Mag je als christen plannen maken? Of vergeet je daarmee dat je van God afhankelijk bent? Nehemia weet zich helemaal afhankelijk van God. Tegelijk maakt hij volop plannen. Omdat hij weet dat hij mét zijn plannen mag meedoen met God.
Inleiding
Mag je als christen plannen maken? Voor een verjaardag werd je in christelijke kringen nog wel eens uitgenodigd met: ‘D.V. 21 september ben ik jarig’. Deo Volente, als God het wil. Want wie weet of je die dag haalt? Dat klinkt misschien wat overdreven, maar het komt uit de bijbel. Uit Jakobus 4: ‘er zijn bij jullie mensen die zeggen: Binnenkort gaan we naar die en die stad, daar blijven we een jaar om zaken te doen en geld te verdienen. Zeg dat toch niet! Jullie weten niet wat er morgen gebeurt. Jullie weten zelfs niet of jullie dan nog wel leven! (…) Jullie kunnen beter zeggen: ‘als de Heer het goedvindt, blijven we in leven en kunnen we dit of dat doen.’
Mag je als christen plannen maken? Of is dat arrogant, en vergeet je dan dat je van God afhankelijk bent? Ik vind dat nog best een moeilijke vraag! Dus ik geef hem graag even aan jullie door: bespreek de vraag even in twee- of drietallen. Mag je als christen plannen maken?
Ik zei net dat ik het nog best een moeilijke vraag vind. Ik vind het namelijk heerlijk om plannen te maken! Zomaar ergens aan beginnen, dat is niets voor mij. Ik hoor wel eens van die verhalen over mensen die een roeping van God krijgen, en dan gewoon gaan en erop vertrouwen dat het wel goed komt – zonder dat bijvoorbeeld de financiën al geregeld zijn. Als ik dat soort verhalen hoor, voel ik me altijd een heel slechte christen. Ik kan dat namelijk niet – echt niet!
Ook voor de kerk vind ik het lastig. Voor een bedrijf schrijf je plannen voor waar je naartoe wilt, stel je doelen op, en evalueer je steeds hoe het daarmee staat. Maar is dat voor een kerk niet allemaal veel te maakbaar? In de aanloop naar het vormen van de nieuwe Zaankerk hebben we plannen gemaakt – maar moet je niet gewoon aan God laten wat hij ons wil geven?
Over dat soort vragen denken we vandaag na. Dat doen we met Nehemia. In Nehemia 2 gaat het over die verhouding, van plannen maken aan de ene kant en op God vertrouwen aan de andere kant. Daarmee gaan we verder met het project ‘samen bouwen met Nehemia’. Het thema van vandaag, en dat is ook direct de steen die we vandaag aan de muur toevoegen, is ‘meedoen’ – meedoen met God. Laten we lezen: Nehemia 2.
1. Het fundament: bidden
We zien in dit hoofdstuk Nehemia lekker actief bezig, dus de planners onder ons, waaronder ik, kunnen opgelucht ademhalen. Maar laten we niet te snel gaan! Want het verhaal van Nehemia begint helemaal niet zo actief.
Twee weken geleden waren we in Susa, een stad in Perzië, in het jaar 445 vC. Het is alweer zo’n 70 jaar na het einde van de Babylonische ballingschap, maar veel Joden zijn in Perzië gebleven. Onder hen is ook Nehemia, die aan het hof van de Perzische koning Artaxerxes I dienstdoet als schenker. Hij is zeg maar de sommelier van de koning, belast met de selectie en inkoop van wijn.
Daar, ver van Israël, krijgt Nehemia nieuws uit Jeruzalem. Er is geprobeerd de stad te herbouwen, maar na een bevel van de koning, dezelfde Artaxerxes, is de bouw gestopt en Jeruzalem een puinhoop gebleven. Het raakt Nehemia diep. En al is Nehemia een echte planner, als hij dit nieuws hoort, plant hij nog even helemaal niets. In plaats daarvan begint Nehemia te bidden. Want, daar hebben we het 2 weken geleden over gehad, als we samen willen bouwen, dan is bidden het fundament. En voor het leggen van een fundament, kun je maar beter de tijd nemen. Het is niet zo dat Nehemia na een week denkt: ‘ik heb nu wel weer genoeg gebeden, ik kan nu echt niet langer wachten, ik moet naar Jeruzalem.’ Nehemia blijft bidden – 4 maanden lang. Hij wacht tot het Gods tijd is.
2. Samen bouwen: meedoen
En vandaag ís het Gods tijd. Want vandaag gaat het niet om Nehemia’s plannen – het gaat om Gods plannen. God zet vandaag iets in werking – het is Gods werk.
Vandaag is Nehemia in functie als sommelier. Hij hoort weliswaar bij het bedienend personeel, maar staat ook dichtbij de koning. Nehemia en Artaxerxes, ze kennen elkaar meer dan alleen van gezicht. En als Nehemia de koning bijschenkt, en de koning over zijn schouder kijkt, valt het de koning op dat Nehemia er slecht uitziet. Als de koning ernaar vraagt, schrikt Nehemia zich een hoedje: dit was niet zijn plan! Het is onprofessioneel om persoonlijke omstandigheden mee te nemen naar je werk. In sommige kringen wordt daar nog steeds zo over gedacht, en aan het Perzische hof was dat ook al zo.
Maar na de eerste schrik, beseft Nehemia: God is hier aan het werk. 4 Maanden lang heeft Nehemia gebeden: ‘laat de koning mij vandaag welgezind zijn.’ En vandaag moet het gebeuren. Alles klopt: hij hoeft er niet zelf over te beginnen, maar de koning vraagt ernaar, en lijkt in een welwillende bui te zijn. Bovendien zit hij naast zijn lievelingsvrouw, en uit andere bronnen is bekend dat Artaxerxes een zwak voor vrouwen had. Hij zal niet als een bullebak willen overkomen. Alles klopt – want God is hier aan het werk! Als Nehemia later zijn verslag opschrijft, benoemt hij dat ook, in vers 8: ‘mijn God bood mij bescherming.’
Dat vertrouwen neemt Nehemia mee naar Jeruzalem: het is niet mijn werk, het is Gods werk! Als Nehemia later voor de stadsbestuurders van Jeruzalem verschijnt, vertelt hij hen zijn verhaal, en getuigt weer van hoe God het heeft geleid. Dat lijkt voor die bestuurders ook het doorslaggevende argument: als ze dat gehoord hebben, aarzelen ze niet meer en gaan ervoor. En als er tegenstand ontstaat, van Sanballat en zijn makkers, is Nehemia totaal niet onder de indruk. Lees maar in vers 20: ‘het is de God van de hemel die ons doet slagen.’ Het is Gods werk – dus geen vijand kan dat stoppen.
Ik moet zeggen dat ik ook wel een beetje jaloers op Nehemia ben, dat hij zo precies weet wat Gods werk is. Vaak is helemaal niet zo duidelijk wat God wil. Daarbij is in ieder geval dat gebed weer belangrijk. Bij Nehemia kon dat besef groeien in een proces van maanden. Als dan iets gebeurt waar hij God al die tijd om gebeden had, herkent hij dat God erachter zit. Maar zelfs als je dat doet, als je God maandenlang in je verlangen betrekt, kan het zomaar zijn dat je niet zo zelfverzekerd als Nehemia kunt zeggen dat iets van God komt. Maar je hoeft ook niet altijd zeker te weten of iets Gods plan is om er toch in vertrouwen mee bezig te zijn: als het past bij wie God is, bij wie Jezus is, bij wat je vanuit de bijbel weet over wat God doet, bij hoe hij door Jezus echte vrijheid geeft voor iedereen, en er is gelegenheid daar concreet iets in te doen – heb dan ook de vrijmoedigheid ermee te rekenen dat het van God is. En ga daar vooral lekker ontspannen mee om: als iets Gods plan is, dan zal hij het ook wel zegenen, en had hij iets anders in gedachten, dan stuurt hij je wel bij.
Het is niet Nehemia’s werk, maar Gods werk. Tóch maakt Nehemia volop plannen. In dit hoofdstuk is Nehemia superstrategisch bezig – hij trekt alles uit de kast om Gods werk een succes te maken. Ik begon deze preek met de vraag: ‘mag je als christen plannen maken?’ Van Nehemia leer ik dat het helemaal geen tegenstelling is: bidden en vertrouwen op God aan de ene kant en plannen maken en strategisch bezig zijn aan de ander kant – Nehemia doet het allebei. Dat iets van God komt, dat iets Gods plan is, is nog geen reden je verstand niet meer te gebruiken! Want vertrouwen op God is niet wachten tot God het heeft opgeknapt, maar meedoen met God, met alles wat God jou gegeven heeft.
Als de koning Nehemia bevraagt, weet Nehemia precies wat hem te doen staat. Hier heeft hij maanden over nagedacht. Nehemia weet dat hij de koning aan zijn kant moet krijgen, want op dit moment is de herbouw van Jeruzalem op last van deze koning gestaakt. Daarom zet Nehemia al zijn diplomatieke skills in. Zorgvuldig vermijdt hij het om de naam van de stad te noemen, al weten ze allebei precies om welke stad het gaat, maar als een goede diplomaat weet Nehemia dat hij daar even niet de aandacht op moet vestigen. In plaats daarvan begint hij over de stad waar zijn voorouders zijn begraven, waar Perzen groot respect voor hebben. Nehemia slijmt, zoals Mark Rutte bij Donald Trump, ‘o majesteit, leef in eeuwigheid, ik ben uw nederige dienaar’. Om uiteindelijk zijn vraag te stellen: ‘zend mij om de stad te herbouwen.’ Niet eens: ‘ik wil graag bijzonder verlof opnemen,’ maar ‘laat mij gaan in opdracht van u zelf.’ En als de koning bewilligt, heeft Nehemia zijn lijstje al klaar van wat hij verder nodig heeft: een visum waarmee hij vrij kan reizen, en een creditcard zonder limiet om bouwmaterialen in te slaan.
Aangekomen in Jeruzalem zie je weer die tactische Nehemia. Voor hij contact zoekt met de leiders, doet hij in het diepste geheim een verkenning, zodat hij precies weet waar hij het over heeft. En als hij dan voor het gemeentebestuur verschijnt, weet hij precies hoe hij zijn plan moet pitchen, op welke knopjes hij moet duwen om hen mee te krijgen.
Niet omdat het allemaal van Nehemia afhangt: het is Gods werk. Maar Nehemia weet dat hij mee mag doen met God, dat God hem, met zijn specifieke talenten, inschakelt om het werk uit te voeren. Dat geldt voor ons ook: de kerk is niet óns project, mensen redden is niet óns werk – het is wat God doet, het is wat Jezus doet, en het belangrijkste is al lang gedaan: Jezus is gekruisigd en opgestaan. Maar nu mogen wij, jij ook, meedoen in Gods werk. God schakelt jou, met de talenten die hij jou gegeven heeft, in. En voor je persoonlijk leven geldt dat net zo goed: dat God een plan heeft, betekent nog niet dat je zelf geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen, het betekent wel dat je steeds blijft zoeken naar wat God van je wil.
Je mag dus meedoen met Gods werk, met al je talenten. En één van de talenten die Nehemia inzet, is zijn talent om mensen mee te krijgen in zijn plannen. Ik denk dat juist het besef dat het Gods werk is, je daar voor motiveert: het is niet jouw solo-project, waar jij met de eer wilt strijken. Meedoen doe je samen!
En om mee te doen met Gods werk, heb je niet alleen christenen nodig. De eerste die Nehemia nodig heeft, is koning Artaxerxes. Nehemia zet alles op alles om het vertrouwen van de koning te winnen. Dat is voor ons kerkzijn in deze stad ook belangrijk: dat we het vertrouwen hebben van sleutelfiguren in de stad, en dat wij daar bewust aan werken.
Daarna neemt Nehemia de mensen in Jeruzalem mee, leeft zich in hen in, wordt 1 van hen, hij luistert, hij observeert hij analyseert, en uiteindelijk is het niet Nehemia, maar zijn het de leiders van Jeruzalem die zeggen: ‘laten we meteen met de herbouw beginnen!’ Het is niet Nehemia’s solo-project – hij nodigt juist uit om mee te doen. En laat zo deze kerk ook niet een solo-project zijn: het is Góds werk – en in dat werk mogen we samen meedoen! Met dat we elkaar nog aan het leren kennen zijn, elkaars verhalen nog niet kennen, elkaars successen en vreugde, maar ook elkaars rouw en verdriet, is het extra belangrijk te werken aan een cultuur van samen. Sámen doen we mee met Gods werk.
3. Doe jij mee?
Dat is ook de uitnodiging vandaag: doe je mee? Als kerk hebben we een plan gemaakt in het vertrouwen dat we mogen meedoen met God: we willen een gastvrije kerk met diepgang zijn, naar elkaar omzien en een positieve factor in de stad zijn. Zetten we daar samen de schouders onder? Doe je mee, niet alleen met elkaar, maar allereerst met God – met zoeken naar wat Gods plan voor ons en deze stad is, en je daar dan voor geven? Amen.
