Als christen heb je een schat: de schat van het koninkrijk van God. Houd je die voor jezelf, of doe je er wat mee?
Inleiding
Stel je even voor: je bent steenrijk. Je woont in een prachtige villa waar je de nodige miljoenen voor hebt afgetikt. Het huis is dan ook van alle gemakken voorzien: een thuisbioscoop, een garage waar al je auto’s in passen, een zwembad in de enorme, onder architectuur aangelegde, tuin, en een speciale muziekkamer met daarin een enorme vleugel. Maar ja, je wilt ook wel eens op vakantie, per slot van rekening heb je een mooi tweede huis in Italië, maar je vind het niet zo’n goed idee de boel onbeheerd achter te laten. De planten moeten water, de post opgeruimd, de tuin bijgehouden, de vloeren gestofzuigd, enzovoort. Bovendien is het ook wel handig als het huis bewoond is: dan is het voor inbrekers minder aantrekkelijk hun slag te slaan.
Je gaat dus op zoek naar een huisoppasser – en ik stel je graag aan 2 van hen voor. Nummer 1 is meneer Verantwoordelijk – zo heet hij nu eenmaal, kan hij ook niets aan doen, maar what’s in a name: hij doet zijn naam wel eer aan. Hij doet precies wat je van een huisoppasser verwacht: hij zorgt ervoor dat je je huis bij terugkomst net zo aantreft als je het hebt achtergelaten. Maar dan nog net een beetje schoner: de vieze pannen die je op het aanrecht hebt achtergelaten zijn afgewassen, in de tuin heeft nog nooit zo weinig onkruid gestaan, en je auto’s glimmen als nooit tevoren.
Nummer 2 is mevrouw De Klusser – opnieuw: kan ze niks aan doen, maar ze doet haar naam eer aan. Bij haar weet je maar nooit hoe je je huis terugkrijgt. Als het behang in de woonkamer haar niet aanstaat, het behang dat je zorgvuldig gekozen hebt bij de kleur van de bank, plakt ze er gewoon een nieuw behangetje overheen. Ze kan niet stilzitten, ziet overal mogelijkheden, en bij terugkomst staat er een enorme schuur in je tuin, is de muur tussen woonkamer en keuken uitgebroken, en is het zwembad uitgebreid met een heuse waterglijbaan, die in je slaapkamer begint.
Wie zou jij aannemen? Wie kiest er voor meneer Verantwoordelijk? En wie voor mevrouw De Klusser? Jézus kiest voor mevrouw De Klusser – daarover gaat het in het verhaal waar we vandaag naar luisteren. Jezus zoekt creatieve, ondernemende oppassers voor zijn koninkrijk. Thema vandaag is: ondernemen met Gods koninkrijk. Laten we eerst naar Jezus luisteren: Matteüs 25:14-30.
1. Wachten met een schat
Dit is het 2e verhaal dat Jezus in Matteüs 25 vertelt – 3 weken geleden luisterden we al naar het eerste verhaal, over 10 meiden die op de bruidegom wachten. Dat is direct de overeenkomst met dit verhaal: ook daar gaat het over wachten. Het is ook het overkoepelende thema van het onderwijs van Jezus in Matteüs 24-25, de zogeheten eindtijdrede.
Het is niet toevallig dat Jezus over dat thema begint. Jezus vertelt deze verhalen namelijk een paar dagen voor hij gekruisigd wordt. Het zal niet lang meer duren, of Jezus en zijn leerlingen worden van elkaar gescheiden. Jezus zal vertrekken van de aarde, terwijl zijn leerlingen, en wij, daar achterblijven en wachten tot Jezus terugkomt – want dat komt in al die verhalen ook steeds terug: de afwezigheid van Jezus is tijdelijk. In alle verhalen die Jezus in deze hoofdstukken vertelt, gaat het om de vraag: hoe wacht je op Jezus?
In het verhaal van vandaag, vertelt Jezus dat hij je niet met lege handen laat wachten. Jezus is dan misschien afwezig, maar hij geeft je wel een schat in handen. Jezus vergelijkt zichzelf met een steenrijke man die voor onbepaalde tijd op reis gaat. Zo’n steenrijke man heeft natuurlijk personeel, en hij roept ze bij zicht: ‘ik ga op reis, en heb geen idee wanneer ik terugkom.’ De personeelsleden voelen de bui al aankomen: dit betekent dat ze ontslagen worden, want wat heeft hun baas aan een kok en een schoonmaker als hij toch niet thuis is… Maar nee: ‘ik heb besloten mijn kapitaal niet mee te nemen – ik stel jullie aan als beheerders over mijn vermogen. Hier…’ en hij geeft zijn 3 personeelsleden ieder een inlogcode voor een bankrekening waar een deel van het vermogen geparkeerd is. ‘Zorg er goed voor!’ zegt de man nog, en dan stapt hij in een taxi.
Als zijn personeel nieuwsgierig inlogt, komen ze erachter dat ze niet allemaal evenveel te beheren hebben. En dat lijkt misschien niet helemaal eerlijk, maar ook degene met het kleinste bedrag, heeft toch nog meer geld ter beschikking dan ik waarschijnlijk ooit op mijn bankrekening zal krijgen: ongeveer een half miljoen euro.
Ik zei al: Jezus is die rijke man, wij zijn de personeelsleden, maar wat is die schat die wij mogen beheren?’ De schat, in 1 woord, is Gods koninkrijk. Jezus is gekomen om Gods koninkrijk te brengen, en dat koninkrijk draagt hij over aan ieder die zijn leerling is. Je hebt een schat van Jezus gekregen: een schat van vergeving en van leven, van bevrijding en genezing, van geloof en hoop en liefde.
2. Ondernemen met Gods koninkrijk
De vraag is: wat doe je met die schat? En dat is precies de vraag waar het verhaal van Jezus om draait. 2 Van de personeelsleden lijken op mevrouw De Klusser, je weet wel, van die waterglijbaan. Ze gaan met het geld aan de slag: ze beleggen in vastgoed en investeren in startende ondernemingen. En het moet gezegd worden: ze behalen meer resultaat dan je van de kok en de schoonmaker zou verwachten. Maar toch… Je moet er toch niet aan denken dat als je je kok vraag op 2,5 miljoen euro te passen, dat hij er dan op eigen houtje mee gaat investeren?! Zo’n werknemer verdient ontslag! Nee, dan de tuinman. Hij lijkt op meneer Verantwoordelijk: hij neemt geen enkel risico en zorgt goed voor het geld.
Maar dan komt de rijke man terug en ontbied zijn personeel. Je zou verwachten dat de kok en de schoonmaker nu de wind van voren krijgen: ‘zijn jullie helemaal gek geworden?!’ Maar ze krijgen iets heel anders te horen: ‘voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar.’ Betrouwbaar?! Kom nou! Er is er maar 1 betrouwbaar, en dat is de tuinman. Maar juist hij wordt op staande voet ontslagen: ‘je bent een slechte, laffe dienaar.’
Nu vertelt Jezus dit verhaal niet om advies te geven over hoe je met een groot geldbedrag van een ander omgaat… Dan zou de tuinman helemaal gelijk hebben. Jezus houdt geen pleidooi om met geleend geld te gaan beleggen. De schat staat voor zijn koninkrijk, en het verhaal gaat over hoe je dáár mee omgaat. Déze schat vraagt erom gebruikt te worden. Probeer je het koninkrijk te bewaren in de staat van ontvangst, dan wordt het waardeloos. Als een zak aardappels die te lang in je voorraadkast liggen: ze gaan stinken en rotten, en je kunt ze maar beter weggooien. Het koninkrijk is een schat om mee aan het werk te gaan, een schat om mee te investeren, mee te ondernemen, een schat, niet om te bewaren, maar om mee te bouwen, om anderen mee te dienen, zodat het koninkrijk groeit. Misschien wel de beste manier om God te danken voor alles wat hij geeft, is door uit te delen van alles wat hij geeft.
Als het om het koninkrijk gaat, op wie lijk jij? Op meneer Verantwoordelijk en de tuinman? Is de schat van Jezus, het goede nieuws dat hij koning is, iets wat je vooral voor jezelf wilt koesteren? Of lijk je op mevrouw De Klusser, de kok en de schoonmaker? Ben je een ondernemer in Gods koninkrijk, die creatief zoekt naar manieren om uit te delen van alles wat je van God kreeg? En op wie lijken wij als kerk? Want ik geloof dat we die schat ook samen mogen beheren.
Als ik in de spiegel van dit verhaal kijk, dan zie ik verschillende dingen. Aan de ene kant zie ik een kerk die superactief in de samenleving is, met voedselacties, met vrijwilligerswerk, met er zijn voor je buren. En ik zie daarin het verlangen om iets uit te delen van die enorme schat die God ons heeft gegeven. Niet voor niets begint onze slogan met ‘goed voor de Zaankanter’.
Maar ik zie ook een andere kant, en dan moet ik wat kritischer worden. Ik zie een kerk waar iedereen welkom is, of je nu gelooft of niet, maar waar het eerder regel dan uitzondering is dat we met alleen maar christenen bij elkaar zitten. En dan hebben we het goed samen, en we poetsen de schat op, en misschien worden we ook wel weer opgeladen om actief te blijven, maar zijn we dan niet ook een beetje op de schat gaan zitten?
Ik denk, en ik ben benieuwd of jullie dat herkennen, dat we het veel makkelijker vinden iets praktisch te doen, en op die manier van de schat uit te delen, dan dat we uitdelen van wat we geloven. En dat geldt voor mij ook: ergens helpen om een laminaatvloer te leggen vind ik veel makkelijker dan over Jezus beginnen. Maar als ik het laat bij vloertjes leggen, dan onderneem ik met de halve schat, en laat de andere helft stofhappen.
Maar ondernemen in Gods koninkrijk is niet voor hobbyisten. De tuinman, die de schat zorgvuldig had bewaard, krijgt te horen: ‘gooi hem eruit, in de uiterste duisternis.’ Dan denk ik: is dat niet wat overtrokken? Ja – dat is het! Dit is oneerlijk van die rijke man: je laat de boel de boel, zadelt je personeel met je vermogen op, geeft geen instructie wat ze ermee moeten doen, en straft vervolgens degene af die het meest verantwoordelijk heeft gehandeld.
Dit verhaal is schokkend oneerlijk. En, net als bij het vorige verhaal, over de 10 meiden, geloof ik dat dat precies de bedoeling van Jezus is. De tuinman wist dan misschien niet wat de bedoeling van zijn baas was, Jezus vertelt ons dit verhaal zodat wij het wél weten, zodat glashelder is dat Jezus mensen zoekt als mevrouw De Klusser, mensen die met het koninkrijk aan de slag gaan, risico nemen, in plaats van het te verstoppen en te beschermen. Dan doe je de schat geen recht – sterker nog: je zet je redding op het spel.
3. Voor Jezus
Jezus geeft je goud in handen, en wil dat jij er risico mee neemt, dat je gaat ondernemen in Gods koninkrijk, met lef.
Dat klinkt misschien activistisch: moeten we wéér aan de slag, nóg meer doen. Maar volgens mij heeft een hyperactieve gemeente als Menorah echt geen aansporing nodig om nóg actiever te worden. Wat ik als een groter gevaar zie, is verzanden in allerlei activiteiten, zonder nog te weten waarvoor we ze doen. Ik noemde al even de slogan, ‘goed voor de Zaankanter’, maar dat is maar de helft van die slogan. De andere helft is ‘goed voor God’. We proberen niet zomaar goed te zijn voor de Zaankanter, dat doen we omdat we geloven dat we dat voor God doen, dat we daarmee bouwen aan zijn koninkrijk.
Vandaag dus geen aanmoediging om meer te doen. Wél wil ik je vragen de andere helft van de schat niet te vergeten. We hebben de samenleving niet alleen praktisch iets te bieden. Het mooiste dat we hebben, is het goede nieuws dat Jezus leeft! Dát is de reden om actief te zijn in de samenleving. Wees niet bang om ook daar over te praten. Om in de al die dingen die je al doet ook Jezus te noemen. En merk je dat dat voor jou een hoge drempel is, begin dan met bidden: bid voor de mensen die je die boodschap van hoop zo gunt.
Wees niet bang, maar heb lef in het ondernemen in Gods koninkrijk. Dan zegt Jezus: ‘voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Wees welkom bij het feestmaal van je Heer.’ Amen.
