Exodus 20:3 en Genesis 32 | 10 Geboden (1): vrij van afgoden

Inleiding

Dit jaar gaan we, verspreid door het jaar, goed luisteren naar de 10 geboden. Vorige week zijn we daarmee begonnen, met het opschrift dat boven de wet staat: ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ Toen hebben we het gehad over dat Gods regels je vrijheid niet beperken, maar dat je vrij bént omdat God je heeft bevrijd, en dat zijn regels je helpen die vrijheid te leven. Vandaag gaan we verder met regel nummer 1 – hij is te vinden in Exodus 20:3: ‘Vereer naast mij geen andere goden.’ Dus: geen afgoden.

We pakken het vandaag interactief aan: met je telefoon kun je meedoen – ook vanuit huis. Voor ik meer ga vertellen over afgoden, gaan we met elkaar via Mentimeter brainstormen  over wat in onze tijd afgoden kunnen zijn. Dus pak je telefoon er maar bij,  voor wie geen internet heeft, hebben we wifi-codes, en ga dan naar www.menti.com, en vul daar het getal in dat je op het scherm ziet. (voor thuis: voorlezen) De vraag, die je nu op je telefoon mag beantwoorden, is: noem 3 afgoden van onze tijd. (voor thuis: nogmaals code)

(Antwoorden bespreken, voor thuis voorlezen, opvallende dingen benoemen, en de diversiteit in de antwoorden benoemen: het gaat over heel veel verschillende dingen.)

1.   Alles kan afgod zijn

Met het thema ‘afgoden’ hebben we een superbreed thema te pakken. Zo ongeveer alles kan een afgod worden. Je zou kunnen zeggen dat de rest van de 10 geboden een uitwerking is van dit verbod op andere goden: elke zonde is terug te voeren op dit ene gebod.

Maar wat zijn afgoden eigenlijk? Laten we eerst even een stapje terug zetten. Als de Israëlieten van God deze regel krijgen, zullen ze letterlijk aan andere goden denken. Bijvoorbeeld aan de Egyptische goden Ra en Anubis, de Kanaänitische Baäl en Asjera, en de Griekse Zeus en Afrodite. Of aan de oer-Hollandse, nou ja… Germaanse, Wodan en Donar. Aan die laatste 2 hebben we onze woensdag en donderdag te danken, maar verder is hun rol in ons leven wel uitgespeeld. Zulke goden hebben we niet meer.

Dat betekent niet dat wij geen afgoden meer hebben. Jullie hebben er net al heel wat genoemd! Het verschil is alleen dat we van onze goden geen personen meer maken. Neem bijvoorbeeld geld: dat kan een belangrijke macht in je leven zijn, je kunt voor geld leven, je kunt geld aanbidden,  je kunt zelfs offers brengen voor geld -je kunt er je tijd aan opofferen, maar ook je eerlijkheid- maar we zien geld niet als een persoon.

Toch kan geld wel degelijk een afgod zijn, net als al die andere goden van net. Die stap wordt in de bijbel ook al gezet. Jezus waarschuwt regelmatig voor de macht van het geld, en dan zegt hij in Matteüs 6: ‘jullie kunnen niet God dienen én de Mammon’. Die Mammon was helemaal geen god – het betekent gewoon ‘geld’. Maar Jezus laat zien dat geld ook als een afgod vereerd kan worden. Paulus zegt het in Kolossenzen 3 nog iets explicieter: ook ‘hebzucht is afgoderij’. Dus: afgoden gaat over veel meer dan goden die personen zijn.

Maar wat zijn afgoden dan? Ik zou zeggen: afgoden zijn alle dingen waar mijn geluk van afhangt. Daarom waren de Israëlieten zo enthousiast over Baäl: als ze Baäl maar tevreden konden houden, zou Baäl zorgen voor goede oogsten en veel kinderen – en daar werd de Israëliet wel gelukkig van. Daarom zijn wij zo enthousiast over geld: met geld kun je jezelf verwennen – en daar wordt je blij van. Afgoden zijn alle dingen waarvan jij zegt: ‘als ik dát maar heb, dan ben ik gelukkig.’

Dat is dan dus ook de volgende vraag aan jullie: van welke 3 dingen word jij gelukkig? Die vraag mag je weer met je telefoon beantwoorden! (Antwoorden bespreken, speciale aandacht voor of hier dezelfde of juist heel andere dingen genoemd worden dan bij de eerste vraag.)

Ál deze dingen kunnen dus een afgod worden. Dit zijn op zich allemaal mooie dingen, maar als deze dingen een doel op zich worden, en als je minder gelukkig bent als je ze niet hebt, dán zijn het afgoden geworden. Dus het gaat niet alleen over geld, seks en macht – al gaat het daar zeker ook over! (Opvallend dat niemand durfde op te schrijven gelukkig te worden van seks… Ik wel! En van een financiële buffer word ik ook best blij.) Het gaat ook over je familie, je werk, je vakanties. Over waardering, lekker eten en gezondheid. Over een mooi lichaam, vrijheid en zelfstandigheid. Die dingen zijn prima zolang ik ervan geniet als geschenk  van God. Maar worden ze een doel op zich, dan worden het afgoden die mijn leven beheersen, en ironisch genoeg dat geluk dat ik bij ze zoek alleen maar in de weg staan. Want afgoden maken je niet gelukkig – ze maken je slaaf.

2.   Vrij van afgoden

Dat wil ik graag laten zien met het levensverhaal van Jakob. Jakob is een gelukszoeker – net als wij. Al zal Jakob het woord ‘geluk’ misschien minder snel gebruiken, hij zal het eerder hebben over ‘zegen’. Jakobs leven draait om de zegen. ‘De zegen’ is de macht die zijn leven beheerst, is Jakobs afgod. En juist daardoor glipt die zegen hem steeds uit handen.

Laat ik 2 voorbeelden geven. Allereerst de zegen van Jakobs vader Isaäk. Jakob is de jongste van een tweeling in een cultuur waarin alleen de oudste telt. En inderdaad: Isaäk heeft een duidelijke voorkeur voor Esau, terwijl Jakob mama’s lieve jochie is. Maar Jakob wil dat zijn vader hem ziet, hem waardeert en zegent. Een prima verlangen – maar voor Jakob wordt het té belangrijk. Jakob probeert controle uit te oefenen op de zegen – en daar gaat het mis. Eerst chanteert hij Esau: Esau mag alleen van Jakobs soep eten, als Esau belooft dat de zegen van Isaäk voor Jakob is. Later bedriegt Jakob zijn vader: hij verkleed zich als Esau en steelt de zegen. Om er vervolgens achter te komen dat hij nu wel de zegen van zijn vader heeft, maar dat de zegen in zijn leven ver te zoeken is: Jakob moet op de vlucht voor een woedende Esau.

Tweede voorbeeld is Jakobs liefde voor Rachel. Op zijn vlucht belandt Jakob bij oom Laban, en wordt verliefd op Labans dochter Rachel. Nu wordt de bedrieger zelf bedrogen, want in de huwelijksnacht blijkt Jakob niet met Rachel, maar met haar oudere zus Lea te slapen… Maar Jakob zou Jakob niet zijn als hij de controle niet terugneemt, en hij weet te bedisselen dat hij beide krijgt: Lea en Rachel. Jakob is op zoek naar de liefde, maakt van die liefde een afgod, maar juist daardoor is de liefde in zijn gezin ver te zoeken. Jakob trekt Rachel en haar zoon Jozef voor, en het gevolg is een gezin waar niemand de ander vertrouwt.

Het is tragisch: Jakob zoekt naar geluk, naar zegen, maar hoe harder hij het probeert en hoe belangrijker het voor hem wordt, hoe minder gelukkig en hoe minder vrij Jakob is. Dat is precies hoe afgoden werken: het lijkt heel aantrekkelijk, maar ondertussen krijgt die afgod je in z’n macht, ga je rare dingen doen, en krijg je niet wat je zoekt. Dat wil ik graag voor 1 moderne afgod uitwerken, en jullie mogen kiezen welke! Dus pak je stemkastje er weer bij. Omdat we te zuinig zijn om voor Mentimeter te betalen, moet je opnieuw naar www.menti.com gaan en inloggen met een nieuwe code. (voor thuis weer voorlezen) En dan mag je kiezen op welke afgod van nu ik moet ingaan. Je kunt kiezen uit: een mooi lichaam, waardering, gezondheid,  relaties, persoonlijke vrijheid en carrière.

(Uitwerken. Aandacht voor het mooie verlangen, hoe je invloed probeert te hebben, hoe het je leven gaat beheersen, en hoe het niet gelukkig maakt.)

Tot hier is het geen vrolijk verhaal. Maar in het leven van Jakob verandert er wat – hij komt op een keerpunt in zijn leven. Laten we dat lezen: Genesis 32:23-33.

Daar heb je hem weer: de zegen! Heel zijn leven zocht Jakob het – bij Isaäk, bij Rachel. Maar nu krijgt hij het, van een onbekende die God zelf blijkt te zijn! Tim Keller heeft een mooi boek over afgoden geschreven, het heet Namaakgoden, en daarin gaat hij ook op dit verhaal in. Hij laat Jakob aan het woord – en dat wil ik met jullie delen: ‘Wat Jakob zei was ongeveer dit: “Wat een dwaas ben ik geweest! Hier heb je nu wat ik mijn hele leven heb gezocht. Gods zegen! Ik zocht het in bevestiging door mijn vader. Ik zocht het in de schoonheid van Rachel. Maar het was bij u. Nu laat ik u niet gaan voordat u mij zegen. Veder is er niets belangrijk. Het kan me niet schelen als het mijn dood wordt, want zonder Gods zegen heb ik niets. Niets anders werkt.”’

Afgoden maken je leven er niet mooier op, en hier is het geheim hoe je vrij van afgoden wordt: als je bij God zoekt, wat je bij de afgoden zocht. Het is ongetwijfeld nuttig je eigen afgoden, de goden waar jij een zwak voor hebt, te kennen. Maar daarmee ben je er nog niet vanaf. Het beste tegengif tegen afgoden is je geluk bij God zoeken, omdat hij de enige is die echt gelukkig maakt. Dat is wat Jakob hier ontdekt. Dat je gelukkig bent als je dicht bij God bent, als je groeit in liefde voor God.

En nee, dit is geen succesverhaal. Het leven van Jakob laat wel wat anders zien. Ook na dit verhaal blijven zijn oude goden aan hem trekken, bijvoorbeeld als hij Jozef voortrekt en daarmee zijn gezin ontwricht. Ik vind dat wel mooi realistisch: het is niet zo dat als je maar eenmaal je hart aan Jezus hebt gegeven, je voor altijd van je afgoden verlost bent. vechten tegen afgoden is een levenslange strijd.

Maar: dat gevecht voer je niet alleen. In het verhaal van Jakob vecht God zelf voor Jakob. En Jezus vecht voor jou: hij wil niet dat jij slaaf van andere machten bent. Jezus geeft jou, zijn geliefde, niet op –  hij blijft vechten om jou vrij te maken!

3.   Groeien in liefde

‘Vereer naast mij geen andere goden’ – zegt God. Dat is geen regel om het je moeilijk te maken, maar een regel die je helpt om vrij te zijn. Dat ben je als je geen andere goden vereert, maar alleen God. Echt geluk is als je God aanbidt, als je met hem leeft, als je geniet van wat hij geeft én van wie hij is –  dan heb je geen andere goden meer nodig. Daar kun je in groeien. Daarmee sluiten we ook af: met elkaar inspireren hoe je kunt groeien in liefde voor God. Je mag nog één keer je telefoon erbij pakken, en een antwoord geven op deze vraag: ‘wat helpt jou om te groeien in liefde voor God, om dicht bij God te zijn?’

(Antwoorden bespreken, afsluiten.)


Zoeken:

Op bijbelboek:

Op datum: