Matteüs 27a – De afschuivende rechter

Inleiding

‘Nederland is een waanzinnig gaaf land’, aldus Mark Rutte. En als je in het systeem past, dan is dat ook zo. Nu voelen jullie natuurlijk direct de ‘maar’ aankomen: maar als je niet in het systeem past, is Nederland helemaal niet zo gaaf. Als je niet zo goed in het systeem past, loop je aan tegen een enorme bureaucratie, word je van het kastje naar de muur gestuurd en lijkt niemand echt verantwoordelijkheid voor je te willen nemen.

Het meest schrijnende voorbeeld daarvan vind ik de toeslagenaffaire. Wat zijn de toeslagenouders en hun kinderen in de steek gelaten door het systeem. Het is alweer 5 jaar geleden dat kabinet Rutte III erover viel, maar nog steeds zijn meer dan 1000 kinderen in Nederland uit huis geplaatst en nog altijd niet terug, omdat hun ouders ten onrechte zijn beschuldigd van fraude.

Zelf pas ik volgens mij heel aardig in het systeem, en ik kan me dan ook bijna niet voorstellen dat dit in Nederland gebeurt. Dit is zó onrechtvaardig! En inmiddels is iedereen er wel van overtuigd geraakt dat daar iets heel erg mis is gegaan. Maar heel lang stond je er echt alleen voor als het je overkwam, trok iedereen z’n handen er vanaf en schoof de verantwoordelijkheid door.

Daar moest ik aan denken bij het bijbelverhaal dat we nu gaan lezen. We zijn bezig met een kleine serie over bad guys in het verhaal van Jezus. We hebben het al gehad over wannabe koning Herodes en over verrader Judas. Vandaag gaat het over Pontius Pilatus, de prefect van Judea. Hij trekt zijn handen van Jezus af, wil geen verantwoordelijkheid nemen. Thema vandaag: de afschuivende rechter. We lezen Matteüs 27:1-2 en 11-26.

Laatste kans op recht

Dit is voor Jezus de laatste kans op recht. Gisteravond, nog geen 12 uur geleden, was Jezus door Judas overgedragen aan het arrestatieteam van de Joodse leiders. Tot diep in de nacht vergaderde de hoge raad. Niet over wat er met Jezus moest gebeuren – dat was bij voorbaat duidelijk. Maar ze moesten hun argumentatie nog rond krijgen. Uiteindelijk komt eruit dat Jezus God zou hebben gelasterd. Voor het Joodse recht is de zaak daarmee afgedaan. Maar voor de doodstraf zijn ook de Romeinen nodig – zij zijn per slot van rekening de baas. Van dat de Joden iets als godslastering ervaren, zullen de Romeinen niet zo onder de indruk zijn. Dus wordt snel een alternatieve aanklacht in elkaar geflanst: Jezus heeft gezegd dat hij de koning van de Joden is – en daarmee is hij een gevaar voor de keizer.

Jezus’ laatste hoop op een eerlijke rechtsgang is Pilatus. Deze Pilatus is de prefect van Judea, volgens de geschiedenisboeken van het jaar 26 tot 36. Als prefect stond Pilatus in de hiërarchie gelijk aan Herodes: Herodes heerste over Galilea, Pilatus over Judea. Beide zou je kunnen zien als provinciebestuurder.

Maar of van Pilatus recht verwacht kan worden, dat is maar de vraag. Pilatus stond niet bekend als een rechtvaardige heerser – eerder als iemand die bijzonder wreed is in zijn oordelen. Uiteindelijk zal dat zelfs de val van Pilatus worden, in het jaar 36. Er zijn zelfs aanwijzingen dat hij verbannen is naar Zuid Frankrijk – dan zou hij daar gezellig met Herodes kunnen afspreken. Verdere opmerkingen over Frankrijk zal ik vandaag inslikken.

Het enige waardoor Jezus misschien toch zijn recht kan halen bij Pilatus, is dat Pilatus een schijthekel had aan de Joden. Pilatus doet niets liever dan de Joden op hun tenen trappen. Anders dan Herodes kan het Pilatus niets schelen hoe ze over hem denken. Dat spreekt niet echt in Pilatus’ voordeel, maar voor Jezus zou het een kans kunnen zijn: Pilatus zal hem niet veroordelen om de Joden een plezier te doen.

De afschuivende rechter

Voor Pilatus is het al snel duidelijk: Jezus is niet schuldig. Jezus wordt voor hem geleid, en de Joodse leiders vertellen hun aanklacht: Jezus heeft gezegd dat hij de koning van de Joden zou zijn. Pilatus kijkt eens goed naar Jezus. Het zou hem zeer verbazen als Jezus wist hoe hij een zwaard moet vasthouden. Als Jezus al een koning is, ziet Pilatus in Jezus geen enkel politiek gevaar. Voor de vorm vraagt hij het toch: ‘ben u de koning van de Joden?’ Jezus kaatst de bal terug met ‘u zegt het’. Pilatus kan er wel om lachen.

Nee, Jezus is niet schuldig – Jezus heeft niets gedaan waarom hij de doodstraf verdient. En daarmee trekt Pilatus dezelfde conclusie als Judas, in de verzen die we hebben overgeslagen omdat we ze 2 weken geleden al lazen. Matteüs wil het graag benadrukken: Jezus is onschuldig. Dat neemt niet weg dat Jezus wél diep in de problemen zit. Het is niet eerlijk. Jezus heeft niets verkeerd gedaan – en toch dreigt de doodstraf, dreigt een afschuwelijk onrecht te worden begaan.

Wat doe je als je met onrecht wordt geconfronteerd? Bij mij is het zo dat er echt een grens zit aan wat ik aan onrecht aankan. Ik bescherm mezelf door niet alles te lezen en te kijken en te luisteren over wat mensen allemaal wordt aangedaan. Onrecht is zo misselijkmakend. Ik denk bijvoorbeeld aan Pieter Wittenberg, die hulp gaf aan vluchtelingen op Lesbos, en vervolgens werd aangeklaagd wegens mensensmokkel. Meer dan 7 jaar moesten hij en anderen wachten op een uitspraak van de Griekse rechter. Gelukkig zijn ze afgelopen januari vrijgesproken. Maar de Griekse regering heeft op deze manier er wel voor gezorgd dat niemand nog durft te helpen. Ik word zo boos van onrecht! Soms komt onrecht ook dichtbij – en wat doe je dan? Wat doe je als iemand onschuldig is, maar door het systeem in de steek gelaten wordt, en op jouw weg komt?

Al heeft Pilatus de reputatie niet al te rechtvaardig te zijn -hij staat niet bekend om zijn sterk ontwikkelde geweten- toch heeft Pilatus er grote moeite mee Jezus schuldig te verklaren. In die overtuiging wordt hij nog eens gesterkt door een droom van zijn vrouw – die in de kerkgeschiedenis de naam Claudia heeft gekregen, dus laten wij haar nu ook maar zo noemen. Claudia noemt Jezus ‘die rechtvaardige’, en dat bevestigd Pilatus in zijn mening. Pilatus ziet het onrecht dat Jezus wordt aangedaan, en zoekt naar manieren om Jezus niet te veroordelen.

Maar uiteindelijk zoekt Pilatus vooral naar manieren om zelf niet door deze kwestie beschadigd te worden. Pilatus weet dat zijn superieuren niet onverdeeld enthousiast over hem zijn, dat de verhalen die over zijn wreedheid rondgaan ervoor hebben gezorgd dat zijn carrière kritisch gevolgd wordt. Pilatus moet beter op zijn tellen passen, en gaat dus berekenend te werk. In plaats van vol voor Jezus te gaan staan, zoekt hij naar manieren om de verantwoordelijkheid te ontlopen.

In Lucas’ versie van dit verhaal ontdekt Pilatus dat Jezus eigenlijk uit Galilea komt, en dat komt Pilatus goed uit: dat betekent dat Jezus onder de jurisdictie van zijn collega Herodes valt. En zo begint het verhaal van het kastje en de muur. Herodes krijgt geen woord uit Jezus, en stuurt hem terug – plan mislukt. Maar in de tussentijd heeft Pilatus zijn volgende plannetje al bedacht. Hij heeft gehoord dat Jezus vorige week enthousiast in Jeruzalem is onthaald, dat de mensen de rode loper voor hem hadden uitgerold, en dat Jezus’ fans niet bij hem weg te slaan zijn. Daar kan hij mooi gebruik van maken: de Joodse leiders willen Jezus weg hebben, maar het volk niet. Dus laat het volk zich uitspreken – dan hoeft Pilatus het niet te doen, kan hij zich gewoon verschuilen achter de wil van het volk. Trots op zijn plan vraagt hij het volk: ‘wie moet ik vrijlaten, Jezus of Barabbas?’

Op dat moment wordt hij onderbroken door een briefje van Claudia, zijn vrouw. ‘Laat je niet in met die man.’ Pilatus glimlacht: dat is precies waar hij mee bezig is, de verantwoordelijkheid doorschuiven naar het volk. Je mag het ook ‘afschuiven’ noemen. Claudia krijgt in het verhaal nog wel eens een ere-rol, maar in haar briefje is ze toch vooral bezig met de positie van haar man, en niet zozeer met hoe het met Jezus zal aflopen.

Maar terwijl Pilatus even afgeleid is en aan zijn vrouw denkt, grijpen de Joodse leiders hun kans en jutten de menigte op dat niet Jezus, maar Barabbas vrijgelaten moet worden – en Jezus gekruisigd. En zo zet Pilatus zichzelf klem, gevangen in zijn eigen slimme list. Pilatus kan er niet omheen, maar trekt tegelijk zijn handen er vanaf: ‘ik was mijn handen in onschuld.’ Weer ontloopt Pilatus de verantwoordelijkheid, verschuilt hij zich achter het systeem. En de Joden vinden het prima: ‘laat zijn bloed ons maar worden aangerekend.’ In de latere geschiedenis is die uitspraak een eigen leven gaan leiden en is bron geworden van antisemitisme. Maar in dit verhaal is het niet veel meer dan dat het volk zegt: ‘prima, wij nemen de verantwoordelijkheid wel.’

Pilatus is geen lieverdje, maar in dit verhaal is hij niet dé slechterik. Hij, en ook Claudia, hebben geen slechte bedoelingen met Jezus. Maar door de verantwoordelijkheid af te schuiven, door te proberen zich er niet mee te bemoeien, zijn ze wel degelijk medeplichtig. Ze sturen van het kastje naar de muur, knijpen wel even een oogje dicht, verschuilen zich achter de protocollen om hun eigen straatje schoon te vegen. Voor hen zijn andere belangen groter dan dat een rechtvaardige ten onrechte wordt gekruisigd. En dat doet mij dus denken aan die hele toeslagenaffaire. Jezus kan zich identificeren met wie van het kastje naar de muur wordt gestuurd terwijl je leven ervan afhangt. Jezus wordt óók in de steek gelaten omdat niemand in het systeem z’n vingers aan Jezus wil branden.

En ik snáp het! Het vraagt moed om tegen onrecht op te staan. Moed, om keuzes niet door te schuiven naar anderen, om de verantwoordelijkheid niet te ontlopen, om niet te wachten tot iemand anders het wel oplost. Pilatus heeft die moed niet, hij verschuilt zich achter het systeem, en Jezus wordt opgeofferd.

Als je slachtoffer bent van het systeem, van het kastje naar de muur wordt gestuurd, als er niemand is die verantwoordelijkheid voor je wil nemen, dan mag je weten dat Jezus hetzelfde heeft doorgemaakt, jouw verhaalt kent. Maar dat is nog niet alles: Jezus is ook het tegenovergestelde van Pilatus en Claudia. In plaats van verantwoordelijkheid af te schuiven, neemt Jezus het juist.

Jezus had zichzelf kunnen vrijpleiten. Pilatus geeft hem daar ook alle gelegenheid toe. Maar Jezus doet het niet – na het ‘u zegt het’ krijg Pilatus geen woord meer uit Jezus. Hij speelt niet in op de aarzeling van Pilatus, hij grijpt het briefje van Claudia niet aan om zijn punt te maken. Want Jezus wíl dat het zo gebeurt. Juist op deze manier kan Jezus verantwoordelijkheid nemen voor alles waar hij helemaal niet voor verantwoordelijk is, voor jou, voor mij, voor mijn egoïsme en het onrecht dat ik daarmee veroorzaak. Jezus schuift de verantwoordelijkheid niet af, maar neemt juist alle verantwoordelijkheid op zich.

Daar zit uiteraard ook direct een opdracht in: als Jezus zo verantwoordelijkheid voor jou neemt – wie ben jij dan om als een mens in nood is, als iemand slachtoffer dreigt te worden van onrecht, je te verschuilen achter het systeem, je af te vragen of je hier officieel wel verantwoordelijk voor bent, of je dit niet eigenlijk bij iemand anders moet neerleggen, in plaats van te zoeken naar wat je kúnt doen om recht te doen? Niets doen, hopen dat iemand het anders oplost, is ook kiezen. Kies ervoor het goede en rechtvaardige te doen, waar je maar kunt!

Bidden en doen

Ter afsluitingen 2 dingen. Het eerste: komende week zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Dit is niet de plek voor partijpolitiek, dus ik ga niet zeggen wat je moet stemmen. Tegelijk zit in dit bijbelverhaal wel degelijk een stemadvies: stem tegen het afschuiven van de verantwoordelijkheid op zondebokken.

Het tweede: vandaag is de zondag na biddag. Als het goed is, is ook bidden je verantwoordelijkheid nemen. Want bidden is niet bedoeld als je verantwoordelijkheid ontlopen door alles af te schuiven op God. Bidden is juist je laten raken door onrecht, je machteloosheid bij God brengen en je verlangen naar recht, én dan ook je eigen verantwoordelijkheid nemen. Ergens voor bidden is je ergens aan verbinden, en wees dan niet verrast als God je inschakelt in de verhoring van je gebed. Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: