Je kunt iets weten, zonder dat het betekenis voor je heeft. Na Pasen zijn de leerlingen van Jezus nog in verwarring: ze weten niet wat het betekent. Pinksteren brengt daar verandering in. Ook voor jou: door de Geest ontdek je dat het nieuwe leven van Jezus ook nieuw leven voor jou is.
Inleiding
Er is verschil tussen dat je iets weet en dat iets betekenis voor je heeft. Zo wist ik al lang voor ik in Zaandam kwam wonen dat Zaandam vlak boven Amsterdam ligt. Toen we nog in Franeker woonden reden we vaak langs Zaandam, op weg naar mijn schoonouders in Pernis. Op de borden langs de snelweg werden de kilometers naar Zaandam afgeteld, maar het betekende voor mij niets. Behalve dat als we op knooppunt Zaandam reden ik wist dat we precies op de helft waren.
Nu hebben die borden langs de snelweg een heel andere betekenis: ze tellen af tot we thuis zijn. En als ik dan ook nog de cacao in de lucht ruik, alsof iemand een heel grote chocoladecake aan het bakken is, dan weet ik dat ik er echt bijna ben. Wat ik eerst altijd al wel zag en rook, want Zaandam is natuurlijk gewoon de geurenhoofdstad van Nederland, dat heeft nu betekenis voor mij gekregen.
En zoiets is Pinksteren ook. Wat er al was, wat de leerlingen van Jezus al wisten, namelijk dat Jezus is opgestaan, dat krijgt met Pinksteren betekenis. De feiten waren er al, maar gaan nu ook over jou. Je zou het zo kunnen zeggen, en dat is vanmorgen het thema: Pinksteren, dat is Pasen voor jou. We gaan de toespraak lezen die Petrus hield toen de Geest werd uitgestort: Handelingen 2:14-41.
Wat betekent Pasen?
Wat mij in het verhaal van Petrus erg opvalt, is dat hij het veel meer over Jezus heeft dan over de Geest. Het voelt veel meer als een Paaspreek, als een uitleg bij Pasen, dan als een Pinksterpreek.
Het is ook nog maar 50 dagen geleden dat Jezus eerst op vrijdag werd gekruisigd en daarna op zondag opstond uit de dood. En denk niet dat ze toen direct begrepen wat voor gevolgen dit zou hebben voor de rest van hun leven. Ze weten dát het is gebeurd, ze hebben Jezus zien sterven aan het kruis, en ze hebben Jezus na zijn opstanding verschillende keren ontmoet, dus ze weten dát Jezus is opgestaan. Maar wat dat voor henzelf betekent, waarom het relevant voor ze is, waarom het meer is dan dat een goede vriend toch niet dood is, daar hebben ze nog geen idee van. Ze zijn overweldigd door de feiten, en kunnen er nog geen betekenis aan geven. Was de kruisiging van Jezus een ongelukje dat God met Pasen hersteld heeft, of zit het toch helemaal anders? Ze zijn in staat van verwarring: ze voelen echt wel aan dat de opstanding van Jezus niet zomaar een feitje is, maar hun leven verandert. Maar ze weten nog niet hoe.
Voor de mensen op wat grotere afstand van Jezus, geldt dat nog veel sterker. Iedereen in Jeruzalem heeft iets meegekregen van de dood van Jezus. En iedereen heeft de geruchten gehoord dat Jezus zou zijn opgestaan. Maar ze weten niet wat ze ervan moeten denken. Een deel van de mensen kampt ook nog eens met een angstig schuldgevoel: opgezweept door de Joodse leiders hebben ze meegedaan aan de grote demonstratie tegen Jezus, met hun spandoeken ‘Jezus nee, weg ermee!’ En die Jezus zou zijn opgestaan uit de dood? Komt hij dan nu zijn zoete wraak nemen?
Wat betekent Pasen? Hoe moet je de opstanding van Jezus duiden? Dat was toen de vraag, en nu nog steeds. Wat betekent het voor jouw leven dat Jezus is gekruisigd én is opgestaan? Op welke manier is dat meer dan een curieus feitje?
Pasen voor jou
En dan wordt het Pinksteren. Heel Jeruzalem merkt dat er met de leerlingen van Jezus iets gebeurt. En dan begint Petrus te vertellen. Niet over de Geest, maar over Jezus. Want doordat ze nu de Heilige Geest hebben gekregen, begrijpen ze eindelijk wat er met Jezus is gebeurd, en wat dat voor hun leven, en voor jouw leven, betekent. Op Pinksteren krijgt Pasen betekenis.
Ik vind het veelzeggend dat in het verhaal van Petrus Jezus centraal staat. Vandaag onderbreken we de serie over de brief aan de Kolossenzen, maar hierin sluit Petrus naadloos aan bij wat Paulus later in die brief schrijft. Twee weken geleden hadden we het over dat Jezus met alles te maken heeft en dus ook in alles in je leven centraal moet staan – en dat ligt helemaal in de lijn van wat Petrus vandaag zegt. Want Pinksteren is wel het feest van de Geest, maar de Geest zet Jezus centraal, De Geest is geen nieuwe God, is geen alternatief voor Jezus, zodat christenen kunnen kiezen waar ze meer mee hebben: met Jezus of met de Heilige Geest. Nee, het gaat de Geest er om dat Jezus betekenis krijgt in je leven.
Dat is wat Petrus verder uitwerkt. Via 3 bijbelgedeelten uit het Oude Testament, namelijk Joël 3, Psalm 16 en Psalm 110, legt Petrus uit wie Jezus is, wat er met Jezus gebeurd is, en wat daarvan de betekenis is. Door juist die oude teksten aan te halen, laat Petrus zien: de bijbel ging altijd al over Jezus, werkte altijd al naar Jezus toe, en Goede Vrijdag en Pasen en Hemelvaart zijn het logische vervolg op waar God altijd al mee bezig was. Het kruis van Jezus was geen ongelukje dat God met Pasen weer recht moest breien, maar is altijd onderdeel geweest van Gods grotere plan om Jezus aan te stellen als Heer en messias. Want daar loopt het verhaal van Petrus in vers 36 op uit: Jezus is door God aangesteld tot Heer en messias. Dát is wat Pasen betekent: Jezus heeft alle macht, Jezus is de hoogste koning, die ons bevrijdt van het kwaad, en naar wie alles en iedereen zal moeten luisteren.
Nu wordt ik meestal een beetje bokkig als ik naar iemand móet luisteren. Mensen met veel macht, die wantrouw ik – laat staan mensen die alle macht hebben. Bij mij gaan dan de alarmbellen af. Maar bij Jezus is dat anders. Juist Goede Vrijdag, juist Jezus’ dood aan het kruis, laat dat zien: Jezus is geen machthebber die zichzelf centraal stelt en zijn onderdanen misbruikt om zichzelf te verrijken – het slag machthebbers waar onze wereld momenteel aardig onder lijdt. Jezus stelt juist zijn onderdanen centraal, en gebruikt hen niet, maar dient hen, tot het uiterste. Het kruis laat zien: je hoeft niet bang te zijn voor deze koning, want hij zal alles voor je doen.
Dat ongeveer is wat Petrus en de andere leerlingen vandaag, door de Geest, hebben ontdekt: het kwartje is gevallen, alles wat in de afgelopen 2 maanden is gebeurd, heeft nu betekenis gekregen. En dat geven Petrus en de anderen direct weer door: we hebben goed nieuws – Jezus is Gods koning!
Maar is dat echt goed nieuws? Een deel van de toehoorders hoort Petrus met stijgende verontrusting aan. Als dit klopt, en daar raken ze wel van overtuigd, dan is dit het slechtste nieuws ooit! Want in dit verhaal hebben zij geen al te beste rol gespeeld. Ze zien zichzelf nog staan met hun spandoeken ‘Jezus nee, weg ermee’. Maar nu blijkt dat ze niet hebben meegewerkt aan dat een oproerkraaier zijn verdiende loon kreeg, en dat ze niet zijn opgekomen voor de goede naam van God, (waar ze door de Joodse leiders wel van overtuigd werden), maar dat ze de messias van God hebben vermoord, de enige die hen kon redden hebben ze de dood in gejaagd. Dan is hun kans om ooit gered te worden nu voorgoed verkeken!
En Petrus doet niet zijn best om die pijn wat te verzachten. ‘Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’ Dit is helemaal geen goed nieuws, geen evangelie: dit is een aanklacht, dit is slecht nieuws. En niet alleen voor de mensen die daar toen met hun spandoeken stonden. Petrus spreekt iedereen aan die daar op straat staat – ook de mensen die 50 dagen geleden niet eens in Jeruzalem waren. Petrus schuift de schuld niet in de schoenen van bepaalde mensen. Sterker nog, hij zal ook aan zichzelf hebben gedacht, aan hoe hij Jezus in de steek had gelaten toen het erop aankwam.
Petrus klaagt niet alleen die specifieke mensen aan die zich op Goede Vrijdag tegen Jezus keerden, maar trekt het veel breder: de mensheid als geheel heeft Jezus afgewezen, heeft niet willen zien dat Jezus van God zelf kwam, en dat is het allerstomste wat de mensheid ooit gepresteerd heeft – en dat wil zeggen, als je bedenkt wat een stommigheid wij uithalen. afwijzing Petrus klaagt mij net zo goed aan, als ik wel wil dat Jezus mijn vriend is, maar niet dat hij zich met mijn keuzes bemoeit, als ik hem niet erken als wie hij is: de Heer die recht heeft op mijn leven, die recht heeft op al mijn liefde. Ik wijs Jezus net zo goed af, en ben dus ook schuldig.
En dat zeg ik niet om je een ondraaglijk schuldgevoel aan te praten: het evangelie is geen slecht nieuws maar goed nieuws. Maar dat goede nieuws krijgt veel meer glans als je beseft dat het niet vanzelfsprekend is dat God wel aan je kant staat. Als je denkt dat er niets aan de hand is met ons, met jou, dat jij best ok bent en God maar geluk heeft met iemand als jij, dan raak je de verwondering over Gods genade wel kwijt. Terwijl als je je hier laat raken, zoals de mensen op straat bij Petrus -er staat dat zij diep getroffen waren- dan komt er ruimte voor verwondering, voor dankbaarheid, voor diep geluk. De mensen daar ontdekken: we hebben de enige die ons kon redden gedood, we hebben onszelf compleet onmogelijk gemaakt, hoe kan het nu nog goed komen? En juist dan gaat het evangelie schitteren.
Want ze vragen: ‘wat moeten we doen?’ En als antwoord zou je dan misschien verwachten: ‘te laat, je hebt het al definitief verprutst, wen er maar aan.’ Of op z’n minst een lang stappenplan voor boetedoening. Maar dat is dus niet het antwoord dat Petrus geeft. Zijn antwoord is even eenvoudig als geniaal: roep de naam van Jezus aan. Jij hoeft niets te doen, Jezus heeft alles al gedaan, en ontvang het alsjeblieft!
Pinksteren is het feest van dat je ontdekken mag dat God niet hélemaal klaar is met jou, maar dat zijn deur voor je open staat. Denk aan een heftig rebelse puber, die zijn ouders test en provoceert en afwijst, en daarin echt veel te ver gaat – maar de volgende dag staat de deur van zijn ouders gewoon weer voor hem open, want hun liefde raakt niet op, kan niet verspeeld worden. Zo is God: hij liet de mensheid zo ver gaan dat ze zijn Zoon kruisigden, en reikt ze vervolgens de hand door Jezus te laten opstaan. Ondanks dat ik God en Jezus zo vaak afwijs, wijst hij mij niet af!
In plaats daarvan wil hij je alles geven. Petrus heeft het over 2 beloften, 2 cadeaus van God: vergeving van je afwijzing van God, en de Geest als Gods aanwezigheid in je leven. Pinksteren betekent dat niet alleen Jezus een nieuw begin krijgt, maar dat er ook een nieuw begin is voor jou, waar je met een schone lei mag starten, waarin God een realiteit in je leven is en je wordt zoals God je bedoeld heeft, en het nieuwe leven van Jezus ook nieuw leven voor jou is.
Roep hem aan
Pinksteren verandert Pasen van iets wat met Jezus is gebeurd in iets wat ook met jou gebeurt als je de naam van Jezus aanroept. De deur van God staat wagenwijd voor je open, hoe je hem ook hebt afgewezen. En de uitnodiging van Petrus is ook de uitnodiging aan jou: neem Gods hand aan, laat je redden, roep zijn naam aan. Amen.
