Heb je wel eens getrakteerd omdat God een gebed van je heeft verhoord? In Psalm 116, een van de Paaspsalmen, gebeurt het!
Inleiding
Als kind was ik altijd 2 keer jarig. Dat zit zo: ik ben midden in de zomervakantie jarig, en in de zomervakantie kun je je verjaardag natuurlijk niet op school vieren. Dus was ik op school een paar weken voor de vakantie al jarig: ik kreeg een mooie feestmuts op, mijn klasgenoten gingen voor mij zingen, én ik mocht trakteren. Mijn klasgenoten kregen een ijsje, en daarna ging ik de klassen rond om elke meester en juf op een plak huisgemaakte cake te trakteren, en een sticker te scoren voor op mijn verjaardagskaart.
Trakteren – daar wil ik het even over hebben. Misschien een beetje een pijnlijk onderwerp nu, want op veel scholen wordt deze weken even niet getrakteerd vanwege corona. Maar wellicht komt er nog een inhaalmoment – en dan ben je, net als ik, 2 keer jarig. Trakteren is een manier om anderen te laten delen in hoe blij je bent, en daardoor voel je jezelf nog blijer. Ik glunderde in ieder geval als ik zag hoe iedereen smulde van mijn ijsjes.
Er zijn natuurlijk allerlei gelegenheden waarbij je zou kunnen trakteren: als je jarig bent, als je een broertje of zusje krijgt, als je een diploma hebt gehaald, als je een baan krijgt, als je gaat trouwen, als je met pensioen gaat, enzovoort. Maar heb je ook wel eens getrakteerd omdat God een gebed van je heeft verhoord? Ik nog nooit! Misschien vind je het ook maar een vreemd idee… Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe logischer het klinkt: waarom zou je het niet doen?! In Psalm 116 gebeurt het. Nee, het woord ‘trakteren’ komt er niet in voor, maar het gaat wel over het vieren van een verhoord gebed en de offermaaltijd die daarbij hoort – en dat was wel een soort traktatie. We gaan ernaar luisteren: Psalm 116.
1. 4e Paaspsalm
Psalm 116 is de 4e Psalm in het zogeheten Hallel of Egyptisch Hallel. Al een paar weken luister ik met jullie naar deze Psalmen. Binnen de 150 Psalmen vormen Psalm 113-118 een kleine collectie. Ik heb het al eerder vergeleken met een kast vol cd’s: als de Psalmen een cd-kast zijn, dan staan Psalm 113-118 op één cd. Deze cd, die het Hallel heet, oftewel: lofliederen, is het Paasalbum van de Psalmen.
Deze cd werd uit de kast getrokken als de Joden het Pesachfeest gingen vieren. Dat feest werd met een grote symbolische maaltijd gevierd, dan doen Joden trouwens nog steeds, het heet nu de ‘sedermaaltijd’, en rondom die maaltijd werden Psalm 113-118 gezongen: 113 en 114 aan het begin, en 115-118 aan het einde. Ook in de tijd van Jezus gebeurde dat al. Dat betekent dat Jezus deze liederen op zijn laatste avond gezongen heeft! Want die avond hield Jezus met zijn vrienden die Pesachmaaltijd. Deze Psalmen, dus ook Psalm 116, zijn voorgoed verbonden met de herinnering aan deze avond, maar het zijn ook de liederen die Jezus nog in zijn hoofd had aan het kruis.
Dat Pesachmaal zou je best een traktatie kunnen noemen. Het was een uitgebreide maaltijd, dus het is niet zo gek dat Jezus Petrus en Johannes vooruit stuurt om de voorbereidingen voor die maaltijd te treffen: daarvoor hebben ze wel even in de keuken gestaan! Deze maaltijd is wel even wat anders dan snel een patatje naar binnen schuiven, al blijf ik dat ook een heerlijke traktatie vinden. Maar dit is een serieuze feestmaaltijd met allerlei symbolische onderdelen waar echt de tijd voor werd genomen. Het was wat bijzonders, om het feest van bevrijding te onderstrepen: zo’n feestelijke maaltijd maakt het veel makkelijker om de vreugde van de bevrijding ook echt mee te beleven. Net als een traktatie dus.
Met zijn vrienden geniet Jezus van dit feest, maar dit jaar is het anders dan andere jaren. Jezus weet dat dit de laatste ‘gewone’ momenten met elkaar zijn, dat hij vanavond wordt opgepakt, en dat morgen de doodstraf over hem wordt voltrokken. De komende 72 uur zijn allesbepalend voor het lot van de mensheid, en dat lot ligt in Jezus’ handen.
Op de drempel van deze dramatische ontknoping, met achter zich de maaltijd van bevrijding, en voor zich de zwaarste strijd die je maar kunt bedenken, zingt Jezus met zijn vrienden Psalm 116, of eigenlijk 115-118, want die werden in een keer achter elkaar door gezongen. Psalm 115 eindigt met: ‘niet de doden loven de Heer / wij zijn het, wij zegenen de Heer.’ En zo loopt het naadloos over in Psalm 116, een dankbaar lied van iemand die de dood heeft aangekeken, maar door God werd gered.
2. Bevrijding vieren
Ik wil met jullie vanuit 3 hoeken naar deze Psalm luisteren: eerst de Psalm op zich – wat is het voor lied? Daarna de Psalm als Psalm van Jezus: wat kan deze Psalm voor Jezus betekend hebben? En als laatste de Psalm als Psalm voor jou: wat kan de Psalm na het kruis van Jezus voor jou betekenen?
Eerst de Psalm op zich. Psalm 116 is geschreven door iemand, we weten niet wie het is, die diep in de problemen zat, zo diep dat hij dacht dat hij zou sterven. Veel concreter wordt het ook niet. In mensen is deze persoon zwaar teleurgesteld: ‘geen mens die zijn woord houdt’. Hij heeft iets te veel slechte ervaringen met mensen, die vrienden lijken te zijn, maar hem laten vallen als het erop aan komt. Diep in de problemen staat hij er dus moederziel alleen voor. Maar hij weet ook dat God anders is dan mensen: ‘hij luistert naar mij!’ Dus roept hij in zijn angst voor de dood: ‘Heer, red toch mijn leven!’ En God doet het – hij haalt de dichter is bij de dood vandaan.
Dit lied is bedoeld als bemoediging: ‘moet je horen: God is goed. Ik was bijna dood, maar toen ging ik bidden, en God heeft naar mij geluisterd – kijk maar: ik ben zo levend als wat!’ Het is een getuigenis: iedereen moet weten wat God gedaan heeft. Ik vind dat mooi: dat als je gebed verhoord wordt, dat je dat dan ook met anderen deelt – als aanmoediging om altijd te blijven bidden. Nee, God verhoort niet alle gebeden, en dat brengt soms heel lastige vragen met zich mee, maar het is niet goed om daarom maar te doen alsof God niet naar onze gebeden luistert: dat doet hij wel! En als je dat ervaart, dan mag je dat ook delen!
De dichter van Psalm 116 gaat nog een stapje verder: ‘hoe kan ik de Heer vergoeden wat hij voor mij gedaan heeft?’ Dat klinkt misschien een beetje berekenend: ‘nu moet ik God terugbetalen,’ maar daar gaat het helemaal niet om. De dichter is zó blij dat hij graag iets voor God wil doen! Daarom brengt hij God een dankoffer: hij kocht een mooi lam voor God. Bij zo’n dankoffer ging het lam niet in vlammen op: het werd uitgedeeld, als traktatie, aan de mensen die erbij waren. ‘God heeft mijn gebed verhoord – en daarom trakteer ik!’ Op die manier delen nog veel meer mensen in jouw vreugde, krijgt God nog veel meer eer dan wanneer je alleen ‘dank u wel’ zou zeggen. En voor jezelf ervaar je het nog sterker: God heeft me gered. Net als ik me extra jarig voelde als ik mijn klasgenoten zag genieten van mijn traktatie.
Déze Psalm zong Jezus dus, de avond voor zijn sterven. En sommige passages zijn heel toepasselijk. ‘Banden van de dood omknelden mij, angsten van het dodenrijk grepen mij aan.’ Dat is geen woord te veel gezegd. Later die avond, in de tuin van Getsemane, zegt Jezus tegen zijn drie beste vrienden: ‘ik voel me dodelijk bedroefd, blijf hier met mij waken’. Jezus, voor wie ze zoveel bewondering hadden, die met elke situatie raad leek te weten, die Jezus is nu doodsbenauwd. En net als in Psalm 116 roept hij God: ‘red toch mijn leven!’
Ook de eenzaamheid van Psalm 116 past precies bij Jezus: werkelijk iedereen laat hem vallen. Die drie beste vrienden laten hun doodsbange meester alleen: ze vallen in slaap, in plaats van dat ze Jezus steunen. Vervolgens komt een andere vriend opdagen, Judas, een van de 12 met wie Jezus alles deelde. Maar Judas is overgelopen en verraadt zijn meester. ‘Geen mens is te vertrouwen.’
Tot zover past Psalm 116 prima. Maar verder is de Psalm wel erg vrolijk voor iemand die weet dat hij morgen gekruisigd wordt. ‘U hebt mijn leven ontrukt aan de dood’ – maar over 24 uur is Jezus toch echt dood. ‘Met pijn ziet de Heer de dood van zijn getrouwen’ – maar aan het kruis grijpt God niet in. Hoe kreeg Jezus deze woorden over zijn lippen? Want ik geloof er niets van dat Jezus zijn mond maar even gehouden heeft, of met gekruiste vingers achter zijn rug gezongen heeft, omdat hij dit lied niet helemaal kon meemaken. Jezus hééft dit gezongen, met overtuiging.
Want voor Jezus is deze Psalm een getuigenis vooruit. Jezus staat er nog voor, zijn doodstrijd moet nog komen, maar Jezus is er zo zeker van dat God hem zal redden, dat hij vanavond al durft te zingen dat God hem hééft gered. Deze avond getuigt Jezus al van zijn bevrijding van de dood.
En zijn bevrijding is onze bevrijding! Daarom is Psalm 116 een Psalm voor jou. Jezus stierf niet zomaar – hij deed het om jou te redden! Daarom is er alle reden om Psalm 116 te zingen. Door wat Jezus heeft gedaan, heeft deze Psalm een heel nieuwe lading gekregen. Elke volgende keer dat Jezus’ vrienden deze Psalm zingen, denken ze terug aan deze dagen, aan hoe God alles op het spel zette om hen te redden.
Neem dat zinnetje: ‘met pijn ziet de Heer de dood van zijn getrouwen.’ God wil de dood niet – dat heeft hij nooit gewild. Maar door Jezus wordt duidelijk hoe erg God onze dood niet wil: dan gaat hij liever zelf de dood in, om daar met de dood af te rekenen. Hij red je niet alleen ‘van’ de dood, maar zelfs ‘uit’ de dood! En soms kun je dat ook heel sterk ervaren: dat Jezus jou gered heeft, dat Jezus jou bij de dood vandaan heeft gehaald en dat jij door Jezus een ander mens bent geworden. Dan mag je uit volle borst deze Psalm zingen!
3. Trakteren
Maar deze Psalm is niet alleen een Psalm om te zingen, het is ook een Psalm om te doen. Als je zingt dat je God een dankoffer brengt, doe dat dan ook! Nee, een lam naar de tempel brengen, dat gaat hem niet worden. Maar wat let je om te trakteren, en zo samen te vieren dat God luistert?!
Dus ik wil je graag uitdagen: de volgende keer dat een gebed van jou verhoord wordt, of dat je ervaart dat Jezus jou gered heeft, dat je door hem een nieuw mens bent, laat dat moment dan niet onopgemerkt voorbij gaan! Sta er even goed bij stil en laat anderen in je vreugde delen. En trakteren is een heel mooie manier daarvoor. Dus ik neem me voor: de volgende keer dat ik ergens voor bid, en God verhoort het, dan ga ik trakteren.
Ook samen, als kerk, mogen we trakteren. Wat hebben we veel van God gekregen! Laten we dat niet voor onszelf houden, maar het vieren. En als je iets viert, dan hoort daar gewoon eten bij. Over 2 weken vieren we Pasen. Het liefst zou ik een groot paasontbijt houden waar we ook de buurt en onze eigen buren voor zouden uitnodigen – omdat we hen willen laten delen in onze feestvreugde. Dat wordt dit jaar coronatechnisch een beetje lastig, maar thuis uitnodigen kan wel. Laten we trakteren – want Jezus heeft ons bevrijd! Amen.
