1 Korintiërs 11b – De tafel (III): verbonden aan elkaar

Inleiding

Wat is de overeenkomst tussen een hooligan en een kerkganger? Nee, het is niet dat in beide de letter X niet voorkomt. Dus nog een keer: wat is de overeenkomst tussen een hooligan en een kerkganger? (…) Er zijn vast heel veel overeenkomsten te bedenken, maar wat ik bedoel is dit: zowel een hooligan als een kerkganger zijn onderdeel van een groep, wat verder gaat dan dat je toevallig bij dezelfde activiteit aanwezig bent. Hooligans zitten niet alleen naast elkaar bij de wedstrijden van hun club, maar vormen samen ook een hechte groep, waar je opgenomen wordt in een groter geheel, waar je vriendschap sluit en voor elkaar opkomt. Het is net een kerk!

Natuurlijk zitten er ook wat lastige kanten aan hooligan-zijn, maar dít is gewoon iets moois! Helemaal in een wereld waar iedereen z’n eigen leventje leeft, waar zoveel mensen zich eenzaam voelen, en dat zijn echt niet alleen ouderen, maar zéker ook jongen mensen, die best mensen om zich heen hebben, maar geen echte verbondenheid ervaren. Mensen zijn niet bedoeld om alleen te zijn, en dat bedoel ik niet als cliché, maar als hoe God het heeft bedoeld. Het staat in het 2e hoofdstuk van de bijbel, Genesis 2: ‘het is niet goed dat de mens alleen is’. Mensen zijn bedoeld voor relaties.

Hooligans hebben daar iets van begrepen, en in de kerk proberen we het ook: ook de kerk is een groep waar je niet alleen tegelijk naar dezelfde activiteit gaat, maar waar je aan elkaar verbonden bent. Dat gaat niet vanzelf, en het gaat ook niet altijd goed -daar gaan we zo ook over lezen uit de bijbel- maar het is absoluut een van de mooie dingen van de kerk:
dat dit een plek is waar we aan elkaar gegeven zijn.

Dat is ook een aspect van de maaltijd van de Heer. In deze serie diensten over het avondmaal hebben we al gezien dat de maaltijd het evangelie in een notendop is, en we stonden stil bij de kracht van rituelen. Vandaag sluiten we de serie af met dat we aan tafel ook verbonden worden aan elkaar. Laten we lezen: 1 Korintiërs 11:17-34.

Revolutionaire gelijkheid

Best heftig dit! Ik kan me voorstellen dat als je dit hoort, je je afvraagt het wel zo’n goed idee is om avondmaal te vieren – want als je het verkeerd doet, heeft het stevige consequenties. In de geschiedenis van de kerk heeft dit bijbelgedeelte een belangrijke rol gespeeld om voorzichtig te zijn met de maaltijd van de Heer: om pas aan de tafel van Jezus te komen nadat je eerst je eigen geloof onder de loep hebt genomen en om kinderen te beschermen tegen de gevaren van het avondmaal. Laat juist dat een van de dingen zijn waar wij als Zaankerk een antwoord op willen vinden: wat is de plek van kinderen aan de maaltijd?

Die bijbeltekst kan heftig binnenkomen, maar die tekst is ook wel een eigen leven gaan leiden, los van de situatie in Korinte – en daardoor is van alles aan die tekst opgehangen waar die tekst helemaal niet over gaat. Wat ik met jullie vandaag wil doen, is heel simpel: zoeken naar waar die tekst dan wel overgaat.

Daarvoor gaan we naar het Griekse Korinte, een stad op zo’n 80 kilometer van Athene. In het Griekenland van nu is het een serieuze stad, en dat was het 2000 jaar geleden ook. Het was een moderne wereldstad met een internationale bevolking, een mooi cultureel en sportief aanbod, maar ook een stad met een zeer vrije seksuele moraal.

Dat klinkt allemaal wellicht vooruitstrevend, als een soort Amsterdam of Kopenhagen van toen, maar als het ging om de sociale verhoudingen was de stad absoluut niet vooruitstrevend. De samenleving was er een van rangen en standen, nog erger dan het Engeland van Downton Abbey – de mensen waren door en door ongelijk, je ging alleen om met mensen van je eigen klasse en op de klassen onder je keek je minachtend neer.

In die samenleving bracht de kerk een revolutionair idee in: alle mensen zijn gelijkwaardig. Voor ons klinkt dat helemaal niet zo revolutionair, wij zijn wel een beetje gewend aan dat idee en worden als kerk op dat punt af en toe zelfs ingehaald door de samenleving. Maar in de antieke wereld, van de Grieken en Romeinen, was de kerk dé plek waar sociale verschillen totaal onbelangrijk waren. En dat was dus echt een revolutie. Dat gelijkheid voor ons zo vanzelfsprekend is, is omdat onze samenleving diep door die revolutie beïnvloed is.

Verbonden aan elkaar

De kerk was dus echt anders dan de stad. Tenminste, zo zou het moeten gaan, zo hadden ze het van Paulus en anderen aangeleerd gekregen, maar in de praktijk is gelijkheid zo’n revolutionair idee dat de kerk terugvalt in oude patronen. Daarover gaat dat gedeelte uit 1 Korintiërs 11. Ik neem jullie mee langs 3 vragen: wat gaat er fout, waarom is dat erg, en hoe moet het dan wel?

Eerst: wat gaat er fout? Dat is dit: de patronen van de samenleving komen de kerk binnen, de revolutie van gelijkheid wordt weer afgezwakt. Dat blijkt vooral aan het avondmaal. In het geval van de kerk in Korinte was dat ook letterlijk een avondmaaltijd, het ritueel van brood en wijn was opgenomen in de setting van een maaltijd. Kerkgebouwen bestonden nog niet, de kerk kwam samen in de huizen van rijkere gemeenteleden, die ruimte genoeg hadden voor grote groepen. De maaltijd was een potluck-maaltijd, wat wij over 2 weken ook gaan doen: iedereen neemt wat mee, alles gaat op een grote tafel, en dan mag iedereen overal wat van pakken.

Het idee is goed, maar in Korinte de uitwerking niet. De christenen van stand, uit de bovenste klassen, hadden de luxe dat ze niet hoefden te werken. Ze kwamen op tijd, hadden de lekkerste dingen meegebracht, vers geplukte druiven uit de eigen wijngaard, een lekker stoofpotje, bereid door een van hun slaven, tzatziki en moussaka, want we zijn natuurlijk wel in Griekenland, en paar goede flessen wijn uit de kelder. Ze trokken zich terug in de eetkamer met plek voor 10, en begonnen alvast met de maaltijd.

Een paar uur later waren de christenen uit de onderste klassen klaar met hun werk, en gingen ook zij naar de huiskerk toe. Daar troffen ze hun beter bemiddelde medechristenen dronken aan, was al het eten al lang op, en konden ze genoegen nemen met een staplaats in het atrium. En dan konden ze nog net het avondmaal meevieren.

1 Korintiërs 11 is in de geschiedenis van de kerk nogal eens gebruikt om voorzichtig te zijn met wie je toelaat aan het avondmaal. Maar dat is dus helemaal niet waar het in Korinte om gaat. Eigenlijk gaat het juist over het tegenovergestelde: het probleem is niet een te ruim uitnodigingsbeleid, maar buitensluiting van mensen die er bij horen – het je niet willen verbinden aan wie anders is dan jij.

Wij leven in een andere samenleving. De Zaanse samenleving is zo plat als een dubbeltje: niemand is hier een ‘u’, zelfs de burgemeester is gewoon Jan. Wij zijn geen samenleving van rangen en standen. En toch… We zijn wel een samenleving van bubbels, waar je in je bubbel gelijkgestemden ontmoet. Je trekt op met wie dezelfde mening heeft als jij, dezelfde achtergrond, dezelfde levensfase, enzovoort. En dat gebeurt in de kerk ook zomaar – dat je een vast groepje hebt, en weinig ophebt met de mensen daarbuiten. Of dat naar de kerk gaan belangrijk is voor je lijntje met God, maar dat je daarbij maar op de koop toe neemt dat je daar medechristenen bij krijgt.

Dát gaat in Korinte dus fout, maar waarom is dat zo erg? Want geen misverstand daarover: erg is het! Zó erg, dat Paulus het koppelt aan het hoge aantal zieken en sterfgevallen. Eerlijk gezegd weet ik ook niet zo goed wat ik daar mee moet, ik vind dat een lastig stukje, maar het laat in ieder geval zien dat er wel echt een serieus probleem is.

Want die revolutionaire gelijkheid is niet een vrijblijvende optie voor christenen – het is juist wat bij het hart van het christelijk geloof hoort. Een christelijk geloof waar onderscheid tussen mensen wordt gemaakt, waar wordt gediscrimineerd, of waar het ieder voor zich is, is de naam ‘christelijk’ niet waard.

Paulus zegt dat altijd als je de maaltijd van Jezus viert, je ‘de dood van de Heer verkondigt’. Elke keer als je meedoet met de viering, zeg je ermee: Jezus is voor mij gestorven, ik leef van zijn genade – niet van dat ik zo goed ben, niet van mijn prestaties. Maar als je dat gelooft, en dat is waar het christelijk geloof nu eenmaal om draait, dan kun je daarna niet meer zeggen: maar ik sta wel hoger dan jij, ik heb recht op meer privileges, ik wil wel met jou, maar niet met jou te maken hebben. Dat kan dan niet meer: leven van genade is de grote gelijkmaker. Als je leeft van genade, zijn statusverschillen en gesloten groepjes opeens heel kinderachtig. Want je leeft allemaal van dezelfde genade. En dan kun je ook niet zeggen: ik kom hier voor mijn relatie met God, maar die mensen hier, daar heb ik niets mee. Jezus heeft wat met die mensen hier, heeft zijn leven voor hen gegeven, dus wie ben jij dan om niets met hen te hebben? Aan de tafel van Jezus verdwijnt elke vorm van zelfvoldaanheid.

Als dat niet zo is, stop dan ook maar met het christelijk te noemen. Dat zegt Paulus: ‘u komt niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren.’ Ik kan me de protesten al voorstellen: ‘dat doen we wel – elke week!’ (of misschien zelfs wel elke dag.) Maar dan zegt Paulus: ‘ik weet wel dat jullie maaltijden houden, en dat jullie het brood breken, maar met de houding waarmee jullie dat doen, heeft het niets meer met Jezus te maken, kun je het onmogelijk nog een maaltijd van de Heer noemen – dit is gewoon jullie eigen etentje.’

Maar hoe moet het dan wel? Dan komen we bij het stukje dat het meest een eigen leven is gaan leiden, los van die hele situatie in Korinte: ‘laat ieder zichzelf eerst toetsen (…) want wie niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf.’ Die tekst moet je niet los zien van de situatie in Korinte. Dit gaat niet over een checklist voor je spirituele leven, of over dat je geen twijfels of zonden hebt, of over dat je kinderen hiertegen moet beschermen. Het gaat om de radicale verbinding aan elkaar, om wat Paulus in vers 33 schrijft: ‘wees gastvrij voor elkaar’, of: ‘wacht op elkaar’.

Trouwens, ik zeg wel dat in de geschiedenis van de kerk deze tekst een eigen leven is gaan leiden – maar dat is ook pas in de 12e eeuw begonnen. Uit de bronnen van voor die tijd, is er geen discussie over of kinderen wel of niet zouden meedoen: dat was vanzelfsprekend! Pas in de 12e eeuw komt er een leeftijdsgrens, van ongeveer 7 jaar. En pas vanaf ongeveer 1800 wordt de leeftijd echt hoger. Maar de gewoonte van veel gereformeerde kerken van belijdenis rond je 20e, en dan pas aan het avondmaal, is in het geheel van de kerkgeschiedenis een vrij nieuwe uitvinding.

En daar gaat 1 Korintiërs 11 dus ook helemaal niet over. Het gaat wél over wat anders, namelijk over hoe je staat tegenover de ander. Tolereer je dat hier ook andere gelovigen zijn, of wil je je aan hen verbinden? Heb je alleen oog voor je eigen groepje, of sta je open voor anderen? Ben je bereid om te delen, of ga jij voor? Of als het gaat om conflicten, die je ook in een kerk hebt: doe jij van jouw kant wat nodig is om samen door één deur te kunnen? Kortom: wil je je verbinden aan andere volgers van Jezus?

En bij ons is dat is dat anders dan in Korinte: bij ons wordt het avondmaal meestal niet tijdens een maaltijd gevierd, en ik verwacht bij de maaltijd die we over 2 weken hebben ook echt geen probleem met dat de een dronken wordt en de ander hongerig naar huis gaat. Maar aan de tafel van Jezus worden we wel aan elkaar verbonden, en dat houdt niet op zodra het avondmaal weer is afgelopen. De uitdaging is om je ook echt aan elkaar te verbinden, door elkaar te dienen, voor elkaar te zorgen, met elkaar mee te leven, zonder onderscheid. Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: