Lucas 24c | Jezus zegent je

Inleiding

Wie van jullie is er een beetje goed in jaartallen enzo? Mooi – dan wil ik je graag een vraag stellen: wat gebeurde er in het jaar 33? Precies, zeer waarschijnlijk is 33 het jaar waarin Jezus werd gekruisigd en opstond uit het graf. Komende maand is in het Olympisch Stadion in Amsterdam de aftrap van een wereldwijde evangelisatiecampagne om voor 2033 zoveel mogelijk mensen met het evangelie te bereiken. Want dan is het precies 2000 jaar geleden dat Jezus opstond.

Maar nu voor de echte geschiedenisfreaks: wat gebeurde er nog meer in het jaar 33? Nee, je mag niet opzoeken. En toen bleef het stil… Ik moet bekennen dat ik het zelf ook moest opzoeken, gelukkig weet Wikipedia bijna alles, en heeft zelfs een speciale pagina gewijd aan het jaar 33. In 33, zo lees ik daar, zit Rome in een financiële crisis en probeert keizer Tiberius die te bedwingen door een hypotheekbank te openen. Klinkt als de dingen die we vandaag nog altijd doen, maar ik had er nog nooit van gehoord. Verder is het het jaar van de kroning, van koning Nongda Lairen Pakhangba in India. Het wordt gevierd met een polowedstrijd. De Engelsen zouden er ook toe in staat zijn geweest…

Wat ik ermee wil zeggen: bijna alles wat in het jaar 33 gebeurde is al lang weer vergeten. Maar wat met Jezus gebeurd is niet! Sterker nog: er zijn nog nooit zoveel volgelingen van Jezus  op de wereld geweest als nu! Hoe kan iets dat bijna 2000 jaar geleden met 1 mens gebeurde voor de hele wereld van vandaag betekenis hebben? Dat is precies waar Hemelvaart over gaat!

Ik wil jullie graag meenemen in het evangelie van Hemelvaart, vanuit het thema ‘Jezus zegent je’. Daarbij lezen we vandaag niet het uitgebreide verslag uit Handelingen 1, maar hoe Lucas de Hemelvaart vertelt in Lucas 24:36-53.

1.   Pasen en Hemelvaart

Misschien had je de conclusie al getrokken, en anders vertel ik het je nu: dit verslag van Lucas gaat over de dag dat Jezus is opgestaan! 6 Weken geleden, met Pasen, hebben we het begin van dit hoofdstuk al gelezen, over het lege graf, en de totale verwarring die dat oproept. 5 Weken geleden, met de Kerkproeverij, hebben we het midden van het hoofdstuk gelezen, over Kleopas en wellicht zijn vrouw Maria, die teleurgesteld afdruipen naar hun woonplaats Emmaüs, maar dan een ontmoeting met Jezus hebben. Het begint door te dringen: het kruis was altijd al het plan, en Jezus leeft echt. De verwarring maakt plaats voor een diep gelukkig gevoel: Jezus leeft! En dat is niet alleen maar ‘fijn voor Jezus’, of ‘fijn voor zijn vrienden’, maar het is goed nieuws voor de hele wereld. Dáárover gaat het in dat laatste deel van Lucas 24.

Het lijkt bij Lucas wel alsof Pasen en Hemelvaart op 1 dag vallen. Terwijl Lucas prima weet dat dat niet zo is. Sterker nog: juist dóór Lucas weten we dat er 40 dagen tussen zitten – het verslag in Handelingen 1 is namelijk óók van zijn hand. Maar hier vertelt Lucas het verhaal van Pasen en Hemelvaart in 1 adem door, want ze horen bij elkaar. Pasen kan niet zonder Hemelvaart, en andersom. Het is niet: ‘hebben we net Pasen gehad, moet er wéér iets met Jezus gebeuren waardoor we een extra lang weekend hebben.’ Je zou beter kunnen zeggen dat Hemelvaart de laatste dag van Pasen is.

2.   Jezus zegent je

Wat mij direct opviel in dat verslag van Hemelvaart uit Lucas 24 is dat Jezus vertrekt terwijl hij zijn vrienden zegent. Het verslag over de Hemelvaart is maar 2 verzen, maar daarin wordt 2 keer die zegen genoemd: ‘hij hief zijn handen op en zegende hen’ en ‘terwijl hij hen zegende wordt hij opgenomen’. Alle nadruk valt dus op die zegen.

Mooi: dit is het laatste dat we van Jezus zien, dit is het beeld van Jezus dat op het netvlies gebrand blijft. Het laatste dat we van Jezus zien is niet dat hij zijn ogen sluit en zijn laatste adem uitblaast, maar dat hij zijn handen over je uitspreidt en je zegent! Met zijn handen opgeheven in een zegengebaar, ging Jezus de hemel in, om ze nooit meer naar beneden te laten zakken. Nou ja, figuurlijk dan. Ik denk niet dat Jezus al bijna 2000 jaar zijn handen omhoog houdt, maar ik geloof absoluut dat Jezus al die tijd zegent, dat hij geen moment opgehouden is met zegenen! Volgens het verslag in Handelingen 1  komt Jezus op een dag op dezelfde manier terug als hij naar de hemel is gegaan: dat mag je ook op deze zegen toepassen. Jezus gaat zegenend naar de hemel, zegent vanaf daar al bijna 2000 jaar, en zal zegenend terugkomen.

Als Jezus bij zijn Hemelvaart zegent,  dan is dat niet een beleefde manier van afscheid nemen, geen ‘nou, dat was het dan, heb het goed, zegen en tot ziens.’ Het is ook niet dat Jezus zijn vrienden en ons het beste toewenst, met een paar laatste indringende woorden om altijd mee te nemen, zo van: ‘ik moet gaan, ik vind het moeilijk jullie los te laten, ik bid jullie toe dat jullie verder gaan op de weg die ik heb gewezen, en dat jullie op die weg werkelijk gelukkig zullen zijn.’ Mooi – maar het zadelt je ook met een onmogelijke opdracht op. Maar als Jezus zegent, dan is dat een zegen met kracht: de zegen van Jezus bestaat niet uit beleefde woorden, is ook niet een mooie laatste wens, maar is een belofte waar je op mag rekenen. Als je de zegen van Jezus krijgt, is dat het mooiste dat er is!

Maar wat is die zegen dan? Twee dingen daarover. Het eerste is wat Lucas noemt: ‘zonden worden vergeven.’ Het doel van het kruis en de opstanding van Jezus, zo zegt Lucas, is dat ‘zonden worden vergeven.’ Dát is waarom wat met 1 man bijna 2000 jaar geleden gebeurde voor vandaag nog altijd betekenis heeft. Misschien ben je een beetje allergisch geworden voor dat woord: ‘zonde’, staat zonde vooral voor dat er allerlei regeltjes zijn waar je je aan moet houden en dat je het toch nooit goed genoeg doet… Daarom gebruik ik vaak andere woorden dan ‘zonde’. Maar waar het om gaat: mensen zijn vervreemd geraakt van God, we zijn gemaakt om van hem te genieten, om in hem al ons geluk te vinden, maar we zoeken het op heel andere plaatsen dan bij God. Maar door wat Jezus heeft gedaan,  is er verzoening, is het weer goed met God! En dat zit in die zegen: als je aanneemt wat Jezus je geeft, is het goed tussen jou en God, en is er niets meer wat daar nog tussen kan komen.

Wat de zegen ook is, dat is het tweede, is dat wij nu een contactpersoon bij God hebben, dat Jezus ónze man bij God is, onze ingang daar. Toen wij 5 jaar geleden ons huis kochten moest daar in korte tijd heel veel in gebeuren. 1 Van de dingen die wij graag wilden, was vloerverwarming in de woonkamer. Maar ja, er waren meer mensen die dat wel wilden, dus konden we achterin de rij aansluiten: ‘wánneer wilt u het erin hebben?! Zei u nu echt dat het over 4 weken klaar moet zijn? Nou succes met zoeken dan, ons lukt het niet eerder dan over een half jaar.’ Gelukkig hadden we een ‘inside man’,  iemand uit onze vorige kerk die in de bouwwereld werkte, en nog wel een loodgieter wist die dit even snel voor ons kon doen. In 3 weken lag de vloerverwarming er in.

Jezus is ook zo’n inside man. In Hebreeën 7 en 8 staat het zo: ‘wij hebben een hogepriester die in de hemel plaatsgenomen heeft aan de rechterzijde van de troon van Gods majesteit.’ En: ‘ieder die door hem tot God komt, zal hij volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.’ Wij hebben dus iemand bij God die onze belangen behartigt! God is niet meer ver weg en onbereikbaar – want we hebben de beste ingang die we maar kunnen bedenken. Ook zo zegent Jezus jou met zijn Hemelvaart.

Ja: jou. Ook al stond jij er, net als ik, niet bij toen Jezus zegenend aan het oog werd onttrokken. Want dat is juist het idee van Hemelvaart: de zegen van Pasen is niet alleen voor wie er bovenop stonden, maar moet de hele wereld over. Vlak voor Jezus gaat, geeft hij dat als opdracht mee: ‘jullie zullen hiervan getuigenis afleggen.’ Vanaf nu is de zegen van Jezus niet meer alleen voor Israël: de zegen, dat je zonden vergeven zijn, dat het goed is met God, en dat je een ingang bij de Vader hebt, die zegen gaat zich nu verspreiden. Daarom moet Jezus ook niet meer op 1 plek op aarde blijven, maar naar de hemel gaan, vanaf waar hij overál is en overál zegent. Hemelvaart vertelt waarom de zegen niet langer lokaal is, maar internationaal.

Ik moest denken aan een filmpje, ik zal hem straks even in de Menorah-app delen, https://www.youtube.com/watch?v=L6TGxKvSqH8  over een dominee die aan iemand naast hem in het vliegtuig moet uitleggen wat voor werk hij doet. Hij voelt er niet zoveel voor te zeggen dat hij dominee is, want dat roept allerlei vooroordelen op. Dus is hij liever creatief in vertellen wat hij doet: ‘ik werk voor een internationale onderneming, met vestigingen in bijna elk land van de wereld, we kijken naar mensen om van geboorte tot hun overlijden.’ Zijn gesprekspartner is nieuwsgierig: ‘hoe heet dat bedrijf dan?’ ‘De kerk, mevrouw!’ Nou, bij dat bedrijf zitten wij dus, en dan mag je ook nog elke dag contact hebben met de CEO. Hemelvaart maakt het mogelijk!

3.   Zegen de Heer

Als je zo naar Hemelvaart kijkt, als een geweldige zegen die ook voor jou is, dan ga je ook de reactie van Jezus’ leerlingen begrijpen: dat ze niet verdrietig afdruipen omdat Jezus nu uit hun leven verdwenen is, maar dat ze juist zo blij zijn als ze nog nooit zijn geweest en niets anders meer kunnen dan God loven. Waar trouwens die zegen weer terugkomt: in het Grieks is zegenen en loven hetzelfde woord. Jezus zegent ons, en wij, op onze beurt, zegenen de Heer!

Ik zou zeggen:  laat die zegen van Jezus op je inwerken, kom onder de indruk, of raak opnieuw onder de indruk, van het geweldige nieuws van Pasen en Hemelvaart. Ik ken dat nieuws mijn hele leven al, en dat heeft het risico dat het gewoon wordt en went. Maar als je gelooft in Jezus heb je echt goud in handen! Dus: ontvang die zegen vandaag, en zegen op jouw beurt de Heer! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: