Je kunt wel altijd blijven praten en nadenken, maar dan gebeurt er nooit wat. In Nehemia 3 zetten de bouwers er samen de schouders onder. Het lijkt een saai hoofdstuk: een lijst vol namen. Maar het geeft een mooi inkijkje op hoe het in Gods koninkrijk gaat.
Inleiding
Zul je altijd zien: precies als je op vakantie gaat, krijg je autopech. Plaats van onheil: de motorway bij het Engelse Newcastle. Opeens dacht onze auto dat ‘ie een tractor geworden was: hij maakte het kabaal van een tractor, en harder rijden dan een tractor zat er ook niet meer in. Gelukkig waren we dicht bij de afrit én de bewoonde wereld. Na even zoeken hadden we een garage gevonden.
Nu is het spannend om in een vakantieland naar de garage te gaan, zeker op vrijdagochtend tegen lunchtijd. Om niemand te beledigen zal ik geen vakantieland noemen, maar met een beetje pech gaat het zo: in je beste Engels probeer je uit te leggen wat er aan de hand is, maar je wordt glazig aangestaard. ‘Mon voiture est, ehhh, kaduc.’ Daar lijkt de receptionist iets meer van te snappen, maar hij wijst op de klok aan de muur, en je denkt te begrijpen dat ze eerst gaan lunchen. Na de lunch kijkt een monteur eens moeilijk, beluister het kabaal uit de uitlaat, schudt zijn hoofd en verwijst je door naar een hotel. Dinsdag begint de nieuwe werkweek – dan ben je de eerste.
Zo niet in Newcastle – daar weten ze van aanpakken. Een vriendelijke receptionist haalde er direct een monteur bij. In de tussentijd werd net de lunch bij de garage bezorgd, maar nog voor de monteur zichzelf zijn lunchpauze gunde, had hij al een tablet aan onze auto gehangen. Zijn diagnose: een misfire in een van de cilinders. Na even zoeken wist hij ook welke cilinder en wat het probleem was: een defecte bobine. De diagnose was nog niet gesteld, of de plaatselijke onderdelenhandel was al gebeld. Hij verontschuldigde zich uitgebreid voor dat het wel 2 uur kon duren voor het onderdeel er was, gaf nog wat toeristische tips mee voor het vervolg van de vakantie, kwam even later zelfs met ijsjes aanzetten, en binnen die 2 uur reden we alweer weg. Moraal van dit verhaal: zoek je nog een garage waar ze van aanpakken weten, dan heb ik nog wel een adresje voor je in Newcastle.
Wil je ergens verder mee komen, dan moet je niet blijven hangen in nadenken en praten: dan wordt het tijd om de handen uit de mouwen te steken. We gaan vandaag verder met het verhaal van Nehemia, waar hard gewerkt wordt. Thema vandaag is: ‘samen bouwen: aanpakken.’ We lezen daarbij Nehemia 3:1-12 – en ik zeg er direct bij: het is niet het meest spannende verhaal om te lezen. Maar ik heb er wel mooie dingen in ontdekt die ik graag met jullie deel! Laten we het lezen.
1. Meedoen met God
Dat is een hele lijst met aanpakkers. En als je door zou lezen, gaat het nog wel even zo verder. Maar ik denk dat dit wel genoeg is om het idee te snappen.
Nu is het bij deze lijst wel belangrijk om te beseffen dat het hier niet gaat om mensen die gewoon altijd bezig moeten zijn, die niet kunnen stilzitten, het nog geen avond op de bank voor de tv uithouden. Dit zijn geen mensen die altijd op zoek zijn naar nieuwe manieren om van hun energieoverschot af te komen. Dit zijn mensen met een missie, mensen met een opdracht van God.
Dat is het verhaal van de vorige 2 hoofdstukken van Nehemia, waar we in eerdere diensten bij stil stonden. Het is in de 5e eeuw voor Christus. Nehemia woont in Perzië, waar hij een functie aan het hof van de koning heeft. Daar hoort hij over de ingestorte muren van Jeruzalem, en hij begint te bidden. Na een paar maanden merkt de koning dat Nehemia zichzelf niet is, en Nehemia doet zijn verhaal en wordt dan naar Jeruzalem gestuurd. Maar Nehemia weet dat het niet de koning is die hem stuurt, maar God zelf. De herbouw van de muur van Jeruzalem is niet Nehemia’s project, maar Gods werk.
En ik vind het belangrijk dat we dat scherp hebben: het gaat niet zomaar om aanpakkers, maar om mensen die mogen meedoen met God! Deze bouwers zijn niet voor zichzelf bezig -ja, natuurlijk is het voor hen ook fijn als de muur klaar is- maar ze doen het voor God.
2. Aanpakken
We gaan eens wat beter naar die lijst kijken, en dat doen we aan de hand van 3 vragen: wie, wat en hoe. Eerst dus: wie – wie zijn die aanpakkers?
Nou ja, dat zijn dus Eljasib, Zakkur, Meremot Mesullam, Sadok en nog heel veel andere namen waar je waarschijnlijk nog nooit van gehoord had. Dat maakt dit hoofdstuk voor ons ook een beetje saai. Maar stel je eens even voor dat tussen al die namen de naam van jouw overgrootvader staat – daar wordt het heel anders van. Dan ben je trots op de rol die jouw familie heeft gehad. Voor de eerste mensen voor wie Nehemia dit heeft opgeschreven, was dat zo: dit waren je voorouders, en de voorouders van je buren. En ik vind het mooi dat hun namen in de bijbel terecht zijn gekomen: dat laat zien dat God namen belangrijk vind!
Als we dan even iets beter gaan kijken, dan vallen een paar dingen aan die namen op. Allereerst: het gaat om heel gewone mensen. Nehemia heeft niet alle aannemers uit de wijde omgeving opgetrommeld – maar mensen die misschien nog nooit een hamer in handen hebben gehad. Er zit niet één beroepsbouwer tussen! Dit zijn amateurs – en dat is bemoedigend! Bouwen aan Gods koninkrijk is niet iets wat alleen professionals kunnen doen: God gebruikt heel gewone mensen. Mensen als Michelle, jij en ik.
Wat ook opvalt is de enorme diversiteit van de bouwers. Er zijn praters, denkers en doeners – maar allemaal pakken ze aan. De een is priester, de ander juwelier en weer een ander een soort apotheker. Jong en oud doet mee, leiders met een hoge positie en hun onderdanen staan naast elkaar aan de muur te bouwen, inwoners van Jeruzalem maar ook hulptroepen uit omringende plaatsen. Én, niet onbelangrijk: ook vrouwen. Sallum heeft zijn dochters meegenomen, en samen bouwen ze aan de muur. Daarom wilde ik perse tot vers 12 lezen – anders hadden we dat gemist. En het laat iets zien van dat in Gods koninkrijk iedereen erbij hoort, iedereen nodig is. Alleen doordat al die totaal verschillende mensen de handen ineenslaan, kan het onmogelijke opeens gedaan worden. Dat geldt ook voor jou, Michelle: jij hoort er helemaal bij, in Gods koninkrijk ben jij ook nodig. Iederéén is nodig – want alleen samen kunnen we iets bouwen voor God.
Maar wat moet er dan gebouwd worden? In Nehemia 3 is het een stadsmuur, maar uiteindelijk gaat het niet om die muur: het gaat om een plek voor God, een plek waar God kan wonen. Daar bouwden ze toen aan, en daar mogen wij ook aan bouwen.
Eerst maar even naar die stadsmuur. Als je het hoofdstuk helemaal uitleest, dan kom je erachter dat ze in een cirkel werken en dat het eindpunt hetzelfde is als het startpunt: de Schaapspoort. Die Schaapspoort is ook direct de enige plek bij wordt gezegd dat deze poort wordt ingewijd. Blijkbaar is die Schaapspoort de belangrijkste plek van de bouw. De naam van de poort verklapt het al: deze poort werd vooral gebruikt door schapen. Het was een poort dichtbij de tempel waar de offerdieren door naar binnen kwamen. Dat deze poort herbouwd wordt, betekent dat de tempeldienst weer kan beginnen, betekent dat er in de stad plek is voor God – en dát is het belangrijkste van dat hele bouwproject.
God wil bij mensen wonen. Daar geven die aanpakkers in Nehemia 3 zichzelf voor – omdat ze ernaar verlangen dat God dichtbij is. Ze bouwen, zodat de tempel, de plek waar God woont, weer kan bloeien. Tegenwoordig woont God niet in een tempel, of een ander gebouw. Maar hij wil nog steeds bij mensen wonen. Daarom werd hij een mens, in zijn Zoon Jezus, en kwam bij ons wonen. En hij wil een plek in het hart van jouw leven. In 1 Petrus 2 zegt Petrus: ‘jullie zijn in Jezus gaan geloven, en daardoor zijn jullie nu levende stenen. Samen zijn jullie Gods tempel.’ Samen zijn we een plek waar God woont, waar God dichtbij is – dát is waar we aan bouwen. Het gaat niet om jouw koninkrijkje, jouw levensproject waar je aan bouwt, maar om Jezus die in jouw leven wil zijn. En dat is precies wat jij, Michelle, vandaag belijdt: dat het om Jezus gaat en dat jij van hem houdt en dichtbij hem wilt zijn.
Maar hoe bouw je dan? Want wij hebben natuurlijk geen murenbouwers nodig. Hoe kun je dan meedoen? In Nehemia 3 staat meerdere keren dat iemand het gedeelte van de muur tegenover zijn eigen huis herstelt. En dat vind ik wel mooi! Er zit iets in van dat je gewoon in je eigen omgeving bouwt – dat je gewoon christen bent op de plaats waar je toch al bent.
Je kunt bouwen aan een plek waar God woont heel moeilijk maken, waar je veel over moet praten en lang over moet nadenken, maar zo moeilijk hoeft het helemaal niet te zijn! Je bouwt niet alleen als je een officiële taak in een kerk hebt, maar ook als je voor iemand bidt en als je iemand liefde doorgeeft. Als kerk hebben we niet allereerst professionals nodig -al hoop ik zeker dat ik iets nuttigs aan deze kerk toevoeg- maar wat we vooral nodig hebben: mensen die geloven, mensen die bidden, mensen die liefde hebben, mensen die bemoedigen, mensen die troosten, mensen die zegenen. Mensen die gewoon christen zijn op hun eigen plek – die dat gewoon dóen. Zo iemand ben jij ook, Michelle. Volgens mij kun jij dat heel goed: iemand bemoedigen, iemand troosten, voor iemand bidden. En je mag ook bijna jouw getuigenis delen – waarvan ik nu al weet dat het een zegen is voor ons allemaal om dat te horen.
3. Jouw talent
We hebben het wie gehad, het wat en het hoe. Iedereen, wie je ook bent, kan aanpakken in Gods koninkrijk. Samen bouwen we aan een plek voor God. En dat doe je gewoon met wie je bent.
En dat is de vraag waar ik mee afsluit. Wie ben jij, hoe kun jij je steentje bijdragen in Gods koninkrijk? Wat is jouw talent –hoe kun je dat voor God gebruiken? Doe dat vooral ook – wees een aanpakker! En nogmaals: maak het niet te moeilijk, maar dien God gewoon met wie je bent op je eigen plek – laat je hart een plek zijn waar God woont en bouw mee voor God. Amen.
