de gasten dicht gaat en Herodes alleen is, stort hij in. Híj is de koning, niemand anders. Er kunnen geen twee koningen zijn – dus moet koning 2 het veld ruimen. Herodes reageert vijandig, volgende week horen we daar meer over, maar daaronder zit angst: de angst dat hij zijn mooie positie kwijtraakt, dat iemand anders meer recht op de troon heeft dan hij. Zich voegen onder iemand die aanspraak op zijn leven maakt? Geen denken aan!

Bij Herodes zie je in het groot wat bij elk mens in het klein gebeurt: we willen graag zelf de baas zijn, misschien niet over een heel land, dat is ook gewoon een hondenbaan, maar toch wel over je eigen leven. Jezus volgen is erkennen dat hij de hoogste baas is, dat hij over jou meer te zeggen heeft dan jij zelf. Om Jezus te volgen is de moed nodig jezelf ondergeschikt te maken.

We gaan door naar reactie 2: die van Jeruzalem. Nou ja, reactie – eigenlijk ontbreekt bijna elke vorm van reactie. Jeruzalem lijkt onverschillig te blijven onder het nieuws. De reliprofessionals sturen de exotische bezoekers naar Bethlehem, maar zelf zetten ze geen stap die kant op, ook al lag Bethlehem op loopafstand. Ze haatten Herodes, je zou denken dat ze staan te juichen als er een nieuwe koning op het toneel verschijnt, de beloofde messias, maar in plaats daarvan reageren ze volstrekt apathisch.  

Wat daarachter zit? Net als bij Herodes: angst. Als Herodes schrikt, schrijft Matteüs, schrikt Jeruzalem ‘met hem’.  Ze weten waar Herodes toe in staat is. Een concurrent voor Herodes betekent dat Herodes helemaal uit zijn plaat zal gaan, betekent dat de broze vrede verstoord wordt – en daar zit niemand op te wachten. Trouwens, als de messias echt geboren zou worden, zou God zich heus niet van zo’n stel heidenen bedienen! Stel je voor: een monnik uit Tibet die ons iets over God komt vertellen… Nee, Jeruzalem houdt zich wel koest: ze haten Herodes, maar hun lot is ook aan dat van Herodes verbonden, ze hangen aan hem vast. In die delicate machtsverhoudingen is een nieuwe koning geen goed idee.

En weer: wat je in Jeruzalem ziet gebeuren, zie je ook bij ons. Harde vijandschap tegen Jezus kom je misschien niet veel tegen, maar onverschilligheid des te meer. Kerst als een mooi sprookje, een vlucht in een andere wereld, maar daarna land je weer in het echte leven, waar allerlei machten aan je leven trekken. Machten die je misschien wel haat, je wilt helemaal niet meegezogen worden  in systemen van kapitalisme en de prestatiecultuur, maar je kunt er toch ook niet zonder en je durft je er niet van los te maken. En dus wacht je maar gewoon even af. Om Jezus te volgen is het nodig  de machten en het gezag van de wereld te relativeren. Je hebt een innerlijke vrijheid nodig, een zelfstandigheid die durft af te wijken van wat sociaal gewenst is, die het durft Herodes te trotseren. Jeruzalem durft het niet.

Dus trekt het Oosterse reisgezelschap alleen verder. Hun reactie is reactie nummer 3. In Bethlehem vinden ze Maria, Jozef, en Jezus. En nee, het is niet zo dat als zij aankomen, de herders net van hun kraambezoek vertrekken – dit is op zijn vroegst een paar weken later, en Jozef en Maria hebben een klein huisje in Bethlehem gevonden. Het verschil met het paleis van Herodes kán niet groter zijn. En je zou misschien denken dat na alle pracht en praal van Jeruzalem, deze Oosterse priesters nu in lachen uitbarsten, omdat ze de hele reis voor niets hebben ondernomen. Of dat ze zich bedrogen voelen, misleid door de sterren.

Maar niets daarvan:  waar ze in het paleis van Herodes beseften dat voor wannabee koninkjes van zijn soort geen ster opgaat, voelen ze hier dat dit enige echte koning is. Een koning van een heel ander kaliber: geen despootje in de dop, die zal regeren met terreur en dood, maar een gewoner dan gewoon kind die het lot van de hele wereld dragen zal. En ze buigen zich voorover, knielen voor het kind neer, leggen hun eigen pretenties vrolijk af, maken zichzelf klein en onderwerpen zich aan de nieuwe koning van de Joden – waarmee direct duidelijk wordt dat deze koning niet alleen koning van de Joden is, maar voor de hele wereld.

3.   In dienst van dé koning

En jij? Hoe reageer jij? We hebben 3 reacties gezien op de koning. Die van Herodes, die zelf koning wil zijn – heb jij de moed jouw wil ondergeschikt te maken aan die van Jezus? De reactie van Jeruzalem, of het gebrek eraan – heb jij de moed af te wijken van het systeem, Herodes te trotseren? De reactie van die Oosterse priesters die hun pretenties afleggen – heb jij de moed te leven in dienst van de echte koning? Want buigen voor die koning  is meer dan aanbiddingsliederen voor hem zingen: het is een nieuw leven in zijn dienst. En als je dat wilt, als je dat durft, dan is het misschien een mooi idee  om daar elke dag mee te beginnen: met Jezus vragen hoe je hem die dag dienen mag.  Want híj is koning! Amen.   


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: