Handelingen 15:36-16:10 | Gods plan ontdekken

Inleiding

De meivakantie zit er weer op, dus op naar de zomervakantie. Er worden alweer heel wat vakantieplannen gemaakt: plannen om op vakantie te gaan, maar ook plannen voor thuis. Wie van jullie heeft eigenlijk al plannen voor de zomer?

Ik ook. Ik weet namelijk graag waar ik aan toe ben. Op de bonnefooi op reis gaan, dat is niets voor mij. Bovendien mis je dan alle voorpret – en die zou ik echt niet willen missen! Ik moet er ook niet aan denken een aannemer de sleutel van ons huis te geven met de opdracht ‘maak maar wat moois van de badkamer’. Ik wil graag mijn eigen plan maken. En aan jullie vingers te zien, ben ik niet de enige.

Het is mooi als je plannen kunt maken. Maar plannen zijn ook relatief. In de bijbel schrijft Jakobus daarover: ‘iets voor u die zegt: “vandaag of morgen gaan we naar die en die stad. Daar blijven we een jaar, we zullen er handeldrijven en geld verdienen.” U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet. (…) U zou moeten zeggen:  “als de Heer het wil, zijn we dan in leven en zullen we dit of dat doen.”’

‘Als de Heer het wil.’ Maar wat wil de Heer dan? Een vakantiebestemming is dan misschien niet het spannendste voorbeeld, maar wat wil God dat jij met jouw leven doet? Welke keuzes mag jij maken die passen bij zijn plan? En hoe zit dat voor ons als kerk? Wij zitten in een spannende tijd, van zoeken naar waar en hoe we kerk kunnen zijn – maar wat wil God eigenlijk?

Vanochtend gaan we hebben over Gods plan ontdekken. We gaan luisteren naar een verhaal uit het leven van Paulus, over plannen maken die toch niet bij Gods plan pasten, en over zoeken naar wat Gods plan dan wel is. Het is een verhaal dat ons mag helpen Gods plan op Gods tijd te ontdekken. Laten we het lezen: Handelingen 15:36-16:10.

1.   De wereld in

We hebben gelezen uit het bijbelboek Handelingen.  Handelingen is geschreven door Lucas, dezelfde Lucas als die een van de vier evangeliën heeft geschreven, en gaat over hoe het goede nieuws van Jezus zich verspreidt. Het gaat over waarom er niet alleen in Israël volgelingen van Jezus zijn, maar waarom zij op de hele wereld te vinden zijn.

Ik weet niet of je wel eens een boek leest en hoe je dat dan doet, maar als ik een boek lees, begin ik altijd op de eerste bladzijde – als ik halverwege begin, snap ik er niets van. Toch is dat precies wat we net gedaan hebben: we zijn halverwege Handelingen begonnen met lezen. Dus even over wat hiervoor gebeurd is:

Nadat in Handelingen 2 de heilige Geest komt, groeit het aantal volgelingen van Jezus razendsnel. Maar daarmee groeit ook de weerstand tegen deze eerste christenen. Al snel krijgen ze te maken met pesterijen, en daarna serieuze vervolging: het werd strafbaar om christen te zijn. Een van de fanatiekste christenvervolgers was Paulus. Maar op een van zijn strafexpedities ziet hij, vrij letterlijk, het licht. En daarna wil hij iedereen over Jezus vertellen. Samen met ene Barnabas gaat Paulus op reis, naar Turkije, waar mensen tot geloof in Jezus komen. Dat is het punt waar we nu in het boek zijn: in Turkije zijn kerkjes ontstaan, maar in Europa nog niet.

Door dit hele verhaal heen, speelt een heet hangijzer: Jezus was een Jood, staat in de Joodse traditie – maar nu gaan ook niet-Joden in Jezus geloven. Kan dat eigenlijk wel? Moeten zij niet eerst Joods worden, voor zij christen kunnen zijn? En Joods worden, dat betekent je houden aan alle Joodse regels. Daar wordt heel wat over gediscussieerd, tot er in Handelingen 15 een vergadering wordt belegd, je zou het kunnen zien als de allereerste synode, waar het helemaal gaat over die vraag. De conclusie: om in Jezus te geloven, hoef je niet Joods te worden. Maar in het verhaal van vandaag ettert die discussie nog wel na.

2.   Gods plan ontdekken

We zijn aangekomen rond het jaar 50 na Christus. Na die vergadering beginnen Paulus en Barnabas plannen te maken, om terug te gaan naar Turkije, en de volgelingen van Jezus daar aan te moedigen. Maar die plannen worden doorkruist. Er ontstaat een hoogoplopend conflict: Barnabas wil zijn neef Johannes Marcus meenemen op reis, maar Paulus wil daar niets van weten. Johannes Marcus is namelijk ook op de vorige reis mee geweest, maar precies toen het spannend werd, toen ze niet-Joden met Jezus bekend wilden maken, was Johannes Marcus afgehaakt.  Paulus vertrouwt hem niet meer: gaat Johannes Marcus de nieuwe christenen vertellen dat ze beter toch maar volgens de Joodse regels kunnen leven? Barnabas, op zijn beurt, kan het niet verkroppen dat Paulus zijn neef geen nieuwe kans wil geven. En zo gaan ze met knallende ruzie uit elkaar.

Je kunt het allemaal zo mooi bedacht hebben, je plannen zijn veelbelovend. Je ziet de toekomst voor je: welke studie je gaat doen, je carrièreplan, met wie je oud wilt worden, wat je na je pensioen gaat doen, hoe je aan de wereld wilt bijdragen, en als kerk: hoe we een familie van Jezus in onze stad willen zijn. Maar voor je het weet worden plannen doorkruist: er komt een knallende ruzie tussen, het coronavirus heeft alles anders gemaakt, je wordt ziek, je raakt in de problemen, je krijgt als kerk te horen dat je uit het gebouw moet. Van die mooie plannen is dan opeens weinig over. Wat nu?

Ik ben blij dat dit verhaal in de bijbel staat! Nee, leuk is zo’n situatie niet. Als ik Lucas was, was ik dit verhaal misschien wel ‘per ongeluk’ vergeten… Door Paulus weet straks de hele wereld van Jezus, van verzoening, maar zelf is Paulus niet in staat een ruzie op te lossen?! Het is wel eerlijk van Lucas: soms gaat het gewoon lelijk – ook bij christenen. Maar gelukkig houdt het daar voor God niet op! Sterker nog: God gebruikt de hele situatie  om Paulus op een nieuw pad te zetten – naar Europa. Zonder die knallende ruzie waren Paulus en Barnabas in Turkije gebleven, maar God gebruikt het om het goede nieuws van Jezus in Europa te brengen! Deze ruzie wordt het begin van de kerk in Europa. Onze plannen die doorkruist worden, kunnen voor God een heel nieuw begin zijn – dat geeft mij hoop!

Maar het is niet zo dat dan direct duidelijk is wat dan wel Gods plan is. Paulus kiest nieuwe reisgenoten, Silas en Timoteüs, en is gemotiveerd om verder te gaan met zijn levensopdracht, Jezus overal bekend maken, maar het wil niet zo lukken – er gaan alleen maar deuren dicht. Paulus zou graag verder Turkije in willen trekken, de provincie Asia, met hoofdstad Efeze, zou volgens Paulus een fantastische plek zijn om het evangelie verder te brengen. Na de ruzie met Barnabas begint Paulus weer te dromen, krijgt hij zijn passie voor Jezus en het koninkrijk voor God weer terug. Maar de heilige Geest verhindert het plan… Plan A wordt afgeschoten – dan maar verder met plan B: naar Bitynië, een streek in Noord-Turkije. Maar ook die deur gaat dicht – en een plan C heeft Paulus niet meer. Sinds het vertrek uit Antiochië, in Syrië, hebben ze al zo’n 1200 kilometer afgelegd, maar ze komen niet echt verder. Ze zwerven, ze zwalken, ze proberen van alles, maar niets lukt.

Ik kan me goed voorstellen hoe gefrustreerd ze zijn. Ze willen over Jezus vertellen, dat is toch goed?! Waarom gaan dan overal de deuren dicht? Ik herken die frustratie ook in de situatie van Menorah: sinds we te horen hebben gekregen dat we dit gebouw uit moeten, hebben we al mooie routes verkend, waarvan ik echt dacht dat het goed zou zijn voor Gods zaak in onze stad. Maar er gingen alleen maar deuren dicht, waardoor het voelt alsof we maar wat zwalken: overal een balletje opwerpen, en steeds met nieuwe ideeën moeten komen. Wat is het dan bemoedigend dat wij de eerste niet zijn! Blijkbaar is het helemaal niet gek om het een tijd niet te weten, en maar wat te proberen, om erachter te komen dat een weg doodloopt. Blijkbaar komt duidelijkheid niet op onze tijd, niet op Paulus’ tijd, maar op Gods tijd. Ik ben vaak zo ongeduldig, ik wil actie, ik wil beweging,  ik wil weten waar ik aan toe ben, maar God zegt: ‘rustig even’.

Wat óók bemoedigend is, is dat het daar niet bij blijft. Paulus blijft niet de rest van zijn leven een zoekende zwerver, maar krijgt een visioen: ‘steek over naar Europa, en help ons daar!’ Gods plan blijkt veel groter dan Paulus had gedacht: niet blijven hangen in Turkije, maar door naar Europa, om in een heel nieuwe wereld de passie voor Jezus te delen. Ik leer ervan dat Gods plan groter is dan de plannen die wij kunnen maken: wij hebben onze verwachtingspatronen, maar God is veel groter dan onze verwachtingen. God is de uitvinder van het out-of-the-box denken. Ik bedoel, het is voor Paulus en zijn reisgenoten spannend om de oversteek naar Europa te wagen, het is voor ons spannend om eigen plannen om te gooien, plannen waar we ons zo comfortabel bij voelen, maar God zelf kiest ook niet voor de veilige weg: in Jezus waagt hij de oversteek van de hemel naar de aarde, om mensen te zoeken die de weg kwijt zijn.

Terug naar Paulus: hij krijgt een visioen. Maar hoe weet je nu of een droom van God komt? Wat daarbij in ieder geval belangrijk is, is dat niet alleen jij, maar ook mensen om je heen, iets herkennen als iets dat van God komt. ‘Wé’ schrijft Lucas, zelf heeft hij zich inmiddels ook aangesloten bij het gezelschap, ‘wé maakten eruit op dat God óns geroepen had om aan de mensen daar het evangelie te verkondigen.’ Paulus legt zijn visioen voor aan zijn reisgenoten, en sámen komen ze tot de conclusie dat dit is wat God van hen wil. Gods plan ontdekken is een zaak van samen.

3.   Wacht en bidt

Soms weet je het even niet: wat wil God van mij? Als Menorah zoeken we ook: wat is Gods plan? Dan wil ik je vandaag meegeven: durf te wachten, en bid! Wachten zit niet zo in onze aard: we houden van actie en van duidelijkheid. Maar God geeft dat op zíjn tijd. Laat je niet uit het veld slaan als er deuren dicht blijven gaan.

En bid! Want bidden is erkennen: het moet van God komen, wij komen er niet met onze plannen, maar hebben de heilige Geest nodig. Dus bid, als je zoekt naar Gods weg in jouw leven. En ik wil je vragen ook voor Menorah te blijven bidden. Komende donderdagochtend, 11 mei,  gaan we dat ook weer met een groepje bij mij thuis doen – daarbij ben je van harte welkom, meer info komt in de app.

Zoek je naar Gods plan? Wacht dan, en bid. En verwacht dan veel van God! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: