De tafel (II): de kracht van rituelen

Steunlezing bij preek: Exodus 12:1-13

Inleiding

Op de meeste dagen gaat om 7:30 mijn wekker. Ik ben absoluut geen ochtendmens, dus ik druk mijn wekker weg. Dat is het eerste wat ik op een gewone dag doe. Dan draai ik me om, lig ik 10 minuten te balen dat ik moet opstaan, dán zeg ik ook nog eens goedemorgen tegen Hanneke, pak mijn telefoon om de NOS-app te bekijken, en dan, om 7:45, kan ik er echt niet meer aan ontkomen en moet ik eruit. Dát is het begin van mijn ochtendritueel.

Zo’n ritueel is meer dan een willekeurig riedeltje – het schijnt veel invloed te hebben op de rest van je dag. Er worden blogs volgeschreven over ochtendrituelen die ervoor zorgen dat je de dag direct goed start. Tip nummer 1 in al die blogs: als je wekker gaat, moet je er gewoon uit gaan. Snoozen is zo ongeveer de slechtste start van je dag, het schijnt zelfs dat je geheugen erdoor achteruit gaat. Dus als ik wat vergeetachtig wordt, dan weten jullie waar het aan ligt. …Waar hadden we het ook alweer over?

O ja, tips voor góede ochtendrituelen. Ik voel me heel slecht als ik die blogs lees. Direct je telefoon pakken is ook niet zo’n goed idee. Wat dan wel een goed idee is, dat is je bed opmaken – dat doe ik dus niet. Echt, het is een wonder dat ik hier vanochtend weer gekomen ben.

Ongetwijfeld hebben jullie betere ochtendrituelen dan ik – maar daar hoeven we het verder niet over te hebben. Wél gaan we het hebben over rituelen. Twee weken geleden begonnen we een serie diensten over de maaltijd van Jezus, en vandaag kijken we daarnaar vanuit het oogpunt van rituelen. Het avondmaal is een ritueel. Thema vandaag is de kracht van rituelen.

Belevingscultuur

Die kracht is er altijd al geweest, maar in onze cultuur zijn we er extra gevoelig voor. Bij mijn voorbereiding las ik een boek uit 1993, waar al genoemd werd dat het avondmaal goed aansluit bij de hedendaagse beeldcultuur – met televisie en stripverhalen. Nou ja, die beeldcultuur is er de afgelopen 33 jaar niet minder op geworden!

Sommigen van jullie hebben wellicht gezien dat ik bezig ben met een cursus over het schrijven van columns en dingen voor social media. Dan loop je direct tegen die beeldcultuur aan. In de column moet de eerste zin direct tot de verbeelding spreken, anders ben je je lezer alweer kwijt. En op de social kom je er zonder beeld gewoon niet tussen – dat wordt afgestraft door de algoritmes. We willen iets zien – liever nog: we willen iets beleven. Vergelijk de teamuitjes van nu maar met die van 25 jaar geleden – gewoon de stad in en gezellig wat drinken is niet bijzonder genoeg. Tegen je collega’s simulator racen komt al meer in de buurt.

In die cultuur passen rituelen goed: bij een ritueel zie je iets, valt er iets te beleven. Ik denk dat daarom bijvoorbeeld veel mensen trouwen, ook als ze al jaren samenwonen: je hebt toch behoefte aan een ritueel om de liefde te vieren en te bekrachtigen. Maar er komen ook heel nieuwe rituelen op, zoals de gender reveal parties, met een taart waar de kleur van de vulling het geslacht van de komende baby onthult. Of het twenty one dinner, als je 21 wordt, als een soort markering van dat je kindertijd nu echt geweest is en er een nieuwe fase in je leven aanbreekt.

De tafel van Jezus is dus ook zo’n ritueel. Je zou denken, ik wel in ieder geval, dat dat een perfecte match is met onze cultuur: dat kerken de maaltijd herontdekken, het weer veel vaker gaan vieren en als hoogtepunt beleven. Zoals dat met de doop wél gebeurt: doopdiensten zijn diensten die echt indruk maken. Maar in de praktijk hoor ik alleen theologen over het avondmaal, en is in de gemiddelde geloofsbeleving die maaltijd niet zo belangrijk. Ik ben ook theoloog, en dan denk ik: dat avondmaal is fantastisch – waarom laten we dat zo liggen? En tegelijk denk ik als gelovige dat het voor mijn geloof niet eens echt uit zou maken als we de maaltijd nooit meer zouden vieren…

De kracht van rituelen

Wat is de kracht van rituelen? Waarom hebben we in de kerk überhaupt rituelen? Heel simpel: omdat God ze geeft, omdat God een God van rituelen is.

Wat we lazen in Exodus 12 is er een voorbeeld van: nog vóór God zijn volk uit Egypte bevrijd, geeft hij ze al een ritueel dat ze jaarlijks moeten uitvoeren. Eerst het ritueel – dan pas de bevrijding: zo belangrijk zijn rituelen blijkbaar. En als ik dat verhaal zo hoor, dan denk ik dat het meemaken van zo’n Pesach feest een ervaring is om nooit meer te vergeten.

In de bijbel is dit echt niet het enige verhaal over rituelen. Er staan uitgebreide instructies over offers die gebracht moeten worden, maar ook over de inrichting van de tabernakel en welke symbolische betekenis alle voorwerpen hebben. Je hebt profeten die niet alleen dingen zeggen, maar ook symbolische dingen moeten doen:
Hosea, bijvoorbeeld, moet trouwen met een hoer, en Ezechiël moet onder andere met een scherp zwaard zichzelf kaal scheren, en een deel van zijn haar verbranden. De bijbel staat vol met rituelen – blijkbaar wil God ook zó met ons omgaan.

In de gereformeerde theologie is veel nagedacht over hoe woorden en rituelen, specifiek doop en avondmaal, zich tot elkaar verhouden. Aan de ene kant waarschuwt die theologie om rituelen niet té belangrijk te maken. Geloven kán zonder rituelen – maar zonder geloofsinhoud kan het niet. Die rituelen zijn ook niet magisch: het is niet zo dat als je maar gedoopt bent, je gered bent, en dat als je het avondmaal maar viert, je automatisch een diepe geloofservaring erbij krijgt.

Maar ik denk dat in deze kerk, dat in gereformeerde kerken in het algemeen, het gevaar niet zo groot is om rituelen te belangrijk te maken. Het gevaar is eerder het tegenovergestelde: dat rituelen niet meer zijn dan een foto op de powerpoint die helpt een moeilijke preek wat beter te begrijpen – maar het zou natuurlijk nog mooier zijn als je het zonder plaatjes kunt volgen. Alsof God het avondmaal alleen maar geeft omdat wij zo beperkt zijn dat we dat nodig hebben. Maar in de gereformeerde theologie zijn de sacramenten echt wel belangrijker dan dat! God zelf wil door rituelen met je omgaan.

Maar waarom zijn rituelen dan zo belangrijk? Daarop 2 antwoorden – en dat is direct de rest van deze preek. Het eerste antwoord is: bij rituelen doe je helemaal mee, niet alleen je hoofd. Heel veel van wat we in de kerk doen, heeft te maken met woorden: je zit nu stil om te luisteren naar woorden. Maar ook in kleine groepen in de kerk of de Alpha cursus, is het vaak zo dat je eerst iets leest, luistert of kijkt, om er vervolgens met elkaar over te praten. Je zou zomaar kunnen gaan denken dat geloven gaat over woorden.

Nu zijn woorden zeker ook belangrijk – maar niet alles. Geloven is een kwestie van relatie. En dat kan ook wel met alleen woorden, bijvoorbeeld een relatie op afstand waar je elkaar vaak belt, maar ideaal is het niet. Veel mooier is het als je bij elkaar bent, elkaar ziet, elkaar kunt aanraken. Een relatie is zoveel meer dan woorden.

Met God is dat ook zo! Geloven in God is niet alleen iets van je hoofd, is niet alleen wat je met woorden kunt uitdrukken – juist de mooiste dingen kunnen vaak helemaal niet gezegd worden. In rituelen kun je iets van God ervaren waar je geen woorden voor hebt, en dan doet niet alleen je hoofd mee, maar doe je helemaal mee, met je lichaam, met je hele wezen. Dat effect heeft het Pesach feest in Exodus 12: door al die rituelen wordt je helemaal bij de bevrijding betrokken – je hoort het niet alleen, je proeft het en voelt het ook.

In 1 Korintiërs 10:16 schrijft Paulus: Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? Brood en beker zijn geen plaatjes zodat we het beter begrijpen, maar maken ons één met Christus. Dat is in de bijbel taal voor in een huwelijk: man en vrouw worden één – en dat gaat echt niet over dat ze zo gezellig met elkaar kunnen kletsen. Bij de maaltijd wil Jezus op een intieme manier met je omgaan, waarbij niet alleen je hoofd, maar jij helemaal meedoet.

Trouwens, dit is direct de reden dat als wij hier die maaltijd vieren, ik er geen lange formulieren bij lees. Dan heb je namelijk weer woorden, terwijl het mooie van het avondmaal nu juist is dat het even niet met woorden hoeft, dat we even niet hoeven na te denken en te discussiëren, maar iets mogen ervaren waarin we boven onze woorden worden uitgetild.

Dat is de eerste reden waarom rituelen zo belangrijk zijn. De tweede reden: rituelen vormen je. Daarvoor gaan we even terug naar die ochtendrituelen: hoe je de dag start, heeft volgens deskundigen invloed op de rest van je dag. Als ik dat toepas op dat ik direct mijn telefoon pak, dan snap ik dat: het is een ritueel van dat ik op de hoogte wil zijn van alles en van dat ik altijd aan sta. Die rituelen die je regelmatig doet, vormen je tot wie je bent. En dat kan je een beetje overkomen, zoals dat je erachter komt dat je je dag begint op een schermpje, maar je kunt er ook bewust mee bezig zijn, door te kiezen voor rituelen die je op een andere manier vormen.

Dat rituelen je vormen, zit ook weer in Exodus 12. Dat Pesach feest is een jaarlijks terugkerend ritueel wat bepalend is voor de Joodse identiteit – dit ritueel vertelt wie ze als volk zijn. Door het steeds opnieuw te vieren, en dan niet alleen de verhalen erover te horen, maar het in het ritueel ook te ervaren, is het iets wat ook steeds opnieuw eigen wordt gemaakt, een basis om uit te leven.

Dat is de maaltijd van Jezus ook: een ritueel dat je vormt. De kracht zit hem in de herhaling. Elke keer dat je aan de maaltijd meedoet, sta je weer even stil bij wie je bent door Jezus. Twee weken geleden ging het erover dat in het avondmaal Jezus zichzelf aan je geeft – en het enige wat jij doet is dat ontvangen. Dat oefen je dus aan tafel: ontvangen. Het is trouwens mooi, en zo gaan we dat volgende week ook doen, om dan ook niet zelf het stukje brood van de schaal te pakken, maar je hand op te houden en zo te symboliseren dat je ontvangt. En als je dat blijft oefenen met het ritueel, gaat het ook je leven vormen, dan ga je leven als iemand die ontvangt in plaats van claimt, die het leven als geschenk ervaart in plaats van als een recht. Het ritueel helpt om niet alleen te weten wat je gelooft, maar om de kracht daarvan in je leven toe te passen.

Eigen rituelen

Rituelen zijn krachtig. En ze horen er in het geloof dus helemaal bij. God is zelf een God van rituelen. En als God je op die manier wil vormen, laat geloven dan ook niet alleen iets van woorden zijn.

Dat zit uiteraard in de rituelen die God zelf geeft, zoals het avondmaal dat we volgende week weer vieren, maar je kunt ook rituelen inbouwen in je eigen leven. Bijvoorbeeld andere ochtendrituelen die je helpen om de hele dag bewust met God te leven. Tish Warren heeft daar een boekje over geschreven met de titel: Liturgie van het alledaagse. Het gaat over die dagelijkse rituelen en hoe je ze aan geloven kunt verbinden. Zij beschrijft bijvoorbeeld hoe ze haar telefoon uit haar slaapkamer verbande, en de dag in plaats daarvan begon met haar bed opmaken, als weerspiegeling van dat God orde in de chaos schept, en om eerst een paar minuten in stilte op haar opgemaakte bed te zitten, en God te vragen deze dag binnen te komen.

Laten zulke rituelen je helpen – want geloven gaat over zoveel meer dan woorden! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: