Om een taal te leren spreken, is het niet genoeg om het een mooie taal te vinden. Alleen theorie is ook niet genoeg. Om een taal vloeiend te gaan spreken, moet je oefenen in de praktijk. Met geloven in het goede nieuws van Jezus is dat ook zo: dat is een manier van leven die je je eigen moet maken.
Inleiding
Vandaag gaan we leren. Ik hoop dat jullie leren een beetje leuk vinden – wie víndt leren leuk? Ik dus niet! Ik wil helemaal niet leren – ik wil het gewoon kunnen.
Talen bijvoorbeeld. Ooit heb ik op school Frans geleerd: uren woordjes stampen, rijtjes opdreunen, mijn harde R afleren. Ik ben geen talenmens, dus ik had daar weinig lol in. Maar ik heb het gedaan, al mijn toetsen gehaald, een prima cijfer op mijn eindlijst – en toen kon ik nog steeds geen Frans.
Als ik in Frankrijk ben, is mijn eerste vraag aan de locals altijd: ‘do you speak English?’. Want ik weet hoe het gaat als ik het in het Frans probeer: ik doe mijn best op een perfecte Franse zin, met de goede woorden op de goede volgorde, maar zelfs in mijn beste Frans wordt ik aangekeken alsof ik Japans praat, waarna ik wordt overspoeld met een salvo aan Frans klinkende woorden waar ik dus geen chocolat van kan maken. Daarom houd ik zo van Groot Brittannië: daar kun met Engels prima uit de voeten!
Wat het punt is: een taal moet je oefenen – je spreekt het niet direct goed. Alleen door het regelmatig te spreken, en te accepteren dat het er allemaal wat onbeholpen uit komt, kun je een taal je eigen maken, op zo’n manier dat als er een Fransman voor je neus staat, je niet meer over de woorden hoeft na te denken, maar ze vanzelf uit je mond stromen, alsof het Nederlands was. En dat als hij dan terugpraat, je niet in je hoofd een vertaling hoeft te maken van wat hij zegt, maar het gewoon direct begrijpt. Dan heb je een taal eigen gemaakt.
Met geloven in het goede nieuws van Jezus is het net zo. Dat is niet een kwestie van even een avondje theorie tot je nemen, waarna je het zou moeten kunnen. Geloven is ook iets wat je langzaam leert en eigen moet maken. Dat is vandaag het thema: het evangelie eigen maken. Paulus schrijft erover in Kolossenzen 1:1-14 – laten we dat lezen.
Een jonge kerk
We gaan vandaag naar Kolosse, en daar blijven we de komende tijd ook, want ik ben van plan om over de hele brief aan de Kolossenzen te gaan preken. Kolosse is een stad in Klein Azië, wat tegenwoordig Turkije is, en ligt daar in het westen, zo’n 250 kilometer landinwaarts. Het is een niet zo heel belangrijk provinciestadje, een beetje in verval geraakt, en het is de schaduw komen te staan van steden die het wél maakten. Een soort Zaandam dus…
Paulus is nog nooit in Kolosse geweest, en een bezoek aan die stad staat voorlopig ook niet op het programma: Paulus zit namelijk in de gevangenis. Er worden boeken vol geschreven over de vraag wáár Paulus dan gevangen zat. Ik houd het erop dat Paulus in een gevangenis in Efeze zit, ook in Turkije, maar dan aan de kust, dus ongeveer 250 kilometer verderop, en dat Paulus deze brief schrijft in het jaar 55 of 56. Ik ga jullie niet vermoeien met alle argumenten daar omheen – maar mócht je dat wel razend interessant vinden, dan heb ik een boekentip voor je: Paulus, een biografie door Tom Wright.
Paulus zit dus vast in Efeze. Hij kwam daar zo’n 2 a 3 jaar geleden aan om ook in Efeze het goede nieuws van Jezus te brengen. Er komen mensen tot geloof, waaronder ene Epafras. Epafras komt niet uit Efeze, misschien studeerde hij er ofzo, maar zijn thuisbasis was Kolosse. In Efeze komt Epafras in aanraking met Paulus, en daarmee met Jezus, en Epafras neemt dat goede nieuws weer mee naar Kolosse. En hij vergeet Paulus niet, ook niet als Paulus wordt vastgezet. Epafras komt daar, in de gevangenis, bij Paulus op bezoek, en vertelt over dat er ook in Kolosse nu gelovigen zijn, en over het piepjonge kerkje dat daar ontstaan is.
Epafras vertelt enthousiast over de mensen die Jezus omarmd hebben, maar vertelt ook over de uitdagingen waar de jonge gemeenschap voor staat. Geloven in Jezus gaat in Kolosse niet bepaald vanzelf. Niemand is er opgegroeid met het christelijk geloof, ze zijn grootgebracht met andere verhalen, getraind in een andere manier van leven, en na het eerste enthousiasme over het evangelie, vallen ze toch weer terug in hun oude patronen.
Dat is een heel andere situatie dan de onze: in Kolosse is de kerk splinternieuw, is het christelijk geloof splinternieuw, terwijl kerken in Nederland in een lange traditie staan. Maar dat betekent niet dat deze brief van Paulus voor ons irrelevant is. Want ook in Nederland leef je in een wereld waar heel andere dingen dan het evangelie van Jezus je worden aangeleerd, en dus ook invloed op je hebben. We worden ondergedompeld in de verhalen van onze cultuur. Voor sommigen hier is geloven in Jezus ook echt nieuw, maar ook als je al jaren gelooft, kan het oppervlakkig blijven. Of je nu christen bent in Kolosse of in Zaandam, het nieuws van Jezus heeft het nodig te wortelen in je leven.
Het evangelie eigen maken
Paulus hoort het verslag van Epafras, en besluit: ik stuur ze een brief. En Paulus begint niet met: ‘lieve Kolossenzen, Epafras heeft me over jullie verteld, en eerlijk gezegd maak ik me wel een beetje zorgen over jullie…’ Nee, Paulus begint heel anders, het is veel meer: ‘jongens, wat hebben jullie toch iets moois ontdekt!’ Paulus steekt hoog in: bij wie je bent omdat je in Jezus bent gaan geloven, met een herinnering aan de identiteit die ze door Jezus gekregen hebben.
Dat begint al in vers 2: Paulus richt zijn brief aan ‘gelovige broers en zussen die één zijn in Christus’. En dan gaat het maar door met grote woorden: ‘we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt.’ Ik weet niet of het je is opgevallen, maar Paulus verwerkt de woorden geloof, hoop en liefde gewoon in 1 lopende zin. De laatste verzen die we lazen zijn ook prachtig: ‘hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon.’ Dát is wie je bent als je in Jezus gelooft: je krijgt een ander leven, bent bevrijd van de macht van de duisternis, en leeft nu met een compleet nieuw wereldbeeld, waar Jezus koning is en jij in zijn licht leeft.
En mochten de christenen in Kolosse zich afvragen wie zij nu zijn – ze zien zichzelf misschien als een onbeduidend klein groepje dat wat aanmoddert in een slaperig provinciestadje, ze hebben geen invloed, geen geld, geen gebouwen – mochten ze met zulke gedachten rondlopen, dan heeft Paulus een andere blik: ‘overal in de wereld’, en Paulus gebruikt daarvoor het woord ‘kosmos’, ‘draagt het evangelie vrucht en groeit het, ook bij u.’ Wat nou ‘onbelangrijk clubje’ – ze zijn gewoon onderdeel van een kosmische beweging!
Stel je even voor: wij, als Zaanse christenen, krijgen zo’n brief, met zulke rijke woorden aan het begin, waar we er weer aan herinnerd worden wie we zijn, en hoe fantastisch het is om het goede nieuws van Jezus te kennen. Bij mij werkt het dan zo dat als ik zo’n brief zou horen, want zo’n brief werd in de huiskerk voorgelezen, dat ik dan zou denken: ‘wauw, wat wordt ik daar blij van, ik was het misschien een beetje kwijt, maar als ik dit hoor, dan wordt ik direct weer enthousiast, dan wíl ik er ook echt voor gaan.’ En dat is precies waar Paulus de Kolossenzen, maar ook jou en mij, wil hebben.
Want die identiteit, wie je door Jezus bent, vraagt om oefening, moet je je ook steeds eigen blijven maken. Paulus heeft niet alleen grootse bemoedigende woorden, maar spreekt ook een gebed uit voor de Kolossenzen: ‘we vragen dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt.’ En dat is niet opeens iets heel anders dan waar Paulus in de verzen ervoor God nog voor dankte. Het is niet een soort schoolrapport, waar je mooie cijfers hebt gehaald op wis- natuur- en scheikunde, en daar dikke complimenten voor in ontvangst mag nemen, maar voor Frans en Duits sta je dikke onvoldoendes, dus daar moet je echt harder aan gaan werken. Dat doet Paulus dus niet – het is niet ‘dit gaat goed, ga zo door, maar geef daar wel even wat meer aandacht aan’. De dingen waar Paulus voor bidt en aanwijzingen voor geeft liggen juist helemaal in het verlengde van waar hij zo enthousiast voor dankte.
Waar het om gaat, is dat je het goede nieuws van Jezus ook echt moet leren. En dan niet zoals je een avondje theorie stampt, de volgende dag een toets maakt, en het de dag dáárna alweer wegzakt. Het is écht leren, hard werken, oefenen – net zoals je een taal leert, of muziek. Als je een paar woordjes Frans hebt geleerd, kun je al wel enthousiast zijn voor een nieuwe wereld die voor je opengaat, maar vloeiend Frans spreken is toch echt wat anders! En dat is met het evangelie ook zo: dat moet je vloeiend leren spreken, vloeiend leren leven. In het Engels heet dat gospel fluency – het is dat het goede nieuws van Jezus je basismanier van denken en doen wordt.
Bedenk daarbij dat de christenen in Kolosse met de meeste ervaring in het geloof ook nog maar 2, maximaal 3 jaar geloven. Dat is kort om een taal vloeiend te leren spreken, laat staan een manier van leven. Ze weten dat ze toen ze in Jezus gingen geloven een heel nieuw leven kregen, en zijn tegelijk nog aan het ontdekken wat dat dan precies is. Paulus stimuleert hen daarin, door eerst hun motivatie te voeden, met grootste woorden over hoe prachtig geloven is, zodat ze er ook mee bezig blijven, gaan trainen, zodat het evangelie van Jezus wortels krijgt in hun leven. Ze weten al wat het is, die nieuwe wereld is al voor hen opengegaan, en nu is de uitdaging om het helemaal eigen te maken.
En natuurlijk geldt dit niet alleen voor nieuwe christenen, die Jezus 3 jaar of korter kennen. Als meer ervaren christen kun je ook in patronen groeien, en kan het evangelie opeens verrassend nieuw en confronterend zijn. En met het leren van het evangelie ben je nooit klaar. Het is net als met een taal: als je er nadat je het geleerd hebt niets meer mee doet, wordt het roestig, moet je zoeken naar woorden, gaat het niet meer zo vanzelf. Je moet het steeds eigen blijven maken.
Ik liet al even vallen: het gaat niet alleen om spreken, maar om leven. Het goede nieuws van Jezus moet je niet alleen begrijpen, en je moet er ook niet alleen enthousiast voor zijn, maar het moet ook zichtbaar worden in je leven – het evangelie moet vloeiend worden in je manier van leven.
Verderop in de brief gaat Paulus nog veel meer zeggen over hoe zo’n leven als christen, die is overgebracht van de macht van de duisternis naar het rijk van Jezus, er dan heel concreet uit gaat zien. In dit gedeelte laat Paulus het bij wat algemenere woorden – zoals vrucht dragen, het goede doen, dank brengen. En het belangrijkste: ‘de liefde die de Geest in u opwekt.’ Aan die liefde kun je zien dat je je het evangelie eigen maakt, dat het niet maar een theorie voor een mooie toekomst is, maar dat wie je door Jezus bent je dagelijks leven vormt.
Aan hoe iemand leeft, kun je zien wat diegene gelooft. Dat kan ook confronterend zijn: als je zegt in Jezus te geloven, in zijn ultieme liefde, maar je leven iets heel anders laat zien. Gelukkig is het vaak bij christenen ook wél te zien: dit is waarom je soms bij iemand direct denkt ‘dat is een christen’. Het is ook waarom mensen die voor het eerst christenen leren kennen, misschien bij christenen thuis komen eten, voelen dat er daar iets anders is, op een andere manier dan we in de samenleving gewend zijn.
Geloofstraining
We ronden af met 1 laatste vraag: hoe kun je dat dan doen, hoe kun je groeien in dat vloeiend leven van het evangelie? Wat Paulus hier doet, is ervoor bidden – en dat lijkt me een belangrijk begin! Je kunt ook zelf dingen doen – geloofstraining organiseren. Als het gaat om groeien in je geloof, groeien in hoe het goede nieuws van Jezus je leven verandert, dan zeggen eigenlijk alle studies en praktijkverhalen: help elkaar erbij in kleine groepen! Of het nu een kring of groeigroep is, of een nog kleinere groep, een triade, een groep van 3 voor een soort geloofsintervisie: organiseer dat je niet alleen preken luistert, maar dat je elkaar bevraagt op je geloof, bemoedigt, uitdaagt en helpt het evangelie van Jezus toe te passen in je leven – om te leven wie je voor Jezus al lang bent. Amen.
