Lucas 2:7b | Er is plaats!

Inleiding

Wie houdt er niet zo van stilzitten? Mooi, ik heb namelijk 4 kinderen nodig voor een spelletje. Wie durft? (eventueel met scheidsrechter)

Wij gaan stoelendans doen. Dat kennen jullie wel toch? Jullie zijn met z’n vieren, maar er zijn maar 3 stoelen. Als de muziek start, lopen jullie om de stoelen heen, en stopt de muziek, dan ga je zo snel mogelijk zitten. Elke ronde is er een afvaller, tot er één overblijft. Dus ga maar om de stoelen heen staan, en we starten de muziek.

Dames en heren, we hebben een winnaar! Mag ik een applaus voor de eerste afvaller? Ja, ik heb goed opgelet, voor jou was er als eerste geen plaats, en daarom heb jij vandaag gewonnen! Want het is vandaag Kerst, en dan spelen we volgend de kerst-spelregels, en dat betekent dat alles vandaag andersom gaat. Voor baby Jezus was ook geen plaats, hij was de eerste afvaller, en daarom zijn bij Jezus de verliezers de winnaars! Jullie mogen weer gaan zitten.

1.   Naar Bethlehem

In de bijbelklas en in de kerkdiensten ging het in de afgelopen weken steeds over Bethlehem. Vandaag wordt in Bethlehem een baby geboren, maar dat was niet helemaal de bedoeling.  Hij had in Nazareth geboren moeten worden!

Nazareth is een stadje waar nooit wat bijzonders gebeurt. Tot op een dag de Romeinse soldaten komen. Het is maar een klein groepje, maar iedereen is nieuwsgierig naar wat zij hier toch te zoeken hebben. Al snel staat het hele dorp om hen heen. Eén van de soldaten haalt een vel papier tevoorschijn en leest voor: ‘bevel van keizer Augustus: er zal een volkstelling worden gehouden. Binnenkort gaan de tellingskantoren open. Iedereen moet zich inschrijven in de plaats van zijn familie.’ De soldaat rolt het papier weer op, en ze vertrekken.

Ook Jozef staat op het plein. Een volkstelling, dat is wel het laatste waar hij op zit te wachten. Nog even, en dan komt de baby. Hij en Maria zijn er helemaal klaar voor. Ze zijn niet rijk, maar Jozef heeft zelf een mooi bedje getimmerd. Nu gooit keizer Augustus hun plannen overhoop. De familie van Jozef komt niet uit Nazareth, maar uit Bethlehem, en dat is een paar dagen reizen. Ze kunnen maar beter direct vertrekken.

2.   Er is plaats

Zo gezegd, zo gedaan: Jozef en Maria gaan op reis naar Bethlehem. Als snel komen ze erachter dat ze niet de enigen zijn: hoe dichter ze bij hun bestemming komen,  hoe drukker het op de wegen is. Files korter dan 2 uur hoor je al niet eens meer op de radio, want dan zou de radio een non-stop filezender worden, waar geen tijd meer over is voor kerstliedjes als All I want for Christmas is you en good old Flappie.

Het lijkt wel alsof iedereen uit het noorden van Israël naar het zuiden trekt – en dat ís ook zo! Bijna niemand die in Nazareth woont, of in welk ander dorp ook maar dat ooit bij het tienstammenrijk hoorde, heeft z’n wortels daar ook liggen. Die 10 stammen zijn zo ongeveer opgelost in het niets. De mensen die er nu wonen,  hebben hun wortels in het tweestammenrijk, in Juda – daarom worden ze nu ook Joden genoemd.

Dus iedereen moet naar het zuiden, en de dorpen en stadjes van Juda, waaronder Bethlehem, worden overspoeld door inschrijvers. Bethlehem laat zich niet kennen: overal stellen mensen hun huizen open of bieden ze via AirBnb aan. Jozef is daar niet zo handig mee, geef hem liever een hamer en een zaag, maar Maria gelukkig wel en ze weten een plekje te vinden. Ze zijn moe van de reis, en willen een paar dagen uitrusten voor ze teruggaan. Maar het loopt anders.

‘Jozef,’ fluistert Maria, ‘Jozef, volgens mij kunnen we niet meer terug, de baby komt, ik voel het!’ Ook dat nog… Maar waar kan die baby geboren worden? Voor Jozef en Maria was nog wel plaats, maar een bevalling is een ander verhaal. En zo belandt Jezus in een voerbak in een, ja – wat eigenlijk?! Waarschijnlijk was het een grot. Dat heeft tenminste de oudste papieren: al in de eerste eeuw na Christus wordt genoemd  dat Jezus in een grot bij Bethlehem is geboren. In het Bethlehem dat uit zijn voegen barst is geen plaats – hij mag blij zijn met een plekje in een grot.

Misschien was die plek helemaal zo gek nog niet. Ik bedoel, ik kan me goed voorstellen dat Maria liever in de privacy van een grot van Jezus bevalt, dan in een propvolle slaapzaal. Maar toch: in de Oosterse wereld, waar gastvrijheid je burgerplicht is, is het wel tekenend dat niemand plaats maakt, dat niemand zegt: ‘joh, ik slaap wel een nachtje in die grot, nemen jullie mijn kamer maar.’

Jezus is niet de enige voor wie geen plaats is. Miljoenen mensen lopen er elke dag tegenaan dat de wereld geen plaats voor hen heeft. Asielzoekers die er in het aanmeldcentrum in Ter Apel niet meer bij pasten, en noodgedwongen in tentjes en gymzalen moesten slapen. De nieuwe asielboten in Zaandam geven weer wat lucht, maar ook die zitten zo weer vol. Ik denk dat Jezus vandaag als een echte verliezer geboren zou worden in een tentje bij Ter Apel, op reis door de grillen van een of andere dictator. Ik maak me in ieder geval geen illusies dat wij, in onze wereld, Jezus wel de plaats zouden geven die hem toekomt.

En dát is precies Gods bedoeling! Het lijkt misschien een koude douche voor God, en een reden voor de mensheid om zich diep te schamen, maar God kíest hier zelf voor – kiest ervoor om als verliezer onze wereld in te komen, een wereld die geen plaats voor hem heef, want zo wil hij plaats voor jou maken. Daarom is Kerst feest!

Als de mensen hadden geweten dat die arme baby in de grot niet zomaar een baby is, maar de Zoon van God, de beloofde Messias, dan was er meer dan genoeg plaats voor hem geweest. De mensen hadden in de rij gestaan: ‘neem mijn huis, ik ga wel in de grot.’ Wat een eer zou het zijn als Jezus in jouw huis geboren wordt! Ze zouden geld inzamelen voor een koninklijk bedje, en elk uur zou het worden verschoond. Ze zouden van Jezus de meest vertroetelde baby van Israël maken.

Maar God wil geen voorkeursbehandeling, hij eist geen ruimte op. Hij zit er niet op te wachten als een prinsje vertroeteld te worden. Jezus wil geen leven vol glitter en glamour tussen koningen en miljonairs, een leven waarin iedereen hem herkent, maar ook op afstand moet blijven, omdat Jezus als VIP altijd omringd wordt door een hele batterij bodyguards. Jezus wil geen plaats op afstand van jou, maar een gewoon leven tussen gewone mensen met zijn poten in de modder – want hij heeft plaats voor jou, en al die anderen die zich afvragen of zij er wel mogen zijn, of er ergens wel plaats voor hen is!

Dat moet vanaf het eerste begin duidelijk zijn, en daarom Gods keuze voor die geboorte als verliezer in een grot, voor een bestaan in de marge, voor de verliezers. Later in Jezus’ leven komt het steeds terug. Jezus zegt eens tegen iemand; ‘Vossen hebben een hol en vogels hebben een nest. Maar de Mensenzoon heeft geen plek om uit te rusten.’ Uiteindelijk hebben de mensen maar één plaats voor Jezus: het kruis. En Jezus accepteert het, om plaats voor jou te maken. In Johannes 14 zegt Jezus: ‘In het huis van mijn Vader is plaats voor veel mensen. Daar mag je op vertrouwen. Want ik heb gezegd dat ik wegga om voor jullie een plaats klaar te maken.’

Jezus is geen prinsje voor wie zelfs het beste nog niet goed genoeg is. Hij heeft genoeg aan een grot met een voerbak. Wat een geweldig nieuws is dat  voor iedereen in de wereld voor wie geen plaats is, Voor iedereen die niet mee kan komen met onze samenleving. Jezus is ook zo iemand! Dat is geweldig nieuws, voor ons allemaal. Jezus kiest de laagste plaats, om jou te winnen en plaats te geven.

3.   Plaats voor iedereen

Er is plaats voor jou – dat is de boodschap van Kerst. En als Jezus dat voor jou doet, hoe mooi is het dan om dat ook door te geven, om zelf ook plaats te maken, of het nu met je tijd, je geld of je huis is.

En dat klinkt misschien een beetje als een zoetsappig ‘kerstgevoel’. Maar ik denk dat we ons vaak helemaal niet naar dat kerstgevoel gedragen. In een kerstverhaal of in een reclame van een supermarkt vinden we het hartverwarmend dat de zwerver mee mag doen met het kerstdiner, en dan ook nog eens de verbindende vredestichter aan tafel blijkt te zijn. Maar in de praktijk zijn kerstdiners  zo ongeveer de meest besloten feestjes van het jaar, die ver van tevoren al worden voorbereid en waar helemaal geen plaats is voor late aanmelders, laat staan voor rare gasten waar niemand plaats voor heeft.

Maar met de kerstspelregels gaat alles andersom: God behandelt verliezers als winnaars, en wordt zelf een verliezer. Wie geen plaats heeft, geeft hij plaats. Doe jij mee? Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: