Wat heeft Jezus te maken met… Hoe je je huis inricht? Muziek? Je relatie met je ouders? Sport? Je kunt Jezus zien als een aanvulling op je leven, die niet zoveel met andere onderdelen van je leven te maken heeft. Paulus laat juist zien: Jezus heeft overal mee te maken!
Inleiding
Als ik me in een nieuwe groep moet voorstellen grap ik wel eens dat ik een dubbelleven leidt: ik werk als dominee voor de kerk, of beter: voor God, maar op maandag en dinsdag… Alsof ik op die dagen alles doe wat God verboden heeft – maar dat valt mee: dan programmeer ik, dat is mijn andere baan. Maar de vraag blijft wel staan: wat heeft dat met Jezus te maken? En wat heeft Jezus met jouw werk te maken?
Wat heeft Jezus te maken met hoe jij je huis inricht? Wat heeft Jezus te maken met leiderschap en politiek? Wat heeft Jezus te maken met muziek en kunst? Wat heeft Jezus te maken met de relatie met je ouders? Wat heeft Jezus te maken met jouw vervoer? Wat heeft Jezus te maken met nieuwsberichten waar je bang van wordt? Wat heeft Jezus te maken met wat je eet, met hoe je ontspant of sport, met waar jij je mentale kracht vandaan haalt? Wat heeft Jezus ermee te maken?
Op deze manier kunnen we de hele dag doorgaan, maar hoe ver we de lijst ook uitbreiden, het antwoord blijft steeds hetzelfde, namelijk: ‘alles’. Jezus heeft met alles te maken, geloven in Jezus gaat over alles in je leven. Thema vandaag is: Jezus centraal in alles. Laten we luisteren naar wat Paulus daarover zegt in Kolossenzen 1:15-23.
Jezus als aanvulling?
Ik kan me voorstellen dat het je een beetje duizelt. Ik ben in mijn voorbereiding natuurlijk veel bezig geweest met deze tekst, en ik heb dat nog steeds. Dit is zo’n enorm rijk gedeelte, het barst van de grote woorden, en ik kan onmogelijk recht doen aan alles wat hier staat. Ik hoop wel dat ik kan helpen om deze tekst een beetje dichterbij te brengen.
Laten we eerst even terug gaan naar 3 weken geleden toen we het begin van deze brief hebben gelezen. Paulus zit in de gevangenis in Efeze, aan de Turkse westkust, en vanuit zijn cel stuurt hij een brief naar het jonge kerkje in Kolosse. Zelf is Paulus nooit in Kolosse geweest, maar een van de mensen die in Efeze tot geloof waren gekomen, Epafras, kwam uit Kolosse en heeft het evangelie naar zijn hometown meegenomen. Epafras komt Paulus in de gevangenis opzoeken, en vertelt over de geloofsgemeenschap die in Kolosse is ontstaan. Het is 3 jaar geleden dat Epafras zelf tot geloof kwam, en nu is er al een huiskerk in Kolosse – maar het is allemaal heel pril. De nieuwe christenen zijn enthousiast, maar moeten ook echt gaan groeien in hun geloof moeten zich het evangelie van Jezus eigen gaan maken, om als christen staande te blijven in hun wereld.
In die wereld was het christelijk geloof een van de vele opties. Kolosse was een mengelmoesje van culturen en godsdiensten, dus je had er best wat te kiezen. Of als je liever niet wilde kiezen, kon je ook gewoon combineren. En nu komt Jezus daar dus ook bij, als een extra bron om uit te putten. Zoals in een gereedschapskist een zaag een goede uitbreiding is op een schroevendraaier -ik draai mijn schroeven meestal niet aan met een zaag- zo is Jezus een goede aanvulling op de spirituele gereedschapskist. Jezus kan gewoon worden toegevoegd aan de mix.
Die situatie in Kolosse klinkt eigenlijk best herkenbaar. Ik denk dat zowel christenen als niet-christenen Jezus vaak als aanvulling zien. Jezus heeft best interessante dingen gezegd, waar je op bepaalde terreinen van je leven vast wat mee kunt. En als dat net het terrein van je leven is waar jij zoekt, dan héb je echt wat aan Jezus. Maar dan is Jezus dus één van de vele bronnen waar je uit put. Het kan zijn dat je Jezus gebruikt voor een stukje bezinning, of voor maatschappijkritiek, of juist als je bevestiging nodig hebt. In een paar specifieke stukjes van je leven is Jezus een mooie aanvulling. Op die manier is Jezus onderdeel van je leven, waar je nog een heel leven naast hebt, waar Jezus niet mee te maken heeft. Een soort dubbelleven dus…
Jezus centraal in alles
Paulus draait dat helemaal om: Jezus is niet een aanvulling op mijn leven, een onderdeel ervan – ik, jij, wij zijn onderdeel van zijn werkelijkheid. Er is helemaal geen werkelijkheid buiten Jezus om, en er is dus ook niets waar Jezus niet mee te maken heeft: álles draait om Jezus!
Hiermee komen we in het hart van deze brief van Paulus. We zijn nog maar in hoofdstuk 1 van de 4, maar het belangrijkste wordt hier gezegd – het vervolg van de brief probeert het allemaal wat praktischer te maken. En het is niet alleen het hart van déze brief, het is ook van de mooiste en belangrijkste passages van het NT, waar in een paar zinnen wordt neergezet hoe groot Jezus is.
Jezus is zoveel meer dan een inspirerend mens die, op het moment dat Paulus dit schrijft, zo’n 60 geleden jaar geboren werd. ‘Beeld van God, de onzichtbare is hij, eerstgeborene van heel de schepping (…) alles is door hem en voor hem geschapen, (…) alles bestaat in hem.’ Het woordje ‘alles’ komt steeds weer terug – Jezus heeft met werkelijk alles te maken, omdat de hele werkelijkheid er door hem en voor hem is. Dus dat hele idee dat Jezus een aanvulling is op je spirituele gereedschapskist, een mooie toevoeging voor bepaalde stukjes van je leven, dat idee mag je echt weggooien: alles is er door Jezus en alles draait om Jezus: je werk, de inrichting van je huis, politiek, kunst, relaties, vervoer, ontspanning, het heeft álles met Jezus te maken.
Het woordje ‘eerstgeboren’, in dat Jezus eerstgeborene is van heel de schepping, kan je nog op het verkeerde been zetten. Paulus bedoelt er niet mee dat Jezus ook een schepsel is, weliswaar het allergrootste en allerbelangrijkste schepsel, maar toch: een schepsel, onderdeel van de werkelijkheid. Maar als Paulus daarna zegt dat alles in hem, door hem en voor hem is geschapen, is wel duidelijk dat Paulus niet bedoelt dat Jezus onderdeel is van de schepping, maar dat Jezus de reden van de hele schepping, de hele werkelijkheid is. Dat Jezus de ‘eerstgeborene’ is, moet je meer zien tegen het erfrecht van die tijd, het is dat Jezus recht heeft op de hele schepping, op alles.
En om het wat praktischer te maken: dus ook op elk terrein van je leven. Geloven in Jezus gaat niet alleen over spirituele dingen. Je kunt niet zeggen: geloven in Jezus is niets voor mij, want ik ben niet zo spiritueel aangelegd. Ik ben ook niet heel spiritueel aangelegd, daar ben ik teveel een bèta voor, maar geloven gaat over de hele werkelijkheid. Ja, geloven gáát over je relatie met God, maar als het intussen niet ook gaat over hoe je met zijn schepping omgaat, -die er in en voor en door Jezus is!- en je milieu maar een onzinthema vind, of iets waar het in de kerk in ieder geval niet over zou moeten gaan, dan beperk je Jezus tot bepaalde terreinen van het leven en maak je letterlijk een verknipte versie van het geloof: je knipt het leven in stukjes, waar sommige stukjes met Jezus te maken hebben, en andere niet. Maar geloven gaat dus over het hele leven, over de hele werkelijkheid, over alles!
En dat is nog niet alles – Paulus gaat verder: ‘Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden (…) in hem heeft heel de volheid willen wonen en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen.’ Niet alleen is alles voor en door Jezus gemaakt, ook alles wordt voor en door Jezus verlost!
Dus weer: álles. Dat was voor die christenen in Kolosse helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ze zagen er ook niet zo veel van. Het leven ging gewoon door, net als voor ze christen waren geworden. Er moet nog steeds gewerkt worden om eten te krijgen. Er is nog steeds overal in de wereld gevaar. Er gaan zelfs nog steeds mensen dood – zelfs christenen. En dat lijkt me herkenbaar: als christen in Nederland maak je je vaak om dezelfde dingen druk als niet-christenen. Hopelijk zie je wat scherper dat er veel in de wereld niet gaat zoals God het bedoeld heeft – maar die dingen veranderen niet.
Moet je dan niet zeggen dat verlossing iets geestelijks is, dat het alleen over innerlijke vrijheid gaat, dat die hele schepping helaas niet zo geworden is als God had gewild, en dat die hele werkelijkheid er aan gaat, maar dat je ziel daar dan van verlost wordt? Zoals ook christenen vandaag de verlossing door Jezus kunnen beperken tot je persoonlijke bestemming na dit leven.
Daar reageert Paulus op: ‘alles op aarde en alles in de hemel’ wordt door Jezus verzoend. Verlossing gaat zeker over dat het weer goed is tussen mij en God, tussen jou en God, maar dat is maar een klein stukje van de verlossing die Jezus heeft gebracht door te sterven aan het kruis. De verlossing is er voor de hele schepping, voor álles. Geloven in Jezus draait niet om mij, om dat ík verlost wordt, om dat ik en mijn navel (waar ik graag naar staar) naar de hemel mogen gaan: het gaat over alles, over de hele schepping die vernieuwd wordt. Verlossing betekent niet dat de schepping waardeloos is geworden, dat de werkelijkheid waar we in leven onbelangrijk geworden is: die schepping wordt zelf óók verlost van het kwaad.
En weer: dat maakt dus ook die hele werkelijkheid belangrijk. Als je gelooft dat verlossing alleen gaat over jouw persoonlijke bestemming, dan hoef je van goed omgaan met de schepping niet zo’n punt te maken, dan mogen er delen in je leven zijn waar geloven niet zo belangrijk is. Maar als Jezus niet alleen alles heeft gemaakt, maar ook alles verlost, dan wordt het een heel ander verhaal! Jezus brengt niet alleen jou en mij tot ons doel, maar brengt vrede, sjaloom, dat alles weer goed is – voor álles.
Misschien denk je nu: ‘en ik dan?’ Mooi dat Jezus zo groot is dat alles er voor hem is en alles door hem verlost wordt, en dat alles met hem te maken heeft – maar waar blijf ik in dat verhaal? Misschien schuurt het wel dat ik zei dat geloven in Jezus niet om mij en om jou draait. Het is alsof Paulus zich dat na zijn lyrische woorden over Jezus ook realiseert. Waar het steeds over ‘alles’ ging, gaat het in het laatste stukje dat we lazen over ‘jullie’. Want wij horen ook bij dat alles!
Als Jezus alles verzoent, dan is dat niet ‘behalve jij en ik’, alsof het zo groot is dat er voor ons geen plek is. Nee, jij en ik zijn onderdeel van dat alles, van dat grotere plaatje, van het evangelie waarvan Paulus zegt dat het aan ‘alle schepselen onder de hemel verkondigd is’. En nu zoomt Paulus in: wat voor de schepping als geheel geldt, dat geldt ook voor jou, ook voor mij. Jij bent onderdeel van dat ‘alles’ wat God zal verlossen. God wil alles met zich verzoenen, dat is vers 20, en heeft ook jou met zich verzoend, dat is vers 22. Jij hoort erbij!
Niet dat het opeens om jou draait. Het draait om Jezus, alles is er voor hem en door hem, hij ís alles, zonder hem is er geen leven, geen vrijheid, niets. En hij ziet jou, en geeft jou een plek in dat enorme, niet te bevatten werk dat hij doet. Hij nodigt je uit om in te stappen, onderdeel te worden van die kosmische beweging van verlossing, om hem niet als aanvulling te zien op je leven, maar als het centrum van alles.
Jezus betrekken
Ik begon met een serie vragen: wat heeft Jezus te maken met…? Ik hoop dat je nu iets meer begrijpt van dat het antwoord steeds ‘alles’ was. Jezus heeft alles met alles te maken, want alles is er door hem, en wordt door hem verlost. Leef dus ook in álles met Jezus, niet alleen in stukjes van je leven waar je Jezus nodig hebt, of waarvan je direct snapt wat hij er mee te maken heeft, maak van Jezus geen aanvulling, maar zet Jezus centraal in alles, laat het evangelie je hele leven doortrekken, betrek hem in alles, in al je keuzes, in alles wat je doet. Want hij is niet maar een stukje van je leven – hij is alles! Amen.
