Voor Jezus tel je niet pas mee als je geslaagd bent in het leven. Hij maakt zich één met de losers. En wil dat jij van alle mensen houdt.
Inleiding
Het allerkleinste aan Stef is er inmiddels wel vanaf, maar klein, dat is Stef zeker nog wel. Wat ik altijd heel bijzonder vindt met kleine kinderen, is hoe afhankelijk ze van je zijn – overgeleverd aan de liefde van grote mensen. Nu is zo’n klein mensje voor de meeste mensen alleen maar vertederend, en dus niet zo heel moeilijk om van te houden, maar als ouders maak je natuurlijk ook de minder vertederende kant mee… Nee, Chris en Minke, ik zal jullie niet vragen daar nu een boekje over open te doen.
Zo’n minimensje is bijvoorbeeld nog niet zo goed in wachten. Als hij honger heeft, zet hij een keel op, en wil hij nú te eten. Dat je net aan de telefoon bent is dan jammer, maar niet relevant. Dat het half 6 in de morgen is, en je nog verder wilt slapen – daarmee overtuig je hem niet. Als hij honger heeft, geef je hem te eten, of dat jou nu uitkomt of niet – zo werkt liefde.
Over zulke praktische liefde vertelt Jezus. Over iemand die honger heeft te eten geven. Naar je kinderen is dat heel vanzelfsprekend: natuurlijk geef je die te eten als ze honger hebben! Die vanzelfsprekende liefde, die wil Jezus nog veel breder zien: voor iedereen die het, om wat voor reden dan ook, zelf even niet lukt. Liefde dus voor wie wij al snel als losers zien. Laten we luisteren naar wat Jezus daarover zegt, en groeien in liefde, liefde voor losers. We lezen Matteüs 25:31-46.
1. Actief wachten
Aan de ene kant is dit een van de bekendere bijbelteksten: hongerigen te eten geven, dorstigen te drinken, naakten kleden, zieken verzorgen, vreemdelingen ontvangen en gevangenen bezoeken – dit rijtje is een eigen leven gaan leiden als ‘de werken van barmhartigheid’. Aan de andere kant is dit -alweer- een heftig bijbelgedeelte, over er wel of niet bij horen als Jezus terugkomt.
Ja: alweer. Wie hier afgelopen weken vaker geweest is, heeft al meer van dit soort teksten langs horen komen. Met het verhaal van vandaag sluit Jezus een blok onderwijs af over dat hij terug zal komen, over wat er dan gebeurt, maar vooral over wat hij in de tussentijd van jou wil. Want wachten tot Jezus terugkomt, is heel anders dan wachten op de trein. Wachten op de trein is een kwestie van de tijd verdrijven. Als je nog geen koffie hebt gehad, staar je nog half slaperig voor je uit, en anders scroll je oneindig door je Facebook-tijdlijn, of vermaak je je met mensen kijken. Wachten is een kwestie van jezelf vermaken. Wachten op Jezus is juist actief wachten, is een manier van leven – en daarom veel minder saai dan op de trein wachten! In dit laatste verhaal van Jezus voor zijn dood, vertelt hij hoe zo’n leven eruit ziet.
2. Liefde voor losers
Wat ik heel mooi vind in dat verhaal, is dat líefde het criterium is waar Jezus je op beoordeelt: ‘alles wat je gedaan hebt voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat heb je voor mij gedaan.’ Als Jezus terugkomt, zal hij je niet bevragen op jouw standpunt over schepping en evolutie, of over of je in 1 zin kunt uitleggen wat je gelooft – en dat je dan door mag als je antwoord goed genoeg is. Gelukkig is dát niet wat Jezus hier zegt! Het gaat niet om mooie theorieën – het gaat erom dat door jou heen iets van Jezus liefde zichtbaar wordt, liefde voor alle mensen, en iets specifieker liefde voor iedereen die niet mee kan komen, die door de samenleving als een loser wordt gezien.
Matteüs 25 is onderdeel van Jezus’ eindtijdrede, en in het christelijk wereldje gaat het de laatste tijd vaak over die eindtijd. De gedachte is dat corona en hoe regeringen wereldwijd daarop reageren een teken is dat Jezus nu echt snel terugkomt. Ik moet zeggen: ik heb geen idee – maar het zou heerlijk zijn als het zo is! Liever vandaag nog dan morgen! Maar als het in het christelijke wereldje anno nu over de eindtijd gaat, dan klinkt die eindtijd meer als iets om bang voor te zijn… Je moet voorbereid zijn, op je hoede zijn, en dan komen opeens allerlei standpunten over corona naar voren. Over wel of niet vaccineren, over wel of geen QR-code gebruiken, want ja, je zou toch eens in al je naïviteit opeens aan de verkeerde kant staan, de kant van de vijand van God, de kant van ‘het beest’. Tja, voor mij is het dan al te laat… Maar gelukkig lees ik in Matteüs 25 iets heel anders. Als Jezus over de eindtijd spreekt, en over waar het dan op aankomt, dan moet je zeker voorbereid zijn, maar dan is líefde het criterium. De eindtijd is een aanmoediging om je geloof niet in je hoofd of hart te houden, maar om ook met je handen en je voeten te geloven, met praktische liefde voor losers.
Lelijk woord is dat eigenlijk – ‘loser’. Je kunt ermee schelden, en mensen mee aan de kant zetten. Maar ik zie het als een eretitel! Ik geloof helemaal niet dat er naast losers ook nog niet-losers zijn. Ik geloof ook niet dat ik anders ben dan iemand die honger heeft, of anders dan iemand die naar Nederland komt om veilig te zijn. Dat onze voorraadkast vele malen groter is dan mijn honger, dat is pure genade. Ik ben net zo goed afhankelijk van liefde, ben net zo goed een loser, en sorry: jullie ook – zélfs Stef. Die titel draag ik met trots, want Jezus houdt van losers – zó veel dat hij dé Loser werd.
De week waarin Jezus dit verhaal vertelt, eindigt aan het kruis. En het is niet moeilijk dat rijtje op Jezus te plakken: ‘Ik had honger en dorst – en jullie keken toe. Ik was naakt – en jullie dobbelden om mijn kleding. Ik was ziek – en jullie verzorgden mijn wonden niet. Ik was gevangen – en jullie renden van me weg. Ik was een vreemdeling, niet uit een ander land maar van een andere wereld – en jullie wilden mij niet: rot maar op naar je eigen land!’
Jezus wordt dé Loser! Hij maakt zich één met iedereen die liefde nodig heeft. Omdat ík hem nodig heb, omdat jíj hem nodig hebt, gaat hij door deze hel – zégt hij niet alleen dat jij geliefd bent, maar doet daar ook alles voor. Jezus heeft liefde voor losers – voor jou, voor mij, óók voor Stef.
En dan is het niet zo gek dat Jezus zegt: ‘wat je doet voor de minsten, dat doe je voor mij.’ Mooi: in de mensen die jij liefde kunt geven, heb je een kans om Jezus te ontmoeten!
Afgelopen week ben ik weer met onze kinderen op snoepjacht geweest. Ze hebben een voorraad waar ze wel weer een paar maanden mee vooruit kunnen… Maar Sint Maarten is meer dan dat de koeien staarten hebben -en de kinderen snoep: het is ook feest ter nagedachtenis aan ene Martinus van Tours – kortweg Maarten. Maarten leefde in de 4e eeuw, en diende op zijn 15e al als soldaat in het Romeinse leger. Als soldaat was hij anders dan de anderen: hij wilde helemaal niet vechten, hij wilde mensen helpen. ‘Op een winterse koude dag’, aldus Wikipedia, ziet soldaat Maarten een verkleumde bedelaar. Maarten krijgt medelijden en wil hem graag helpen, maar hij heeft alles al aan anderen weggeven… Daarom pakt hij zijn zwaard en snijdt zijn mantel doormidden – komt dat zwaard ook nog eens van pas! De helft van zijn mantel geeft hij aan de bedelaar. De andere soldaten lachen hem uit, maar ’s nachts droomt Maarten, over Jezus. En jawel: Jezus draagt zijn halve mantel.
Gewoon liefhebben, zonder er over na te denken, omdat liefde normaal is – het is een geweldige kans om Jezus te ontmoeten. En wat zou ik graag Jezus ontmoeten! Wat zou ik graag iets voor hem terug willen doen – voor hem die voor mij dé Loser werd. En Jezus zegt: ‘dat kan! Koop maar een kopje koffie voor die zwerver. In hem ontmoet je mij.’
3. Liefde leren
Heb lief – veel ingewikkelder kan ik het vandaag niet maken. En dat wil ik jullie, Chris en Minke, dus ook meegeven: voed Stef, en jullie andere kinderen, met liefde op. Allereerst, natuurlijk, door hen lief te hebben. Door, al is het misschien met een zucht, midden in de nacht uit bed te gaan omdat je kind je nodig heeft. Maar ook door het voorbeeld te geven dat liefde voor mensen volstrekt normaal is.
En dat is makkelijk gezegd… Hoe kun je groeien in liefde, hoe kun je liefde leren? Ik moest denken aan een andere katholieke heilige, al heeft hij die status volgens mij nog niet officieel gekregen: Henri Nouwen. Als hoogleraar theologie ging hij in een woongemeenschap met gehandicapten wonen. Daar bouwt hij een vriendschap op met Adam, die niet kan lopen, praten, en niet zonder hulp kan eten, drinken en zich wassen. In eerste instantie loopt het contact tussen Henri en Adam heel onwennig, maar uiteindelijk is het door Adam dat Henri zich thuis voelt, dat Henri liefde ervaart.
Liefde kun je leren door jezelf niet op te sluiten in je eigen toffe netwerk, met mensen die op je lijken. Liefde kun je leren door je niet alleen met geslaagde mensen te omringen. Wil je die liefde leren waar Jezus het over heeft, die liefde waar het uiteindelijk allemaal op aan komt? Zoek dan contact met de minsten van vandaag. Met asielzoekers in de nieuwe asielboot, met straatkrantverkopers, met die Polen of Bulgaren van een paar huizen verderop, met gedetineerden of ex-gedetineerden, met terminaal zieken, of met een eenoudergezin in de bijstand. Juist daar, aan de randen van de samenleving, kun je liefde in de praktijk brengen. Liefde voor de grote Loser. Amen.
