Psalm 114 | Opzij, opzij

Inleiding

Als het even kan brengen wij onze kinderen met de fiets naar school. Dat wil zeggen: als er geen weeralarm wordt afgegeven en als het niet regent – want fietsen in de regen, dat kan natuurlijk niet! En nee: dat maakt ons nog geen mooi-weer-fietsers – er zijn alsnog voldoende elementen waar we aan worden blootgesteld. Kou bijvoorbeeld, en de wind.

Met tegenwind is het hard werken op de fiets. Zo hard, dat een van onze jongens laatst verzuchtte: ‘wie heeft die wind eigenlijk aan gezet?’ Nu geven wij onze kinderen natuurlijk een goede christelijke opvoeding, en dochterlief, vanaf haar zitje achterop, had het antwoord: ‘dat heeft God natuurlijk gedaan. Ik vraag het hem wel even: Here God, wilt u de wind even uitzetten.’ Helaas werkte het niet…

Maar stel je voor dat het wel had gewerkt! Dat God de wind voor ons even uit zou zetten, of nog mooier:  zo zou laten draaien dat we als door een onzichtbare hand  naar huis zouden worden geduwd. Ik zou dan heel raar staan kijken: zo werkt de natuur niet. Maar onze dochter heeft helemaal gelijk: God zou het zo kunnen doen!

In Psalm 114 wordt bezongen dat God het ook dóet. Nee, niet om ons fietstochtje makkelijker te maken, maar om zijn mensen te redden. Als God op reddingspad gaat, dan schuift hij de natuurwetten opzij, dan gaat de hele schepping voor God opzij. Opzij, opzij: vanuit dat thema luisteren we naar Psalm 114.

1.   2e Paaspsalm

Eerst even wat herhaling: Psalm 114 volgt, hoe kan het ook anders, op Psalm 113. Het zijn de eerste 2 Psalmen van het zogeheten Hallel, een collectie, een playlist, van 6 Psalmen: 113 tot en met 118. Tot en met Pasen wil ik met jullie naar deze Psalmen luisteren, want dit is het Paasalbum in de Psalmen. Dit zijn namelijk de liederen die de Joden bij elke Pesachviering zingen.

Jezus dus ook! De laatste avond voor hij wordt gearresteerd, veroordeeld en gekruisigd, viert Jezus met zijn vrienden het Pesachfeest. Ze liggen, want dat is een van de vele tradities bij dit feest, aan een lange tafel die vol heerlijke gerechten staat: het Pesachmaal. Maar bij deze maaltijd is het eten niet alleen lekker – elk onderdeel van de maaltijd heeft zijn eigen betekenis, en de onderdelen worden volgens een vast programma afgewerkt: eten, drinken, gesprek, muziek – alles heeft zijn plek. Als aan de hand van de ongedesemde broden het verhaal van de bevrijding uit Egypte verteld is, is het tijd om te zingen: de eerste 2 Psalmen van het Hallel.

Jezus heeft dus Psalm 114 gezongen, nog geen 24 uur voor hij werd begraven. Dat geeft die Psalm een nieuwe lading: hoe zou Jezus dit vrolijke lied gezongen hebben, wat heeft hij erin gehoord? En voor Jezus’ leerlingen krijgt deze Psalm ook voor altijd een nieuwe betekenis: het is niet alleen meer een Psalm van het Joodse Pesachfeest, het is ook een Psalm geworden die hen terugbrengt naar die laatste avond,  en de gebeurtenissen van de dagen daarna. Psalm 114 is deel geworden van de soundtrack van Jezus’ laatste avond.

De vorige keer, 2 weken geleden, heb ik met jullie naar Psalm 113 geluisterd. Die 2 Psalmen, 113 en 114, horen bij elkaar: ze hebben niet alleen een opeenvolgend nummertje gekregen, maar zijn bewust na elkaar gezet. Na Psalm 113 werd bij die Pesachmaaltijd direct Psalm 114 ingezet. Dus nog even over Psalm 113: daar werd bezongen dat God de aller, aller, allerbelangrijkste is, en dat zijn grootheid blijkt in dat hij opkomt voor de minst belangrijken. Niemand is te klein om door God te worden gezien! Psalm 114 gaat verder met hóe ver God daarin gaat.

2.   Opzij voor de redder

En dat is dus heel ver: als God gaat redden, dan moet heel de schepping voor hem opzij – zo veel geeft God om zijn mensen. Dat is  Psalm 114 in een notendop: opzij voor de Redder!

Eigenlijk net als een brandweerauto met loeiende sirenes. Het is misschien een beetje raar om God met een brandweerauto te vergelijken, maar het laat volgens mij heel mooi zien wat er in Psalm 114 gebeurt. Normaal gesproken gelden voor de brandweer de normale verkeersregels. Ze moeten gewoon wachten op groen licht, voorrang geven aan verkeer van rechts, en mogen niet harder dan 50 in de bebouwde kom. Maar in een noodsituatie verandert dat allemaal:  dan roepen de sirenes ‘opzij, opzij’. De verkeersregels gelden even niet, en alle andere weggebruikers moeten aan de kant. En als je zo’n imposante rode wagen in je binnenspiegel ziet opdoemen, dan gá je ook wel aan de kant. De brandweer moet mensen redden –  en dat is even belangrijker dan de verkeersregels. Zo is het met God ook: als hij gaat redden, dan gelden de natuurwetten even niet, dan moet de hele schepping even opzij, zodat God zijn mensen kan redden.

Toen Israël uit Egypte bevrijd werd, waar dat hele Pesachfeest om draait, gebeurde dat behoorlijk letterlijk, en Psalm 114 is daar een herinnering aan: ‘weet je nog, zelfs de schepping ging voor ons opzij!’ Jezus en zijn vrienden zingen het elkaar lachend toe. ‘Weet je nog, die zee,  waar het leek alsof we in de val zaten en geen kant meer op konden, met voor ons het woeste water, en achter ons de nog woestere Farao met zijn leger? We dachten dat we zouden sterven! Maar God kwam eraan – en de zee ging opzij! En weet je nog, die Jordaan, waar we na 40 jaar rondjes in de woestijn  eindelijk aan de voet stonden van het beloofde land, maar we er niet in konden, omdat er geen brug was en de rivier te wild was om zo doorheen te gaan? Wat waren teleurgesteld: zouden we dan toch sterven in de woestijn? Maar toen kwam God eraan – en de Jordaan ging opzij! En weet je nog, daar bij de berg Horeb,  waar God een verbond met ons sloot, en hoogst persoonlijk afdaalde naar die berg  om Mozes zijn instructies te geven? Niet alleen wij stonden te trillen als rietjes, ook de bergen en de heuvels sprongen op voor God – ze dansten!’

Hoe het allemaal precies gegaan is die avond, dat weten we niet, maar ik kan me zo voorstellen dat Jezus en zijn leerlingen  het voorbeeld van de bergen volgden en dansend door de eetzaal gingen. Ik bedoel: als de hele schepping in beweging komt voor God, dan kunnen wij toch niet achterblijven? Bovendien waren Joden heel wat beweeglijker dan stijve Nederlanders, dus ik zie het helemaal voor me!

Wat ook aan de feeststemming bijdraagt, is dat Jezus en zijn vrienden er even bij zijn: bij hun voorouders die door God uit Egypte gered werden. Je ziet dat in de woorden van Psalm 114 ook terug. Eerst is het ‘de zee zag en vluchtte’, maar dan wordt de zee zelf aangesproken: ‘waarom, zee, neem je de vlucht?’ In de tegenwoordige tijd – alsof het nu gebeurt. En zo is het voor Jezus en de leerlingen ook: dit feest gaat niet alleen over wat God een eeuwigheid geleden gedaan heeft, maar over wie God ook vandaag is, en wat hij ook voor ons doet!

En dat krijgt juist deze Pesachavond nog veel meer betekenis. Want dit is geen gewone Pesachviering: over een paar uur wordt Jezus gearresteerd, en zal niets nog hetzelfde zijn. Psalm 114 is niet zomaar een Paaspsalm, maar een lied dat Jezus en zijn vrienden elkaar toezongen terwijl ze elkaar diep in de ogen keken, en dat na vanavond nooit meer hetzelfde zal klinken: voortaan brengt deze Psalm de leerlingen terug naar deze avond en krijgt de Psalm een heel nieuwe betekenis.

‘Voor het aanschijn van de Heer – beef aarde!’ Zo klinkt het uit volle borst uit de kelen van de mannen. Maar Jezus krijgt een brok in de keel. Hij weet dat de weg die hij later vanavond en morgen moet gaan niets onderdoet voor de weg die God ging om Israël uit Egypte te redden. Ook de weg van Jezus is een weg waar de schepping opzij gaat omdat Gods grote reddingsoperatie bezig is! Nog geen 24 uur na nu zal de aarde inderdaad beven  voor het aanschijn van de Heer:  als Jezus zijn laatste adem uitblaast, herkent de aarde Jezus en kan niet meer stil blijven. Het staat in Matteüs 27: ‘op dat moment beefde de aarde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt.’ En 2 dagen later weer: ‘Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf en rolde de steen weg.’ De aarde beeft en geeft haar doden terug, zelfs de dood gaat opzij voor God –  de hele schepping gaat opzij voor Gods reddingsplan! ‘Hij verandert de rots in een bron,’ zegt Psalm 114. Nou, dat kun je wel zeggen ja: God verandert het graf van Jezus in de bron van het nieuwe leven!

Zo ver is het deze avond nog niet. Jezus’ vrienden hebben geen idee van wat er na deze maaltijd gaat gebeuren. Jezus wel – hij kijkt er als een berg tegenop. Maar als hij zijn vrienden hoort zingen, ‘beef aarde’,  voelt Jezus een warme gloed van hoop zijn lichaam doortrekken. En na vanavond heeft dit lied ook voor Jezus’ vrienden, en voor iedereen die in Jezus gelooft, een nieuwe lading gekregen.

En ook nu weer: dat gaat niet alleen over wat God een eeuwigheid geleden deed. De schepping gaat opzij voor de Redder: dat is hoe God is en wat hij wéér zal doen. Het staat in Hebreeën 12: ‘nog eenmaal zal ik de aarde doen beven.’ Als Jezus terugkomt, beeft de aarde weer, gaat de schepping weer opzij voor de Redder, en geeft de aarde de doden terug aan het leven. Wat begon met de opstanding van Jezus wordt dan afgemaakt – dan wordt de grote reddingsactie voltooid!

3.   Paasmaal

Psalm 114 is een vrolijke Psalm vol hoop en verwachting, die helemaal bij dat feest van bevrijding past. Dat Joodse Pesachfeest, dat vieren wij niet meer. Maar de herinnering aan die laatste avond van Jezus, en de gebeurtenissen van de dagen daarna, die houden we springlevend! Door erover te zingen, door elkaar steeds weer die verhalen te vertellen, maar ook met de Paasmaaltijd, de maaltijd van Jezus.

Want tijdens die Pesachviering week Jezus op onderdelen af van het programma. Hij nam een brood, brak het, deelde het uit aan zijn leerlingen, keek hen indringend aan, en zei: ‘dit is mijn lichaam.’ En even later liet hij een beker met wijn rondgaan: ‘dit is mijn bloed’. Jezus gaf de opdracht dit nieuwe onderdeel van de maaltijd te blijven doen om de herinnering aan wat hij gedaan heeft levend te houden. En vandaag gaan we dat weer doen!

Je mag zo thuis meedoen, met brood en wijn (of wat je maar in huis hebt). En als je dat doet, dan ben je er even bij, net als Jezus en zijn leerlingen even bij de bevrijding uit Egypte waren. Jij mag daar zijn, aan tafel bij Jezus die jou het brood en de wijn uitreikt, je mag voelen dat de aarde beeft, haar doden teruggeeft en opzij gaat voor koning Jezus. En die ervaring is een geweldige belofte: God laat zijn hele schepping opzij gaan om jou te redden!

Laten we het Onze Vader bidden, en dan de maaltijd vieren! Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden, op aarde zoals in de hemel. Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het kwaad. Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit, tot in eeuwigheid. Amen.

Het brood dat wij breken maakt ons één met het lichaam van Christus. Neem en eet, gedenk, houd de herinnering levend, en geloof, vol verwachting,  dat Jezus zijn leven gaf, om jou te redden! De wijn waar we van drinken maakt ons één met het bloed van Christus. Neem en drink, gedenk en geloof dat de schepping voor hem opzij ging,  om jou het leven te geven! Zoals de Joden zeggen: lechaim – op het leven!  Amen.


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: