Bouwen aan Gods koninkrijk – hoe doe je dat? Het begint niet met een goed plan, maar met je laten raken en gebed. Van Nehemia, die Jeruzalem wil herbouwen, kun je leren hoe.
Inleiding
De komende maanden wil ik met jullie gaan bouwen. We zijn een nieuwe kerk, en daar zijn allerlei voorbereidingen aan vooraf gegaan, vergaderingen, papierwerk en meer van dat soort saaie dingen, maar nu willen we ook echt gaan bouwen, in de praktijk vormgeven dat we de nieuwe Zaankerk zijn. Nu komen de leuke dingen – te beginnen met het feestweekend, volgende week!
Ik ben altijd wel gefascineerd geweest door de bouw. Ooit heb ik zelfs overwogen om bouwkunde te gaan studeren. Daar zie ik het in dit leven niet meer van komen, maar wellicht zijn er in de eeuwigheid nog bouwkundigen nodig. Laten we eens een kijkje nemen in die wereld van de bouw. (filmpje: Timelapse woontoren De Catharina, Zaandam)
Uiteraard gaan wij geen torenflat bouwen. Wij bouwen aan de nieuwe Zaankerk. Dat gaan we doen met Nehemia. En dat doen we niet met stenen, we doen het met mensen, met elkaar, maar we gaan ook een muurtje bouwen! Ik heb het begin alvast gemaakt, en elke zondag in deze serie voegen we er een bouwsteen aan toe. De steen van vandaag, naar aanleiding van Nehemia 1, is: bidden. Laten we nu eerst dat hoofdstuk lezen.
1. Werk te doen
Met Nehemia zijn we in de 5e eeuw voor Christus. Om precies te zijn: dit hoofdstuk speelt zich af rond december van het jaar 445 vC. We zijn in Perzië, het huidige Iran, waar koning Artaxerxes I aan de macht is. Deze koning is ook buiten de bijbel geen onbekende – vandaar dat aan dit verhaal een jaartal te plakken is. Dit verhaal speelt zich af in de stad Susa, waar de Perzische koningen in de winter te vinden zijn.
In het verhaal van de bijbel zijn we daarmee in de tijd ná de Babylonische ballingschap. De Babyloniërs hebben Jeruzalem, inclusief de tempel, met de grond gelijk gemaakt, en iedereen die enige betekenis had, gedeporteerd naar Babylonië. De Babyloniërs waanden zichzelf onkwetsbaar – maar dat waren ze niet. In het jaar 539 vC worden ze verslagen door de Perzen. Dat luidt ook direct het einde van de ballingschap in: van de Perzen mogen de Joden terug naar hun eigen land. Maar inmiddels zijn we bijna 100 jaar verder, en veel Joden zijn in hun nieuwe land gebleven. Ze zijn er geboren, hebben er kinderen gekregen, werken er, spreken de taal. Ze hoeven niet zo nodig terug.
Zo iemand is Nehemia ook. Jood, maar geboren en getogen in Perzië. Net als zijn ouders, en grootouders, overgrootouders, en nog verder terug. Maar wel met warme gevoelens voor zijn land van oorsprong, met liefde voor Jeruzalem. Als Nehemia een update krijgt over hoe het er in Jeruzalem voorstaat, en hij hoort dat het er niet goed gaat, dat geprobeerd is Jeruzalem en de tempel te herbouwen, maar dat het bouwproject inmiddels alweer jaren stil ligt, dan wordt Nehemia daar diep door getroffen. Jeruzalem is de stad van God, die stad mag er niet zo bij liggen – er is werk te doen!
Er is werk te doen, het is tijd om te gaan bouwen! In ieder geval aan de nieuwe kerk die we samen zijn, aan onze nieuwe eenheid, aan het elkaar leren vertrouwen, maar ook aan hoe we kerk voor en in en met onze stad zijn. Misschien is het in jouw leven ook wel een tijd om te gaan bouwen: om keuzes te maken en iets nieuws te beginnen. Het kan ook dat je, net als Nehemia, getroffen wordt door een nieuwsbericht, door hoe slecht het ervoor staat in Sudan, Congo, Oekraïne, Gaza, en je iets wilt dóen. Er is werk te doen – maar hoe begin je?
2. Maar eerst: bidden
Met bidden! Er mag dan werk aan de winkel zijn, maar Nehemia pakt niet direct zijn hamer, zaag en boormachine in: hij begint met een periode van gebed. Laten we met elkaar kijken naar waarom je eerst zou bidden, hoe je dan kunt bidden en of bidden ook werkt.
Eerst: waarom zou je bidden? Dat voelt toch wel een beetje als onnodige vertraging. Ik bedoel, daar hebben bouwprojecten vaak last van, dat er allerlei procedures gevolgd moeten worden, dat er gepraat moet worden, en nog meer gepraat, en tegen de tijd dat je bent uitgepraat, zijn de prijzen zo gestegen dat het allemaal niet meer lukt. Zo kan bidden wel eens voelen: als eindeloos praten, in plaats van zelf eens verantwoordelijkheid nemen. Zelf was ik ook niet perse van plan over bidden te preken – ik sta juist te popelen om praktische lessen van Nehemia te leren, en daar dan samen mee aan de slag te gaan. Maar Nehemia zegt: bid eerst nog maar weer, zorg eerst voor de basis, voor je verder wat doet.
En dat is niet omdat Nehemia een aarzelend persoon is, of omdat hij een beetje zweverig is aangelegd, of omdat hij het liefst de hele dag liedjes voor God zingt, in plaats van zijn werk te doen. Nee, Nehemia is een echte doener, iemand die graag in actie komt, liever gisteren dan vandaag, een aanpakker. Elke gemeente in Nederland droomt van een projectmanager als Nehemia – bij hem weet je dat hij resultaat levert. En tóch zie je Nehemia hier, en verderop in het bijbelboek, steeds bidden! Dus zeg niet te makkelijk dat je nu eenmaal bidders en doeners hebt, en dat bidden gewoon niet zo jouw ding is. Nehemia is een doener – en hij bidt!
Want Nehemia weet dat hij God bij zijn plannen nodig heeft. Jeruzalem ligt er als een ruïne bij, omdat Gods oordeel de stad heeft getroffen. Dat de Babyloniërs kwamen, was Gods straf over een volk dat een zegen had moeten zijn voor de wereld, maar verstrikt raakte in onrecht. Als God er zijn zegen niet over geeft, zijn de bouwplannen van Nehemia bij voorbaat kansloos. Voor ons als kerk geldt dat ook: als wij de Zaankerk bouwen zonder God te betrekken, hoeven we niet verbaasd te zijn als het een kerk wordt waar weinig van God te bespeuren valt.
Als we gaan bouwen, aan Gods kerk en koninkrijk, in je eigen leven, in de wereld, dan is gebed de fundering waarop je bouwt. Zonder fundering zakt je huis de grond in – dat weten we juist in de Zaanstreek heel goed. Toen wij een paar jaar geleden een tuinhuis bouwden, gingen daar hardhouten funderingspalen onder – en zelfs met dat fundament zakt het langzaam, beginnen de deuren aan te lopen en moeten ze gesteld worden. Zonder goed fundament bouw je iets wat alleen de korte termijn overleeft. En daarom begint het met bidden: het is de fundering!
Hoe kun je dan bidden? Het gebed van Nehemia biedt daarvoor mooie aanknopingspunten! Nehemia begint niet met gewoon maar vragen wat hij graag wil, maar met wie God is: ‘God van de hemel, machtige en ontzagwekkende God, u die uw beloften nakomt en trouw bent.’ Het is mooi zo te beginnen: met niet naar je problemen kijken, maar naar God die zoveel groter is dan je problemen. Beginnen met wie God is, zet jouw vragen en problemen direct in perspectief! En ook als kerk is dat belangrijk: dat we samen kijken naar wie God is – zonder dat fundament, zullen we problemen en verschillen alleen maar uitvergroten.
Nadat Nehemia zich heeft gericht op wie God is, kijkt hij ook eerlijk naar wie hij zelf is: ‘ik belijd de zonden die wij, Israëlieten, tegenover u hebben begaan, ook ik en mijn familie.’ Misschien vind je dat wel heel zwaar klinken, maar ik vind het wel verfrissend! Wij zijn heel goed in denken dat anderen het probleem zijn en jij de oplossing. Nehemia doet dat dus niet – hij ziet zich persoonlijk mede schuldig aan de zonden van zijn volk. Dat is heel anders dan hoe wij, westerlingen, denken. Wij denken individueel – daarom liggen bijvoorbeeld excuses voor het slavernijverleden van Nederland zo moeilijk. Ik vertel mijzelf ook graag dat ik niets met slavernij te maken heb, en mijn voorgeslacht trouwens ook niet, zij leefden in de Gouden Eeuw gewoon in armoede. Maar ondertussen profiteer ik wel degelijk van de rijkdom die slavernij heeft opgeleverd en maak ik nog altijd gebruik van de patronen van uitbuiting, van mensen zien als een productiemiddel. Ik ben net zo goed schuldig – en dat is de houding van Nehemia. En die houding hebben we nodig, ook hier in de kerk. Van jezelf niet onkwetsbaar maken, maar juist verantwoordelijkheid voor elkaar nemen, je met de ander identificeren, binnen en buiten de kerk – zoals Jezus dat ook doet met jou, jouw schuld de zijne maakt.
Nehemia gaat verder. Nu hij heeft erkend wie hij zelf is, en dat hij bij God geen poot heeft om op te staan, kun je je afvragen waarom God naar Nehemia zou luisteren. Maar daar heeft Nehemia wel argumenten voor: ‘denk toch aan wat u Mozes hebt voorgehouden’. Je bidt God niet omdat hij je nog iets verschuldigd is, omdat jij zo goed bent en daar wat tegenover mag staan, maar omdat God dingen beloofd heeft. Daarom grijpt Nehemia terug op Gods belofte dat zijn volk altijd een nieuwe start kan maken. De bijbel staat vol beloften – met het kruis en het open graf van Jezus als grootste belofte! God belooft vergeving, vernieuwing, redding, leven! En als je bidt, kun je God daaraan herinneren.
En pas dán komt Nehemia met zijn concrete vraag: ‘laat me vandaag toch slagen en laat de koning mij welgezind zijn.’ Ik vind dat een opvallend gebed. Allereerst omdat het superconcreet is: geen vage vergezichten van een bloeiend Jeruzalem, maar een gebed voor de eerste stap in dat proces. En verder omdat Nehemia weet dat als je iets bidt, het ook zomaar zo kan zijn dat God jou, als bidder, inschakelt in de verhoring van die gebeden. Nehemia bidt niet wat anderen zouden moeten doen, maar hoe hij zelf onderdeel kan zijn van Gods grotere werk. Geraakt worden en bidden is niet vrijblijvend! Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan vrienden van ons die bijzonder geraakt waren door de oorlog in Oekraïne, en toen daarbij ook werden ingeschakeld: ze stonden aan het begin van een stichting die hulpreizen naar Oekraïne faciliteert.
Dat over hóe je kunt bidden. Maar werkt het ook? Ja – maar niet als een magisch trucje, je praat wel met Gód, die het op zijn manier doet. Nehemia bidt dat het hem ‘vandaag’ nog lukt – maar dat gebed is dus niet verhoord. In hoofdstuk 2 van Nehemia zijn we 4 maanden verder, maar is er in de situatie nog helemaal niets verandert. En al die tijd is Nehemia blijven bidden. Het gaat niet op Nehemia’s tempo, niet op jouw tempo, maar op Gods tempo.
En het is ook niet dat Nehemia de stem van God te horen krijgt, of 2 blauwe vinkjes bij wijze van ontvangstsbevestiging. Het antwoord dat Nehemia uiteindelijk krijgt, in hoofdstuk 2, is geen stem maar een gelegenheid, een situatie die zich toevallig voordoet, en waarvan Nehemia weet: deze kans geeft God mij. Op dezelfde manier houd ik er rekening mee dat ik niet toevallig in ’t Kalf woon, op hinkelafstand van deze kerk, maar dat het een door God gegeven kans is als antwoord op mijn gebeden.
3. Gebedsmuur
Als we samen willen bouwen, en de komende maanden blijven we met dat thema bezig, begint dat met gebed. Vandaag voegen we de eerste steen aan de muur toe – de steen ‘bidden’. Ik zet hem op de muur, en naast de muur liggen briefjes. Op die briefjes kun je jouw gebed schrijven, je gebed voor de kerk, voor de stad, voor de wereld, voor iets in je leven, en het briefje mag je dan in de muur stoppen. Dat kan na deze dienst, maar de muur en de briefjes blijven deze serie diensten, dus de gebedsmuur mag de komende maanden groeien met stenen en gebeden. Wat is jouw gebed? Amen.
