Psalm 117 en Matteüs 26-27 | Overstelpende liefde

Deze avond staan we stil bij het sterven van Jezus en bij de laatste 24 uren die daaraan vooraf gingen. Ik wil vanavond iets van die uren met jullie opnieuw beleven. We beginnen op donderdagavond. We treffen Jezus en zijn vrienden aan in een eetzaal, waar ze met de traditionele Pesachmaaltijd het feest van bevrijding vieren. Maar dit jaar geeft Jezus een geheel nieuwe eigen draai aan dit feest. We lezen: Matteüs 26:26-30.

Ze zingen ‘de lofzang’. Daarmee worden de Psalmen 115-118 bedoeld. Aan het begin van de maaltijd werden Psalm 113 en 114 gezongen, en aan het einde dus 115-118. Samen heten deze Psalmen ‘het hallel’, vrij vertaald: ‘de lofzang’. Vanavond luisteren we naar het kortste lied uit die lofzang: Psalm 117.

We staan op de drempel van de dramatische ontknoping van Jezus’ leven. In de eetzaal is het veilig en vertrouwd, maar zodra Jezus en zijn vrienden de deur van de eetzaal achter zich dicht trekken, barst de strijd in alle hevigheid los. Op dat punt zou je dramatische muziek verwachten. Als het een film zou zijn, zou de regisseur de spanning opvoeren met donkere tonen. Maar Psalm 117 lijkt daar in de verste verte niet op. Het is een vrolijk lied, zonder ook maar een donker randje. Veel vrolijker ga je het in de Psalmen niet krijgen… Van deze Psalm krijg je zin om te dansen!

Toch zingt Jezus dit feestlied, nog geen 24 uur voor zijn executie. En hij zingt het niet vanuit zijn naïviteit, omdat hij de gebeurtenissen van de komende uren niet zag aankomen. Jezus wist heel goed wat hem te wachten stond. Toch zingt hij, met volle overtuiging: ‘zijn liefde voor ons is overstelpend.’

Vanuit de mond van Jezus is deze Psalm een soort uitleg vooraf. ‘Jullie hebben nog geen flauw idee van wat mij te wachten staat. Jullie zullen je afvragen wat mij bezielt dat ik het allemaal maar laat gebeuren. Wat mij bezielt is heel eenvoudig: overstelpende liefde. Mijn liefde voor jullie is overstelpend, dat is waar ik door gedreven wordt. Vanavond en morgen zal ik jullie laten zien hoe overweldigend mijn liefde is. Ik ben de belichaming van Gods overstelpende liefde.’

Een mooi woord vind ik dat: ‘overstelpend.’ Als het om liefde gaat is God bepaald niet terughoudend. Gods liefde is royaal, is overweldigend, overvalt je, omdat het zo niet te bevatten is! En hét symbool voor Gods overstelpende liefde – dat is het kruis!

Jezus en zijn vrienden trekken de deur van de eetzaal achter zich dicht, en wij lopen met hen mee. We gaan luisteren naar een selectie uit het verslag van die laatste dag. Neem Psalm 117 daarin mee, als een leeswijzer: hier zie je Gods overstelpende liefde in actie!

Zingen: Opwekking 544 (Meer dan ooit)

Na de maaltijd lopen ze naar een olijfgaard, Getsemane. Jezus worstelt met zijn missie, wil zijn opdracht bijna teruggeven aan de Vader. Maar in zijn gebed vindt hij vrede: zo moet het gebeuren, en hij zal zich niet verzetten. We lezen: Matteüs 26:47-56.

Wat bezielt Jezus?! Waarom verzet hij zich niet? Waarom wil Jezus niet dat zijn vrienden voor hem vechten? Precies: dát is die overstelpende liefde!

Zingen: Opwekking 706 : 1, 2 en 3 (Zie hoe Jezus lijdt voor mij)

Na zijn arrestatie wordt Jezus afgevoerd naar het Sanhedrin, het Joodse gerechtshof. Hoewel het al diep in de avond is, wat mij betreft überhaupt te laat om  nog te vergaderen, zit het Sanhedrin al klaar om Jezus te verhoren: ze kunnen niet wachten. Dat de bijbel niet heel positief is over de werken van de duisternis, is ze blijkbaar ontgaan: in de nacht wordt het kwaad beraamd. We lezen: Matteüs 26:59-68.

De leden van het Sanhedrin vinden zichzelf heel wat, maar als ze de doodstraf willen voltrekken, zullen ze zich toch echt moeten melden bij de Romeinen. De Romeinen hanteren wel christelijke uren, dus de volgende ochtend wordt Jezus voorgeleid aan de Romeinse prefect Pilatus. We lezen: Matteüs 27:11-14.

Jezus is zwijgzaam, voert niets ter verdediging aan, en lijkt niet mee te doen aan zijn eigen proces. Dat is zijn houding bij Pilatus, en ook eerder bij het Sanhedrin. Dan vraag ik me af: waarom?! Nou, weer Psalm 117 dus: Jezus wordt gedreven door overstelpende liefde!

Zingen: ‘Waarom bleef u zo stil’

Het liefst laat Pilatus Jezus gaan – hij ziet niet in wat Jezus verkeerd heeft gedaan. Maar een volksoproer,  waarover hij zich weer moet verantwoorden tegenover zijn bazen, dat vindt hij nog minder aantrekkelijk. Zo wordt het vonnis over Jezus geveld – en ook direct voltrokken. We lezen: Matteüs 27:32-44.

Het wordt Jezus ingewreven: ‘als jij dan toch de Zoon van God bent, haha, red  jezelf dan en kom van dat kruis!’ Wat zal de verleiding groot zijn geweest! Maar Jezus doet het niet. Waarom? Ach, dat hoef ik niet weer uit te leggen: overstelpende liefde natuurlijk! We lezen verder: Matteüs 27:45-54.

We hebben het gezien: Gods overstelpende liefde. Nooit meer hoeven we ons af te vragen of God wel van ons houdt. Het kruis is hét bewijs. De eerste die dat inziet, is nota bene een Romein. En zo zijn we terug bij Psalm 117: álle volken moeten de Heer loven. Het voorhangsel van de tempel is gescheurd: de weg naar God loopt niet langer via Israëls tempel,  maar via het kruis van Jezus Christus. Dat kruis, voortaan symbool van Gods overstelpende liefde, roept alle volken op Israëls God te loven. Laten we meedoen en zingen: Psalm 117 (versie Opwekking 54).


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: