De tafel (I): evangelie in een notendop

steunlezing bij preek: Exodus 13:1-10

Inleiding

Vandaag beginnen we met een serie van 3 diensten over het avondmaal, de maaltijd van de Heer, of hoe je het ook maar wilt noemen. En niet zonder reden: we gaan daar als Zaankerk op bezinnen. We hebben er nog wat vragen over openstaan: hoe vaak willen we de maaltijd vieren,  en welke vorm gebruiken we daarbij, en hoe willen we daarbij met de kinderen omgaan? We gaan daar, waarschijnlijk in februari, een gemeentevergadering over houden. Maar die praktische vragen staan niet los van hoe je tegen het avondmaal aankijkt. In deze 3 diensten wil ik die verdiepingsslag met jullie maken, door in de theologie van de maaltijd van Jezus te duiken.

En ik hoop dat jullie nu nog niet afgehaakt zijn! Want ik snap ook wel dat je nog niet op het puntje van je stoel gaat zitten als je hoort dat het over het avondmaal gaat… Mijn missie vandaag is dus óók om jullie er een beetje enthousiast voor te maken.

Er kunnen ook best redenen zijn waarom je niet zo warm wordt van dit onderwerp. Misschien vind je het gewoon saai. Dat vond ik als kind in ieder geval. Avondmaalsdiensten waren eindeloos durende kerkdiensten waar ik kon toekijken hoe een schaal brood tergend langzaam rondging. Ik vermaakte me intussen met het tellen van de orgelpijpen… Of je vind de maaltijd zwaar, door een beklemmende en ernstige sfeer, en misschien zelfs de vraag of jij wel goed genoeg bent. Of je vind het exclusieve lastig: kinderen doen niet mee, en gasten die niet in Jezus geloven ook niet. Lekker gastvrij is dat… En dan krijg je er ook nog een preek over – sorry! Of je kijkt er gewoon wat pragmatischer tegenaan: het hele ritueel van het avondmaal kost in een dienst al snel een kwartier, en dat gaat ten koste van de preek óf de koffie na de dienst, dus dat moeten we maar niet te vaak doen.

Tóch is mijn missie vandaag  om jullie een beetje enthousiast te krijgen voor de tafel van de Heer. Want het is een ritueel waar het hele goede nieuws van Jezus in samenkomt – de tafel is het evangelie in een notendop. Dat is vandaag direct het thema –  en dat evangelie, dat goede nieuws, gaan we vandaag verder verkennen.

Het evangelie in een notendop

En dan wil ik beginnen met woorden van Jezus zelf, Lucas 22:19: En Jezus nam een brood, sprak het dankgebed uit,  brak het brood, deelde het uit en zei:  ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’

Dat is wat we aan tafel doen: Jezus ‘gedenken’. Dat moet je niet verwarren met ‘herdenken’. Herdenken, dat doe je bijvoorbeeld op 4 mei, als we in 2 minuten stilte terugdenken aan oorlog, en daar omheen de verhalen van slachtoffers te delen. Herdenken doe je in stijl, sober en ingetogen, uit respect voor hen die hun leven hebben verloren. Gedenken is heel anders,  gedenken gaat niet alleen over wat er vroeger is gebeurd, maar over wat dat voor je leven vandaag betekent. Dat doen we op 5 mei, als we vieren dat we vrij zijn, maar ook als we die kostbare vrijheid beschermen en verdedigen en lessen trekken uit het verleden.

En aan de tafel van Jezus gaat het dus over gédenken. Daarom lazen we uit Exodus 13: daar gaat het ook over gedenken. Blijf deze dag gedenken, zegt Mozes. En daarbij wordt dan ook een ritueel ingesteld, het feest van de ongedesemde broden. Als de kinderen vragen waarom dat feest gevierd wordt, is het antwoord: zo gedenk ik wat de Heer voor mij heeft gedaan toen ik wegtrok uit Egypte. Heb je hem weer: ‘gedenken’. En wat ik er het meest bijzonder aan vind: dit is een opdracht die niet alleen is voor de generatie die het heeft meegemaakt, die er bij was toen God zijn volk uit Egypte heeft bevrijd, maar ook voor alle generaties erna: elke keer als dit feest wordt gevierd, zoals Jezus in Lucas 22 met zijn leerlingen ook doet, klinkt het weer: toen ík wegtrok uit Egypte. Dat is gedenken: de bevrijding is niet iets van vroeger, niet een leuk historisch feitje om eens een quiz mee te kunnen winnen, maar het is iets van nu, iets voor jou – het wordt persoonlijk!

En precies dat is wat bij het avondmaal dus gebeurt. Het is geen dodenherdenking – geen ritueel om ons respect voor Jezus te tonen. Het is juist gedenken: het gaat om wat Jezus voor jou heeft gedaan. Als je het brood ontvangt, is het Jezus die je persoonlijk aanspreekt, en ermee zegt: ‘ontvang wat ik heb gedaan, leef ermee – ik geef mij voor jou!’

Daarmee kom ik ook al bij het volgende: het gaat bij de maaltijd om Jezus en wat hij doet, niet om wat wij doen. Dat klinkt misschien als een open deur, maar dat is het niet!

Daarvoor moeten we terug naar de 16e eeuw, de tijd van de Reformatie,  van de scheuring tussen de Rooms Katholieke en Protestantse kerken. In die tijd was het avondmaal wél het onderwerp  waar iedereen speciaal voor kwam. Er werden grote woorden over gezegd en geschreven, en dat ging er allemaal niet heel vriendelijk aan toe. Berucht is de Heidelbergse Catechismus  die over de Rooms Katholieke mis zegt dat het in de grond der zaak niet anders is dan een vervloekte afgoderij. En ik schaam me voor die veroordelende stelligheid.

Ik wil het nu niet hebben over die discussie tussen Protestanten en Katholieken, maar over een interne Protestantse discussie, over de vraag:  is het avondmaal iets wat wij voor God doen, of wat God voor ons doet? De twee bekendste Protestantse theologische leiders uit die tijd, Maarten Luther en Johannes Calvijn, waren het over die vraag met elkaar eens: Jezus is de gastheer aan tafel, in het brood geeft hij zichzelf aan ons. De derde was Ulrich Zwingli, en hij dacht er anders over: voor hem was het avondmaal een ritueel dat wij uitvoeren om daarbij te denken aan wat Jezus heeft gedaan. De strijd werd min of meer gewonnen door Luther en Calvijn.

En ik kan me goed voorstellen als je denkt: wat een muggenzifterij. Maar het gaat toch echt wel ergens over, en ook over iets wat vandaag nog altijd doorwerkt. In de lijn van Luther en Calvijn gaat het avondmaal over Jezus die zich in het brood aan jou geeft: Jezus staat centraal. In de lijn van Zwingli ligt het accent veel meer op ons als deelnemers, op dat ik terugdenk aan wat Jezus heeft gedaan, op dat ik laat zien dat ik geloof, het is een belijdenis, maar daarmee ook direct de vraag of ik wel goed genoeg geloof en het wel waard ben om dat avondmaal te vieren. En als je de maaltijd van Jezus als iets zwaars beleeft, waar elke lach ongepast is, dan kan het zomaar zo zijn dat je door die lijn bent beïnvloed.

En het zal je niet verbazen, maar ik vind die lijn van Luther en Calvijn prachtig: aan tafel gaat het niet om mij, om wie ik ben, om mijn geloof, en of dat wel goed genoeg is voor God, en of ik dat wel met genoeg respect voor God laat zien – het gaat niet om mij, maar om Jezus. Jezus is de gastheer aan tafel en hij geeft zichzelf aan mij. Het enige wat ik doe, wat wij doen, is een groot cadeau aannemen. Het gaat niet om wat ik doe, het gaat om wat God doet – dat is ongeveer de basis van het christelijk geloof, en het geldt dus ook voor de maaltijd van Jezus.

Door naar het volgende:  de maaltijd is dus een cadeau – maar wat is dat cadeau dan? Wat is het dat je dan krijgt? Daar valt heel veel over te zeggen, maar ik beperk me tot 3 dingen: vrijheid, relatie en hoop. Eerst vrijheid: het avondmaal is een bevrijdingsmaaltijd. Het gaat over wat Jezus heeft gedaan door zijn leven te geven aan het kruis en op te staan uit de dood. Daarmee heeft Jezus de macht van het kwaad, ook van het kwaad dat in mijzelf zit, overwonnen. De macht van de dood, de macht van zonde, de macht van verslaving, de macht van minderwaardigheidsgevoelens, en nog zoveel meer vernietigende machten: Jezus heeft ze verslagen, heeft de overwinning behaald. Bij Jezus is echte vrijheid te vinden – dat is het eerste van het cadeau.

Het tweede is relatie. De maaltijd van Jezus is ook een verbondsmaaltijd. Jezus zegt dat als hij na het brood ook de beker doorgeeft, in Lucas 22:20: Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Een verbond: dat is een relatie. Een huwelijk is bijvoorbeeld een verbond. In onze tijd sluit je een huwelijk op het stadhuis, met een ja-woord en een handtekening, gevolgd door een feestelijke maaltijd. En dan moet je hopen dat de ambtenaar je de goede vragen stelt, want anders is je huwelijk ongeldig –  zoals de rechter afgelopen week besloot over een stel uit Zwolle. Maar in de bijbel ging dat anders: de maaltijd wás de handtekening. Het avondmaal is zo’n maaltijd:  de handtekening dat Jezus een relatie met je aangaat. Daarom kan Paulus in 1 Korintiërs 10:16 ook zeggen: Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus?

En het derde: hoop. Weer Lucas 22, nu vers 18, Jezus is er aan het woord: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is. In de maaltijd zit verwachting, wat God doet is nog niet klaar als Jezus is opgestaan, en het leven zoals wij dat kennen is niet waar het maar mee moeten doen: er komt een dag dat God alles goed maakt, een dag waarop van het kwaad niets meer over zal zijn. Vergelijk het avondmaal maar met een aperitiefje in een goed restaurant: je wordt alvast warm gemaakt voor het hoofdmenu. Het is een maaltijd van hoop!

En misschien denk je nu, en eigenlijk hoop ik dat, ‘maar dat is toch gewoon waar het hele christelijk geloof om gaat?’ Dat klopt namelijk – en dat is precies het punt. De tafel van Jezus gaat niet opeens over iets héél anders  dan de rest van het christelijk geloof. Dat avondmaal gaat helemaal over de kern van geloven in Jezus. Als je het viert, kom je bij die kern – en daarom is het ook zo mooi om het regelmatig te vieren! Het hele christelijk geloof gaat niet over wat jij voor God moet doen, gaat niet over wetten of levenslessen die jou helpen om een goed mens te zijn, maar het gaat over wat God voor mensen doet, voor jou doet, ook als je een potje maakt van alle wetten en levenslessen – zelfs dan geeft hij zichzelf, áán jou, om jou vrijheid, relatie en hoop te geven. En het avondmaal is dat evangelie in een notendop.

Daarom hoop ik dat ik jullie ook een beetje enthousiast heb kunnen maken voor die maaltijd van Jezus. Want die maaltijd is dus geen aardigheidje voor af en toe, is niet als een gourmetapparaat die je, als je er dan toch een hebt, ook af en toe maar eens moet gebruiken. Die maaltijd gaat over de kern, over wie we als kerk zijn, wat aan tafel gebeurt ís de kern. In een preek mis ik die kern wel eens, sommige van mijn preken zijn daarin geslaagder dan anderen, maar hoe mooi is het dat het daarna gelukkig nog avondmaal is, waar je gedenkt, er helemaal persoonlijk bij wordt betrokken, dat Jezus zich aan je gééft.

Gedenk

Vandaag vieren we die maaltijd niet – dat doen we wel in de laatste dienst van deze serie. Maar ook als we het niet vieren, kun je het wel ‘gedenken’. Het gaat niet om wat jij doet, maar om dat Jezus zich aan je geeft. Pak dat cadeau maar aan. Denk niet dat je er van alles voor hoeft te doen, dat je eerst jezelf moet bewijzen als iemand die dat cadeau waard is. Pak het maar aan met een dolblije lach, omdat je mag leven in vrijheid, in verbinding met Jezus, en met de zekere hoop dat  het goed komt. Gedenk dat, maak dat eigen, en lééf het! Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: