Wat doe jij met gevaar? Zoek je het op? Of loop je er juist voor weg? Christen zijn is gevaarlijk. Maar Jezus zegt: wees niet bang!
Inleiding
Wat doe jij als jij een bordje ziet waarop staat: ‘gevaar!’? Sommigen gaan er direct op af: gevaar is adrenaline, dus kom maar op! Maar de meeste mensen zullen netjes aan de veilige kant van het bordje blijven:
het staat er vast niet zomaar…
Begin mei liepen wij door de duinen van het mooiste Waddeneiland, en daar stond ook zo’n bordje, met in koeieletters: ‘gevaar, drijfzand’. Het zag er helemaal niet gevaarlijk uit ofzo, gewoon zand, zoals alles om ons heen zand was, en de avonturier in mij wordt dan wel nieuwsgierig, maar we hebben de kinderen dicht bij ons laten lopen en zijn met een ruime boog om het gevaar heen gegaan. Want waarom zou je jezelf in gevaar brengen? Het was trouwens op Ameland – maar dat begrepen jullie natuurlijk al.
Maar soms moet je juist niet weglopen van gevaar. Als in dat drijfzand een kind ligt te spartelen, dan kun er niet meer met een boog omheen lopen, terwijl je het kind toeroept: ‘sorry, ik kan je niet helpen, te gevaarlijk!’ Natuurlijk moet je dan heel voorzichtig zijn, het is niet de bedoeling dat jij er straks náást ligt te vechten tegen het zand, maar je gaat wel het gevaarlijke gebied in.
Vandaag vertelt Jezus ons dat we niet moeten weglopen van gevaar. Vorige week hebben we geluisterd naar Jezus’ opdracht om met de kracht van zijn koninkrijk de wereld in te gaan. Maar dat is niet zonder gevaar. We lezen verder in Matteüs 10:16-33.
1. Gezonden
Dit is wel even een wat heftiger stukje dan dat van vorige week! Ik bedoel, in het eerste deel van Matteüs 10 staan ook wel dingen waarvan je denkt: ‘wat moet ik hier toch mee?’, maar het waren in ieder geval wel mooie dingen – zieken genezen, doden tot leven wekken. Jezus’ leerlingen hebben ook nog geen flauw idee van hoe ze dat toch moeten gaan doen, maar ze vertrouwen erop dat Jezus erbij is, en staan daarom klaar eropuit te trekken. Maar dan betrekt het gezicht van Jezus: ‘voor jullie gaan, moet ik jullie nog iets zeggen:
de opdracht die ik jullie geef, is niet zonder gevaar.’ Het lijkt een heel andere Jezus die dan aan het woord is.
Want even terug naar dat begin van Matteüs 10: dat was best een succesverhaal. Met zijn leerlingen is Jezus op tournee door Israël, en overal worden ze met open armen ontvangen. Waar ze maar komen vertelt Jezus dat het koninkrijk van God begint, en dan brengt Jezus het ook in de praktijk: blinden laat hij zien, verlamden laat hij lopen, zieken maakt hij gezond. Jezus is geen praatjesmaker die een product probeert te slijten waar geen mens op zit te wachten – Jezus lost échte problemen van échte mensen op. Maar het zijn er teveel – en daarom schakelt Jezus zijn leerlingen in. Ze worden ‘uitgezonden’ – gestuurd om namens Jezus overal dat koninkrijk te brengen. En Jezus geeft ze een bijzondere kracht mee: net als Jezus mogen ze zieken genezen en bezetenen bevrijden. Ze mogen precies gaan doen wat hun meester ook deed: écht verschil maken in échte levens.
Maar dan komt die waarschuwing voor vandaag er achteraan. ‘Het wordt wel gevaarlijk.’ En de dingen die Jezus dan noemt, dat je als christen voor het gerecht wordt gesleept en gegeseld, die staan net zo ver van mij af als het opwekken van doden: in Nederland mag je er als christen gewoon zijn. Als kerk zijn we zelfs zó goed beschermd dat de BOA’s van handhaving hier nu niet naar binnen mogen komen om te controleren of wij ons wel aan de coronaregels houden.
Maar die waarschuwing van Jezus is geen algemene waarschuwing dat je als christen vijanden maakt. Jezus geeft de waarschuwing mee bij die opdracht om er met zijn kracht op uit te trekken. Het is een waarschuwing voor een kerk die de wereld in gaat, die ramen en deuren niet gesloten houdt, en die het ook niet laat bij dat iedereen altijd welkom is, maar die ook echt naar buiten gaat. Zolang wij het gezellig met elkaar hebben maar de Zaankanter aan ons voorbij laten gaan, zullen we weinig merken van dat gevaar waar Jezus het over heeft. Maar dat is dus niet de bedoeling – Jezus stuurt zijn kerk de wereld in! En dan loop je gevaar.
2. Niet weglopen van gevaar
Als Jezus zijn leerlingen uitzendt, wil hij dat ze dat weten: ze moeten niet denken dat het een makkelijke opdracht is. Gezonden met de kracht van Jezus zullen ze vijanden maken – maar voor dat gevaar moeten ze niet weglopen!
Het hoort erbij: als je door Jezus gezonden bent, als je namens hem je stad in gaat om het koninkrijk bij mensen te brengen, dan deel je niet alleen in Jezus’ kracht, maar deel je ook in de weerstand die Jezus oproept. Jezus’ leerlingen, Jezus’ kerk, lijkt op Jezus. Volgelingen van Jezus zijn een soort spiegels van Jezus: ze doen wat Jezus doet – het koninkrijk dichtbij brengen, maar ze maken ook mee wat Jezus meemaakt – weerstand, afwijzing, lijden. Jezus navolgen heeft 2 kanten: er is die kant dat je deelt in zijn kracht, deelt in zijn overwinning, waar het in het eerste deel van Matteüs 10 over ging, maar er is ook de kant dat je deelt in zijn lijden, in het gevaar waar Jezus overal mee geconfronteerd wordt.
Jezus wijst daar ook op: ‘Als ze de heer des huizes al Beëlzebul genoemd hebben, waarvoor zullen ze dan zijn huisgenoten wel niet uitmaken?’ Jezus zelf loopt steeds gevaar. O ja, hij wordt overal als held onthaald, maar hij maakt ook vijanden. De Farizeeën bijvoorbeeld: zij beschuldigen Jezus ervan dat hij in dienst van de duivel staat. Op dit moment blijft dat nog bij een lelijke woordenwisseling, maar de Farizeeën, en anderen van de gevestigde orde, zijn op oorlogspad, en ze zullen het Jezus steeds moeilijker gaan maken, tot ze hem uiteindelijk proberen weg te werken door hem te kruisigen. En Jezus zegt: ‘een leerling moet er genoegen mee nemen te worden als zijn leermeester.’ Dan loop je dus gevaar – net als Jezus.
‘Ik zend jullie als schapen onder de wolven,’ zegt Jezus. De wolf is terug in Nederland, en wie daar het minst blij mee zijn, dat zijn de schapenhouders. Schapen en wolven, dat gaat niet zo goed samen… Dat hebben Jezus’ leerlingen ook gemerkt. Laat ik het zo zeggen: ze konden uit ervaring een vergelijkend onderzoek doen naar de leefomstandigheden in verschillende gevangenissen… Uiteindelijk is Petrus gekruisigd, volgens de traditie op de kop omdat hij niet meer wilde zijn dan Jezus, en Johannes werd verbannen naar Patmos, zodat hij zijn mond over Jezus zou houden.
Maar zo gevaarlijk is het nu in Nederland toch niet om Jezus te volgen? Nee, maar het kan zeker geen kwaad te beseffen dat het goede nieuws van Gods koninkrijk explosief is. Je maakt er niet alleen vrienden mee, maar ook vijanden. Ik denk bijvoorbeeld aan het werk van Het Scharlaken Koord. 2 Weken geleden was ik op een voorgangersontmoeting van Hart voor Zaanstad, en daar kregen we een presentatie van iemand van Het Scharlaken Koord over hun werk onder, zoals dat tegenwoordig heet, sekswerkers in Zaanstad. Zijn die er dan? Ja dus – ze hebben er een kleine 200 in beeld! We hebben het er toen niet over gehad, maar ik kan me goed voorstellen dat het niet zonder gevaar is om sekswerkers naar een ander leven te helpen. Ze zien je in de seksclub aankomen: ‘hallo – ik kom je werknemers overhalen te stoppen met hun werk.’ Om het nog maar niet te hebben over pooiers die vrouwen met geweld in de prostitutie drijven. Als je namens Jezus naar die vrouwen gaat, hen helpt hun eigenwaarde te hervinden, dan maak je ook vijanden.
In het koninkrijk van God gaat het om recht – dus maak je vijanden in een wereld waar je met onrecht ver komt. In het koninkrijk van God wordt de eerste de laatste – dus maak je vijanden in een wereld waar iedereen vooraan wil staan. Bijvoorbeeld als er vaccins moeten worden ingekocht: de landen met geld zijn het snelst gevaccineerd en Suriname mag het vaccin hebben dat wij niet veilig genoeg vonden, het afdankertje.
Als christen de wereld ingaan, en daar namens Jezus het koninkrijk brengen:
dat is gevaarlijk! Maar dit gevaar moet je niet uit de weg gaan. Ja, je moet voorzichtig zijn, ja, je moet oppassen, maar je gaat wel het gevaarlijke gebied in. En hoe gevaarlijk het ook kan zijn, je hoeft niet bang te zijn. 3 Keer zegt Jezus dat: ‘wees niet bang’. Want mensen kunnen over je oordelen, en kunnen je het leven daarmee heel moeilijk maken, maar er is maar één oordeel dat werkelijk telt: het oordeel van God. En wat dat betreft heeft Jezus een geweldige bemoediging: ‘kijk naar de mussen – wat kosten die nou? Toch zijn ze kostbaar in Gods ogen. Dan jullie al helemaal! Ja, mensen zullen oordelen over je hebben, je zult vijanden maken als je mij volgt, maar voor God ben je waardevol, zelfs alle haren op je hoofd zijn geteld. Met zo’n God die vóór je is hoef je niet bang te zijn – dan kan niemand je nog het ware leven afpakken.’
3. Mussen tellen
Ik ben niet zo’n gevaarzoeker. Die adrenaline hoeft voor mij niet zo nodig. Als het een beetje kan loop ik graag om het gevaar heen. Ik vind het dus ook eng om als christen de wereld in te gaan, en de oordelen, de afwijzing en de vijandschap over me heen te laten komen. Ik heb die bemoediging van Jezus daar echt wel bij nodig: wees niet bang!
En ik zou het mooi vinden als jullie jezelf die bemoediging deze week ook steeds voorhouden. Daar heb ik wat op bedacht – of eigenlijk neem ik het gewoon over van Jezus: ga deze week eens musjes tellen. En bedenk dan elke keer dat je zo’n zorgeloos musje ziet rondhupsen, dat jij voor God nog veel meer waard bent dan dat musje. Misschien ben je net als ik, en niet in staat een musje van een roodborstje te onderscheiden… Dat is helemaal niet erg: roodborstjes tellen ook, net als koolmeesjes, en wat je ook maar voor een musje kunt aanzien. Elk musje dat jij ziet vertelt jou: wees niet bang – je bent kostbaar in Gods ogen! Amen.
