God redt, op zijn manier. Dat is niet de manier van een snelle oplossing voor al onze problemen, niet de manier van instant geluk. Het is de manier van het kruis, de manier van God die zichzelf geeft om jou te redden.
Inleiding
Ik kom er vandaag direct maar in met een stevige vraag: wat heb jij deze week van God gemerkt? Misschien vind je dat een superongemakkelijke vraag… Dan stelt het je misschien een beetje gerust dat ik dat ook vind. Toch mag je er even over nadenken, dat ga ik ook doen. Dus even een denkpauze: wat heb jij deze week van God gemerkt?
Dit was vooral als denkoefening voor jezelf bedoeld, maar misschien heb je zo iets moois met God meegemaakt, dat je het nu met ons delen wilt ook – dat mag! Of je wilt even zeggen dat je het een onmogelijke vraag vond – dat mag ook!
Ik zei al: ik vind dit soort vragen best ongemakkelijk. Dat is omdat ik er vaak geen antwoord op weet. ‘Tja, wat heb ik eigenlijk van God gemerkt…’ Ik probeer dan even terug te spoelen door de afgelopen week, maar ik kan echt niet altijd dingen aanwijzen waarvan overduidelijk is dat ik er iets van God heb gemerkt. Aan de andere kant: ik leer ook steeds meer dat het antwoord op die vraag helemaal niet spectaculair hoeft te zijn. Een toevallige ontmoeting kan ook iets van God zijn. Of een goed gesprek. Of een moment in een film. Ik leer God steeds meer op te merken in dat soort kleine dingen.
Ik denk dat het goed is te oefenen in God opmerken. Tegelijk: als je niets met God hebt, zullen die kleine dingen je ook niet overtuigen. ‘Jij ziet dat als iets van God, ik zie dat als een mooi toeval.’ Het blijft een lastige vraag: wat merk je nu eigenlijk van God? Psalm 115 gaat daarover: waarom zou je God vertrouwen als je niets van hem merkt? Laten we naar die Psalm luisteren.
1. 3e Paaspsalm
Psalm 115 is de 3e Psalm van het zogeheten ‘Hallel’, de Psalmen die de Joden zongen rondom de Pesachmaaltijd, de maaltijd waarbij ze vierden dat God hen uit Egypte had bevrijd. Ook in de tijd van Jezus was dat de gewoonte, en de avond voor zijn arrestatie, berechting en kruisiging vierde Jezus nog één keer met zijn leerlingen de Pesachmaaltijd. Oftewel: deze Psalmen, Psalm 113-118, heeft Jezus op zijn laatste avond gezongen. Dit zijn de liederen die in Jezus’ hoofd naklonken toen hij aan het kruis hing. Daarom luisteren we tot Pasen naar deze liederen.
Ze liggen, want bij deze maaltijd zit je niet, aan tafel: Jezus en zijn vrienden. Aan het begin van de maaltijd werd een vast stramien gevolgd, met allerlei symbolische onderdelen om de bevrijding uit Egypte opnieuw te beleven, maar inmiddels wordt het hoofdgerecht gegeten en worden intussen allerlei gesprekken gevoerd. Er wordt gegrapt, iemand verslikt zich in zijn wijn, er wordt gelachen, maar er passeren ook heel serieuze onderwerpen. Jezus probeert aan te kaarten dat hij zal vertrekken, je kunt het verslag van dat tafelgesprek teruglezen in Johannes 14, maar de vrienden vinden het maar een verwarrend verhaal. Ongemerkt vliegt de avond voorbij.
Tot iemand, waarschijnlijk Thomas, want hij is de realist van het stel, een blik op zijn horloge werpt. ‘niet te geloven, is het alweer zo laat? Tijd om af te ronden, jongens!’ En daar komt het vaste stramien weer om de hoek kijken: er wordt een dankgebed uitgesproken, de laatste beker wijn wordt gedronken en de lofzang wordt gezongen: Psalm 115-118. Zo wordt het in Matteüs 26 ook beschreven: Jezus spreekt het dankgebed uit, reikt de beker aan die voortaan staat voor zijn bloed, en als afsluiting zingen ze samen de lofzang. Die lofzang begint dus met de Psalm van vandaag: 115.
Psalm 115 wordt dus gezongen op een overgangspunt. De afgelopen uren vierden ze dat God een God is die bevrijdt, en waren ze even bij de uittocht uit Egypte, maar zometeen lopen ze weer naar buiten, laten ze de bevrijding uit Egypte achter zich, terug naar het nu, naar de harde dagelijkse realiteit. En dat is even schakelen! Net als wanneer je in een kerkdienst je heel dicht bij God voelt, maar dat gevoel op maandag alweer ver weg kan zijn, omdat in de dagelijkse realiteit Gód ver weg lijkt.
Zo is het voor Jezus en zijn vrienden ook: als ze de deur van de feestzaal achter zich dichtrekken, stappen ze de harde wereld weer in. Een wereld waar de Romeinen de baas zijn, waar de Joden net als in Egypte overheerst worden. Bovendien, maar dat realiseert alleen Jezus zich, vormen de Joodse leiders een veel grotere bedreiging. Dit wordt geen nacht van bevrijding – dit wordt de nacht van verraad, arrestatie en spot. In die wereld lijkt God heel ver weg.
2. God redt op zijn manier
Op de drempel die wereld in klinkt Psalm 115. Het begint direct met de vraag: ‘waar is die God? Waarom zou je al je vertrouwen stellen op een God waar je grote verhalen van vroeger over kunt vertellen, maar waar je vandaag weinig van merkt?’ Daarop geeft Psalm 115 antwoord: omdat God niet op onze manier werkt, maar op de zijne – God redt op zijn manier!
Je kunt Psalm 115 vergelijken met een broodje hamburger. Nu hoop ik maar dat je van broodjes hamburger houdt, anders wordt dit geen aantrekkelijke vergelijking. Zo’n broodje hamburger is opgebouwd uit een aantal lagen: de buitenste lagen zijn het broodje, een laag naar binnen heb je groente en saus, en dan in het hart van het broodje heb je de hamburger zelf, of als je het liever plantaardig houdt: een vegaburger.
Psalm 115 is net zo opgebouwd. Je ziet dat het beste als je de tekst van de Psalm er even bij pakt. De buitenste laag, het broodje, is het begin en het slot van de Psalm, waar het gaat over God de eer geven. Deze stukken lijken op elkaar, rijmen een beetje: in het begin heb je ‘niet ons’, en aan het einde ‘niet de doden’. Ga je dan een laag naar binnen, de groente en saus dus, dan gaat het over de macht die andere goden niet hebben, maar God wel. Vers 4-8 gaan over dat afgoden niets kunnen, en daar tegenover staan vers 12-16 over dat Gods wél zegent. Daar tussenin, vers 9-11, vindt je het hart van de Psalm, de vegaburger. Daar wordt 3 keer de oproep gedaan: ‘vertrouw op de Heer.’
‘Vertrouw hem maar!’ – dat is het hart van Psalm 115. Maar iemand vertrouwen waar je niet zoveel van merkt – dat is moeilijk. Het is veel makkelijker iemand te vertrouwen die precies doet wat je verwacht. In het geval van God: dat als je hem te hulp vraagt, dat hij je dan ook direct te hulp schiet. Maar zo werkt God niet: bij hem kun je geluk niet afdwingen. Dan kun je proberen je geluk ergens anders te zoeken, in Psalm 115 heten dat ‘goden’, en zo hebben ook wij onze manieren om geluk af te dwingen, maar dan zegt Psalm 115: je houdt jezelf voor de gek! De enige die echt geluk kan geven, die echt kan redden, is God. Maar dat doet hij wel op zijn manier, ‘hij doet wat hem behaagt’ staat in vers 3, dus niet op jouw manier.
Wat is die manier dan? Gods manier om jou te zegenen – dat is het kruis! En daarmee komen we weer bij Jezus. Jezus heeft dit lied, samen met zijn vrienden, gezongen op zijn laatste avond. Net als de vorige liederen, Psalm 113 en 114, krijgt ook Psalm 115 hiermee een heel nieuwe lading. Het is een Psalm van Jezus, een Psalm die met Jezus meegaat in de weg die hij nu gaat.
Na de Pesachmaaltijd maken ze een wandeling, naar de tuin van Getsemane. Jezus weet dat het zijn laatste vrije uren zijn, en de spanning wordt hem bijna te veel. Daarom gaat hij bidden: ‘Vader, alstublieft, ik wil niet, ik durf niet! Kunnen we deze missie niet afbreken?’ Maar dan is hij even terug in de eetzaal en hoort zijn vrienden hem toezingen: ‘niet ons Heer, niet ons, geef uw naam alle eer (…) God doet wat hem behaagt.’ En Jezus bidt: ‘het gaat niet om mij, maar om u, ik zal het doen zoals u het wilt.’
De volgende dag hangt Jezus tussen hemel en aarde, en alsof dat kruis nog niet erg genoeg is, wordt Jezus er bespot – het staat in Matteüs 27. ‘Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is.’ De woorden snijden in Jezus’ ziel, zoals de gesels eerder die dag in zijn rug sneden. Maar weer is Jezus even terug in de eetzaal van gisteravond, en hoort Petrus, Johannes, Jakobus en de anderen zingen: ‘Waarom zeggen de volken: waar is die God van hen?’ Ja, dat is precies wat ze nu Jezus vragen! En Jezus luistert verder: ‘Israël, vertrouw op de Heer – hun hulp is hij, hun schild.’ Ja, hij heeft zijn vertrouwen op de Heer gesteld, daar hebben zijn bespotters helemaal gelijk in. Maar zij hebben Psalm 115 toch ook gezongen? Ze weten toch dat God het op zíjn manier doet?! Jezus weet het wel – en het geeft hem rust.
Dat vertrouwen lijkt misplaatst: God komt Jezus niet redden van het kruis. Maar 2 dagen later wel van het graf! En misschien dat ook toen Jezus’ gedachten even teruggingen naar donderdagavond, en zijn zingende vrienden. ‘De Heer gedenkt en zegent ons.’ God is Jezus niet vergeten – God heeft hem gered op zíjn manier!
En niet alleen Jezus: God redt óns, op zijn manier. Dat is niet de manier van een snelle oplossing voor al onze problemen, niet de manier van instant geluk. Het is de manier van het kruis, de manier van God die zichzelf geeft om jou te redden. Eerlijk gezegd ken ik geen mooier verhaal dan dit verhaal van Jezus. En als ik diep getroffen wordt door andere verhalen, dan is dat vaak omdat ze iets van dat verhaal van Jezus in zich hebben. De manier van God is de mooiste manier!
3. Werk aan vertrouwen
In 1 zin zou ik Psalm 115 zo samenvatten: God redt op zijn manier – vertrouw daar maar op! Vertrouwen: dat was het hart van de Psalm. Maar aan vertrouwen moet je ook werken.
Ik heb al vaker gezegd dat je iemand meer vertrouwt als je iemand leert kennen. En je leert iemand kennen door met hem of haar om te gaan. Dus wil je op God vertrouwen, ga dan met hem om! Net als Jezus: regelmatig lees je dat hij tijd neemt voor zijn Vader. Jezus bidt, Jezus vast, Jezus lééft met de bijbel van toen. Zo kan hij zelfs aan het kruis vertrouwen. Vertrouwen kun je stimuleren door met God om te gaan. Niet dat je zoveel keer per dag móet bidden en zoveel minuten per dag bijbel móet lezen – dan kan het een verplicht nummertje worden. Maar neem tijd, het liefst elke dag, om met God om te gaan: door te bidden, door bijbel te lezen, door een podcast te luisteren, door een meditatieve wandeling te maken, door met anderen over God te praten. En leer zo God beter kennen – en dus vertrouwen!
Want hij is dat vertrouwen waard. Misschien merk je niet zoveel van hem – maar zijn manier is de mooiste en de beste die er is Een God die zelfs aan het kruis gaat voor jou, die is te vertrouwen, hoe dan ook. En daarom: halleluja! Amen.
