Weinig dingen zijn zo ingrijpend als verraden worden. De naam ‘Judas’ staat synoniem voor verraad. Hij is teleurgesteld in Jezus. Maar Jezus blijft hem, en jou, de hand reiken.
Inleiding
Laten we even een momentje nemen om te biechten: wie zat er gisteravond voor de buis gekluisterd voor het nieuwe seizoen van Wie is de Mol? Voor wie het nog terug wil kijken: wees niet bang, ik zal niets over de aflevering verklappen. Maar waarom ik erover begin, is dat Wie is de Mol volgens mij zo’n beetje de enige plek is waar het geaccepteerd is een verrader te zijn. Dat hoort namelijk bij het spel.
En zelfs in dat spel roept het al ongemak op. Als je weet dat er een verrader is, kun je niemand meer vertrouwen. Dat maakt het programma ook leuk. Maar de Mol zelf, die alle opdrachten probeert te saboteren zonder te worden opgemerkt door de groep, schaamt zich ook wel eens voor z’n streken. In zo’n groep bouw je snel een band met elkaar op, en dan is het best moeilijk de groep tegelijk zo te verraden.
Dat is dan nog in een spelletje. Van de Mol is geaccepteerd dat zij of hij een verrader is. Maar in het echte leven is verraad een doodzonde. Het geldt voor landen, het geldt voor vriendschappen, het geldt voor huwelijken: weinig dingen zijn zo ingrijpend als verraden worden. En als je iemand écht pijn wilt doen, dan moet je diegene een NSB’er noemen. Het is misschien wel het pijnlijkste scheldwoord dat er is.
Twee weken geleden begonnen we een serie diensten over slechteriken met een bijrol in het verhaal van Jezus. Toen over de wannabe koning Herodes, vandaag over de verrader: Judas. Zijn naam is synoniem geworden voor verraad. We lezen een paar passages uit Matteüs 26 en 27 (26:14-16, 26:47-50 en 27:3-10), waarin het gaat over de rol van Judas.
De laatste week
Net als Herodes speelt Judas niet meer dan een bijrol in het verhaal dat over Jezus gaat. Matteüs heeft dit niet opgeschreven omdat wij moeten weten wie Judas was, maar omdat wij moeten weten wie Jezus is. Sterker nog: over wie Judas was, weten we niets. Over Herodes is tenminste nog heel veel bekend omdat ook buiten de bijbel over hem geschreven is – zijn hele stamboom is goed gedocumenteerd. Over Judas is buiten de bijbel niets geschreven, en ín de bijbel staat niets over zijn achtergrond. Het is heel duidelijk niet zíjn verhaal, maar het verhaal van Jezus.
Toen we het twee weken geleden over Herodes hadden, ontweek Jezus nog heel bewust het gevaar. Toen Jezus hoorde dat Herodes over hem hoorde, week Jezus nog uit naar een veilige plek. Maar dat is nu echt voorbij. Jezus heeft het relatief veilige Galilea achter zich gelaten en is gearriveerd in Jeruzalem. Onderweg naar Jeruzalem, het staat in Matteüs 20, waarschuwt Jezus zijn leerlingen er ook voor: ‘we zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen.’
Eenmaal in Jeruzalem probeert Jezus bepaald niet om onder de radar te blijven. Hij vestigt er alle aandacht op zich, laat zich juichend onthalen terwijl hij op een ezel zijn entree maakt om vervolgens iedereen met een handeltje in de tempel de tempel uit te jagen en hun kraampjes omver te gooien. Jezus zet de tempelpolitie direct op scherp. Jezus is nog geen week in Jeruzalem, maar de situatie loop elke dag verder uit de hand. Jezus discussieert met de schriftgeleerden en Farizeeën, en neemt daarbij geen blad voor de mond: ‘wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden.’ Het is dat Jezus zoveel fans heeft die niet bij hem weg te slaan zijn, anders hadden ze Jezus al lang opgepakt. Dat is nu echt een kwestie van tijd – en de goede gelegenheid. En daar komt Judas in beeld.
De teleurgestelde verrader
Matteüs en de andere bijbelschrijvers zijn niet geïnteresseerd in Judas als persoon, doen geen enkele poging om het leven van Judas te duiden en het verraad tenminste een beetje begrijpelijk te maken. Zelfs ver voor zijn verraad wordt in de evangeliën als Judas genoemd wordt, direct erbij gezegd: ‘die Jezus verraden zou’. Zelf ben ik wel nieuwsgierig naar wie Judas nu eigenlijk was, en naar wat hem bewogen heeft. En ik ben zeker niet de enige: er wordt volop gespeculeerd over Judas’ motieven. Maar ja, het ding met speculeren is dat het allemaal hoogst speculatief is… Met de informatie die er is, kunnen we niet veel meer zeggen dan dat Judas teleurgesteld was geraakt in Jezus. Jezus voldeed niet aan wat Judas van hem verwachtte.
Want zo’n 3 jaar geleden, toen Judas Jezus leerde kennen, had Judas echt hoge verwachtingen van Jezus. Hij sloot zich bij Jezus aan, volgde Jezus overal, werd onderdeel van de vriendengroep van 12 leerlingen. Er is niets wat er op wijst dat Judas een infiltrant was, die vanaf het begin al van plan was om Jezus te verraden, en 3 jaar undercover is gegaan om genoeg bewijsmateriaal tegen Jezus te verzamelen. Nee: Judas begon vanuit de oprechte verwachting dat bij Jezus iets bijzonders te halen was.
Maar die verwachting is steeds verder weggezakt. Misschien vind Judas dat het hem veel te veel kost. Hij wordt in de evangeliën ook wel een beetje als een geldwolf neergezet. Voor zijn verraad wordt hij ook betaald – 30 zilverstukken: 1 maandsalaris. Maar als je dan toch je ziel aan de duivel verkoopt, dan zou ik denken dat je daar toch iets meer voor terug wilt. Geld speelt een rol, maar het zal niet het hele verhaal zijn. Het is heel goed mogelijk dat politiek ook een rol speelde, dat Judas hoopte dat Jezus een revolutie teweeg zou brengen, maar Jezus een softie blijkt te zijn. Dat gaat er bij Judas niet in, en dat blijkt ook wel uit die bewapende bende die Judas meeneemt, alsof Judas verwacht dat Jezus een potje gaat knokken. Judas heeft Jezus nooit begrepen, hij wilde een andere Jezus dan Jezus echt was.
Dat kan dus: intensief met Jezus optrekken, je al jaren christen noemen, maar niets van Jezus begrijpen, er helemaal naast zitten in je verwachtingen. Dat is de waarschuwing die Judas ons geeft. En stel jezelf de vraag maar: wat verwacht ik eigenlijk van Jezus? Heb ik ook een eigen versie van Jezus gemaakt, die keurig voldoet aan mijn eigen wensen en verwachtingen? En wat als blijkt dat Jezus toch anders is? Ik denk dat Jezus altíjd anders is – Jezus is zó anders dan wij, zo niet van deze wereld, dat past nooit in mijn verwachtingen, mijn verwachtingen kunnen nooit recht doen aan wie Jezus is. Ben je dan teleurgesteld?
Judas wel, en hij zet zijn teleurstelling om in het ergst denkbare: verraad. Zijn naam is synoniem geworden van zijn daad, net zo besmet geraakt als de naam Adolf. Niemand noemt z’n kind nog Adolf, terwijl dat voor WOII best een normale naam was. Zo noemt ook niemand z’n kind Judas, zelfs niet op een evangelische basisschool waar alle kinderen bijbelse namen hebben. Terwijl de naam Judas gewoon van Juda komt, en in die tijd een heel normale naam was – Jezus had zelf ook een broer die Judas heette, en Jezus had ook nog een andere leerling die ook Judas heette, waarschijnlijk is hij de schrijver van het bijbelboek Judas. Maar Judas is synoniem geworden voor ‘verrader’.
Wat verraad zo erg maakt, is dat je een verrader vertrouwde. Alleen een vriend, iemand aan wie je gehecht bent, kan je verraden. Een vijand kan veel, maar kan je niet zo diep in je ziel kwetsen als een vriend dat kan. En dat doet Judas dus.
Ik heb me altijd afgevraagd: waarom was er überhaupt een verrader nodig? Ze hadden Jezus toch ook gewoon kunnen oppakken? Zo moeilijk is het niet om Jezus te vinden: volg gewoon de grote massa, en je komt vanzelf bij Jezus. Maar dat is voor de Joodse leiders direct het probleem: die fans zijn niet bij Jezus weg te slaan, en als ze dan Jezus proberen te arresteren, dan wordt het heel moeilijk die menigte nog onder controle te houden. Je kunt Jezus beter op een moment pakken dat hij alleen is – en Judas weet precies waar Jezus zich graag terugtrekt.
Wat ik me ook altijd heb afgevraagd: waarom die kus? Iedereen weet toch wie Jezus is? Het arrestatieteam bestaat uit mensen van de tempelpolitie, die hebben Jezus de hele week al in de gaten gehouden, die herkennen Jezus echt wel als ze hem zien. Maar het is wel donker – de tijd van lantaarnpalen moest nog komen. En het moest een bliksemactie zijn: Jezus inrekenen voor zijn leerlingen beseffen wat er gebeurt. Daarom die kus – een symbool van vriendschap, een liefdevolle begroeting, dat nu symbool wordt voor het ergste wat een vriend kan doen: je verraden. Misschien heeft het bij Judas ook wel kortsluiting gegeven.
In ieder geval wordt Judas even later overvallen door een radeloze angst: ‘wat heb ik gedaan?!’ Het is het besef dat je het aller- allerergste hebt gedaan, en er geen enkele mogelijkheid meer is het goed te maken. Judas probeert het nog bij de priesters maar daar vind hij geen gehoor, en uit pure wanhoop ontneemt hij zichzelf het leven.
En ik hoop dat je nooit zo’n wanhoop hoeft te voelen als Judas toen. Ik ga ook niet zeggen dat we allemaal wel een beetje op Judas lijken. Maar Judas is niet de enige die Jezus verraad – dat doet Petrus die nacht ook, en ook Petrus wordt overvallen door schaamte. En op Petrus lijk je al veel sneller. De mond vol over Jezus, maar als het erop aankomt kies je toch voor jezelf. Vind je jouw succes, jouw geld, jouw imago, jouw lust, jouw geluk, jouw gezondheid, toch weer belangrijker dan Jezus. En daarvoor mag je je best schamen!
Maar daar eindigt het niet, en daar hoeft het zelfs voor Judas niet te eindigen. Als Judas zijn kus heeft gegeven, zegt Jezus: ‘vriend, ben je daarvoor gekomen?’ ‘Vriend’ – ik geloof niet dat Jezus het cynisch bedoelt. Jezus blijft Judas zoeken, spreekt hem aan zonder veroordeling, is verdrietig om wat Judas zichzelf aandoet. Dat ene woordje, ‘vriend’, is het evangelie in deze tekst: het is een uitnodiging aan Judas om zich te bedenken, om terug te komen bij Jezus. Waar Jezus’ leerlingen vol afschuw toekijken, en in de bijbel nergens geprobeerd wordt om Judas wat menselijker te maken, is het Jezus die de mens in Judas zoekt, die de verbinding blijft zoeken.
Maar Judas is te ver heen. Heeft zichzelf wijsgemaakt dat er geen weg terug is. Ook als hij even later in totale paniek raakt als hij beseft wat hij heeft gedaan, denkt Judas dat hij niet meer terug kan, dat het enige wat hij nog kan doen, is er zelf een einde aan maken. Hij heeft spijt, hij wil niets liever dan de tijd terugdraaien, het helemaal anders doen, nu hij wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn verraad, met dat Jezus als onschuldige ter dood wordt veroordeeld. Maar teruggaan naar Jezus – het komt niet bij hem op. Hij kan de uitgestoken hand van Jezus niet aannemen. Misschien is hij er te koppig voor, te trots, durft hij Jezus niet onder ogen te komen, vindt hij dat hij het recht niet heeft nog langer te leven, dat hij moet boeten voor zijn eigen fouten. Maar dat is niet wat Jezus tegen Judas zegt. Jezus’ liefde is groot genoeg, zelfs voor Judas – maar Judas verdrinkt in zijn schaamte.
Pak die hand
Wat ik je vandaag graag wil meegeven: wees geen Judas. Maak van Jezus niet iemand die aan jouw verwachtingen moet voldoen. Maar denk ook nooit dat Jezus’ liefde niet groot genoeg is, dat jij zo slecht bent dat er voor iedereen genade is, maar niet voor jou. Dat is een leugen. We gaan zo de maaltijd van de Heer vieren, waar Jezus zichzelf aan je geeft. Als je brood en wijn ontvangt, is het Jezus die ook tegen jou zegt: ‘vriend, vriendin’. Wees niet te trots – maar pak die uitgestoken hand. Amen.
