Alles wat je hebt, heb je van God gekregen. Dat is direct ook een verantwoordelijkheid: hoe ga je om met je geld?
Inleiding
We moeten het vandaag maar eens over geld hebben. Het is jammer dat deze dienst geen creatieve dienst is, anders had ik jullie mooi kunnen vragen een grote rij te maken, en dan op volgorde van inkomsten gaan staan. En dan daarna op volgorde van hoeveel je aan goede doelen geeft. Zou een leuke binnenkomer zijn, toch?! Weet je wat: laten we het maar gewoon doen… Nee, blijf lekker zitten: dat zal ik jullie niet vragen. Maar het laat wel zien dat praten over geld taboe is.
Toch gaan we dat vandaag doen. Want vandaag is het 8e gebod aan de beurt: ‘steel niet.’ Dat past verrassend goed bij dankdag, ook al zou je dat op het eerste gezicht misschien niet zeggen. Op dankdag gaat het erover dat je alles wat je hebt van God hebt gekregen. Als je dat gelooft, is dat direct ook een verantwoordelijkheid: hoe ga je dan om met wat je van God hebt gekregen? Hoe ga je om met je geld?
Vandaag gaan we op zoek naar een antwoord. Laten we eerst lezen naar wat Paulus hierover te zeggen heeft aan Timoteüs: we lezen 1 Timoteüs 6:2b-19.
1. Spullen en mensen
Het is mij één keer overkomen. Ik was 16, en het gebeurde nota bene op mijn veilige christelijke school. Ik hield van exacte vakken, wiskunde, natuurkunde, scheikunde en informatica, dat was voor mij een echt pretpakket. Bij dat pakket hoorde ook een grafische rekenmachine, een duur apparaat voor complexe wiskunde, maar vooral heel handig als toegestaan spiekbriefje bij exacte examens. Helaas werd je geacht die rekenmachine zelf aan te schaffen, dus mochten mijn ouders de portemonnee trekken. Die bewuste dag had ik zowel wiskunde als gym. De hele dag had ik mijn rekenmachine bij me, maar waar laat je die tijdens de gymles? Ik liet hem achter in mijn tas in de kleedkamer. En ja hoor: na de gymles was mijn rekenmachine spoorloos verdwenen. Het vakje van de tas waar hij altijd in zat, stond nog open. Met een conciërge heb ik videobeelden bekeken, maar daar kwam niets uit. Als ik het zo vertel, voel ik weer de buikpijn die ik er toen van kreeg: iemand had aan mijn spullen gezeten, had inbreuk gemaakt op mijn leven.
Misschien is het jou ook wel eens overkomen. En dan is zo’n rekenmachine nog betrekkelijk klein. Een fiets is al iets groter. Maar als in je huis wordt ingebroken, is dat pas echt een enorme inbreuk op jouw leven. En het kan zomaar zo zijn dat dat iets doet met je vertrouwen.
‘Steel niet’ – dat lijkt mij een prima gebod! Maar het gaat niet alleen over zulke situaties waar mensen benadeeld worden. Je kunt ook stelen van het systeem. Bijvoorbeeld door bij je reisverzekering een valse declaratie te doen, voor een dure camera die zogenaamd in een woest kolkende rivier is gevallen. Of door bij je belastingaangifte wat extra aftrekposten uit je duim te zuigen omdat dat toch niet gecontroleerd wordt.
Maar er is nog iets waar het 8e gebod over gaat. ‘Steel niet’ – dan denk ik direct aan spullen en aan geld. Maar het gaat ook over mensen! Het Hebreeuwse woord voor stelen betekent namelijk ook ‘kidnappen’. Dan valt er dus nog veel meer onder dat 8e gebod. Slavernij bijvoorbeeld is óók zonde tegen het 8e gebod. Je steelt dan iemands leven. Ik vind het werkelijk niet te bevatten dat excuses maken voor ons Nederlands slavernijverleden politiek zo enorm gevoelig ligt. Of is het omdat we ons er indirect nog altijd aan schuldig maken, dus excuses hypocriet zijn? Deze maand begint het WK voetbal in Qatar, mede mogelijk gemaakt door moderne slaven uit Azië en Afrika. Wij een leuk voetbalfeestje terwijl zij zich soms letterlijk dood hebben gewerkt. Ik ben toch al niet zo’n groot voetballiefhebber, dus voor mij is het niet zo pijnlijk het WK te boycotten, maar ook als Nederland de finale haalt, ga ík niet kijken. Waarmee ik trouwens niet wil zeggen dat je als christen niet mág kijken, wel dat het goed is daar bewust, met je geweten, een keuze in te maken. Maar ook ik ben hypocriet, want een T-shirt van 30 euro vind ik eigenlijk al te duur, ik scoor liever een koopje voor 15 euro, terwijl je voor dat geld niet hoeft te verwachten dat de naaister ervan een fatsoenlijk uurloon heeft gekregen.
2. Vrij van hebzucht
Het 8e gebod gaat dus over het stelen van spullen en geld, maar ook over het stelen van mensen. In 1 Timoteüs 6 kijkt Paulus naar de diepere laag: ‘de wortel van alle kwaad is geldzucht.’ Net als bij het 6e gebod, pleeg geen moord, en bij het 7e gebod, pleeg geen overspel, ben je er nog niet als je je letterlijk aan het gebod houdt – al blijkt dat in het geval van het 8e gebod al ingewikkeld genoeg. Zoals gevoelens van wraak de eerste stap zijn naar moord en het flirten met de partner van een ander de eerste stap naar overspel, zo is liefde voor geld de eerste stap naar stelen. Het 8e gebod wil je vrij maken van die hebzucht.
‘Hebzucht? Nee, daar heb ik niet zoveel last van.’ De kans is groot dat je nu zoiets denkt. En dat is direct het venijnige van hebzucht: bij anderen kun je het prima aanwijzen, maar je herkent het niet zo snel bij jezelf. Laat ik het anders zeggen: ík heb er wel last van. Toen bleek dat bij onze belastingaangifte over 2019 een fout was gemaakt, en de belastingdienst nog 5000 euro extra van ons wilde zien, werd ik daar niet blij van. Toen ik zelf even verder ging zoeken, bleek dat diezelfde fout ook in 2018 gemaakt was, en we ook over dat jaar nog 5000 euro zouden mogen bijleggen. Maar de kans dat de belastingdienst dat zou ontdekken was erg klein. Ik heb het toen netjes gemeld en betaald, maar ook gevoeld dat geld me meer doet dan ik zou willen.
En als ik mag afgaan op wat ik in reclames zie, ben ik zeker niet de enige. Inspelen op hebzucht werkt. Het meest schaamteloos hierin zijn loterijen en gokbedrijven: ‘winnen doe je bij de Postcodeloterij’ – uh… Reken maar dat zij meer aan jou verdienen dan andersom! Op Facebook rapporteer ik dat soort advertenties tegenwoordig: ‘bevat misleidende inhoud’.
De gevolgen van hebzucht zijn dramatisch. Paulus somt op: ‘je staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten.’ Grote woorden – maar ik denk dat ze wel kloppen. Van hebzucht wordt je geen mooier mens. Het maakt je jaloers op wie meer heeft en laat je neerkijken op wie minder heeft dan jij: hebzucht gaat tussen je relaties in staan. Maar ook in de wereld wat verder weg is hebzucht een ramp: als ik niet voor een prikkie een nieuwe broek wil hebben, hoeft er ook niemand voor uitgebuit te worden. Om het nog maar niet te hebben over wat hebzucht met het klimaat doet. Hebzucht is niet mooi – daar wordt ik graag van bevrijd.
Maar wat is het alternatief? Paulus’ alternatief voor hebzucht bestaat uit 2 woorden: tevreden en vrijgevig. Beide woorden passen perfect bij dankdag. Eerst: tevreden zijn. Paulus zegt: ‘we hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn.’ Waar tevredenheid is, kan hebzucht z’n koffers pakken en vertrekken. ‘Wees tevreden,’ zegt Paulus. Dat lijkt me een heel goede raad, en je hoeft er geen christen voor te zijn om te zien dat tevreden mensen gelukkiger zijn dan ontevreden mensen. Maar voor christenen is er een extra reden om tevreden te zijn: je vertrouwt erop dat God je geeft wat je nodig hebt, en dat je niet gelukkiger wordt als je meer hebt. Op dankdag vieren we dat: we zijn blij met wat God geeft.
Het andere is: vrijgevig zijn. Dat zegt Paulus speciaal tegen de rijken. Zij hebben veel geld, en dus ook veel te delen. Ze hoeven niet alles te verkopen om voortaan in armoede door het leven te gaan, maar hebben wel een extra verantwoordelijkheid royaal te geven. Het is mooi dat we dat vandaag ook doen, met de pakketten die we voor de voedselbank hebben meegebracht. We danken God voor alles wat hij geeft dóór uit te delen van wat hij geeft. Delen is een heel goede manier om van je hebzucht af te komen: je gaat dan ontdekken dat het beter is te geven dan te nemen – dat is een bevrijdende ervaring. Daarbij moet ik ook denken aan de energiecompensatie, die we de komende 2 maanden krijgen – 190 euro per maand. Voor sommigen is dat geld hard nodig: als je energievoorschot over de kop is gegaan en het leven sowieso al duurder is geworden, is die 190 euro te weinig. Voor anderen, en dat geldt ook voor mij, is dat geld niet nodig: ons maandelijks voorschot komt niet eens in de buurt van die 190 euro, dus wij krijgen flink geld toe. Rijkdom is een verantwoordelijkheid.
Het alternatief van Paulus voor hebzucht is tevredenheid en vrijgevigheid. Maar waarom zou je dat doen? Ik lees bij Paulus 2 belangrijke redenen. Reden 1: je spullen en je geld – je hebt ze tijdelijk. Luister maar: ‘wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen.’ Jezus vertelde eens het tragische verhaal van een man die maar voorraadschuren blijft bouwen, geen tijd heeft om te genieten van wat God geeft, en dan sterft en zijn volle schuren achter moet laten. Bezit is tijdelijk. Wat is het jammer om daar dan helemaal voor te leven.
Reden 2: je bent pas echt rijk met Jezus. ‘Voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst.’ Als je gelooft, hoef je niet te verlangen naar meer geld, want dan bén je al rijk! God geeft niet alleen dingen aan jou – God geeft zichzelf! Daarom zijn we in deze dienst met de maaltijd van Jezus begonnen: Jezus deelt zichzelf uit aan jou, nodigt jou uit om het leven in te stappen. Je kunt liefde voor geld hebben omdat je hoopt dat geld je gelukkig maakt, of omdat geld je een veilig gevoel geeft. Maar je komt zomaar bedrogen uit: als je meer geld hebt, blijf je ontevreden en wil je nóg meer, en al dat geld moet je nog bewaken ook… Paulus zegt: ‘draag de rijken op hun hoop niet in zoiets onzekers te stellen als rijkdom.’ Want waarom zou je het daar zoeken, als je het bij God al hebt?!
3. Rijk
God wil je een leven geven waarin hebzucht je niet in z’n macht heeft. Vandaag, dankdag, is een mooie oefening in zo’n leven. Zet die lijn door in je eigen leven: wees vrij.
Oefen in tevredenheid. Bijvoorbeeld door regelmatig even bewust stil te staan bij alles wat je van God kreeg – en hem te danken, of door geen reclamefolders meer te ontvangen die je alleen maar verleiden ontevreden te zijn, of door de loterij op te zeggen, of door voor je iets koopt eerst na te denken of je het wel echt nodig hebt en of het echt nieuw moet zijn.
Oefen ook in uitdelen. Daarbij geldt: wie veel heeft, heeft van God ook een grotere verantwoordelijkheid gekregen. Als jij de energiecompensatie niet nodig hebt, overweeg dan eens of je er iets goeds mee kunt doen. Voor uitdelen hoef je trouwens niet rijk te zijn: als een kind 10 euro van z’n zakgeld aan de voedselbank geeft, is dat meer dan 2×190 euro van mij. En als je geen geld hebt om te delen, heb je misschien wel tijd om te delen.
Oefen in tevreden zijn, oefen in delen – want dan ben je pas echt rijk! Amen.
