Exodus 20:2 en Deuteronomium 6 | 10 Geboden (0): vrijheidsregels

Inleiding

We hebben net geluisterd naar de 10 geboden. Dat doen we niet zo heel vaak. Vroeger werden die in heel veel kerken, ook in Menorah, zondag aan zondag voorgelezen. Maar ik ben blij dat we dat niet meer doen, vooral omdat als je elke zondag dezelfde woorden hoort, ze al snel je ene oor in gaan en je andere oor weer uit, zonder dat je er echt naar geluisterd hebt.

Juist dat écht luisteren naar de 10 geboden, wil ik komend jaar met jullie gaan doen. Verspreid over het jaar wil ik het in de kerkdiensten over al die 10 geboden gaan hebben. We gaan dit jaar eens wat beter luisteren naar Gods regels.

Maar ja, regels… Regels zijn ellendige dingen! Regels beperken je in je vrijheid. En daarom houden we niet van regels. Bijvoorbeeld van coronaregels. Of je het nu met die regels eens bent of niet, uiteindelijk wil iedereen van de coronaregels af, omdat ze onze vrijheid belemmeren.

Wat ik altijd heel vermakelijk vind, is hoe de regering haar best doet de regels niet als regels te presenteren. Bijvoorbeeld: ‘we houden anderhalve meter afstand.’ ‘O ja’, denk ik dan als ik in een flauwe bui ben, ‘het was me nog niet opgevallen, maar mooi dat jullie dat doen.’ Natuurlijk bedoelen ze: ‘iedereen moet anderhalve meter afstand houden.’ Maar ik vermoed dat een of andere communicatieadviseur een lijst van verboden woorden heeft aangelegd, waaronder ‘moet’, ‘zult’, ‘verplicht’, en eigenlijk alle werkwoorden in de gebiedende wijs. Want we zouden toch eens het gevoel krijgen dat onze vrijheid wordt ingeperkt… Maar ja, hoe je het ook presenteert,  uiteindelijk gaan regels gewoon ten koste van onze vrijheid. Daarom is heel Nederland chagrijnig als de regels strenger worden, en is het overal feest als er regels vanaf gaan.

Regels beperken je vrijheid – en zo kun je de 10 geboden ook lezen: als een lijstje van alles wat niet mag. Maar dan heb je de clou van de 10 geboden gemist. Het begint namelijk met vrijheid – dat is het allereerste zinnetje van de 10 geboden: ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ Die 10 geboden moet je vanuit dit zinnetje lezen: ze beperken je vrijheid niet, maar helpen je vrij te zijn – het zijn vrijheidsregels! Laten we de bijbel erbij pakken en daar nog wat meer over lezen: Deuteronomium 6:4-25.

1.   Vrijheidsbeperkend?

Dat mensen niet van regels houden is niet bepaald een nieuw verschijnsel. De Israëlieten, die van God de 10 geboden krijgen, hebben ook een moeizame verhouding tot de regels. Eerst beloven ze enthousiast dat ze hiervoor willen gaan, maar als Mozes zich vervolgens op de berg terugtrekt om daar uitgebreid onderwijs van God te krijgen over de regels, krijgen de Israëlieten er alweer genoeg van, en organiseren een groot feest rond een gouden stier. Ja, ook illegale feestjes zijn dus niets nieuws!

Er volgen 40 jaren waarin de Israëlieten rondzwerven door de woestijn. In Deuteronomium zijn we aan het einde van die 40 jaar. Het zijn de laatste toespraken van Mozes, voor het volk eindelijk het beloofde land mag intrekken. Mozes drukt de Israëlieten dan op het hart zich aan Gods regels te houden. Ook de nieuwe generaties moeten dat doen. Maar dat zal niet vanzelf gaan! Zij zullen vragen stellen:  ‘die regels, die God jullie gegeven heeft, wat moeten wij daar mee? Zijn ze geen overbodige beperking van onze vrijheid?’

Regels – ze zijn nooit geliefd geweest. En de regels maken het ook niet aantrekkelijker christen te worden. Jezus is wel ok, maar al die christelijke regels. Het lijkt wel alsof christenen niets mogen. Ze mogen niet vloeken. Ze mogen geen drugs gebruiken. Ze mogen hun geld niet alleen voor zichzelf houden. Ze mogen geen seks hebben. Of, nou ja, het is onder strikte voorwaarden toegestaan, en je mag er vooral niet over praten. En als ze seks hebben gehad, mogen ze geen abortus laten uitvoeren. Verder mogen christenen niet roken, mogen ze alcohol alleen met mate drinken, is Harry Potter verboden literatuur, en is winkelen op zondag uit den boze. Je kunt dit lijstje zelf waarschijnlijk nog wel verder aanvullen.

Sommige van die regels komen van God, andere zijn wel heel menselijk. Zelf ben ik bijvoorbeeld groot Harry Potter fan,  en ik geloof niet dat God daar iets tegen heeft. Maar waar het om gaat: christenen staan bekend om hun regels. Als christen moet je vooral binnen de lijntjes kleuren, mag je niet eens lekker uit de band springen en genieten van alle geneugten van het leven. Als je alles hebt gedaan wat God verboden heeft, dan is dat in onze wereld bijna iets om jaloers op te worden, omdat zo iemand tenminste echt van het leven genoten heeft… Dat God regels geeft, is dus een lastig verhaal: we hebben liever vrijheid.

2.   Vrijheidsregels

Maar botsen Gods regels inderdaad op onze vrijheid? Mijn stelling is dat dat niet zo is: Gods regels helpen je juist om de vrijheid te leven! De 10 geboden zitten heel anders in elkaar dan moderne regels. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse grondwet. Die valt direct met de deur in huis met Artikel 1: ‘allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.  Discriminatie (…) op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Of neem de Algemene Plaatselijke Verordening van ons eigen Zaanstad: na een indrukwekkende berg begripsbepalingen, komt Artikel 2.1:  ‘het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing.’ Even terzijde: ik schrok daarvan –  ik dacht altijd dat een samenscholingsverbod een noodmaatregel was, maar in Zaanstad lijkt dus een permanent samenscholingsverbod van kracht te zijn… Overigens zijn godsdienstige samenkomsten uitgezonderd – dat dan weer wel.

Maar vergelijk dat nou eens met het begin van de 10 geboden. Gods regels beginnen… niet door met de deur in huis te vallen, ook niet met begripsbepalingen, maar… met een verhaal! ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ En dat zinnetje is niet een soort inleiding die je ook wel over kunt slaan om de eigenlijke 10 geboden te lezen. Sterker nog: Joden zullen het nooit over 10 geboden hebben, maar over 10 woorden. Dit zinnetje is dan het 1e woord, dat je nodig hebt om de rest te begrijpen.

In Deuteronomium gebeurt precies hetzelfde.  Mozes vertelt dat de kinderen en alle volgende generaties, steeds weer zullen vragen: ‘die regels van jullie, wat betekenen die voor ons?’ Ik zou dan verwachten dat die regels 1 voor 1 worden uitgelegd: wat met een gebod wel en niet bedoeld wordt. Maar Mozes wil dat ouders een heel ander antwoord geven: ‘Wij waren in Egypte slaven van de Farao, maar met sterke hand heeft de Heer ons uit Egypte bevrijd.’ Dus geen rechtscollege over de betekenis van de wetten, maar een geschiedenisles over onze vrijheid!

Ja: ‘onze’ vrijheid. De kinderen in Deuteronomium hebben het over ‘jullie regels’, maar in hoe de ouders antwoorden is het steeds ‘wij’. Want niet alleen de ouders zijn bevrijd, de kinderen zijn dat net zo goed, en hun kinderen – het geldt zelfs voor ons! Want het verhaal van God die bevrijdt, dat is niet alleen het verhaal van meer dan 3000 jaar gelden – het is ook ons verhaal!

Gods geboden beginnen niet met regels, maar met een verhaal. Dat is niet toevallig: dit is een volgorde met een betekenis. Zonder dit begin zouden de 10 geboden een droog lijstje met regels worden, net als de Zaanse Algemene Plaatselijke Verordening… Maar nog belangrijker: zonder dit begin worden de regels gevaarlijk! Dan zou je namelijk kunnen denken dat je, net als met de coronaregels, door je aan de regels te houden je vrijheid kunt verdienen. Maar je bént al vrij – daar heeft God al voor gezorgd! Die volgorde, eerst wat God doet en heeft gedaan, pas daarna over hoe wij in dat licht kunnen leven, die volgorde is een patroon in de hele bijbel. Ook in bijvoorbeeld het begin van Deuteronomium 6: het begint met wie God is ‘de Heer, onze God, is de enige!’ En dan pas wat wij moeten doen: ‘heb daarom de Heer lief.’ Ook in het Nieuwe Testament is dit steeds de volgorde. Bijvoorbeeld Matteüs 28: de opdracht om alle volken tot Jezus’ leerlingen te maken, wordt ingesloten door eerst de herinnering aan dat Jezus alle macht heeft, en daarna de bemoediging dat hij met ons is. En als laatste voorbeeld: Galaten 5 –  ‘Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven.’

De 10 geboden beginnen niet met wat wij moeten,  maar met wat God doet. Voor God zegt: ‘jij zult…’, zegt hij ‘Ik Ben’. God begint met wie hij is – de Heer, JHWH, Ik Ben, jouw God. Uit wie hij is, volgt wat hij doet: ‘ik heb je bevrijd!’ God is jouw God, die er altijd is – en daarom heeft hij je bevrijd. Pas als dat gezegd is, gaat het naar hoe wij moeten leven. Vergeet dus het hele idee dat je, door je aan de regels te houden, je je vrijheid of Gods liefde kunt verdienen. God houdt al lang van je, en heeft je al lang vrij gemaakt!

Dat is dan ook direct wie wij zijn:  ‘wij waren slaven’, zegt Mozes, maar Paulus zegt het ook, ‘maar nu zijn we vrije mensen.’ En daar past een manier van leven bij – dát is waar het in het vervolg van de 10 geboden over gaat. Het zijn geen regels die je pas verkregen vrijheid weer inperken, maar regels die je helpen die vrijheid ook te leven. Elk van die regels wil voorkomen dat jij je toch weer ergens slaaf van gaat maken. Want je bent vrij!

Ik vind dat echt een prachtig verhaal. Nu de praktijk nog… Ik geloof echt dat Gods regels mijn vrijheid niet inperken, maar zelf maak ik me steeds weer slaaf. Helemaal als ik bedenk hoe Jezus die regels uitlegt. Jezus komt uit bij: ‘wees volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’ Nou, dat ben ik dus niet. Israël was dat ook niet. De hele geschiedenis van Israël is één treurig verhaal over hoe Israël steeds weer Gods regels aan de kant schuift, en kiest tegen de vrijheid.

Maar God blijft dezelfde: de Heer, jouw God, die bevrijdt! Dat blijft God doen. God denkt niet: ‘ik heb jullie nu één keer bevrijd, nu is het wel weer mooi geweest – je doet je best maar om vrij te blijven. Ik blijf niet aan de gang…’ Maar dat doet God dus wel: hij blijft bevrijden! Met als voorlopig hoogtepunt dat hij zelf mens werd, en de last van jouw en mijn onvrijheid meenam aan het kruis.

Ook als je, net als ik, blijft struikelen over de regels, de vrijheid je steeds weer door de vingers glipt, blijft God de God die bevrijdt. Hij is de God die je steeds weer de hand reikt en overeind trekt, op de weg naar zijn nieuwe wereld, waar de bevrijding eindelijk compleet is.

3.   ‘Ik ben vrij’

Vrijheid is prachtig! En Gods regels zijn er dus niet om je vrijheid in te perken, maar om voluit als vrij mens te leven. Ik wil graag groeien in die vrijheid – en ik hoop dat jij dat ook wilt! Maar hoe?

Ik zou zeggen: begin niet bij de regels, begin niet bij jouw gedrag, maar begin bij God en bij wat hij heeft gedaan. Je wordt niet vrij door je aan de regels te houden – je wordt vrij door God die je bevrijdt. Als je in Gods vrijheid wilt leven, als je volgens Gods vrijheidsregels wilt leven, begin dan niet bij de regels, maar begin met tegen jezelf zeggen: ‘ik ben vrij’. En blijf het zeggen, tot het landt in je hart, en daarna nog steeds, zodat het in je hart blijft. Zeg het, zing het, geloof het: ‘ik ben vrij.’ En laat je dán door Gods regels helpen om die vrijheid te leven. Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: