Matteüs 28 – Getuige van de Koning

Inleiding

Wie is Jezus? Je komt Jezus vaak tegen in lijstjes van invloedrijke denkers en leiders in de geschiedenis. Tussen de filosofen Socrates en Seneca, en leiders als Martin Luther King en Nelson Mandela. Niemand die er een beetje serieus onderzoek naar heeft gedaan kan betwijfelen of Jezus überhaupt heeft bestaan. Daar is iedereen het wel over eens.

Maar de vraag is: wie is Jezus? De populaire versie van Jezus, is dat Jezus een inspirerende figuur uit de geschiedenis was, met een tragische dood omdat hij niet wilde buigen voor het kwaad. Om er nog maar een andere naam bij te halen: een Aleksej Navalny, de Russische oppositieleider die weigerde te buigen of te vluchten voor Putin, die de veiligheid van Duitsland inwisselde voor een zekere dood in Rusland. Navalny had principes, zou nooit meegaan in het kwaad van Putin, zou nog liever sterven dan de liefde verloochenen – en moest daar inderdaad met zijn leven voor betalen.

Maar Jezus is méér – dat vieren we met Pasen. Zonder Pasen heb je een inspirerend maar tragisch verhaal over de liefde. Maar wat Jezus anders maakt dan die helden uit de geschiedenis, is dat Jezus niet slechts een inspirerende boodschap heeft, maar alle macht! Jezus is meer dan Socrates, Seneca, Martin Luther King, Nelson Mandela en Aleksej Navalny: Jezus is de levende koning, en vandaag luisteren we naar de getuigen.

Getuige van het einde

De een heet Maria, de ander ook. Ze wordt ook wel ‘de andere Maria’ genoemd. Als je de A7 uitrijdt, voorbij Groningen, richting Duitsland, kom je op een gegeven moment langs een afrit naar ‘de Pekela’s’ – oftewel Oude Pekela en Nieuwe Pekela. Zo hebben we hier ‘de Maria’s’. Matteüs is niet geïnteresseerd in hun levensverhalen. Over de ene Maria, Maria uit Magdala, weten we uit Lucas meer, Jezus had 7 demonen bij haar verdreven, over de andere weten we alleen dat ze moeder is van ene Jakobus en Josef. Maar voor Matteüs zijn het ‘de Maria’s’. Het gaat hem niet om wie ze zijn, wat hun relatie tot Jezus is, maar om de belangrijke rol die ze in het verhaal krijgen.

Ze worden voor het eerst genoemd in Matteüs 27:56, als vrouwen die Jezus zijn gevolgd, die niet weggevlucht zijn van het kruis, maar tot het einde toe zijn gebleven. Ze hadden voor Jezus gezorgd, en waren verbijsterd toen Jezus werd gearresteerd, en veroordeeld omdat hij de koning van de Joden zou zijn, en de Romeinse soldaten vervolgens koninkje met Jezus gingen spelen. De Maria’s waren erbij, elke bijtende opmerking naar Jezus trof hen in hun ziel, en elke zweepslag voelden ze in hun eigen lijf. Maar ze waren gebleven, vastberaden Jezus niet alleen te laten sterven. En ze zagen in elkaars ogen dat ze daar precies hetzelfde over dachten.

Maria en Maria, ze zagen Jezus sterven en waren erbij toen het lichaam van Jezus in het rotsgraf werd gelegd en het graf werd afgesloten met een grote steen. Als je voor het eerst hoort dat een geliefde is overleden, kan het zo zijn dat je voor jezelf probeert het te ontkennen. Pas op de begrafenis dringt het echt tot je door: zij of hij is er niet meer. Maria en Maria hebben alles meegemaakt, hebben Jezus zien sterven en hem vervolgens eigenhandig begraven. Ze verlieten het graf als laatsten, lang na de anderen, omdat ze Jezus nog niet willen loslaten. Maar ze weten het, ze kunnen het niet ontkennen: Jezus is gestorven – ze waren getuige van het einde. En als het hierbij blijft, kan Jezus worden toegevoegd aan dat rijtje, van inspirerende denkers en leiders – maar méér is Jezus dan ook niet.

Getuige van de koning

Maar Maria en Maria zijn niet alleen getuige van het einde, ze zijn ook getuige van het begin! Ze zijn vrijdag het langst bij het graf gebleven, en zijn vandaag, zondag, als eerste bij het graf terug – en worden er de eerste getuigen van de Koning!

Want zo vertelt Matteüs het verhaal: de Maria’s zijn getuigen. Matteüs is heel erg bezig met de waarheid van de opstanding, met dat de opstanding van Jezus een historisch feit is. Daarom is Matteüs ook de enige die het verhaal vertelt van de Romeinse soldaten die een lijk moesten bewaken, en zich vervolgens dood schrokken toen ze ontdekten dat het lijk ontsnapt was. Matteüs vertelt hoe er snel een alternatief verhaal in elkaar wordt gedraaid, maar laat ook zien dat dit verhaal aan alle kanten rammelt. De Joodse leiders willen dat Jezus dood is en blijft en dat niemand dat betwijfelt: zij hebben belang bij hun alternatieve waarheid met alternatieve feiten.

Maar Matteüs presenteert het verhaal van de getuigen. Daarom zijn ze ook met 2: de ene en de andere Maria. In de versie van Marcus zijn ze met z’n drieën: Salome is er ook bij. Maar Matteüs laat haar weg: hij wil op 2 getuigen komen, omdat het getuigenis van 2 mensen rechtsgeldig is.

Het is vroeg op de zondag. Maria en Maria hebben afgesproken om zodra het kan weer naar het graf te gaan. Ze lopen samen, maar zijn stil: er valt niets meer te zeggen. In de verte zien ze het graf met de Romeinse bewakers. ‘O ja’, zegt de ene Maria, ‘die waren er ook nog.’ ‘Kunnen we niet gewoon even alléén bij het graf zijn?’ verzucht de ander. Maar tijd om een nieuw plan te maken, krijgen ze niet. De grond begint te beven, en voor de ogen van de Maria’s komt een engel naar beneden, licht als de bliksem. De engel rolt de zware steen weg alsof die van piepschuim is gemaakt, klimt op de steen, gaat erop zitten en maakt het zich comfortabel. Het probleem van de bewakers is direct opgelost: die zijn stuk voor stuk flauwgevallen van angst. De Maria’s kijken elkaar even aan: ‘durven we?’ Met een lijf vol adrenaline lopen ze naar de engel, die bij wijze van spreken net koffie inschenkt uit zijn thermosfles, en de vrouwen vriendelijk aankijkt.

Wie het Paasverhaal al 100 keer heeft gehoord, denkt nu misschien: ‘klopt dit wel? De Maria’s kwamen toch pas toen de steen al weg was?’ In de andere versies van het verhaal is dat inderdaad het geval. Maar in Matteüs niet: in Matteüs zijn ze erbij als de engel de steen wegrolt. Ze zijn getuige geweest van dat Jezus echt dood was, van dat het graf hermetisch afgesloten was, en nu zijn ze getuige van dat het graf weer open gaat, en dat Jezus daar niet meer is. In de versie van Matteüs wordt benadrukt dat het onmogelijk is dat iemand in de tussentijd iets met Jezus’ lichaam heeft uitgehaald.

Intussen zit de engel nog steeds op zijn gemak op de steen. Het is wel weer de humor van God. De steen vertelde een boodschap, namelijk dat Jezus echt dood was, maar nu gaat de engel er op zitten en wordt een praatstoel, een preekstoel van een heel andere boodschap: Jezus is opgestaan! En met alles wat de ene en de andere Maria zien, kunnen ze er niet omheen – het is geen fabeltje, geen wensdenken, niet iets wat je ergens op een vaag social media account hebt gelezen, maar zij, Maria en Maria, zijn de eerste getuigen van de opstanding van Jezus. En hun getuigenis, dat onderstreept Matteüs steeds, is geloofwaardig en rechtsgeldig: de opstanding van Jezus is een historisch feit.

Maar waarom is dat zo belangrijk? Waarom is het niet genoeg dat Jezus in de herinnering voortleeft? Omdat de opstanding van Jezus betekent dat we niet maar leven met het gedachtegoed van Jezus, maar met zijn macht. Jezus is niet allereerst een inspiratiebron, zoals Socrates, Seneca, King, Mandela en Navalny, maar Jezus is de levende koning die alle macht heeft, ook vandaag. Daarom hebben we ook doorgelezen tot het einde van Matteüs, waar Jezus zegt: ‘mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.’ Jezus is koning: waar Jezus vrijdag, bij de kruisiging, nog belachelijk om werd gemaakt, wordt nu door God bevestigd. Daarom is het zo belangrijk dat Jezus leeft.

Op een of andere manier hebben Maria en Maria daar al iets van begrepen. Natuurlijk, wat ze gehoord hebben is overweldigend, en hun emoties worden alle kanten op geslingerd, maar dan komt Jezus zelf op hem af lopen. Ik zou verwachten dat ze naar Jezus toe rennen, hem om de hals vliegen, hem zo hard knuffelen dat hij bijna geen adem meer krijgt, maar dat is dus niet wat ze doen: ze grijpen Jezus’ voeten vast. Er is maar 1 manier om iemands voeten te grijpen, als diegene tenminste niet op een trap staat, en dat is dat je zelf op je knieën moet. Dat doen de Maria’s: ze gaan op hun knieën voor Jezus, ze eren hem als de koning die hij is.

Omdat Jezus leeft, omdat Jezus koning is, is alles anders. Zonder opstanding zou geloven in Jezus iets zijn voor sentimentele, romantische mensen, die graag zouden willen dat de liefde wint, maar is leven in Jezus’ spoor -liefhebben, lijden, onrecht verdragen, de minste zijn- uiteindelijk zinloos. De echte wereld zou hard zijn, en uiteindelijk wint gewoon de sterkste, degene met de grootste mond, degene die het best voor zichzelf opkomt, degene die het meeste geluk heeft gehad in het leven. Maar de opstanding van Jezus zegt: dat is niet de echte wereld, de wereld zit anders in elkaar dan je denk. De wereld van liefde – dát is de echte wereld.

En dat is waar iemand als Aleksej Navalny ook zijn kracht vond, hij was veel met de bijbel bezig. Je doet Jezus tekort als je hem op een lijn zet met Navalny, als allebei heel inspirerende voorbeelden in heel verschillende tijden. Dat zou Navalny ook niet hebben gewild. Want Navalny wist dat wat hij deed zin had ómdat Jezus veel meer is dan hij: omdat Jezus koning is, omdat Jezus het kwaad verslagen heeft, omdat liefde het laatste woord krijgt, heeft het ook zin om je te laten inspireren door het leven van Jezus, zelfs al moet je het met de dood bekopen.

Koning van jou

Jezus is niet dood, we hoeven het niet te doen met zijn gedachtegoed, maar Jezus leeft, hij is de koning die alle macht heeft. Dat vertellen de ene en de andere Maria vandaag ook aan jou. Als een uitnodiging, ook aan jou, om Jezus te zien als zoveel meer dan een inspirerende denker of leider, maar als de levende koning, die koning is, ook over jouw leven. Jezus leeft en heeft alle macht – en met hem als koning komt het goed. Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: