Als christen kun je niet iedereen te vriend houden: je ontkomt niet aan confrontatie. Maar het is het waard!
Inleiding
Sommige mensen kunnen overal ruzie over maken. Ik niet: ik ben iemand die het liefst iedereen te vriend houdt. Conflicten ga ik het liefst uit de weg – ruziënde mensen vind ik vreselijk… Ik heb lang gedacht dat ik niet boos kón worden. Tot ik kinderen kreeg… Toen ontdekte ik dat die functie er bij mij wel degelijk op zit, al blijf ik nooit lang boos. Ik heb geleerd dat je niet altijd weg kúnt lopen van conflicten. Als ik er alles aan zou doen om mijn kinderen te vriend te houden, dan moet ik altijd toegeven – en dat kent alleen maar verliezers: mijn kinderen worden monsters die denken dat alles om hen draait en ikzelf zou er helemaal aan onderdoor gaan.
Iedereen te vriend willen houden is niet alleen een goede eigenschap. Natuurlijk is het handig om niet altijd en overal iedereen tegen je in het harnas te jagen. Het maakt dat ik een verbinder ben. Maar soms moet je ook gewoon even ruzie maken: omdat je ergens voor staat, omdat je uiteindelijk jezelf verliest als je iedereen maar moet pleasen.
Ook als christen kun je niet iedereen te vriend houden. Jezus zegt daar pittige dingen over in het gedeelte dat we gaan lezen. Als je gelooft in Jezus ontkom je niet aan confrontatie. We lezen Matteüs 10:34-11:1.
1. Vrede en confrontatie
Voor conflictmijders als ik is dit geen gemakkelijk gedeelte: dit is Jezus op zijn radicaalst! ‘Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen.’ Is Jezus dan zo’n onruststoker die er plezier in heeft mensen tegen elkaar op te zetten?
Nee – en daarvoor moeten we eerst de rest van Matteüs 10 weer even ophalen. Het begon namelijk helemaal niet zo grimmig. Het begon met een soort tournee van Jezus door Galilea: hij trok van de ene naar de andere plaats, en overal werd Jezus met gejuich onthaald. Want Jezus bracht hoop, bracht kleur, bracht een lach, in het uitzichtloze leven van veel Galileeërs. Jezus is diep bewogen met al die mensen die elkaar verdringen om een glimp van Jezus op te vangen. Hij zou al die mensen een voor een de volle aandacht willen geven, luisteren naar hun verhaal, en Gods nieuwe wereld in hun leven brengen, maar het zijn er veel te veel.
Daarom schakelt Jezus hulptroepen in: zijn 12 leerlingen, die bij deze gelegenheid ‘apostelen’ worden genoemd – gezondenen. En ze worden niet gezonden om onrust te stoken. Jezus zegt: ‘Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat en laat jullie vrede over dat huis komen.’ Dus niet: ‘zoek ruzie waar je maar komt.’ Zij, én wij, worden gezonden met vrede.
‘Maar,’ zegt Jezus, ‘als jullie met mijn vrede komen, zullen jullie ook ontdekken dat niet iedereen mijn vrede wil. Als het huis dat jullie binnengaan die vrede niet waard is, laat die vrede dan naar je terugkeren.’ Het is dus niet zo dat Jezus zijn leerlingen met ruzie stuurt, hij stuurt ze juist met vrede, maar als je met de vrede van Jezus de wereld ingaat, je stad ingaat, zul je ook ruzie krijgen. Raar maar waar.
2. De confrontatie
En dán volgt dat pittige gedeelte van vandaag. Met als hoogtepunt vers 38 en 39: ‘Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij niet volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.’ Vanuit 3 vragen wil ik jullie meenemen in deze uitspraak van Jezus: wat is die radicale weg die Jezus hier wijst, waarom zou je die weg gaan en wie wijst die weg?
Eerst: wat is die weg die Jezus wijst? Bij het kruis denken christenen direct aan het kruis waaraan Jezus stierf, maar daar dachten de leerlingen in Matteüs 10 helemaal niet aan – simpelweg omdat Jezus nog niet gekruisigd was. Maar ‘je kruis op je nemen’ – dat zagen ze direct voor zich! Kruisigen was een beruchte Romeinse executiemethode, bedoeld om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen en oproerkraaiers onder de duim te houden. In Galilea wisten ze daar alles van. In het jaar 4 voor Christus, wat verwarrend genoeg een paar jaar na de geboorte van Jezus is, stierf koning Herodes – de Herodes die de kleine Jezus wilde vermoorden, en uit voorzorg alle jongetjes tot 2 jaar in Bethlehem liet ombrengen. Na zijn dood grijpen de Joden hun kans, en komen in opstand. De Romein Varus kreeg de opdracht deze opstand neer te slaan, en dat deed hij met harde hand: hij liet 2000 Joden kruisigen. Langs alle wegen in Galilea kwamen zulke kruizen te staan, als waarschuwing: dit doen wij als jij tegen ons in opstand komt. Alsof dat nog niet wreed genoeg was, moesten de ter dood veroordeelden hun eigen kruis dragen naar de plek waar zij het leven zouden laten.
Als Jezus zegt dat je je kruis op je moet nemen, dan is dít wat de mensen voor zich zien: een afschuwelijke vernedering door de vijand om elke revolutie in de kiem te smoren. Als Jezus over je kruis dragen begint, heeft hij het dus niet over dat elke huis zijn kruis heeft, maar over dat je vijanden maakt als je in Jezus’ voetspoor treedt, dat je vernederd zult worden, en je je daar dan niet tegen verzet.
‘Die vijanden,’ zegt Jezus, ‘zijn heel dichtbij: ze zijn je familie.’ Ook weer zo gezellig… Ben je als christen uit op familieruzie?! Nee – maar als jij als enige in jouw familie tot geloof komt in Jezus, dan kan dat wel tot ruzie leiden. In de moslimwereld zie je dat vaker: als jij als moslim christen wordt, dan kun je zomaar de familie uitgezet worden, want kiezen voor Jezus is hoogverraad. Dáár heeft Jezus het hier over. Ook in Nederland kan het best lastig zijn als in een niet-christelijke familie een christen binnenkomt: dat kan zorgen voor spanningen. Terecht wordt aangevoeld dat geloven geen zondagochtendhobby is, maar allesbepalend voor wie je bent en wat je doet. Als christen tussen niet-christenen ben je toch een beetje raar…
Maar ‘een beetje raar’ – is dat je kruis op je nemen? Ik begin dan aan mijzelf te twijfelen: ben ik dan niet radicaal genoeg? En misschien is dat zo, mogen we als christenen radicaler zijn, ons minder terugtrekken in ons eigen veilige wereldje. Aan de andere kant denk ik dat ik heel veel christenen tekort doe als ik zou zeggen dat ze niet radicaal zijn. Ik vind het bijvoorbeeld best radicaal om vrijwilliger in de Dorcas winkel te zijn, daar serieus veel tijd in te investeren, en, op z’n Zaans gezegd, daar veel gezeik voor terug te krijgen. Als je dan toch blijft, omdat je het gewoon belangrijk vindt, dan geef je daarmee ook iets van je leven. Ik vind het ook best radicaal dat als je gevraagd wordt om diaken te worden, dat je dan gewoon ‘ja’ zegt – een plek in de schijnwerpers waar iedereen wat van je kan vinden.
Dat was het ‘wat’ – nu het ‘waarom’: waarom zou je kiezen voor deze weg? Jezus zegt: ‘omdat dit de weg is om je leven te behouden.’ Dit is echt weer Jezus’ logica: als je je leven wilt vasthouden, dan verlies je het, maar verlies je het om Jezus, dan win je het juist. Alles gaat bij Jezus altijd andersom…
Maar ergens is het ook helemaal niet zo gek: als jouw leven draait om alles uit je leven te halen, als alles eraan moet bijdragen dat jij een fijn leven hebt, wat voor leven heb je dan eigenlijk? Het zou zomaar kunnen dat je veel gelukkiger wordt van de ander dienen, radicaal liefhebben, dan van steeds maar meer voor jezelf zoeken. Het is net zo als met dat iedereen te vriend willen houden: dat kan heel aantrekkelijk lijken, maar als je altijd aan iedereen toegeeft, waar ben jij dan nog? Je probeert je leven vast te houden door vrienden te maken, maar langzamerhand raak je het kwijt. Sta dan liever voor wie je bent, en als christen: sta voor Jezus, laat los wat mensen van je vinden – en vind zo het leven. Je zou kunnen zeggen dat de weg van Jezus een avontuur is: het is een spannende weg, een weg waar jij niet de controle over je leven hebt, maar waarvan Jezus wel belooft dat het de weg naar het allerechtste leven is.
Dan nog: ‘wie’ – wie zegt dit? Ja, Jezus natuurlijk… Maar dat is wel belangrijk: uit de mond van Jezus is dit geen goedkoop advies van iemand die vanaf de zijlijn maar wat roept. Jezus ging deze weg tot het uiterste. Jezus kent de pijn van een familie die je afwijst: zijn familie vond dat hij het hoog in de bol had gekregen. Jezus droeg zijn kruis, letterlijk: strompelend door de straten van Jeruzalem. Maar Jezus vond ook het leven: na het kruis volgde zijn opstanding! Stel je voor dat Jezus geen vijanden had willen maken, stel je voor dat Jezus iedereen te vriend had willen houden, stel je voor dat Jezus iedereen had gepleased, dan zouden wij hier nu niet zitten – dan was Jezus al lang vergeten.
Jezus ging deze weg – daar begint het allemaal. Ja, Jezus vertelt hier wat je te wachten staat als je hem volgt, maar hij vertelt hier nog veel meer wat hem te wachten staat omdat jij kostbaar bent in Gods ogen – de les van de mussen.
3. WWJD
Het klinkt allemaal heel zwaar: je kruis op je nemen, je leven verliezen. Maar eigenlijk is het heel simpel: volg gewoon Jezus. Ik heb een tijd zo’n armbandje gehad met de letters WWJD: What Would Jesus Do – wat zou Jezus doen? Het mooie van zo’n armbandje is dat je jezelf die vraag elke dag wel een paar keer stelt. Ik zou zeggen: stel jezelf die vraag maar vaak – en vergeet je dat, koop dan zo’n armbandje. Volg Jezus gewoon, ga op de radicale weg van Jezus’ liefde, en wees niet bang voor confrontatie – christen ben je niet om vrienden te maken. Dan vinden ze je maar raar, of ergeren mensen zich aan jou – dat kruis mag je dan als een eer dragen. Spannend, ja – maar op deze weg word je vrij om écht te leven! Amen.
