Galaten 3 | Genade: het hele verhaal

Inleiding

Vandaag wil ik beginnen met een filmpje dat ik hier al eens eerder heb laten zien: kijk maar mee. https://youtu.be/vcijTdGDWYA

Hij blijft mooi – vind ik. Het is een mooi beeld van wat geloof is: geen kwestie van mooie praatjes, maar van vertrouwen – geloven dat God doet wat hij belooft, en daar je keuzes door laten bepalen.

Afgelopen week, toen ik voorstudie deed voor vanochtend, kwam ik meneer Blondin weer tegen in een boek. Meestal bedenk ik mijn voorbeelden zelf, maar deze vond ik zo treffend dat ik hem graag aan jullie doorgeef.

Stel je voor: jij zit in die kruiwagen. De eerste meters vind je het misschien nog supereng, maar jullie komen vooruit. Na een paar meter besef je: Blondin heeft alles onder controle – relax! Je bestudeert Blondin eens goed, je ziet hoe hij zijn voeten op het touw zet, hoe zijn hele lichaam meedoet om jou en zichzelf in evenwicht te houden. En je denkt: ‘het ziet er eigenlijk best makkelijk uit.’ Halverwege is je zelfvertrouwen naar ongekende hoogten gestegen: ‘zeg Blondin, stop eens, dan kan ik uitstappen – de tweede helft loop ik zelf wel…’

Ik hoop dat jullie het met me eens zijn: dat is wel het aller- aller- allerdomste wat je kunt doen! Toch is dat precies wat Paulus de Galaten verwijt: jullie begonnen met vertrouwen op God, maar halverwege stappen jullie uit om op jezelf te vertrouwen. Jullie begonnen met genade, maar gaan verder met de wet. Maar genade is niet het ABC van het christelijk geloof, het is het christelijk geloof van A tot Z – genade is het hele verhaal! Laten we het lezen: Galaten 3.

1.   Verleidelijke regels

Ik kan me voorstellen dat je de draad een beetje bent kwijtgeraakt, en de argumenten van Paulus niet helemaal volgt. Niet? Nou, ik wel! Dus laten we eens beter kijken wat hier aan de hand is.

In Galaten 3 speelt dezelfde discussie als daarvoor. In het kort: het draait om de vraag of nieuwe christenen Joods moeten worden. De mensen aan wie Paulus schrijft, christenen in Galatië, Turkije, zijn niet grootgebracht met het geloof in de God van Israël. Paulus is de eerste die hen over deze God en zijn Zoon Jezus Christus vertelde. Onder Paulus’ begeleiding kwamen ze tot geloof, en daarna trok Paulus verder om ook in andere streken over Jezus te vertellen. Na Paulus kwamen er andere christenen. Hun boodschap: ‘jullie zijn nu christen geworden, dan wordt het ook tijd om volgens de Joodse wet te gaan leven.’ Voor deze jonge christenen klinkt dat overtuigend, dus laten de mannen zich besnijden en eet iedereen voortaan koosjer. Als Paulus hier van hoort, wordt hij woedend, en schrijft deze emotionele brief.

Paulus knalt er weer lekker in: ‘Domme Galaten, zijn jullie helemaal gek geworden?! Zijn jullie betoverd ofzo?’ Even een zijstraatje: Galaten zijn van oorsprong Kelten, die van West-Europa naar Turkije zijn getrokken. Ja, ook toen al verhuisden hele volksstammen – dat is niets nieuws. Wij kennen de Kelten denk ik het beste van Asterix en Obelix en de fantastische toverdrank van hun druïde. Dat is natuurlijk allemaal fantasie,  maar Kelten hadden wel degelijk druïden, en waren met betoveringen en toverdranken bezig. Daar verwijst Paulus naar, als hij vraagt: ‘wie heeft u betoverd?’

Want de Galaten zijn gevallen voor de verleiding van regels. Of het nu regels over het besnijden van mannen en jongens zijn, regels over eten en tafelmanieren, of regels over feestdagen en vasten: de Galaten smullen ervan!

Waarom?! Aan de ene kant omdat ze de beroerdste niet zijn. Als andere christenen, die jouw God al veel langer kennen dan jij, moeite hebben met jouw manier van leven, en jou vragen hen terwille te zijn door je aan een aantal regels te houden, wie ben jij dan om daar tegenin te gaan? Het is toch juist goed elkaar geen aanstoot te geven? Bovendien zijn regels toch ook gewoon een logische vervolgstap? Elke godsdienst heeft regels – dat hoort er gewoon bij.

Maar het is meer. De Galaten voelen dat het tijd wordt om op eigen benen te gaan staan. Vergelijk het maar met het verkeer. Als kind houdt het een keer op dat je ouders je overal naartoe brengen: op een gegeven moment wordt het tijd zelfstandig aan het verkeer mee te doen. Dat is het gevoel dat de Galaten hebben: we konden meerijden met Jezus, maar willen we groeien als zelfstandige christenen, dan moeten we nu toch echt zelf stappen gaan zetten. En regels zijn daarbij een fantastisch hulpmiddel.

Die aantrekkingskracht van regels is volgens mij nog springlevend. Wij hebben behoefte aan duidelijkheid, en regels zijn zo heerlijk duidelijk. Bijvoorbeeld als je jong bent, of als je net christen bent – dan is het heerlijk als gewoon duidelijk is: dit mag wel, dat mag niet, als je christen bent hoor je je zo te gedragen. Dat is volgens mij ook een van de aantrekkelijke kanten van de islam: het is volstrekt duidelijk hoe je je hebt te gedragen. Gebedsvoorschriften, kledingvoorschriften, eetvoorschriften: het is allemaal zo lekker duidelijk!

Trouwens, gevorderde christenen kunnen die behoefte aan duidelijkheid  net zo goed hebben. Ik vang wel eens geluiden op als: ‘in andere kerken durven ze tenminste te zeggen waar het op staat.’ Laten we elkaar niet te vrij, en is dat wel eerlijk? Moeten we niet gewoon zeggen: als je christen bent, verwachten we dat ook aan je te zien. Dat betekent in ieder geval… Ik noem maar wat: -een christen neemt elke dag een half uur stille tijd -een christen geeft minstens 10% van zijn inkomen aan goede doelen -een christen doet niet mee aan een loterij -een christen leest geen Harry Potter -een christen doet op zondag geen boodschappen. Jullie kunnen vast nog wel meer bedenken.

Ergens zijn dat soort regels heel prettig. Dan weet je namelijk precies waar je aan toe bent. We willen graag weten of we nog een beetje op de goede weg zitten, en regels maken dat lekker concreet. Je kunt ze afvinken: check, check, check. En dan kom je erachter dat je het er nog niet eens zo heel beroerd vanaf brengt, het is toch op zijn minst een zesje, en je krijgt direct wat handreikingen voor hoe je jezelf als christen verder kunt verbeteren.

2.   Genade: het hele verhaal

Regels zijn heel aantrekkelijk, maar Paulus veegt er de vloer mee aan. Regels zijn niet het logische vervolg op genade, het wordt voor de Galaten nu niet eens tijd om op eigen benen te gaan staan. Dat staat gelijk aan midden op het koord uit de kruiwagen stappen – het is dodelijk! Paulus zegt: ‘bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest?’ Genade is niet voor het begin van je leven als christen, om vervolgens met regels verder te kunnen groeien: genade is het hele verhaal!

Paulus maakt een heel duidelijk tegenstelling: óf je gelooft het goede nieuws van Jezus, óf je volgt de Joodse regels. Maar je kunt niet van twee walletjes snoepen! Kiezen vóór het ene is kiezen tégen het andere. Want ga je regels invoeren, of het nu de Joodse regels zijn, of regels voor christenen vandaag, dan zet je de genade aan de kant. Je gaat vertrouwen op hoe goed jij je aan de regels weet te houden, je gaat denken dat je het er nog best aardig vanaf brengt, je gaat denken dat God aan jou echt een goede kracht heeft. Je zelfvertrouwen stijgt naar ongekende hoogten, en voor je het weet denk je het zelf te kunnen, heb je God niet meer nodig, en stap je uit de kruiwagen. En zo bedoel je het misschien niet eens, maar het gebeurt wel! Je maakt van God iemand bij wie genade geen echte genade is, iemand voor wie je je moet bewijzen, en die ongeduldig zit te wachten tot je het zelf kunt. In werkelijkheid stort Jezus nog liever zichzelf in de afgrond, dan dat hij jou uit de kruiwagen laat stappen.

Verder willen groeien met de regels is een Geestdodende bezigheid. Paulus vraagt retorisch: ‘geeft God u de Geest omdat u de wet naleeft? Of omdat u luistert en op God vertrouwt?’ Als wij willen dat de heilige Geest uit Menorah verdwijnt, dan is dit het simpele recept: voer regels in, ga lekker op jezelf vertrouwen. Wetticisme, regels, regels en nog meer regels:  het is een grote vijand voor het werk van de Geest.

En ja, dat betekent inderdaad dat dingen wel eens onduidelijk zijn. Dat het zelfs zo kan zijn dat wat in de ene situatie een verwerpelijke zonde is, in de andere situatie juist zeer gewenst is. Neem bijvoorbeeld die besnijdenis van jongens en mannen. In Galatië is dat niets minder dan een aanval op het hart van het evangelie, maar in Handelingen 16 heeft Paulus er geen enkel probleem mee Timoteüs te besnijden. Blijkbaar maakt de situatie nogal verschil! Iets vergelijkbaars kun je denk ook zeggen over Harry Potter. Daar moet je geen algemeen geldende regel van maken. Ik kan me goed voorstellen dat die boeken voor sommige christenen hun geloof bedreigen, bijvoorbeeld als je een verleden hebt met occultisme: dan moet je er van wegblijven. Voor mij geldt dat niet: voor mij is Harry Potter door en door christelijk, en ik heb in de Harry-Potter-boeken meer over Jezus geleerd dan in sommige dikke theologische pillen. Wat voor de een goed is, is voor de ander fout. Ik denk dat je dat ook kunt zeggen  over de vraag of vrouwen in de kerk ambtsdrager kunnen worden: in de ene situatie (bijvoorbeeld in het oude Griekenland) gaat dat tegen Gods wil in, terwijl het in een andere situatie best Gods wil kan zijn.

Dát is Galaten 3 – …vers 1 tot 5. Daarmee is het belangrijkste van dit hoofdstuk gezegd. Het vervolg van het hoofdstuk, dat ingewikkelde deel, gaat over de vraag: ‘ja, maar… de Joodse regels zijn niet zomaar regels – God heeft ze zelf gegeven! Paulus, wil je dan het hele Oude Testament, alles wat we tot nog toe van God gekregen hebben in de oudpapiercontainer gooien? Heb je dan geen respect voor wat God zelf ons gezegd heeft?!’ Kijk, de regels bij ons, die komen meestal niet rechtstreeks uit de bijbel. De Joodse regels wel – dus logisch dat Paulus daar iets over moet zeggen: hoe wil hij nog bijbel lezen?

Heel kort gezegd: volgens Paulus was dit altijd al Gods plan. De bijbel begint niet bij Mozes, begint niet bij de wet. Al veel eerder, 430 jaar om precies te zijn, sloot God zijn verbond met Abraham – de stamvader van alle Joden. Maar denk niet dat Abraham volgens de Joodse regels leefde: daar had hij nog nooit van gehoord, want ze waren er nog niet eens! En júist bij Abraham wordt al duidelijk dat God veel grotere plannen heeft, dan alleen Israël: God wil dat door Israël alle volken gezegend worden – precies wat door Jezus gebeurt! En de wet? Die kwam later en is altijd bedoeld geweest als tijdelijke maatregel. De wet heeft zijn diensten bewezen, maar nu Jezus is opgestaan mag de wet met pensioen.

3.   Christelijke vrijheid

Als je op zoek bent naar duidelijkheid, klinkt dat misschien als slecht nieuws: hoe weet je dan nog waar je aan toe bent? Maar je kunt ook weer niet zeggen dat Paulus onduidelijk is, en niet durft te zeggen waar het op staat. Paulus is juist heel duidelijk: vertrouw alleen op God, vertrouw alleen op zijn genade, en laat je niet vangen door de schijnveiligheid van regels. Dat is christelijke vrijheid.

Christelijk vrijheid betekent niet: doe maar wat je wilt, alles mag, er is geen grens. Paulus heeft het al over de heilige Geest, en in het vervolg van de brief gaat hij ook vertellen over hoe de heilige Geest jouw leven verandert. Die Geest zal je ook duidelijk  maken hoe in jouw situatie een leven voor God eruit ziet. Dus dit is geen pleidooi voor totale losbandigheid en ook niet om het maar niet meer over ‘Gods wil voor ons leven’ te hebben.

Christelijke vrijheid betekent: ga steeds terug naar het evangelie. Regels veranderen je niet, regels laten je niet verder groeien als christen. Het goede nieuws van Jezus verandert je wel! En wil je groeien, dan moet je daar steeds weer naar terug gaan. Steeds weer ontdekken dat je alles van God krijgt, en dat je daar zelf op geen enkele manier iets aan kunt toevoegen. Met al onze pogingen zelf verder te komen op basis van regels duwen we alleen maar de heilige Geest uit ons leven weg.

De Geest verandert je hart. Je kunt je aan alle regels houden,  van buiten ziet het er allemaal prachtig uit, maar je houdt niet van Jezus. Dan ís het niks! Maar als je vertrouwt op God, dan gaat je hart veranderen. En dan kun je niet meer op dezelfde manier verder leven. Daar laat Paulus iets van zien in vers 28: ‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.’ Oftewel: je gaat stoppen met onderscheid maken, tussen ‘jouw soort mensen’ en de rest van de wereld. Je gaat stoppen met je beter voelen –  of het nu is om je afkomst, je sociale status of je sekse. Want Gód wil alle mensen zegenen! Hij is een God van genade. Dát is het hele verhaal. Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: