Marcus 1:14-20 | Ben jij een Jezus-volger?

Inleiding

‘Volg mij.’ Die woorden kom je overal tegen. Als je lekker ouderwets hebt geshopt, en dan bedoel ik dus fysiek,  in winkels waar je doorheen kunt banjeren en de producten kunt aanraken, dan kun je zomaar een bordje tegenkomen: ‘volg ons op Instagram’. En als je nieuwerwets hebt geshopt, online dus, gaat dat zelfs helemaal vanzelf: als je hebt gezocht naar nieuwe schoenen, wordt je Facebook-tijdlijn de komende maand overspoeld met schoenenreclame. Want dat vind jij interessant, dus dat volg jij. Dat je al schoenen hebt gekocht, en helemaal niet wilt weten dat je ze nu met meer korting had kunnen kopen, dat doet er voor die algoritmes niet zo toe… En als je een filmpje op YouTube kijkt, dan krijg je de vraag vaak ook: ‘wil je niets van ons missen? abonneer je dan op ons kanaal.’ Oftewel: ‘volg mij’.

‘Volg mij’ – het zijn ook woorden van Jezus, uit een tijd dat je iemand nog niet op je schermpje kon volgen, maar daar echt voor in beweging moest komen. Vandaag gaat het over die woorden van Jezus. Wat bedoelt hij ermee? Hoe kun jij een Jezus-volger zijn? Wat betekent dat voor jou leven? Op die vragen proberen we vandaag een antwoord te vinden. Maar eerst gaan we lezen: Marcus 1:1-20.

1.   Eerste kennismaking

Zo krijgt Jezus bij onze eerste kennismaking met hem direct volgers. Want dat is dit hoofdstuk: een eerste kennismaking met Jezus. Ok, voor wie net Kerst heeft gevierd, en voor wie het evangelie leest dat Lucas heeft opgeschreven, is de eerste kennismaking al direct bij Jezus’ geboorte. Maar bij Marcus niet. Voor de lezers van Marcus, wat wij vandaag zijn, maar ook voor bijna iedereen in het Israël van toen, is dít de eerste kennismaking met Jezus. Jezus loopt inmiddels al zo’n 30 jaar op aarde rond, maar twee maanden geleden had nog niemand van Jezus gehoord.

Dat geldt ook voor Petrus, met wie Marcus veel heeft opgetrokken. Petrus heeft alles wat hij met Jezus heeft meegemaakt aan Marcus verteld, en Marcus heeft het vervolgens opgeschreven. Dus eigenlijk kijk je in Marcus 1 mee door de ogen van Petrus die Jezus voor het eerst leert kennen. Een kennismaking die zijn leven op z’n kop zet – en dat van jou misschien ook wel!

2.   Jezus-volgers

Maar voor we verder kennismaken met Jezus –  laten we eerst eens kennismaken met Petrus, of beter: met Simon, want zo kent iedereen hem. Simon is geboren en getogen in Galilea, een streek in het hoge noorden van Israël, ver van Jeruzalem, en nog veel verder van Rome, de plekken waar het gebeurde. Samen met broer Andreas is hij actief als kleine zelfstandige in de visserij, een sector waar het hard werken is, maar waar na aftrek van alle vaste lasten vaak nog net een beetje overblijft om te sparen. Ze kennen het meer van Galilea, zeg maar hun jachtterrein, al heet dat in de visserij vast anders, op hun duimpje: als kind gingen ze met papa mee uit vissen, en nu weten ze precies waar de vissen zich verschuilen. Als broers voelen ze elkaar haarfijn aan, kunnen ze elkaar soms niet uitstaan, maar even later is het weer dikke pret.

Ook vandaag zijn Simon en Andreas aan het vissen. Tot híj langs komt – Jezus. Ze hadden al over Jezus gehoord. Het is sinds kort heel moeilijk om niets van Jezus gehoord te hebben, ongeveer net zo moeilijk als december doorkomen zonder Last Christmas van Wham! ergens te horen. Sinds Jezus de anonimiteit van zich heeft afgeworpen is hij een beroemdheid geworden. Maar Simon en Andreas hebben hem nog niet met eigen ogen gezien. Tot vandaag.

‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Voor een eerste indruk krijg je geen tweede kans, en deze openingszin van Jezus is helemaal raak: Simons mond zakt langzaam open: wow! Hij twijfelt geen moment, laat zijn werk liggen, en gaat met Jezus mee. Simon wordt de eerste Jezus-volger.

Maar wat is dat eigenlijk, iemand volgen? Tegenwoordig kennen we ‘volgen’ vooral van social media, en ergens is die vergelijking zo gek nog niet. Dochterlief volgt de Zoete Zusjes, twee zusjes uit een vloggend gezin op Youtube. Ze wil geen video van ze missen en voor haar verjaardag vraagt ze hun boeken – want die hebben ze ook nog. Volgen is dus zorgen dat je op de hoogte bent van wat iemand doet, dat je helemaal meeleeft, en zelfs een beetje meedoet.

Dat is het voor Simon ook, met als verschil dat daar de relatie van 2 kanten komt. Je kunt ‘Jezus volgen’ heel ingewikkeld maken, maar voor Simon en de anderen is het gewoon achter Jezus aanlopen, getuige zijn van wat Jezus allemaal doet, in Jezus’ aanwezigheid zijn, en vriendschap met Jezus sluiten. Natuurlijk, zo dicht bij Jezus leven, dat verandert je ook, dat zegt Jezus ook: ‘ik zal jullie vissers van mensen maken’, maar het begint eenvoudigweg met je leven met Jezus leven. En dat is niet alleen iets voor Simon en zijn tijdgenoten – Jezus zegt het ook tegen  jou: ‘volg mij’. Later, in het bijbelboek Handelingen,  worden christenen ‘mensen van de Weg’ genoemd: geloven in Jezus is een weg gaan, is volgen.

Maar waarom zou je Jézus gaan volgen? Ik bedoel, je kunt niet alles en iedereen volgen, je moet wel een beetje selectief zijn. Wat maakt Jezus iemand om te volgen?

Voor Simon lijkt dat helemaal geen vraag te zijn. Jezus zegt ‘volg mij’, en direct laat Simon zijn netten achter. In Jezus’ aanwezigheid zijn, vriendschap met Jezus sluiten, dat is een kans die hij iet kan laten liggen. Als Jezus zegt ‘volg mij’, dan is dat niet iets om over na te denken, iets om eerst thuis maar eens te bespreken, om er vervolgens nog een nachtje over te slapen en met een halfbakken compromis terug te komen. Als Jezus zegt ‘volg mij’, dan is dat de stem van je Schepper, waar je helemaal warm van wordt, omdat hij je gevonden heeft. Net als een spijker geen nee kan zeggen tegen een magneet, zo kun je ook geen nee zeggen als Jezus je vindt.

Dat zit ook al in hoe Jezus zichzelf presenteert, direct voor hij volgers verzamelt. ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer, en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ Jezus heeft het over ‘goed nieuws’, over evangelie, een woord dat Marcus heeft overgenomen in zijn levensbeschrijving van Jezus: ‘het begin van het evangelie van Jezus Christus’. Dat woord, evangelie, is niet uitgevonden voor het leven van Jezus: het werd bijvoorbeeld ook gebruikt voor Romeinse keizers. Zo is er een ‘evangelie van Caesar Augustus’ gevonden, over de geboorte en kroning van de keizer. Maar een gewoon woord was het niet: het werd gebruikt voor keizers, niet voor gewone stervelingen, voor een machtswissel, die grote impact heeft. Zó presenteert Jezus zich dus: als goed nieuws.

Er waren ook in die tijd meer mensen die volgers verzamelden, zeg maar de influencers van toen. Maar die moesten het hebben van hun ideeën, waarmee ze hun volgers dan hoopten te inspireren. Variërend van je zo goed mogelijk aan Gods regels houden, en er voor de zekerheid maar wat regels bij maken, tot het voorbereiden van een guerrilla-oorlog tegen de Romeinen. Maar Jezus brengt geen ideeën, geen advies, bij Jezus niet 10 tips om dichter bij God te leven en zo gelukkig te zijn: Jezus ís God die jou opzoekt, en je uitnodigt te delen in het leven dat hij gééft. Natuurlijk, tips kunnen heel inspirerend zijn, maar goed níeuws is pas echt bevrijdend!

Jezus is niet de zoveelste met een fantastische theorie over het leven die een eliteklasje om zich heen verzamelt. Nee, Jezus zoekt gewone mensen, om in gewone levens te delen. Het gaat niet om een systeem dat Jezus komt uitleggen, het gaat om Jezus zelf, om relatie met je Schepper, om heel je leven met hem te leven. De ongecompliceerdheid daarvan spreekt me enorm aan: het is eenvoudig en radicaal tegelijk – gewoon daar willen zijn waar Jezus is.

Ja, het is ook radicaal. Die eerste ontmoeting van Simon met Jezus is een ontmoeting die zijn leven op de kop heeft gezet. Dat begint direct al: Simon en Andreas laten hun netten achter,  hun redelijk stabiele leven, om een weg te gaan waarvan ze geen idee hebben waar het ze gaat brengen. Hetzelfde geldt voor Jakobus en Johannes, die hun vader Zebedeüs achterlaten. En nee, het is niet zo dat ze nooit meer gaan vissen, en dat Zebedeüs zijn zonen nooit meer ziet.  Je kunt het wel een beetje vergelijken met een huwelijk: volgens Genesis 2 verlaat je dan je ouders. Gelukkig is het niet zo dat sinds ik met Hanneke getrouwd ben, ik mijn ouders niet meer zie. Maar het is wel anders: nu is mijn thuis en mijn leven met Hanneke. Dat is het voor die eerste volgers van Jezus ook: ze verbreken niet alle banden met hun leven tot nog toe, maar het is niet langer wat hun leven bepaalt – dát is Jezus.

Om Jezus te volgen, moet je je oude leven loslaten. Een beetje christen zijn gaat niet: je bent toch ook niet ‘een beetje getrouwd’? Je volgt Jezus, je gaat met hem mee, of niet – dat is best radicaal! En die eerste volgers van Jezus zijn heus niet de enigen die dat hebben gedaan: nog altijd kiezen miljoenen christenen ervoor Jezus te volgen, Jezus op de eerste plek te zetten, en daar op allerlei manieren keuzes in te maken. Bijvoorbeeld door werk te doen waarvan je gelooft dat het wat toevoegt, in plaats van de carrière waarin je het snelste rijk kunt worden. Of door een dag minder te werken en zo tijd te maken voor vrijwilligerswerk. Maar het kan ook op heel veel andere manieren.

Waarom zou je Jezus volgen,  als dat niet zo simpel is als een kanaal op YouTube volgen, waar je jezelf ook weer voor afmeldt als je het niet meer leuk vind? Eigenlijk is het antwoord heel simpel: het is liefde! Als je die stem van Jezus hoort, ‘volg mij’, dan wil je niets liever dan volgen, dan vriendschap sluiten, dan zijn waar Jezus is. Ook al kost het je leven. Daar kan Jezus trouwens over meepraten. Voor hij jou vraagt je leven op te geven, gaf hij al zijn leven bij de Vader op. En hij weet waar die weg hem brengen zal: dat het hem zijn leven zal kosten. Want voor Jezus hebben wíj prioriteit!

3.   Helpen volgen

Ben jij een Jezus-volger, of wil je dat zijn? Misschien vind je dat best abstract. Om eerlijk te zijn: dat vind ik ook wel… Het is meer op avontuur gaan met Jezus, dan dat het een kant en klaar recept is voor wat je dan moet doen. 10 Tips zijn echt veel makkelijker dan ‘Jezus volgen’. Voor iedereen is de weg met Jezus anders, maar het begint wel altijd met dicht bij Jezus zijn.

En dan ben je hier, in de kerk, op de goede plek. Hier mag je iets van Jezus zien, iets van die stem van Jezus horen. Maar hier mag je ook elkaar helpen die weg te gaan. Jezus volgen is niet iets wat je in je eentje hoeft te doen. In de kerk zijn we er juist om elkaar te helpen de weg van Jezus te gaan: om elkaar aan te moedigen, voor elkaar te bidden,  samen te ontdekken wat Jezus zegt. Daarom wil ik afsluiten met 2 vragen, die je mee mag nemen: Wat heb jij van anderen nodig om Jezus te volgen? Hoe kun jij een ander helpen Jezus te volgen? Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: