Johannes 2a | Vrolijk geloven

Inleiding

Vandaag zijn we te gast op een bruiloft. En als bruiloftsgast word je goed in de watten gelegd. Als je na het diner nog even door de McDrive rijdt, is er ergens iets mis gegaan… Maar ja, goed inschatten hoeveel je voor een feest moet inslaan, dat is een vak apart,

Toen Hanneke en ik trouwden, in 2010, hadden we de hele bruiloft in eigen beheer. We studeerden allebei nog,  dus we konden het ons niet permitteren met geld te smijten. Daarom hadden we voor het feest  het clubgebouw van de plaatselijke ijsvereniging afgehuurd en hadden we medestudenten geronseld om de catering te verzorgen. Zelf stonden we de dag voor onze bruiloft samen met onze ceremoniemeesters in de supermarkt voor de feestboodschappen. Maar hoeveel moet je inslaan?! Hoeveel borrelnootjes, blokjes kaas en bitterballen zullen de gasten eten? Gaan ze aan de cola, drinken ze een biertje, of toch liever wijn? Om er zeker van te zijn dat onze gasten na het feest niet nog een eigen afterparty in een café gingen houden, konden we maar 1 ding doen: overal te veel van inslaan. Gelukkig werkte de supermarkt mee: alles wat te veel was ingeslagen kon de volgende dag weer worden teruggebracht. Onze ceremoniemeesters waren echt fantastisch: terwijl wij op huwelijksreis gingen, stonden zij bierkratten in te leveren…

Voor de bruiloft waar we vandaag te gast zijn, was niet zo’n regeling met de supermarkt getroffen. En het gaat mis: het feest dreigt voortijdig ten einde te komen. We gaan luisteren naar het verhaal: Johannes 2:1-12.

Best raar eigenlijk, dat dit het eerste wonder is dat Jezus heeft gedaan. Hoezo is het Jezus’ probleem dat het bruidspaar geen regeling had getroffen met de plaatselijke wijnverkoper? Had Jezus geen betere dingen te doen  dan op te treden als redder van een feestje? Ik had het in ieder geval niet gedurfd: als wij te weinig kratten bier hadden ingeslagen, aan Jezus vragen of hij er niet nog wat bij zou kunnen maken… Toch doet Jezus het – heel bewust. Door juist met dít wonder te beginnen, laat Jezus zien: ‘geloven in mij is een feest!’ Daarom is het thema ‘vrolijk geloven’. En ik hoop dat dit wonder van Jezus je daarbij kan helpen!

1.   Kleurloos  

Het leven in Kana, een dorpje in het afgelegen Galilea, noord-Israël, is in niets te vergelijken met het leven in Nederland. Er is niets te beleven en er gebeurt nooit wat. Het is een kleurloos bestaan. Er wordt niet gedroomd:  mensen zijn al lang blij als ze weer een dag gehaald hebben. Ze werken zich een slag in de rondte, en kunnen daar precies mee rondkomen. Denk niet dat er nog geld over is voor leuke dingen, al is het maar iets kleins als een oliebol eten bij de oliebollenkraam. Daar is trouwens ook helemaal geen tijd voor! Werken, eten en slapen, dat is het leven. Dag in dag uit. Geen vakanties, geen snipperdagen: elke dag is hetzelfde. De enige afleiding komt van de praatjes in het dorp, dus wordt er heel wat af geroddeld.

Met het godsdienstige leven is het al niet veel beter: ook daar valt weinig kleur aan te ontdekken. Die watervaten op de bruiloft zijn daar een typisch voorbeeld van. Ze zijn bestemd voor een reinigingsritueel. Dus niet je handen stukwassen omdat dat de verspreiding van corona tegengaat. Nee: die reiniging is een godsdienstig ritueel. Zoals er zoveel rituelen en regeltjes waren. Nog veel meer dan God in de wet aan Israël had gegeven. Voor alles zijn regels,  en je moet er steeds aan denken niet net dat ene regeltje te vergeten. Godsdienst is een ernstige zaak, dat moet je niet makkelijk nemen, dus hangt het aan elkaar van regeltjes, en draagt het zo bij aan het kleurloze leven.

Laten we eerlijk zijn: dat imago hebben christenen nog steeds. Bij de kerk denken veel mensen aan regeltjes en bij christenen aan mensen die niets mogen. Alsof christen zijn erom draait  dat je alle dingen die het leven leuk maken niet mag doen, en dat als je dat maar goed volhoudt, God je ervoor zal belonen. Het is een totaal verkeerd beeld van waar geloven om gaat, maar zo’n beeld komt natuurlijk niet uit de lucht vallen: blijkbaar hebben we het er ook wel een beetje naar gemaakt. Hebben we uitgestraald dat een christen zich aan de regels houdt, in plaats van dat een christen van Jezus houdt en door de liefde van Jezus gedreven wordt.

2.   Vrolijk geloven

Terug naar Kana. Vandaag is het feest. Een jongen en een meisje uit het dorp trouwen. Het is niet bepaald een coronabruiloft, waar maar 30 gasten welkom zijn. Het lijkt meer op een Turkse bruiloft: niks geen besloten gezelschap – ieder die in de verste verte verwant of bevriend is, is welkom. In optocht trekt het gezelschap door de wijk en met veel getoeter wordt ervoor gezorgd  dat het niemand kan ontgaan dat het feest is. Zoiets stel ik me bij die bruiloft in Kana voor: het hele dorp viert feest! Als je nog even weer bedenkt hoe kleurloos het leven in Kana was, snap je wat een welkome afleiding dit is. Zo’n bruiloft is het hoogtepunt van het jaar!

Maar dan is het eindelijk eens feest, dreigt het feest vroegtijdig ten einde te komen… De wijn is op! Het is de nachtmerrie van elk bruidspaar:  dat iets op het feest helemaal in de soep loopt. Je kunt je voorstellen dat de teleurstelling groot is. Maar het is meer dan alleen teleurstelling: het is een schande! Als wij, op onze bruiloft, te weinig bier hadden ingeslagen, hadden we erom gelachen en de rest van de avond cola gedronken. In Kana niet: de tl-verlichting gaat aan, er wordt nog een schaal broodjes geserveerd en het feest is afgelopen. Het jonge bruidspaar wordt nog maandenlang nagewezen omdat hun bruiloft in het water is gevallen.

Dán grijpt Jezus in. Jezus’ moeder, Maria, wil dat Jezus het probleem oplost. Jezus houdt het af: ‘mijn tijd is nog niet gekomen’. Toch komt Jezus in actie, niet omdat zijn moeder dat zo graag wil, maar om zijn grootheid te tonen. Op deze bruiloft grijpt Jezus zijn kans om te laten zien wie hij is. Jezus doet dit wonder niet omdat hij medelijden met het bruidspaar heeft en hen graag uit de brand wil helpen met wat hocus-pocus, nee: Jezus wil dat zijn leerlingen zien wie hij is. Dit eerste wonder is een statement: ‘dit ben ik, hier sta ik voor!’

Wat laat dit wonder dan over Jezus zien? Nou, allereerst heel simpel: dat feest voor Jezus belangrijk is! Jezus redt het feest. Hij geeft opdracht de watervaten te vullen, alle 6, tot de rand toe. Vervolgens moet een van de bedienden er een beker mee vullen en het aan de ceremoniemeester laten proeven. Je moet het als bediende maar durven… Je hebt geen idee wat Jezus met het water heeft gedaan, en straks is de ceremoniemeester woedend omdat jij hem zulke bocht aanbiedt… Maar dat is het niet: het is wijn van topkwaliteit. En niet zo’n beetje ook: 6 vaten van 100 liter. Dat zijn 800 flessen wijn – Jezus laat een complete wijnkelder aanrukken!

Dat is nogal een statement! Sommige van Jezus’ leerlingen  waren eerst leerling van Johannes de Doper geweest. Als Johannes wonderen had kunnen doen, had hij nooit zoiets gedaan. Johannes was een ernstige man die opriep tot bekering en leefde op een rantsoen van sprinkhanen en honing. In vergelijking met Johannes kom Jezus over als een feestbeest. Het laat zien dat voor Jezus een feest niet iets minderwaardigs is, dat het bij Jezus niet alleen om geestelijke zaken gaat, maar dat ook lekker eten en een goed glas wijn erbij horen. Op zijn tijd een feest is belangrijk!

Maar Jezus redt niet alleen het feest. Achter het wonder van Jezus zit een diepere betekenis: Jezus laat zien waar hij voor gekomen is. Die overvloed aan wijn laat zien: bij Jezus is vreugde! Jezus is gekomen om het leven kleur te geven. Niet voor niets gebruikt Jezus die watervaten, die voor de rituele reiniging werden gebruikt. Die vaten zijn de desinfectiezuilen van toen: ze staan symbool voor alle regels. Want zelf op een feest, waar je eindelijk even gewoon kunt genieten, moeten de regels natuurlijk wel worden gehandhaafd… Stel je voor dat er opeens parfum uit die zuilen komt, of dat je er bier uit kunt tappen!

Zoiets doet Jezus – en ik zie dat als een heerlijke knipoog. Uit die vaten, symbool voor de regels, laat Jezus wijn komen – wat in de bijbel symbool van grote vreugde is. Jezus rekent af met beklemmende en al te menselijke regels – en geeft er vreugde, vrijheid en vrolijkheid voor terug. Je zou zelfs kunnen zeggen: Jezus zelf is het beste dat voor het laatst is bewaard: veel beter dan alle regeltjes en rituelen  waar christenen helaas nog wel eens om bekend staan.. Denk niet dat geloven vooral moeilijk en zwaar is, een kwestie van volhouden en plichtsbesef. Nee: geloven in Jezus is een feest!

3.   Feestje

Ik kwam een mooi citaat tegen van Charles Spurgeon: ‘er worden meer zielen naar de hemel geleid  door iemand wiens gezicht met de hemel bekleed is, dan door iemand die het dodenrijk in zijn blik draagt.’

Maar hoe kun je die hemel op je gezicht dagen, hoe kun je groeien in vrolijk geloven? Door regelmatig feest te vieren voor God! Wat dat betreft ben ik natuurlijk een week te laat met deze preek, vorige week vierden we het kerstfeest, en in januari moeten de kerstkilo’s er weer vanaf… Het is niet altijd feest – en als het wel altijd feest zou zijn, is het bijzondere van een feestje er al snel van af. Tegelijk: elke zondag vieren we dat Jezus leeft, dan mag elke zondag een klein feestje zijn. In mijn familie betekent dat: op zondag hebben we taart bij de koffie. Hoe je het ook doet, maak er maar een feestelijke dag van: met muziek, met vrolijke kleren, een lekker geurtje of een goed glas wijn. Vier feest voor God – het helpt je om vrolijk te geloven!

En dan te bedenken dat dat nog maar het begin is. Jezus heeft het beste voor het laatst bewaard. Het wordt alleen maar mooier! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: