Genesis 22 | Loslaten

Inleiding

Voor we verder gaan, moet ik jullie wat vragen. Wie heeft er allemaal een telefoon mee? Dan moet ik jullie nu vragen je telefoon in te leveren. Je mag hem hier voor op tafel komen leggen.

(Gesprek: wie heeft het wel/niet gedaan? Waarom?)

Als je net je telefoon hier hebt neergelegd, dan is dat best iets groots. Je hele leven zit in dat apparaat. Foto’s bijvoorbeeld – inclusief die gênante foto’s die je liever niet deelt. Er zit een heel sociaal leven in dit apparaat – als je hem niet met een pincode hebt beveiligd,  kan ik nu al je berichten nalezen. En het mooiste van alles: je bankiert waarschijnlijk ook met je telefoon, dus ik heb nu de controle over je bankrekening. Dus ik denk dat ik niet heel erg overdrijf als ik zeg dat je net je leven hier op tafel hebt gelegd. En ik heb er niet bij gezegd dat je het terug krijgt. Dat moet je maar hopen…

Vandaag wil ik het met jullie hebben over loslaten. Je telefoon hier neerleggen is een oefening in loslaten. Abraham krijgt er een oefening in die nóg verder gaat: zijn leven zit niet in zijn telefoon, maar in zijn zoon. En nu wil God dat Abraham zijn zoon loslaat. Aan de hand van dit verhaal hoor je vandaag wat loslaten kost, wat loslaten oplevert, en kijken we naar een voorbeeld van loslaten dat nog veel mooier is dan dat van Abraham.

1.    Waar je voor leeft

Maar eerst Abraham. Voor Abraham is Isaak niet gewoon een zoon. En begrijp me niet verkeerd: een kind, of het nu een zoon is of een dochter, is altijd heel bijzonder en neemt al snel een grote plek in in je leven. Maar voor Abraham is Isaak nóg meer. Isaak is Abrahams leven, is Abrahams alles!

Dat heeft te maken met alles wat hiervoor al gebeurd is. Het begon allemaal met Abraham die de stem van God hoorde: ‘verlaat je land, verlaat je familie, en ga naar het land dat ik wijs.’ Ook toen al moest Abraham alles loslaten: zijn hele leven dat hij had opgebouwd, en in 75 jaar, want zo oud was hij toen, bouw je nogal wat op. Maar Abraham moest zijn leven loslaten. In plaats van alles wat hij had, kreeg Abraham van God een belofte, Cruciaal onderdeel van die belofte is dat Abraham een zoon krijgt: de belofte staat of valt met de komst van een zoon.

Abraham gaat, maar die zoon laat op zich wachten, nog 25 jaar. En hoe langer Abraham en Sara moeten wachten, hoe belangrijker die zoon voor hen wordt. Financieel hebben ze niets te klagen, noem hen gerust rijk, ze zijn gezegend met een bovengemiddeld goede gezondheid, ik bedoel: Sara wordt 127, en Abraham zelfs 175. Maar ze zien vooral wat ze niet hebben: een zoon. Hun leven is pas geslaagd als ze een zoon hebben. Zonder zoon gaan ze de geschiedenisboeken in  als de grootste sukkels van de hele bronstijd. ‘Heb je al gehoord van Abraham? Die gaf zijn hele leven op voor een zoon die hij niet kreeg.’

Dat scenario moet koste wat kost worden voorkomen, en daarom wordt op een gegeven moment plan B in werking gesteld: als Sara niet zwanger wordt, moet slavin Hagar maar als draagmoeder dienen. Zo wordt Ismaël geboren. Als Sara later toch in verwachting raakt en Isaak geboren wordt, wordt Ismaël een soort reservezoon: als Isaak iets overkomt, is in ieder geval Ismaël er nog. Maar God wil niet dat Abraham reserveopties achter de hand houdt, en Hagar en Ismaël vertrekken uit het leven van Abraham. Zijn hele oude leven had Abraham al losgelaten, met Ismaël laat hij zijn plan B los, en nu is Isaak dus álles voor Abraham.

Het gaat om meer dan een zoon. Het gaat om alles waar Abraham voor leeft. Het gaat om alles waar jij voor leeft. Daarom net ook die opdracht je telefoon in te leveren (en nee: je krijgt hem nog niet terug. Straks – misschien…) Je hele leven zit in die telefoon. Dus waar jij voor leeft – het staat hier vast in.

2.    Loslaten

Isaak is alles voor Abraham. En dan volgt het verhaal van vandaag. ‘Abraham, ga op reis en neem je zoon mee. Je moeten hem offeren op de berg die ik je wijs.’ Het is alsof alle lucht uit Abrahams longen wordt gezogen. Hoe kan God dít van hem vragen?!

Dat kunnen we wel met Abraham meevoelen. Wat een absurde opdracht geeft God. Nog veel absurder dan je telefoon inleveren. Ja, nog veel absurder dan wanneer ik al die telefoons onder een hydraulische pers zou leggen. (O nee, dat zou ik nog niet verklappen, dat komt straks nog…) Er is in de vorige eeuw een berucht psychologisch experiment gedaan, waarin proefpersonen werden gepusht om acteurs die in het complot zaten stroomschokken toe te dienen die dodelijk zijn. De acteurs kregen de schokken niet echt, maar dat wisten de proefpersonen niet… Daarvan wordt tegenwoordig gezegd: dat was niet ethisch verantwoord. Dat zouden we van deze test van God toch ook op z’n minst zeggen. Laat ik het zo zeggen: als God mij deze opdracht zou geven, zou ik weigeren – bekijk het maar!

Maar voor Abraham zit de pijn ergens anders. Ja, de opdracht van God is gruwelijk,  maar in de wereld van toen waren wel meer dingen gruwelijk, en was het offeren van kinderen een praktijk die meer voorkwam. Het zat, om zo maar te zeggen, wel in het systeem. Daar zit Abrahams pijn niet. De pijn zit hem in dat Isaak alles voor Abraham is geworden. Abrahams hele leven draaide om Isaak. Hij had alles losgelaten voor de belofte van een zoon. Vanaf zijn 75e had hij nog 25 jaar op Isaak moeten wachten. Isaak is alles waar Abraham voor leefde. Misschien heeft Isaak dat ook wel gemerkt: kon hij gewoon kind zijn, of moest hij alle verwachtingen van zijn ouders dragen?

In ieder geval: Abraham houdt zielsveel van Isaak. Misschien wel een beetje té veel. Alles wat Abraham van God verwachtte, verwacht hij nu van Isaak. De toekomst lag in Gods handen,  maar nu ligt het in de handen van Isaak. Isaak is voor Abraham een beetje God geworden. Loslaten kost Abraham niet zijn zoon: het kost hem zijn éigen leven.

Nee, God wil geen kindoffers – dat wordt verderop in het verhaal gelukkig duidelijk. Maar God wil wel jouw leven. Luister maar naar hoe Paulus het zegt in Romeinen 12: ‘ik vraag u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.’ Dus niet: offer je kinderen,  maar: offer je eigen leven, geef je hele leven aan God. Vertrouw niet op die dingen die in je telefoon zitten,  laat ze los, en vertrouw op God alleen.

De prijs is dus hoog: loslaten kost je je leven. Maar Abraham doet het, want hij vertrouwt God. Als je hier net je telefoon hebt neergelegd, heb je dat waarschijnlijk ook in vertrouwen gedaan dat je hem zo wel weer terug krijgt.  Zo’n vertrouwen had Abraham ergens ook. Niet dat het allemaal heel duidelijk voor hem is, maar toch. Als Abraham en Isaak de knechten achterlaten, zegt Abraham: ‘daarna komen we naar jullie terug.’  En als Isaak vragen begint te stellen, antwoordt Abraham: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien.’ Ik geloof niet dat Abraham dit zegt om Isaak gerust te stellen: Abraham gelooft zelf dat het op een of andere manier goed komt.

Iets loslaten wat alles voor je is, is verschrikkelijk moeilijk. Maar als je loslaat, kun weer ook ontvangen. Als je God je leven geeft, krijg je het veel mooier terug. Dat ervaart Abraham, maar eerst een wat gewoner voorbeeld. Vorige week was ik in het Zaantheater bij een theatershow van Omdenken. Die show ging ook over loslaten. Berthold Gunster, grondlegger van Omdenken, nam ons mee in zijn verhaal. Begon direct goed met ‘kinderen zijn als pannenkoeken: de eerste mislukt altijd.’ Maar in zijn geval was het de derde die mislukte. Berthold ergerde zich kapot aan zijn luie zoon  die niet wist wat hij met zijn leven wilde. Tot hij er, na pittige gesprekken met zijn zoon,  achter kwam dat het niet aan zijn zoon lag, maar aan hemzelf: Berthold wilde dat zijn zoon geslaagd zou zijn, omdat hij zich dan ook als vader geslaagd zou voelen. Maar daardoor werd Berthold als vader een eikel – vergeef me het woord. Toen dat kwartje bij hem viel, kon hij zijn zoon loslaten, en daarmee kreeg hij zijn zoon weer terug.

Dat overkomt Abraham ook. Hij moet Isaak loslaten – de Isaak waar hij zoveel van verwachtte. Zijn hele toekomst legt hij op het altaar, en tergend langzaam wordt beschreven hoe Abraham Isaak vastbindt en zijn mes pakt. Abraham laat Isaak los. En dan krijgt hij hem terug. Niet meer als degene die al zijn verwachtingen waar moet maken, dat heeft Abraham los gelaten: vanaf nu kan Isaak weer gewoon een zoon zijn. Isaak is niet langer alles waar Abraham voor leeft, en juist daardoor krijgen ze allebei het leven terug. Wát een ruimte krijgt Abraham opeens in zijn leven! Juist als je dúrft los te laten wat zo belangrijk voor je is, kan het zomaar zo zijn dat je je leven terug vindt. Dat je het niet krampachtig hoeft vast te houden, en juist daardoor ruimte vindt om te leven.

Waarom je daarop vertrouwen kunt? Dat brengt me bij het nog veel mooiere voorbeeld van loslaten. Misschien had je het al gezien op dat schilderij dat tijdens het muzikaal intermezzo op de beamer stond. We pakken het er weer even bij. Dit schilderij is van Marc Chagall. Je ziet Abraham met een dolk in zijn hand, je ziet Isaac, liggend op het altaar, je ziet een engel, die Abraham stopt, maar rechtsboven zie je ook iemand die niet in dit verhaal staat: het is Jezus die zijn kruis draagt.  Wat Abraham uiteindelijk niet hoeft te doen, doe God wel: hij geeft zíjn zoon.

Er zijn veel paralellen tussen het verhaal van Isaak en dat van Jezus. Isaak neemt het hout voor het altaar op zijn schouders, Jezus neemt het hout van het kruis op zijn schouders. Beide verhalen spelen zich ongeveer op dezelfde plek af: de berg Moria is de tempelberg in Jeruzalem. Volgens Abraham zal God in een lam voorzien. Later wordt Jezus door Johannes de Doper aangekondigd als: ‘daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’ Als Abraham Isaak heeft losgelaten, zegt de engel: ‘nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ Later zegt Paulus in Romeinen 8: ‘zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?’ Oftewel: nu weten wij hoe belangrijk wij voor God zijn. God laat werkelijk alles los, Jezus laat zijn leven los, om jou het leven te geven. Bij die God durf ik ook los te laten.

3.    Wat moet jij loslaten?

Je telefoon, die krijg je weer terug: je mag hem nu of zometeen weer ophalen. Anders kost het ons te veel collecteopbrengsten… Maar misschien is het helemaal niet zo’n gek idee  om je telefoon eens wat meer los te laten – helemaal als je merkt dat je hele leven om dat ding draait. Maar het kan ook iets heel anders zijn wat jij moet loslaten. Dat is de vraag die ik jullie vandaag wil meegeven: wat moet jij loslaten? Wat moet jij loslaten om dichter bij God te komen? Wat moet jij loslaten om je leven terug te vinden? Wat moet jij loslaten om vrij te zijn. Wat is het waarvan jij zegt: mijn leven is geslaagd als…?

Misschien is het hoe je naar je kinderen kijkt, de verwachtingen die je van ze hebt. Misschien is je gezondheid te belangrijk voor je, of je liefdesleven. Of het is je geld: dat je je veilig voelt met een gevulde spaarrekening, of juist denkt dat al je problemen over zijn als dat schip met geld eens arriveert. Wat moet jij loslaten? Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: