Ben je wel eens tegen wil en dank betrokken geraakt bij iets wat dwars tegen je principes in ging? Dat is het verhaal van Simon. Hij wordt gedwongen een rol te spelen in de bespotting van Jezus, die koning zou zijn. Maar het verhaal krijgt een wending, en de rol blijkt een ererol te zijn!
Ben je wel eens tegen wil en dank bij iets betrokken geraakt waar je helemaal niet achter stond? Je moest iets doen wat dwars tegen je principes in druist. Dat is het verhaal van Simon, die we vanavond even volgen.
Simon is een Jood uit Libië, Noord Afrika, uit de streek Cyrene. Waarom hij in Jeruzalem was, weten we niet. Het kan zijn dat hij een pelgrim was, een week in Jeruzalem om het Pesachfeest mee te vieren. Het kan ook dat hij zich voor langere tijd in Jeruzalem had gevestigd. In Jeruzalem was ook een Cyreense synagoge, een soort gemeenschap van expats.
In ieder geval: van wat er afgelopen nacht en ochtend is gebeurd, heeft Simon helemaal niets meegekregen. Hij was er niet bij toen Jezus werd gearresteerd, niet bij het showproces in de nacht bij de Joodse leiders, en ook niet bij de terechtstelling door Pilatus – en heeft ook niet hard mee gescandeerd: ‘kruisig hem’. Hij heeft niets meegekregen van de aanklacht die tegen Jezus is ingediend, namelijk dat Jezus zich ‘de koning van de Joden’ zou laten noemen, en hoe de soldaten van Pilatus vervolgens koninkje gingen spelen met Jezus, met een geïmproviseerde mantel en koningsstaf en een passende kroon van dorens. De soldaten zagen er een aangenaam verzetje in: ze zijn gestationeerd in een land waar niemand wil zijn, en grijpen hun kans om de draak te steken met die maffe Joden.
Zonder dat Simon dat allemaal heeft meegekregen, hij komt net Jeruzalem binnengewandeld (vertelt Lucas), krijgt Simon een rol in dat gemene spel. Er wordt vaak van gemaakt dat Jezus uitgeput was, waar je je na zo’n nacht en ochtend natuurlijk best wat bij voor kunt stellen, en dat de Romeinen zich zorgen maakten over Jezus, en daarom maar even hulp inschakelen. Maar zo zorgzaam waren de Romeinen helemaal niet. Bovendien vertelt het verhaal ook niets over uitputting bij Jezus. Het verhaal vertelt wel steeds over dat de spot wordt gedreven met dat Jezus koning zou zijn.
Een beetje koning heeft natuurlijk een dienaar. Geen koning doet het zware werk zelf, daar heeft hij bedienden voor. De soldaten zijn nog niet klaar met hun toneelstukje met de zogenaamde koning, en wijzen een willekeurige voorbijganger aan. ‘Jij daar, heb je wel eens een koning zonder dienaar gezien? Dat kan niet he? Dus jij gaat hem helpen!’ Simon, want zo heet die voorbijganger, heeft niets in te brengen. Dit is geen vraag, dit is een bevel, een vordering.
Wat zou er door hem heen zijn geschoten? Medelijden met Jezus? Of gewoon: ‘waarom moeten ze uitgerekend mij hebben?’ In ieder geval doet Simon wat hem is opgedragen, hij neemt de dwarsbalk van het kruis op zijn rug -de rechtopstaande palen stonden waarschijnlijk al opgesteld- en strompelt, gebukt onder het gewicht van de balk, voor Jezus uit. Hij voelt de splinters van de balk in zijn nek, maar kan niet anders dan doorgaan.
Echt ver hoeven ze niet, maar voor een kruisiging nemen Romeinen nooit de kortste weg. De hele stad moet weten wat Romeinen met misdadigers doen, dus er wordt een behoorlijke omweg genomen. Het is een processie door de stad, bijna een koninklijke tour, maar dan de parodie erop, met op kop een toevallige voorbijganger die hier niets mee te maken wil hebben, en daarachter een mislukte koning. Het zou zomaar kunnen dat het bordje met de aanklacht, ‘dit is Jezus, de koning van de Joden’, al om Jezus nek hangt.
Simon wordt tegen wil en dank deel van een wreed spel, onderdeel van de vernedering van Jezus. Hij hoort alles wat Jezus naar zijn hoofd geslingerd krijgt, ongefilterd. Hij wil zijn oren dichtstoppen, maar het kan niet met die balk op zijn rug. Hij kan alleen de blikken ontwijken, en beschaamd naar beneden kijken. Mét Jezus wordt hij belachelijk gemaakt, als hulpje van de koning, op weg naar…
…de troonsbestijging! Want dat is de grote plottwist van dit verhaal. Dat hele toneelstuk waar Simon gedwongen wordt een rol in te spelen, waarin Jezus zogenaamd koninklijk behandeld wordt, heeft een veel diepere betekenis: het ís geen toneelstukje – Jezus is echt koning, en nu op weg om zijn troon in te nemen. Het kruis van Jezus is geen mislukking, geen treurig eind van iemand die heel groot had kunnen worden: juist het kruis kun je zien als Jezus die de troon claimt. Hij gaat het gevecht met het kwaad aan neemt er als koning de verantwoordelijkheid voor zijn onderdanen, en vestigt er zijn rijk van liefde en leven, dat zo anders is dan het rijk van het kwaad.
En als het geen toneelstukje is, dan heeft Simon zonder het te weten een erebaan gekregen! Hij mocht Jezus even helpen, op weg naar de troon, hij mocht iets van het lijden van Jezus op zich nemen, en zo geen dienaar zijn in een toneelstukje, maar dienaar van de echte koning. Van zijn zonen, Alexander en Rufus, is bekend dat ze christen zijn geworden, en waarschijnlijk geldt dat ook voor Simon zelf. Op het moment dat de Romeinen hem aanwezen kon hij wel door de grond zakken, maar achteraf voelt hij zich bevoorrecht dat hij zo dicht bij Jezus mocht zijn op het moment dat Jezus de geschiedenis zou veranderen.
En als jij in een situatie komt waar je lijdt om Jezus, waar het dienen van Jezus pijn doet, waar je iets van zijn kruis moet dragen: beschouw het dan als een eer! Want je doet het voor de koning. En bedenk erbij dat deze koning jou niet opzadelt met de klusjes waar hij zich te belangrijk voor voelt, maar dat hij de koning is die tegelijk de dienaar bij uitstek is – die het zwaarste werk doet, voor jou! Amen.
