Efeziërs 5:14b-20 | De Geest en muziek

Inleiding

Vandaag zit er extra veel muziek in de dienst. Sowieso zijn kerken bolwerken van muziek: gooi een dartpijltje op de wereldkaart, loop daar op een willekeurige zondag een kerkdienst binnen, en ik durf je te garanderen dat je muziek krijgt, en als je een beetje goed gooit krijg je er zelfs dans bij. Ook al snap je helemaal niets van de dienst, omdat de voertaal het Yoruba is, dan toch stap je met muziek in je hart weer naar buiten.

Waarom is dat zo? Waarom is in elke kerk muziek? Is dat meer dan sfeervolle omlijsting? Zoals bijvoorbeeld muziek in een kledingwinkel: je moet vooral niet proberen ernaar te luisteren, maar het brengt je wel in de stemming om geld uit te geven. Of, als het z’n doel mist, om de winkel weer uit te rennen… Maar is dat het in de kerk ook: een behangetje om de dingen heen die er echt toe doen? Of is het meer?

In deze Pinksterzangdienst wil ik het er met jullie over hebben. Want Pinksteren is een feest vol muziek. Niet alleen op Opwekking: ook hier in Menorah, en in miljoenen andere kerken. De Geest en muziek: ze horen bij elkaar. Vandaag ga je horen waarom. Daarbij lezen we Efeziërs 5:14b-20.

1.   Hou houd je vol?

We vallen middenin een hoofdstuk binnen. Efeziërs 5 gaat over wat christenzijn in de praktijk betekent. Als christen moet je bepaalde dingen loslaten: leugens, zedeloosheid, hebzucht – om maar eens wat te noemen. Paulus noemt dat de praktijken van de duisternis. Christenen mogen juist leven in het licht, op de weg van Jezus, op de weg van de liefde.

Maar hoe houd je dat leven vol? Hoe krijg je, of hoe houd je, passie voor Jezus? Hoe kan dat leven iets zijn om volop van te genieten? Hoe voorkom je dat geloven een verplicht nummertje wordt en het christelijke leven een last? Waar haal je de kracht vandaan?

2.   De Geest en muziek

Nou, je houdt het vol als je vol bent van God, vol van Jezus, vol van de Geest. Dan is geloven helemaal niet moeilijk en is een christelijk leven helemaal niet afzien: dan is geloven juist een bron van vreugde, dan is het puur genieten! Daarom is het zo mooi dat Paulus tussen al die voorschriften uit dit hoofdstuk wijst op waar je de kracht vandaan haalt: ‘laat de Geest u vervullen  en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft.’

‘Laat de Geest je vervullen.’ Dat vieren we vandaag. De Geest wil je vullen – ook jou: de Geest is er niet voor een select groepje. In de allereerste christelijke preek ooit, gehouden door Petrus, verwijst Petrus naar de profeet Joël, die zegt dat God zijn Geest over alle mensen zal uitgieten. Dan slaat hij jou dus echt niet over!

Dat ‘laten vullen’ is iets wat elke dag opnieuw gebeurt. Dus niet dat je superchristenen hebt die al gevuld zijn, en kneusjeschristenen die nog gevuld moeten worden. Als Paulus zegt: ‘laat de Geest je vervullen’, dan gebruikt hij een woord waar in zit dat dat steeds weer moet: elke dag weer je laten vullen met de Geest.

Gekke opdracht is dat eigenlijk: ‘laat je vullen’, of ‘word vervuld’. Het is een opdracht, maar tegelijk iets wat God moet doen. Ík kan mijzelf niet vullen met de Geest – alsof ik de Geest kan sturen. Je wórdt gevuld met de Geest – dat overkomt je. Net als in Handelingen 2: de leerlingen van Jezus wérden vervuld. Maar dat is niet het hele verhaal: de dagen ervoor hadden ze zich gewijd aan het gebed. Ze hadden zich gevuld, niet door zich vol te zuipen of Facebook en Instagram uit te scrollen, en zo te vluchten van het feit dat Jezus weg was – maar ze hadden zich gevuld met de dingen van God, met de woorden van Jezus en met gebed Je kunt de Geest niet afdwingen, maar je kunt wel voor hem openstaan – en dan wil hij je vullen!

Hoe doe je dat dan, openstaan?  Daar komt de muziek om de hoek kijken.  Paulus zegt: ‘laat de Geest je vervullen én zing met elkaar’.  Paulus zet ze op 1 lijn: gevuld worden en zingen. Wat het verband tussen die 2 is, is niet helemaal duidelijk: is zingen een manier om je te laten vullen door de Geest, of is zingen juist het effect van vol zijn van de Geest? Ik zou zeggen: het is allebei!

Zingen is een manier om jezelf te openen voor God, zodat zijn Geest je kan vullen. Muziek kan je helpen dicht bij God te zijn. Ik heb na een kerkdienst heel vaak dat een lied de hele dag in mijn hoofd blijft– soms zelfs een hele week. Elke keer als ik mijzelf erop betrap dat ik in mijn hoofd weer dat lied aan het zingen ben, stel ik me weer even open voor de Geest. Met een lied kun je jezelf geloof inzingen. Liederen zijn een soort preken – maar dan blijven ze ook nog hangen. (Misschien moet ik mijn preken maar gaan zingen…) Het woord dat Paulus gebruik voor ‘zingen’, wordt op andere plekken in de bijbel ook gebruikt voor ‘spreken’.  Ook in Handelingen 2: als de leerlingen gevuld zijn met de Geest, beginnen ze te ‘spreken’ in vreemde talen: precies hetzelfde woord. Dus: zingen is een manier om je voor God te openen.

Maar dat is niet alles: je kunt geloof inzingen, je kunt het ook uitzingen. Vol zijn van Jezus, vol zijn van de Geest, dat is heerlijk – zelfs in de moeilijkste omstandigheden wordt je daar blij van. Geloven is niet moeilijk en saai: als je er vol van bent is het feest. En op een feest kunnen 2 ingrediënten eigenlijk niet ontbreken (wie weet ze?):  eten en muziek.

En daarom zingen we in de kerk. Al heel erg lang. Dat stukje uit Efeziërs 5 dat we lazen begint met een citaat uit misschien wel het oudste christelijke lied: ‘ontwaak uit uw slaap / sta op uit de dood / en Christus zal over u stralen.’ De kerk heeft altijd al gezongen. Muziek is geen sfeervol behangetje voor de kerkdienst, maar een cadeau van God, dat je helpt je hart te vullen met het goede,  je te laten vullen door de Geest, en zo vol te houden op de weg van Jezus. Zingen is een manier om van God te genieten. Dus laten we blijven zingen! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: