Hoe moet je kerk zijn? Wat is het geheim van de kerk? Dat zijn niet goede plannen, het is de Geest!
Inleiding
Ik heb even geteld, en vandaag hebben we onze 17e Zoomdienst. Dat is niet helemaal wat we hoopten toen we eraan begonnen, en ik hoop dat er ook niet nog 17 gaan volgen, maar we raken er met elkaar wel steeds bedrevener in! En wat mij betreft is de Zoomdienst niet alleen een noodgreep: sommige dingen uit de Zoomdiensten zou ik graag willen vasthouden, ook als we weer gewoon in het Pascal college zitten. Bijvoorbeeld dat ik niet de enige ben die het woord voert. En dat je niet elke week met hetzelfde groepje koffie staat te drinken, maar elke keer een ander bespreekgroepje treft.
Hoe gaan we verder na de coronacrisis? Gaan we dan terug naar hoe het was, of worden er dingen anders? Je zou kunnen zeggen dat we, ook als kerk, afgelopen jaar een reset hebben gehad. In de loop van de jaren zijn er allerlei gewoonten gegroeid, en opeens stond alles stil. Wat hebben we daarvan geleerd? Wat hebben we ontdekt over wat écht belangrijk is, en over wat we ook wel kunnen missen? In dat kader hoor je vaak de uitspraak ‘never waste a good crisis’. Ik heb het opgezocht – het is een uitspraak van Winston Churchill, over dat zonder WOII de Verenigde Naties niet waren opgericht. Een crisis haalt je uit je vaste denkpatronen, dwingt je om er eens anders tegenaan te kijken. Als kerk staan we ook voor die uitdaging, om ons kerkzijn opnieuw tegen het licht te houden, weer te ontdekken wie we zijn, wat we doen en waarom. Niet omdat nu alles anders moet, maar omdat we nieuwe dingen hebben ontdekt, en het dom zou zijn die geleerde lessen weer te vergeten.
Met die vragen gaan we vandaag terug naar hoe het begon. Want Pinksteren is de geboortedag van de kerk! We gaan op zoek naar het geheim van de allereerste kerk, en ik kan alvast verklappen: het geheim van de kerk, dat is de Geest. We hebben al uit de bijbel gehoord hoe hij kwam, we gaan nu ook luisteren naar wat hij verder doet die dag: Handelingen 2:37-42.
1. Hoe begin je een kerk?
Vorige week hadden we het over Jezus’ afscheidswoorden, en de opdracht die hij zijn leerlingen meegeeft: ‘maak alle volken tot mijn leerlingen.’ Maar hoe doe je dat? Hoe begin je een kerk? Hoe groeit een klein groepje trouwe aanhangers van Jezus uit tot een wereldwijde beweging?
Ik zou het wel weten: dan moet je een plan maken! Toen Menorah in 2004 opnieuw begon lag er een plan. Niet dat dat plan in beton was gegoten, maar er werden wel lijnen uitgezet. Nu we met Bloei in Kogerveld gaan beginnen, schrijven we weer een plan: wat is onze droom voor Kogerveld, en hoe gaan we daarmee aan de slag? Ook voor Menorah zijn we bezig met een nieuw plan. Want we zijn niet meer hetzelfde als in 2004, of 2010, of 2019. Er zijn nieuwe vragen waar we antwoorden op moeten zoeken, en dat is door de coronacrisis alleen maar versterkt.
Het zou helemaal niet gek zijn als Jezus’ leerlingen na zijn hemelvaart beginnen met een intensieve vergaderweek. Petrus hanteert de voorzittershamer en er ontstaat een hele discussie over in welke wijk ze nu moeten beginnen, en over of ze direct met de deur in huis moeten vallen over Jezus, of toch liever eerst het vertrouwen van mensen moeten winnen. Johannes heeft grootse dromen, en Thomas, de realist, kijkt of het plan wel genoeg SMART geformuleerd is. Overal hangen post-it briefjes met ideeën. Ik zie het helemaal voor me! Misschien ook wel omdat dit mijn aanpak zou zijn.
Maar de leerlingen pakken het heel anders aan! Geen lange vergaderingen, geen heisessies, geen brainstormwolken en visiestukken – niets van dat alles. Ze staan voor een enorme taak, alle volken leerlingen van Jezus maken, een kerk beginnen, maar ze doen maar 1 ding: bidden. Ze wachten, en ze bidden – that’s it! ‘Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed,’ zo staat het in Handelingen 1. Dus ze begínnen niet met gebed – ze blijven bidden, dagenlang, meer dan een week.
2. De Geest is het geheim
Tot het Pinksteren wordt. Ook die dag zijn ze aan het wachten en bidden. Maar aan het wachten komt een einde – aan het bidden trouwens niet. De Geest komt, en dat is het begin van de kerk, want de Geest is het geheim van de kerk!
Die dag is in Jeruzalem het Wekenfeest in volle gang. Er zijn heel wat mensen op straat, die het heel gezellig hebben. Maar er hangt iets in de lucht. Opeens wordt het stil op straat, is het gezellige geroezemoes verdwenen. Het enige wat nog te horen is, is de wind. Maar dat klopt niet: er was voor vandaag geen wind voorspeld! Bovendien is de lucht strak blauw en hangen de blaadjes aan de bomen er stil bij. Het geluid van de wind krijgt iedereen in zijn ban, en de mensen gaan op zoek naar de bron van dit geluid. Zo komen ze bij het huis waar Jezus’ leerlingen net nog aan het bidden waren, maar nu, vol van de Geest, in allerlei talen spreken. Duizenden mensen stromen toe, voelen dat hier iets bijzonders aan de hand is.
Hier, in dit huis, waar Jezus zijn Geest uitstort, begint de wereldwijde kerk. De kerk begint niet met plannen, maar met de Geest – hij is het geheim. En wát een begin is het! De kerk die hier wordt geboren bruist vanaf de eerste minuut, het is te voelen dat God zelf hier aanwezig is. Dat is ook wat die wind zegt, en die vlammen, en die talen: Gód is hier. Maar daarmee is nog niet afgelopen wat de Geest die dag doet!
‘Degenen die Petrus’ woorden aanvaardden, lieten zich dopen, op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer 3000.’ 3000!!! Wauw! 3000 Mensen die een paar weken geleden nog niets van Jezus moesten hebben, die riepen: ‘kruisig hem’, en dachten dat ze van hem af waren – nu laten ze zich dopen, dompelen ze zich onder in de dood van Jezus, en maken zo een nieuw begin met hun leven. 3000 – het is lang geleden dat ik zoveel mensen bij elkaar heb gezien! Wat een operatie moet het zijn geweest die allemaal te dopen. Stel je voor: jij wordt gedoopt door Petrus, naast jou wordt je moeder gedoopt door Johannes, daarnaast staan Jakobus en Tomas en de anderen, honderden zijn je al voorgegaan, en achter jou staan nog duizenden in de rij. De Geest levert geen half werk!
En die 3000 – die horen voortaan bij elkaar. Dit is niet even een bijzondere dag, waarna ze allemaal weer hun eigen weg gaan: ze vormen met elkaar een gemeenschap, een familie van Jezus. Zó begint de kerk! Ze drinken de woorden van de apostelen in, willen álles weten wat ze over Jezus te weten kunnen komen, ze komen elke dag bij elkaar, delen alles met elkaar, niemand is er minder, niemand is er meer, ze breken het brood, vieren elke dag het avondmaal, en voelen zich daarin heel dicht bij Jezus, en ze blijven zich wijden aan het gebed – het is de levenslijn. Als ik lees over die eerste kerk, dan wordt ik er elke keer weer door gegrepen, wordt ik er weer warm van, van aan de ene kant de eenvoud, en aan de andere kant het vuur wat erin zit. Dit is waarom ik van de kerk houd.
Tja, en als het dan gaat over plannen maken, of het nu voor Menorah is of voor Bloei in Kogerveld, dan hoeft dat helemaal niet zo moeilijk te zijn: dan is dit de blauwdruk! Toch? Nou, niet perse… Ik denk dat we ons zeker hierdoor moeten laten inspireren, maar dat we niet moeten proberen wat toen gebeurde te kopiëren. Het is als een relatie. Als je al lang samen bent, kan daar wel eens wat sleur in komen. Je begint je te ergeren aan elkaars stinksokken en het wordt een beetje saai samen. Dan is het goed weer terug te gaan naar het begin: hoe is het tussen jullie begonnen, wat trok jullie in elkaar aan, wat deden jullie samen, hoe liet je elkaar je liefde zien? Dat betekent nog niet dat je nu precies hetzelfde gaat doen. Jullie zijn ouder geworden, niet meer zo overweldigend verliefd, jullie zijn allebei veranderd maar hebben ook van alles samen meegemaakt. Dat hoef je niet allemaal terug te draaien om toch weer geïnspireerd te worden door hoe het tussen jullie begon.
Met de kerk is het net zo: we hoeven niet 2000 jaar kerkgeschiedenis terug te draaien, om weer vanaf het allereerste begin te beginnen. We zijn niet meer hetzelfde als toen, zoals we ook niet meer hetzelfde zijn als in 2004, of 2019, en de Geest, waar het mee begon, die is er die geschiedenis ook bij geweest. We hoeven die allereerste kerk niet te kopiëren, dat zou ook niet lukken, maar we kunnen ons er wel door laten inspireren: door het bruisende gemeenteleven, het was echt een grote familie, maar ook door de drive met het evangelie naar buiten te gaan.
En het belangrijkste wat we van toen moeten leren: de kerk begint met de Geest. Het is de Geest die de kerk een plek maakt die groeit en bloeit. Het begint niet met onze plannen! Met plannen maken op zich is niets mis, na Pinksteren ging de eerste kerk ook plannen maken, maar het begint met de Geest. De kerk is niet begonnen met visiestukken en actieplannen, maar met de bezieling van de heilige Geest!
3. Bid je mee?
Hoe mogen we als Menorah verder gaan als de coronacrisis voorbij is? Hoe mogen we in Kogerveld beginnen met Bloei? Het begint allemaal met de Geest! Dus laat onze plannen ook met die Geest beginnen.
De Geest heb je niet in je broekzak – hij is heilig, en bepaalt zelf wat hij doet. Maar Jezus belooft ook, in Lucas 11: ‘als jullie je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’ Daarmee komen we terug bij die leerlingen, die niet begonnen met lange brainstormsessies met veel post-its, maar met gebed. Ook van die eerste kerk staat er dat ze zich wijdden aan het gebed. Laten wij dat ook doen!
Ik wil je vragen deze week te bidden. Bid dat we als kerk vol mogen zijn van de Geest, dat we ons door hem laten leiden, ook als we plannen maken. Bid dat Gods Geest ons bezielt, en helpt, en leidt. Bid voor Menorah, bid voor Bloei in Kogerveld, bid dat we ontdekken hoe we een familie van Jezus in onze stad mogen zijn, een familie die groeit en bloeit, bid dat we mogen zien hoe Gods koninkrijk groeit, hoe alle volken tot leerlingen van Jezus gemaakt worden. En bid het niet één keer, maar regelmatig. Want een bloeiende kerk, dat begint met de heilige Geest. Bid je mee? Amen.
