Jesaja 41:10 | Nieuwe tijden

Inleiding

Ik heb er een handje van moeilijke bijbelteksten te kiezen om over te preken. Soms doe ik dat expres, omdat ik wel van een beetje uitdaging houdt, maar vaker is het helemaal niet mijn bedoeling, heb ik al een bijbelgedeelte gekozen, en kom ik er in de voorbereiding pas achter dat het toch best wel een pittige tekst is.

Daarom heb ik het nu een keer anders gedaan. Misschien heb je de app YouVersion op je smartphone. YouVersion is de meest gebruikte bijbelapp ter wereld. En zoals ongeveer alle apps verzamelt ook YouVersion informatie van zijn gebruikers. Daardoor weet YouVersion precies welke bijbelteksten jij graag leest. En dat weten ze natuurlijk niet alleen van jou, maar van alle gebruikers wereldwijd. Elk jaar maakt YouVersion bekend welke bijbelteksten dat jaar het populairst zijn. In 2020, het jaar van de corona-uitbraak, een jaar vol onzekerheid, waren dat Jesaja 41:10 en Filippenzen 4:6. Ik heb bedacht daar maar een mini-serietje aan te wijden: eens een keer geen moeilijke teksten, maar 2 pareltjes. Vandaag doen we Jesaja, over 2 weken Filippenzen.

Wat staat er dan in Jesaja 41:10 dat het zo populair is? ‘Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.’ Mooi toch? Ik snap wel dat deze tekst zo geliefd is!  Ik bedoel, wie werd er niet bang toen corona in maart 2020 ons land overspoelde? En nog steeds zitten we midden in de onzekerheid: hoe gaan we eruit komen? Dan is deze tekst uit Jesaja een welkome bemoediging. Wat ik ook mooi vind is de reden om niet bang te zijn: de reden is niet dat corona niet gevaarlijk is ofzo,  en dat je dus niet zo bang moet doen, nee – de reden is dat God bij je is! Als hij je helpt, als hij je steunt, dan komt het uiteindelijk goed.

En nu zou ik ‘amen’ kunnen zeggen… Maar ik wil met jullie juist dieper Jesaja 41 in duiken. Want er is nog veel meer moois te ontdekken in dit pareltje uit de bijbel. We gaan lezen: Jesaja 41:1-16.

1.   Nieuwe tijden

Ik zei al: we gaan dieper in die mooie tekst duiken. Jesaja 41:10 is tijdloos mooi, maar gaat nog veel meer spreken als je meer van de achtergrondsituatie weet.

En dat is in het geval van Jesaja nog best lastig… In welke tijd moet je Jesaja plaatsen? In Jesaja 1:1 staat het antwoord: in de tijd van de koningen Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. Dat komt overeen met de 2e helft van de 8e eeuw voor Christus. Maar in Jesaja 44 en 45 gaat het ineens over Cyrus, de Perzische koning die een einde maakt aan het Babylonische wereldrijk. Deze Cyrus leefde in de 6e eeuw voor Christus, zo’n 150 jaar na Hizkia. Lang verhaal kort: waarschijnlijk zijn er 2 Jesaja’s geweest, laten we ze Jesaja I en Jesaja II noemen, en hun profetieën zijn in 1 bijbelboek terecht gekomen. Vanaf Jesaja 40 is dan Jesaja II aan het woord.

Het zijn de nadagen van het machtige Babylonische rijk. Zo’n 70 jaar geleden had koning Nebukadnessar van Babylon een einde gemaakt aan het zelfstandige koninkrijk Juda: voortaan zou Juda onderdeel van het Babylonische rijk zijn. Bovendien werden veel Judeeërs afgevoerd naar Babel: de Babylonische ballingschap. Van die ballingen zijn velen al overleden, maar hun kinderen en kleinkinderen, de 2e en 3e generatie ballingen, leven nog altijd in Babylon. En zoals dat met 2e en 3e generaties gaat: ze worden zelf ook steeds meer Babylonisch.

De sfeer in Babylon bereikt keer op keer een diepterecord. De oorzaak? De Pers Cyrus en zijn leger. Hij snoept steeds meer delen van het Babylonische rijk af en komt steeds dichter bij de hoofdstad. Het is een kwestie van tijd, of er is geen Babylonisch rijk meer. Perzië komt eraan, en is niet te stoppen. De wereld staat op de drempel naar een nieuwe tijd.

Je weet natuurlijk nooit wanneer een nieuwe tijd begint. Achteraf kun je van bepaalde momenten uit de geschiedenis zeggen: daar is een nieuw tijdperk begonnen. Misschien zitten we nu ook wel in zo’n tijd. Misschien is de coronapandemie ook wel zo’n keerpunt in de tijd. In ieder geval is het in onze wereld ook spannend, net als toen: er is afgelopen jaar van alles op de kop gezet – waar gaat het heen? Tegen die achtergrond krijgt Jesaja 41 betekenis.

2.   Met God niet bang

‘Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.’ Dit pareltje uit de bijbel is een bemoediging voor wie leeft in een wereld waar alles in beweging is, misschien wel op de drempel van een nieuwe tijd: met God hoef je er niet bang voor te zijn.

En als God dat zegt, dat je niet bang hoeft te zijn, dan zegt hij dat meestal niet voor niets: dan is er alle reden om bang te zijn. Voor de Judeeërs in ballingschap is dat niet anders. De meeste van hen zijn in Babylon geboren en weten niet beter. Ze zijn niet bij de pakken neer gaan zitten, maar hebben er een leven opgebouwd: ze hebben huizen uit de grond gestampt, runnen hun eigen bedrijfjes, en hebben Babylonische vrienden gekregen. Babylon is hun thuis geworden.

Aan dat thuis wordt nu gerommeld. Als ze nou in lekke tentjes woonden en elke avond huilend van heimwee naar Jeruzalem in slaap vielen, dan was die opkomst van Perzië helemaal niet zo’n probleem. Nu wel: ze hebben in Babel gewoon te veel te verliezen. Het leven is er best oké, en het is maar afwachten wat de Perzen met hen van plan zijn. Hun droom om ooit naar Jeruzalem terug te keren hebben ze al lang losgelaten: ze worden liever gewoon met rust gelaten. Het nieuws dat Cyrus steeds dichter bij de poorten van Babel komt maakt hen onrustig, maakt hen bang. Moeten ze nu hun vertrouwde leven weer opgeven?

De Judese ballingen zijn trouwens niet de enigen die bang zijn: overal in Babel komt de geur van angstzweet je tegemoet. De productielijnen voor godenbeeldjes draaien overuren: iedereen vlucht naar zijn goden. Ik vind het wel herkenbaar. De coronacrisis roept net zo’n angst op: hoe ziet de toekomst eruit, wat raken we kwijt, wat voor leven krijgen we straks terug? Het liefst laten we alles bij het oude.

En voor de Judeeërs en voor christenen misschien nog wel het lastigste: in dat alles lijkt God ook nog eens ver weg. Cyrus is in aantocht – maar waar is God? Corona overspoelt de wereld – maar waar is God? Maar Jesaja kijkt er heel anders tegenaan: ‘wie liet in het oosten de overwinning dagen, wie heeft de bevrijder laten opstaan? Wie levert volken aan hem uit en onderwerpt koningen aan hem?’ Die ‘bevrijder’, dat zal Cyrus zijn:  zijn naam wordt hier nog niet genoemd, maar verderop, in Jesaja 44 en 45 wel, en daar worden ook dit soort dingen over Cyrus gezegd. En God vraagt dan: wie zit daar daarachter? Om direct ook maar het antwoord te geven: ‘Ik, de Heer, ik was de eerste, en ook bij de laatsten zal ik zijn.’ Dus God is niet ver weg – hij is juist de Heer van de geschiedenis! Cyrus is niet in aantocht omdat God zich heeft teruggetrokken – Cyrus is in aantocht omdat God daarachter zit!

Cyrus is geen lelijke kink in de kabel, maar is onderdeel van Gods grote reddingsplan voor de wereld, het reddingsplan waarvan Jezus het hoogtepunt is. Zonder Cyrus zou Jezus niet in Bethlehem zijn geboren, maar in Babylon. God stuurt de geschiedenis,  en werkt door die veranderingen heen, naar de uiteindelijke verlossing van de wereld.

En corona dan? Kun je daarvan ook zeggen dat God erachter zit? Zo ver zou ik niet willen gaan – maar ik geloof er ook niets van dat het God overkomt, of dat het zo ver heeft kunnen komen omdat God in slaap gevallen is. God kan corona gebruiken, net zoals hij Cyrus gebruikt heeft, het onderdeel maken van zijn reddingsplan. Ook de coronacrisis is een stap op de weg naar zijn nieuwe wereld. Wij kunnen ons heel druk maken om alles wat er gebeurt, bang voor waar het naartoe gaat. Maar God zegt dan: ‘waar het naartoe gaat? Naar waar ik jullie wil brengen! Vergeet nooit dat ík het in de hand heb.’

En die God, de God die boven de geschiedenis staat, die is met zijn volk – en daarom hoef je niet bang te zijn. Niet bang voor de Pers Cyrus – en voor de nieuwe tijd die komt. Maar ook niet voor corona, en over hoe we daar weer uit gaan komen, en of de wereld na corona nog wel hetzelfde is. Jesaja herinnert de Judeeërs eraan wie ze zijn: uitgekozen door God zelf om hem te dienen. Ze zijn van God – zoals ook wij van God zijn. Jesaja herinnert eraan wie God is: de eerste en de laatste, voor wie alle koningen buigen. En dan zegt die God ook nog: ‘ík ben je God’. Nou, dan hoef je dus echt niet meer bang te zijn!

3.   God en nieuws

We leven in een onzekere tijd: het kan zomaar dat we op de drempel van een nieuwe tijd staan. Er gebeurt van alles in de wereld – en het is helemaal niet gek als je er zorgen over hebt en het je bang maakt. Jesaja zegt dan: ‘wees niet bang’ – maar hoe voorkom je dat je bang wordt? Je voorkomt het door steeds weer naar God te kijken, en te beseffen dat hij staat boven alles wat om je heen gebeurt.

Ik denk dat het goed is om dat te oefenen. En dat kun je oefenen met het nieuws, want nieuws van vandaag is de geschiedenis van morgen. God staat boven het nieuws. Als je nieuwsberichten hoort of leest, bijvoorbeeld over dat er weer een gevaarlijke coronavariant bij is, dan kan je dat bang maken: ‘help, waar gaat dit toch naartoe?’ Als je deze week zo’n moment hebt, denk dan even terug aan Jesaja 41, en zeg tegen jezelf: ‘ik heb geen idee hoe –  maar ook dit heeft zijn plek in Gods weg naar zijn nieuwe wereld. Misschien zíet de wereld er over een paar jaar wel heel anders uit, misschien wórdt mijn leven wel heel anders. Maar God stuurt de geschiedenis – dús het is goed.’ Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: