Vind je evangeliseren moeilijk? Misschien heb je er wel een verkeerd beeld bij. Als Jezus je stuurt, stuurt hij je niet alleen met worden. Hij is erbij met zijn kracht.
Inleiding
Ik moet iets opbiechten… Ik ben aangesteld als ‘evangelist’. Dan denk je misschien dat evangeliseren mijn lust en mijn leven is, dat ik graag op straat mensen probeer over te halen ook in Jezus te gaan geloven, maar dat vind ik dus verschrikkelijk moeilijk! En ik heb zo een flauw vermoeden dat ik daarin niet de enige ben…
Waar zit dat in? Ben ik te bang? Waarschijnlijk wel – maar daar kan ik me nog wel overheen zetten. Nee, het is meer dat de doorsnee Zaankanter niet op Jezus zit te wachten, en dat je hem of haar dan eerst een probleem moet aanpraten, namelijk dat ‘ie echt verschrikkelijk slecht en zondig is, en als iemand dan begint te steigeren, ‘hoe durf je te zeggen dat ik een slecht mens ben’, kun je snel met de oplossing komen: gelukkig is Jezus gekomen om het allemaal te repareren. Maar in die eerste stap, iemand het probleem aanpraten, loop ik al helemaal vast. Het voelt voor mij dan net alsof ik zo’n huis-aan-huis energieverkoper ben… Brr! ‘Maar meneer, onze elektriciteit is toch echt goedkoper – waarom wilt u dan niet?’ Ik vraag me dan altijd af: zou die verkoper in z’n eigen product geloven?! En ik voel er dus ook niet zoveel voor Jezus op zo’n manier aan de man te brengen.
Tóch stuurt Jezus in het bijbelgedeelte van vandaag zijn leerlingen eropuit om Gods koninkrijk te verkondigen – noem het ‘evangeliseren’. Maar het gaat er heel anders aan toe dan mijn beeld van evangeliseren! De leerlingen gaan namelijk niet alleen met woorden, maar met Jezus’ kracht op pad. We laten ons vandaag inspireren door de woorden van Jezus in Matteüs 9:35-10:15.
1. Echte problemen
Jezus en zijn leerlingen leiden een zwervend bestaan. Ze hebben hun thuisbasis in het dorp Kafarnaüm, maar van daaruit trekken ze heel Galilea door – ze bezoeken alle dorpen en steden. Galilea was ongeveer zo groot als Luxemburg, met de auto zou je daar zo doorheen zijn, (al moet je je niet verkijken op de bochtige bergweggetjes,) maar als je te voet gaat, zoals het gezelschap van Jezus, kun je dagen onderweg zijn. Ze slapen overal en nergens – net waar ze onderdak aangeboden krijgen.
Waar ze ook komen, ze worden met open armen ontvangen. Overal staan de mensen om Jezus te springen – heel anders dus dan Zaankanters en andere Nederlanders. Dit zijn dan ook geen mensen die Jezus eerst nog een probleem aan moet praten. Geen mensen die hun leven een dikke 8 geven, maar helaas Jezus nog niet erkend hebben als hun Heer. Nee: dit zijn mensen met échte problemen!
Er komt geen eind aan de stroom van blinden, verlamden en bezetenen. Hen hoef je echt niet te vertellen dat ze een probleem hebben – dat ziet iedereen! Hun probleem gaat ook verder dan hun ziekte: ze kunnen niet meedoen, zijn overgeleverd aan het medelijden van anderen. Maar je hoeft heus niet ziek te zijn om toch serieuze problemen te hebben. Veel mensen zijn dagloners: elke dag weer moeten ze solliciteren voor werk. Ze weten nooit of ze de volgende dag weer werk hebben – en dus of er genoeg te eten is en of de belasting wel betaald kan worden. Het leven in Galilea is een uitputtingsslag. Nee, je hoeft Galileeërs geen problemen aan te praten – ze hebben er al genoeg!
In onze eigen stad zijn ze er trouwens ook genoeg… Over het algemeen zijn we best tevreden met ons leven, die dikke 8 moet toch ergens vandaan komen, maar als je even doorvraagt, zitten er echt wel problemen onder. Zo leeft 11% van de Zaanse gezinnen onder de armoedegrens. Over echte problemen gesproken… Veel mensen lijden onder verbroken relaties: met kinderen, met ouders, met broers en zussen, met je ex. Anderen kunnen de druk van altijd moeten presteren niet meer aan, en snakken ernaar even niet te hoeven, even op adem te kunnen komen, maar die ruimte wordt hen niet gegeven. We willen alles, maar rennen onszelf voorbij. Weer anderen zijn boos – op de buren, op de gemeente, op de regering. De échte problemen liggen voor het oprapen.
Wat Jezus doet, en dat maakt dat iedereen naar hem toekomt, is zulke echte problemen aanpakken! Tegen iemand die blind is, zegt hij niet: ‘houd vol en geloof in mij’. Nee, Jezus zegt: ‘doe je ogen open’ – en dan kan die blinde zien! Jezus praat niet alleen over dat het koninkrijk van God gekomen is – hij brengt het ook direct in de praktijk!
En dan snap je dat de mensen blijven komen. En dat Jezus tijd tekort komt. Overal ziet Jezus mensen met échte problemen. ‘Uitgeput en hulpeloos’ noemt hij ze, ‘schapen zonder herder’. Als Jezus hen ziet voelt hij hun pijn, branden de tranen in zijn ogen. Maar Jezus ziet meer: een grote oogst voor het koninkrijk. Al deze mensen staan te springen om het koninkrijk van God, maar hoe komt het koninkrijk bij al deze mensen? Het is te veel voor Jezus alleen.
2. Gezonden met Jezus’ kracht
Je zou denken: Jezus moet hulptroepen inschakelen. Zoiets hebben we ook gelezen. Maar dan lees je over één ding heen. Als Jezus zegt dat de oogst groot is, maar dat er weinig arbeiders zijn, dan zegt hij er niet direct achteraan: ‘dus ga op weg om te oogsten.’ Nee, Jezus zegt: ‘vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’ Oftewel: Jezus stuurt zijn leerlingen er nog niet op uit, ze moeten eerst bidden! Dat vind ik al een mooie les: als wij échte problemen zien in de wereld om ons heen, in onze stad, in onze wijk, dan moeten we niet direct in de actiemodus schieten, maar eerst bidden – of God mensen wil sturen om te bouwen aan zijn koninkrijk.
Maar met bidden is het altijd oppassen: voor je het weet wordt je zelf ingeschakeld in de verhoring van je gebed! Bidden is niet ‘lekker makkelijk’ de problemen bij God neerleggen, om zelf maar niets te hoeven doen. Dat merken Jezus’ leerlingen direct: als ze hebben gebeden om ‘arbeiders om de oogst binnen te halen’, blijkt dat ze de verhoring van hun eigen gebed zijn: zij worden zelf die arbeiders waar ze om gebeden hebben. Door hun bidden worden ze ingeschakeld, en dan worden ze door Jezus gezonden.
‘Gezonden’ – dat woord is hier belangrijk. Dit is de enige plek in Matteüs waar de 12 leerlingen de 12 apostelen worden genoemd. Een Grieks woord voor ‘gezondenen’. Ze gaan niet uit zichzelf, maar worden door Jezus gezonden – in dit geval specifiek naar het volk Israël. Dus: als je problemen om je heen ziet, waar Gods koninkrijk verschil maakt, begin dan met bidden – maar houdt er dan ook rekening mee dat God je zendt!
En als je gezonden wordt, dan ga je niet meer namens jezelf, dan ga je namens Jezus! Dat maakt nogal verschil. Jezus’ leerlingen, de apostelen, krijgen namelijk een enorme opdracht mee: ‘verkondig dat het koninkrijk nabij is, genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit.’ Wow! Doden opwekken?! Ik hoor ze al tegensputteren: ‘ja, maar, maar… Dat kunnen wij toch helemaal niet? Met alle liefde willen we over u vertellen, Jezus, maar nu geeft u ons een onmogelijke opdracht – wij zijn u toch niet?!’ Want de dingen die Jezus nu als opdracht meegeeft, dat zijn precies de dingen die Jezus zelf deed. Maar Jezus glimlacht: ‘ja, inderdaad, jullie mogen gaan doen wat ik ook doe. En ik weet ook wel dat júllie dat niet kunnen. Maar jullie gaan dan ook niet namens jezelf, jullie gaan namens mij – en ik geef jullie mijn macht!’
Eerlijk is eerlijk: dat roept bij mij allerlei vragen op, en daar kom ik zo op terug. Maar wat is dit mooi! Jezus stuurt zijn leerlingen er niet op uit om over Jezus te praten, om mensen eerst een probleem aan te praten waar Jezus de oplossing voor zou zijn. Hij stuurt ze niet met een ingewikkelde theorie op pad, waar je jarenlang over kunt discussiëren, en dan nog steeds niet weet hoe het nu zit. Jezus stuurt zijn leerlingen naar mensen met echte problemen, om bij die mensen de kracht van het nieuwe koninkrijk van God te brengen, en zo échte antwoorden te geven op de problemen die er zijn. Want het koninkrijk van God, waar het allemaal om draait, dat is geen theorie waar je aan de borreltafel een leuke boom over opzet – het is realiteit die midden in al die problemen gebeurt!
En dan die vragen… Zieken genezen? Doden opwekken? Wat moet je daarmee? Krijgen wij die macht van Jezus ook? Het is in ieder geval een belangrijke correctie op een wel heel theoretische manier van geloven: geloven is niet een setje waarheden aannemen, maar leven in een koninkrijk dat realiteit is. En als wij evangeliseren, om toch dat woord maar te gebruiken, dan hoeven we mensen geen probleem aan te praten om het maar over Jezus te hebben – dan mogen we juist de échte problemen van mensen onder ogen zien, en daar namens Jezus het verschil van zijn koninkrijk maken.
Maar goed, ik maak dat verschil toch makkelijker door een ochtendje te behangen en laminaat te leggen, of door iemand te helpen z’n financiën op orde te brengen, dan dat ik iemand de handen opleg en genees… Ik denk dat ik er meer voor open mag gaan staan dat Jezus ook dat soort dingen door ons heen wil doen. Want Jezus heeft die macht nog steeds – en hij geeft ons zijn Geest, zijn kracht.
Nog even over het laatste deel dat we lazen: daar zegt Jezus harde dingen over wie niet naar de leerlingen wil luisteren. Als je daarbij bedenkt dat de leerlingen niet met een of andere theorie kwamen, maar dat koninkrijk waar ze over spraken ook echt lieten zien, dan zijn die woorden al veel minder hard. Ze gaan niet over mensen die hun leven een 8 geven, maar hun hart nog niet aan Jezus hebben gegeven, en die je nu met veel moeite ervan moet overtuigen dat God überhaupt bestaat. Dit gaat over mensen met echte problemen die zien dat door Jezus hun problemen worden aangepakt, van wie het leven nieuw perspectief krijgt. En als je dán nog steeds niet van Jezus weten wil – ja, dan houdt het een keer op. Dan kunnen de leerlingen maar beter verder gaan, naar mensen die wel open staan voor een nieuw leven met Jezus – en dat zijn er meer dan genoeg!
3. Vertrouw op Jezus’ kracht
Ik wil je daarom vragen: vertrouw op Jezus, vertrouw op zijn kracht. Wíj hoeven niet met allerlei redeneringen mensen over te halen om ook in Jezus te gaan geloven. Want dan vergeten we die kracht van Jezus, waardoor je het koninkrijk voor je ogen ziet gebeuren.
Het daagt mij uit, en ik wil ook jullie ermee uitdagen: geloof dat Jezus wonderen in mensenlevens kan doen. Dat kan van alles zijn: genezing, maar ook de kracht met je ziekte te leven. Maar als je mensen met echte problemen tegenkomt, en ik zou zeggen: wie heeft ze niet?, denk dan niet dat je het allemaal zelf moet oplossen. Bid voor mensen – en als ze het toelaten: bid met mensen. Ja, dat is best eng, vind ik tenminste wel: iemand die niet in Jezus gelooft vragen of je met hem of haar mag bidden. Maar je zult verbaasd zijn over hoeveel mensen daar voor open staan. En bid dan met verwachting – dat Jezus verschil maakt.
Want geloven in Jezus is geen theorie: zijn koninkrijk is werkelijkheid. En als hij je zendt, dan is hij erbij! Amen.
