Hoe kun je op een goede manier met macht omgaan? Je ziet het bij Jezus: hij gebruikt zijn gezag niet om te onderdrukken, maar om te zegenen.
Inleiding
Het gaat vandaag over omgaan met gezag. Ik ben daar niet zo goed in. Ik wordt altijd een beetje opstandig als anderen vinden dat ik iets moet. Als Hanneke tegen mij zegt dat mijn haar geknipt moet worden, wat ze nu al een paar weken tegen mij zegt, dan stel ik het juist even uit. Of iets anders: een tijdje geleden stond er een flitspaal bij de ingang van deze wijk. Het kan bijna niet anders of verschillenden van jullie zijn erdoor geflitst. Nou, die flitspaal dus – wat ik dan doe: ik zet de cruisecontrol op 50, zodat ik er geen kilometer te langzaam langs ga, en zodra ik er voorbij ben, ga ik expres 55 rijden bij wijze van wraak. Nee, dat is niet mijn beste eigenschap… Genoeg over mij – hoe zit het eigenlijk met jullie? Wie van jullie is ook wel een beetje opstandig aangelegd? (optioneel: om voorbeelden vragen)
Eigenlijk denk ik dat iedereen in deze zaal in meer of mindere mate moeite heeft met gezag. Ik bedoel: we zijn hier met allemaal Zaankanters, en die staan erom bekend een behoorlijk vrijgevochten volkje te zijn. Ga ons niet vertellen hoe het moet! Ik vind het erg grappig als ik in bijvoorbeeld de Gamma ben, en dan aan een medewerker een vraag stel, dat die medewerker dan reageert: ‘dat zal ik even aan mijn leidinggevende vragen.’ Dan denk ik altijd: ‘leidinggevende? Daar hebben we toch een veel makkelijker woord voor?’ Precies: ‘baas.’ Maar niemand wil baas genoemd worden, want daar zit veel te veel gezag in.
En dan gaan we vandaag ook nog nieuwe stafteamleden bevestigen. Zeg maar de leidinggevenden van de kerk – onze nieuwe bazen dus. Zij krijgen ook een bepaald gezag. Maar hoe kun je in zo’n plat land als Nederland, waar iedereen gelijk is, waar je alleen tegen God nog ‘u’ zegt, hoe kun je daar nu op een goede manier met gezag omgaan? Vandaag is het thema ‘mooi gezag’. We gaan kijken naar hoe Jezus met zijn gezag omging, en hoe wij in het spoor van Jezus verder mogen gaan. Laten we eerst lezen over Jezus en gezag, het vervolg van het verhaal van vorige week over Jezus die volgers zoekt: we lezen Marcus 1:21-45.
1. Onderdrukkend gezag
De ervaringen met gezag in het Israël van het begin van onze jaartelling zijn ook niet onverdeeld positief. Iedereen herinnert zich koning Herodes de Grote, ook al is die inmiddels al zo’n 30 jaar dood. Het is de Herodes die alle kinderen in Bethlehem liet vermoorden omdat lucht had gekregen van de geboorte van Jezus. Maar dat is niet zijn enige wapenfeit. Hij liet ook 45 leden van de Joodse Hoge Raad om het leven brengen omdat ze hem te veel tegengas gaven. Niemand zou rouwig zijn om zijn dood, dat voelde hij zelf ook wel aan, dus daar had hij een plan op bedacht: uit elke familie zou 1 vertegenwoordiger gedood worden als Herodes stierf, zodat het hele land in rouw zou zijn. Hoe dan ook: dat is dus de Joodse ervaring met gezag.
Herodes werd opgevolgd door zijn zoon, ook Herodes geheten, die van zijn vader had geleerd hoe je je gezag laat gelden. Uit de bijbel is hij vooral bekend als de koning die Johannes de Doper liet doden om zijn vrouw en bonusdochter een plezier te doen, maar ook van de rechtszaak tegen Jezus. Ook geen fijne leidinggevende dus…
Verder had je de Romeinen, de echte machthebbers, die door elke Jood gehaat werden: het waren bezetters en ze hieven belastingen – daar maak je je als het gezag ook niet heel geliefd mee. En tenslotte waren er nog de Joodse leiders, die op het domein van de politiek en de samenleving weinig invloed hadden, maar des te meer als het ging om religieuze zaken. Met hun gezag wisten ze een heel aardig verdienmodel voor zichzelf te regelen.
Als Jezus in het verhaal van vandaag wordt tegengesproken door die onreine geest, dan doet die geest een beroep op het wantrouwen van gezag: iedereen met gezag gebruikt het om anderen mee te onderdrukken. Op nog een gezagsdrager, die ook nog beweert dat hij namens God spreekt, zit toch werkelijk niemand te wachten?! ‘Ben je gekomen om ons te vernietigen?’ bijt hij Jezus toe. Over dat ‘ons’ verschillen de meningen, volgens de een gaat het om meerdere geesten, maar zelf denk ik dat het om de inwoners van Kafarnaüm gaat: die geest speelt in op opstandige gevoelens tegen het gezag, op de gedachte dat iemand met gezag mensen wil onderdrukken. Niet alleen Zaankanters vinden gezag ingewikkeld – dat vonden de mensen toen net zo goed, en met goede reden.
2. Mooi gezag
Maar Jezus heeft dus gezag. Dat is zo ongeveer het eerste wat de mensen over Jezus opmerken. Jezus spreekt in de synagoge van Kafarnaüm. Het is er muisstil. Als Jezus even pauzeert en een slokje water neemt, kijken de mensen hem verwachtingsvol aan: ‘vertel meer!’, en Jezus gaat weer verder. De mensen drinken Jezus’ woorden in, ze voelen dat het niet alleen maar woorden zijn, maar dat er leven in die woorden stroomt. Marcus zegt het zo: ‘ze waren diep onder de indruk, want hij sprak hen toe als iemand met gezag.’ Om er nog aan toe te voegen: ‘niet zoals de schriftgeleerden.’
Dat klinkt niet heel vriendelijk, maar met hoe die schriftgeleerden het deden was op zich helemaal niet zo veel mis. Ze deden precies wat ze moesten doen: de bijbel uitleggen. En zoals wetenschappers dat tegenwoordig ook doen, willen ze alles wat ze zeggen ondersteunen met bronnen. Ik weet niet of je wel eens een wetenschappelijk boek hebt opengeslagen, maar uit mijn studententijd weet ik nog wel boeken waar ongeveer driekwart van de pagina door voetnoten in beslag werd genomen… Alles om te voorkomen dat mensen denken dat je maar wat kletst. Zo deden de schriftgeleerden dat ook: zij ontleenden hun gezag aan hun bronnen.
Jezus is totaal anders. Bij Jezus geen voetnoten. Hij hoeft zich helemaal niet op anderen te beroepen. Hij praat ook niet theoretisch, óver God, maar de mensen voelen dat Jezus God ként, en dat Jezus ook hén kent: alleen al door te luisteren voelen ze zich herboren.
Dat Jezus met uniek gezag spreekt, blijkt ook in het vervolg: eerst wordt die geest uitgedreven, en daarna de koorts waarmee Simons schoonmoeder op bed ligt. In die tijd waren er meer mensen die zich met uitdrijvingen bezig hielden, maar die hadden uitgebreide rituelen en formules die allemaal heel zorgvuldig moesten worden afgewerkt. Jezus hoeft maar te zeggen: ‘wegwezen’, en die geest en die koorts moeten afdruipen. Zodra de zon is ondergegaan, en de sabbatsdag voorbij is, loopt het hele stadje uit naar het huis van Simon. Simon ziet het nog voor zich: al die mensen bij zijn huis, en Jezus in de deuropening die de een na de ander geneest en bevrijdt, met niet meer dan woorden. Dit is niet zomaar iemand met een groot natuurlijk overwicht – hier sta je oog in oog met het gezag van de Schepper.
Over gezag gesproken! Maar, zoals gezegd, echt goede ervaringen met gezag, dat hébben de mensen niet. Gezag is iets waar je voor moet uitkijken! Is Jezus de zoveelste die de machthebber gaat uithangen? Heeft die geest die Jezus in de synagoge toeschreeuwt niet een punt?
Maar Jezus gaat heel anders met zijn gezag om. Niet om er zelf beter van te worden, maar om anderen te laten bloeien, hen weer mens te laten zijn. Als Jezus had gewild, had hij makkelijk 1000 euro per genezing kunnen vragen, en had hij in 1 avondje genoeg verdiend om de rest van het jaar lekker op vakantie te gaan, met de camper op roadtrip door het Romeinse Rijk. Maar Jezus vraagt niets terug voor wat hij doet.
Jezus gebruikt zijn gezag niet om te onderdrukken, maar om te zegenen. Misschien komt dat nog wel het mooist naar voren in het verhaal van de man met huidvraat. In de afgelopen jaren hebben wij wat kunnen oefenen met in quarantaine gaan en met social distancing, maar als je huidvraat had, kwam je daar nooit meer uit. Je moest je huis verlaten, je was niet meer welkom in de stad en niemand zou jou ooit nog aanraken. Deze man overtreedt alle regels door bij Jezus te komen. Ieder ander zou hem onmiddellijk de huid hebben vol gescholden, nog verder de grond in getrapt. Maar Jezus raakt hem aan! Het is de eerste aanraking in jaren, en dan man voelt de huidvraat wegtrekken.
Zó gebruikt Jezus zijn gezag – nog steeds. Jezus volgen is niet je onderwerpen aan iemand die je eigen wil van je afpakt, je misbruikt om zelf groter te worden. Jezus volgen, leven onder zijn gezag, laat je juist bloeien, laat je meer mens zijn.
Hoe kunnen wij met gezag omgaan, in het spoor van Jezus? Als je leiding mag geven, in de kerk of ergens anders, of als je die taak niet hebt – maar wel degelijk invloed hebt, want dat heeft iedereen in zekere mate. Natuurlijk, wij zijn Jezus niet, zijn de Schepper niet, en hebben dus niet dat gezag dat Jezus heeft. Als ik preek, lijkt dat misschien meer op dat gezag van de schriftgeleerden, met hun uitgebreide voetnoten bij alles wat ze zeggen. Oke, die voetnoten laat ik weg, want die zijn heel saai, maar het meeste van wat ik jullie vertel heb ik niet zelf verzonnen, maar ergens gelezen. En tegelijk hoop ik dat je soms ook de ervaring hebt dat dwars door de stamelende woorden van een dominee heen de stem van Jezus je aanspreekt.
Later in het bijbelboek Marcus geeft Jezus zijn gezag door aan zijn volgers. In Marcus 6 worden ze eropuit gestuurd om ermee te oefenen, en Marcus sluit in Marcus 16, na de opstanding, af met de opdracht met het gezag van Jezus mensen te bevrijden, zodat het koninkrijk van God ook zichtbaar wordt in wat er om de volgers van Jezus heen gebeurt. Jezus geeft zijn macht door! Gezag in de kerk gaat over veel meer dan wie goede leiderschapsvaardigheden heeft: het gaat over dat wij in Jezus’ naam door mogen gaan met zijn werk!
Daar wordt het ook gevaarlijk, want dat gezag kun je misbruiken, door mensen ermee te onderdrukken. Vorige week nog kwamen afschuwelijke verhalen naar buiten van T.B. Joshua, een Nigeriaanse genezingsprediker die in 2021 overleed. Hij dreef demonen uit en genas zieken – allemaal in Jezus’ naam. Maar in tegenstelling tot Jezus werd hij er steenrijk van – wat al te denken geeft. Nu, na zijn dood, komen de verhalen pas echt naar buiten: over ernstig seksueel misbruik, over verkrachtingen en gedwongen abortussen. En journalisten die bij de kerk van Joshua informatie proberen te verzamelen, worden door beveiligers met geweren beschoten. Het lijkt in niets meer op hoe Jezus zijn gezag gebruikte.
Toch zou het erg jammer zijn als zulke ontsporingen ons ervan weerhouden dat gezag van Jezus te zoeken. Laten we niet met het badwater ook het kind weggooien: dat God, ook vandaag, tekenen van zijn koninkrijk geeft. Laat de kerk een plek zijn waar je door de macht van Jezus opbloeit, waar we door het gezag van Jezus meer mens worden. Een plek waar we in Jezus’ naam zegenen, vergeven, bevrijden, recht doen, bidden. Waar wat we geloven ook werkelijkheid wordt.
3. Bidden in Jezus’ naam
Gezag is iets ingewikkelds voor mensen als ik. Maar het gezag van Jezus is heel anders! En daarom is het mooi als kerk nieuwe leiders te krijgen, die net als Jezus dienstbaar willen zijn.
Laten we vooral, leider of niet, oefenen met dat gezag van Jezus. Ik denk dat bidden daarvoor een heel mooie manier is. Veel christelijke gebeden sluiten af met de woorden ‘in Jezus’ naam’. Dat zijn geen lege woorden – het betekent dat je het gezag van Jezus aan je gebed verbindt. Bidt zo voor anderen: voor elkaar, je buren, vrienden, klasgenoten, collega’s, voor de wijk, de stad, het land, de wereld. En wees zo zegenend aanwezig – in de naam van Jezus. Amen.
