Johannes 1:14 | Next door hero

Inleiding

In huize Veurink wordt op vrijdag én zaterdag voor de tv gegeten. Een slechte gewoonte, ik weet het… Maar dan kijken we wel iets verantwoords, iets educatiefs. Behalve bij het toetje, dan mogen de kinderen kiezen. En zo komt het dat één van de eerste woorden die onze kinderen leerden, na ‘papa’, ‘mama’ en ‘nee’, ‘sammeman’ was – oftewel: brandweerman Sam. Volgens mij heb ik alle afleveringen wel 10 gezien, en het introliedje een kleine miljoen keer gehoord. ‘Hoort hij de alarmbel gaan, dan komt Sam er heel snel aan.’ ‘Hoe kort zijn nachtrust ook duurt, Sam is de held van de buurt.’

De liefde voor brandweerman Sam nam zulke vormen aan dat ook allerlei brandweerman Sam-merchandise in huis is gekomen. Waaronder een boek met geluiden – zo’n irritant ding dat je onschadelijk kunt maken door de batterijen te verwijderen. Maar voor we dat deden, klonk het introliedje ook regelmatig uit het boek. Maar dan wel het Engelse liedje. In niet al te beste geluidskwaliteit. ‘Sam is the hero’ hmm hmm. Dat konden wij natuurlijk niet hebben, dus we hebben het opgezocht: wat zingen ze nou eigenlijk? ‘Sam is the hero next door.’ De held dus die gewoon bij je in de straat woont.

En eigenlijk is dat Kerst in een notendop! Jezus is God die bij je in de straat komt wonen. Jezus is de Hero Next Door. Dat is dus het thema vandaag: Next Door Hero. We gaan luisteren naar wat Johannes daar over zegt, in Johannes 1:1-5 en 14-18.

Next door Hero

Het leuke in dat liedje van brandweerman Sam vind ik hoe twee dingen bij elkaar komen: aan de ene kant de hero, de held, die je bewondert, die je nog eens in een meet & greet zou willen ontmoeten. Aan de andere kant het next door,  iemand gewoon bij jou in de straat, die tegelijk met jou zijn afvalcontainer bij de weg zet, en met wie je dan een praatje maakt. Precies die 2 kanten heeft Jezus: aan de ene kant is hij de grootste held die er is, hij is God!, maar tegelijk is hij super dichtbij gekomen. Johannes noemt allebei die kanten. Die grootse kant, direct in vers 1: ‘in het begin was het Woord, het Woord was bij God, en het Woord was God.’ Maar ook die dichtbij-kant, in vers 14: ‘Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond.’

Johannes zet heel hoog in: ‘in het begin was het Woord’. Voor ons klinkt dat misschien een beetje vaag: zeg toch gewoon wat je bedoelt… Maar op deze manier sluit Johannes mooi aan bij zowel zijn Joodse als Griekse lezers. Voor Joden is ‘het Woord’ heel belangrijk: God heeft de wereld geschapen ‘door zijn Woord’ – God sprak en het was er. Ook voor Grieken is ‘het Woord’ belangrijk: volgens hen was ‘het Woord’ het principe dat alles in de wereld bij elkaar houdt. Johannes zegt: ‘nou, hoe je ook over dat Woord denkt, we kunnen het erover eens zijn dat ons bestaan van het Woord afhangt. Over dát Woord, het aller, aller, allerbelangrijkste dat er is, wil ik het met jullie hebben. Want dat Woord is een heel gewoon mens geworden! Het Woord heeft bij ons in de straat gewoond.’

Dit is het grote wonder van Kerst: de Schepper wordt onderdeel van zijn schepping. Het is alsof iemand een hele legowereld heeft gebouwd, met huizen, met parken, met winkels, met een voetbalstadion, en besluit om zelf in een legopoppetje te veranderen zodat hij in die legowereld kan leven. Dat kan natuurlijk helemaal niet – maar het is precies wat met Kerst gebeurt: God komt onder ons wonen!

Jezus is de hero next door, God die je buurjongen wordt. En dat doet hij, zegt Johannes, zodat je hem kunt kennen. ‘Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, heeft hem doen kennen.’ Blijkbaar wil God dat graag: dat je hem kent, dat je vertrouwd wordt met hem, dat je je bij hem veilig voelt.  God wil een relatie met je, en dat gaat een beetje lastig als hij een abstracte God op afstand is.

Ik bedoel, in Nederland geloven veel mensen in ‘iets’. ‘Ik geloof wel dat er iets is.’ Heerlijk vaag is dat: wat ís dat ‘iets’ dan? De wat spiritueler ingestelde Nederlander zal misschien nog wat zeggen over energieën die stromen, maar eerlijk gezegd vind ik het daar nog niet minder vaag van worden. En eigenlijk is God, of het Woord, net zoiets vaags. Het is een woord voor iets dat groter is dan wij, maar waar we ons niet echt een voorstelling bij kunnen maken. God is iets op afstand,  een of andere macht die invloed op je leven heeft, maar wat zich ook ergens ver weg afspeelt. Met zo’n God, of met Iets, of met het Woord, of met Energie,  kun je geen relatie hebben.

En dat wil God dus wél! God wil dat je hem kent, en dan niet alleen dat je wat dingen over hem weet, maar dat je vertrouwd met hem raakt, dat je van hem gaat houden. Dat kan niet als God op afstand blijft staan, als hij alleen maar onvoorstelbaar groot en machtig is. Dáárom wordt het Woord mens van vlees en bloed, wordt hij de hero next door. Kerst is dat God zich aan ons aanpast, zodat hij concreet voor ons wordt, in plaats van vaag,  toegankelijk, in plaats van ergens ver weg, zodat we hem kunnen leren kennen, zodat we van hem kunnen gaan houden.

En weet je, als ik naar Jezus kijkt, dan ga ik inderdaad van God houden. Nee, Jezus woont niet bij mij in de straat. Ik heb prima buren, maar ze zijn niet Jezus. En als ik nu op het vliegtuig naar Bethlehem stap om Jezus te ontmoeten, dan ben ik zo’n 2000 jaar te laat. En toch helpt Jezus mij om God te leren kennen, en om van hem te houden. Ook al kan ik niet letterlijk bij het wiegje van Jezus staan, ik kan me er wel van alles bij voorstellen!

En wat ik dan zie, is een God die totaal geen sterallures heeft. Ik zou denken dat voor God alleen het beste goed genoeg is, er zijn genoeg belangrijke mensen die het niet voor minder doen. Maar God kiest voor de schande van een tienerzwangerschap, kiest voor een plankharde voerbak in plaats van voor een comfortabel waterbed, kiest voor herders in plaats van voor belangrijke hotemetoten, kiest voor een onzeker bestaan, kiest voor kwetsbaarheid.

Johannes zegt: ‘wij hebben zijn grootheid gezien.’ En daarmee bedoelt hij niet dat je even door deze ellende heen moet kijken, omdat God zich daarin verstopt zou hebben. Nee, de grootheid van God, is juist dat hij klein wordt, en kwetsbaar! De grootheid van God is dat hij zich niet te goed voelt om je buurjongen te worden. De grootheid van God is dat hij geen voorkeursbehandeling wil, omdat je in de kwetsbaarheid van Jezus hem veel beter leert kennen. Als ik naar Jezus kijk, zie ik een God voor wie liefde voor mensen, voor gewone, kwetsbare, zwakke mensen, boven alles gaat!

Aangenaam

Het is Kerst: God wordt de hero next door. God komt super dichtbij, hij belt bij je aan, reikt je een hand aan, of in deze tijden misschien een elleboog, en stelt zichzelf voor: ‘aangenaam kennis te maken. Ik ben je Maker, ik ben je Vader, en ik houd van jou. Ik wil zo graag dat jij vertrouwd met mij wordt. Ik wil graag bij jou in de straat wonen, nee, bij jou in huis.’ Pak jij die hand aan? Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: