Handelingen 16 | Ben jij vrij?

Inleiding

Ben jij vrij? Over die vraag gaat het vandaag: ben jij vrij? En wat is dat eigenlijk, vrij zijn? Daar heb je zelf vast ook wel ideeën bij: wat is voor jou ultieme vrijheid, wanneer voel jij je echt vrij? Ik wil jullie vragen dat even met elkaar, in kleine groepjes te delen: wanneer voel jij je echt vrij? (plenair ophalen)

Bij ultieme vrijheid denk ik aan niets meer moeten. Misschien ken je het tv-programma ‘Floortje naar het einde van de wereld’. Het recept is heel simpel: Floortje Dessing bezoekt iemand  die het leven in Nederland, of een ander westers land,  heeft achtergelaten om een leven op te bouwen op de meest afgelegen plekken op aarde. Waarom doen mensen dat? Floortje vraagt zich dat ook af, en vraagt door tot ze bij de kern komt. Natuurlijk heeft iedereen die Floortje bezoekt z’n eigen verhaal, maar wat mij opvalt is dat in heel veel van die verhalen iets terugkomt van een grote drang naar vrijheid. In Nederland wordt je zo geleefd, het leven zit vol verplichtingen, iedereen wil wat van je, je rent maar door – je kunt niet anders. Maar op het randje van de aarde is het leven veel eenvoudiger. Je zorgt voor je basisbehoeften, en dan mag je er gewoon zijn.

Ik zou mijn leven hier niet willen opgeven, maar ik herken de aantrekkingskracht wel: eenvoudig leven, zonder verplichtingen en gedoe, er gewoon zijn – dat klinkt heerlijk! Maar moet je echt naar het einde van de wereld om vrij te zijn? En zou het echt zo zijn dat je daar die ultieme vrijheid vind?

In de bijbel gaat het ook over het verlangen naar vrijheid, en over waar je ultieme vrijheid kunt vinden, die nog mooier is dan de vrijheid van het einde van de wereld. Daar wil ik jullie vandaag in meenemen, vanuit Handelingen 16:11-34.

1.   Naar Europa

We stappen vandaag aan boord  met Paulus en zijn reisgenoten: Silas, Timoteüs en Lucas. Eindelijk, kun je wel zeggen – want wat een lange aanloop heeft deze reis gehad! Alweer een maand geleden hebben we het erover gehad. Laat ik nog even ophalen waar we staan.

We zijn aanbeland rond het jaar 50. Sinds de Geest is uitgestort, waarschijnlijk in het jaar 33, blijven er maar mensen tot geloof komen in Jezus. Deze beweging begon in Jeruzalem, maar heeft zich inmiddels uitgebreid over wat tegenwoordig Syrië en Turkije is. Een grote rol daarin was weggelegd voor Paulus: hij heeft op heel wat plekken het goede nieuws van Jezus gebracht. En hij staat te trappelen om er weer op uit te trekken.

Maar waar moet hij naartoe? Paulus maakt plannen, maar krijgt steeds te maken met deuren die dichtgaan. Van plan A stapt hij over op plan B, naar plan C en D, maar niets lukt.  Samen met zijn reisgenoten zwerft hij Turkije door, op zoek naar waar God hen wil hebben, maar het enige wat duidelijk wordt, is waar God ze níet wil hebben. Uiteindelijk belanden ze in Troas, in het uiterste noordwesten van Turkije. Daar krijgen ze eindelijk antwoord: ze moeten oversteken naar Europa! De volgende dag gaan ze direct naar de haven, en regelen daar een lift. Europa, here we come!

2.   Ultieme vrijheid

Na 2 dagen meren ze aan in Neapolis, en gaan van boord. Om het met Neil Armstrong te zeggen: “That’s one small step for man, one giant leap for mankind.” Paulus zet zijn voeten op het Griekse vasteland, en daarmee arriveert het goede nieuws van Jezus in Europa. Een heel nieuwe wereld komt in aanraking met het evangelie.

Een donkere wereld, dat ook. Daar worden Paulus en zijn hulptroepen al snel mee geconfronteerd. Ze strijken neer in Filippi, op een paar kilometer van de haven, en gaan op zoek naar de plaatselijke synagoge. Zo doet Paulus dat in elke stad waar hij komt: eerst naar de synagoge, om daar het evangelie te brengen. Maar in Filippi ís geen synagoge… Er is alleen een gebedsplaats langs een rivier, waar zich elke sabbat een handjevol vrouwen verzamelt. Het zal voor Paulus even slikken zijn geweest: hier is bijna niets om op voort te bouwen. ‘t Is donker in Europa.

Het is een harde wereld – kijk maar naar dat jonge meisje dat hen begint te stalken. Vrijheid is een woord waar zij zich niets bij voor kan stellen: zij is dubbel slavin, zowel van haar eigenaren die haar uitbuiten als van een waarzeggende geest die haar bezit. Dat zegt wat over het Europa waar Paulus in belandt: het is een wereld waar de sterke de zwakke uitbuit en waar duistere geesten vrij spel krijgen. Maar ook wie het beter voor elkaar heeft, is niet vrij. Kijk maar naar die gevangenisbeheerder: het Romeinse systeem heeft hem zo in de macht dat hij nog liever zelfmoord pleegt dan dat hij zich op overmacht beroept. Echte vrijheid is ver te zoeken in Europa. Europa is in de ban van goden, geesten en de keizer.

En is er nu echt zoveel veranderd? Ok, het zijn andere dingen die ons in hun macht hebben, maar wij worden net zo goed door van alles geleefd. We verlangen naar vrijheid, naar dat we er gewoon mogen zijn, volgens mij maakt dat een programma als dat van Floortje zo populair, maar we grijpen er steeds naast. Je moet zo ontzettend veel! Altijd maar weer bewijzen dat jij de moeite waard bent. Het is dodelijk vermoeiend. Misschien probeer je eraan te ontsnappen, met drugs, porno, of gamen, tot diep in de nacht. Hoe vrij zijn wij eigenlijk in Nederland?

In die donkere wereld brengt Paulus licht. Zoals wel vaker in de bijbel zijn vrouwen de eersten die het vatten: de eerste christen in Europa is een vrouw – Lydia. Zonder vrouwen was er nooit een kerk gekomen. En dan komt het tot de eerste confrontatie: het duister van de geestenwereld tegenover het licht van Jezus. Het jonge meisje wordt bevrijd.

Maar niet iedereen is daar blij mee. En zo kan het gebeuren dat Paulus en Silas amper een week in Europa zijn, of ze zitten al in de gevangenis… Heb je maandenlang rondgezworven in Turkije, op zoek naar waar God je wil hebben, is eindelijk duidelijk geworden dat je in Europa moet zijn, en dan wordt je in Europa vastgezet. Want je hebt de verkeerde mensen boos gemaakt. In dit geval de eigenaren van het meisje: Paulus heeft hun kip met gouden eieren geslacht, en daar zal hij voor boeten! Ze draaien een aanklacht in elkaar, liften daarin mee op anti-Joodse sentimenten, en Paulus en Silas, met hun boodschap van bevrijding, worden gevangengezet. Je kunt zelfs zeggen: het evangelie van bevrijding strandt in de gevangenis.

Dan is er toch wel veel veranderd: als je in Nederland christen bent, is er niemand die je een strobreed in de weg legt. Of… valt dat tegen? Ik denk aan moslims die ook in Nederland in het geheim gedoopt moeten worden omdat zij en hun familie anders hun leven niet zeker zijn. Het duister vecht terug. Het wil je terug hebben in je hok, terug in dat je pas meetelt als je jezelf vandaag weer bewezen hebt, terug in je manieren om te vluchten, zodat de vrijheid je weer ontglipt.

En als je, zoals Paulus, die vrijheid verder brengt, -wat we als Menorah in onze stad ook willen, de Zaankanter over Jezus vertellen- dan hoef je niet verbaasd te zijn als je wordt tegengewerkt. Als je bezig bent met wat God wil, als je echt voor hem gaat, betekent dat nog niet dat het je voor de wind gaat en dat iedereen voor je open staat. Soms komt die hele missie zelfs tot stilstand. De weg van God is geen weg zonder hobbels – en laten we eerlijk zijn: van een God die de weg van het kruis kiest, die alle hobbels neemt om jou te bevrijden, had je toch ook geen andere weg verwacht?!

Maar wie is er nu eigenlijk gevangen? Paulus en Silas in ieder geval niet! Ja, ze zitten in de gevangenis, met zware boeien om hun voeten, dus er is best wat voor te zeggen hen ‘gevangen’ te noemen. Maar die indruk maken ze totaal niet. Het is midden in de nacht, tijd om te proberen wat slaap te pakken, maar Paulus en Silas zingen, het ene na het andere lied voor God. Je zou wellicht verwachten dat hun celgenoten dat zingen niet op prijs stellen, en dat ze met stukken beschimmeld brood gaan gooien, maar dat gebeurt dus niet: ze luisteren ademloos naar de liederen die ze horen. Wat een kracht zit in die liederen – Paulus en Silas stralen een vrede uit die zij niet kennen! Ondanks deze hele ellendige situatie zijn Paulus en Silas vrij: zelfs hier worden ze niet geleefd, maar weten ze zich bevrijd, omdat ze Jezus kennen. Het is gewoon onmogelijk om Paulus en Silas hun vrijheid te ontnemen – dat lukt zelfs niet in een gevangenis.

Als vervolgens een aardbeving de hele boel opschudt, worden de rollen omgedraaid: de gevangenisbeheerder, die gezellig naast de gevangenis woont, vraagt aan zijn gevangenen hoe hij bevrijd kan worden. ‘Wat moet ik doen om gered te worden?’ Overigens moet je ook weer niet teveel in die woorden lezen: hij heeft nog geen idee van de christelijke invulling van ‘redding’, hij wil gewoon uit deze nachtmerrie verlost worden. Maar Paulus geeft hem veel meer: een heel nieuw begrip van redding. Deze stoere Romein leert de vrijheid van Jezus kennen, net als eerder die week Lydia.

En die vrijheid, dat is de ultieme vrijheid. Veel beter nog dan wonen aan het einde van de wereld. De vrijheid van Jezus maakt je vrij van binnen: Jezus zegt je dat je geliefd bent, geaccepteerd, dat je jezelf niet hoeft te bewijzen, om vervolgens teleurgesteld te vluchten: bij Jezus mag je er gewoon zíjn. Bij Jezus wordt je niet meer geleefd. Ik heb het laatst ook al gezegd, maar ik zeg het weer: met het evangelie van Jezus hebben we goud in handen! Maar misschien hebben we wel mensen nodig die die vrijheid nog maar net ontdekt hebben om weer te zien hoe fantastisch die vrijheid is. Ik ken ze – mensen die christen werden, en van zo’n enorme last bevrijd werden, voor wie het zo’n verademing was om Jezus te leren kennen, en niet meer mee te hoeven doen in die ratrace van dat jij zo’n fantastisch leven hebt (maar niet heus). Echt, ik snap oprecht niet dat zo weinig Zaankanters tot geloof komen.

In Filippi blijft het hier gelukkig niet bij. Paulus, Silas en Timoteüs trekken verder, Europa in. Waarschijnlijk blijft Lucas in Filippi. Daar ontstaat de eerste Europese kerk. Met Lydia, een rijke zakenvrouw, en iedereen die bij haar hoort. Maar misschien ook wel met dat jonge meisje, die bevrijd werd. Met de Romeinse gevangenisbeheerder. Maar misschien ook wel met de gevangen die Paulus en Silas hebben horen zingen. Het is een bont gezelschap, en het breidt zich steeds verder uit, maar wat ze delen is veel belangrijker dan hun verschillen: zij zijn nu echt vrij!

3.   Ben jij vrij?

En jij? Ben jij vrij? Leef jij met die vrijheid van Jezus, die niet betekent dat er niets meer op je af komt, maar wel dat je je van binnen vrij bent, met een vrijheid die niemand je kan afpakken? Of zit je gevangen? Gevangen in je drukte, gevangen in jezelf bewijzen, gevangen in geleefd worden? Of heb je je manieren om van het harde leven te vluchten? Ik heb hetzelfde goede nieuws als Paulus: je mag het los laten – bij Jezus is vrijheid! Laten we bidden om die vrijheid, tegen de machten in die aan ons leven trekken, want bij Jezus wordt je bevrijd! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: