God is niet te vatten. Mensen hebben de neiging een systeem van God te maken, hem hanteerbaar te maken. Maar daarmee doe je God altijd tekort.
Inleiding
Eén beeld zegt meer dan duizend woorden. Wat dat betreft heb ik grote bewondering voor jullie, want jullie gaan nu naar een kleine 2000 woorden luisteren! Als het spreekwoord klopt, zou ik jullie beter 2 foto’s kunnen laten zien, dan deze hele preek over jullie uitstorten… Maar sorry, ik kon de foto’s niet vinden dus jullie moeten het toch maar met woorden doen. Trouwens, het is ook weer niet zo dat woorden echt niet meer kunnen: podcasts bestaan ook uit woorden, en zijn wel heel erg 2022. Daar troost ik me dan maar mee…
Maar verder hebben we een sterke voorkeur voor beelden. Open je Facebook-app maar: je ziet bijna alleen berichten met een foto erbij. Zet je iets zonder foto op Facebook, dan zegt het Facebook-algoritme dat je bericht niet belangrijk is, waardoor je bericht nauwelijks gezien wordt. Wil je een beetje bereik, en op zich is dat het hele idee achter Facebook, dan kun je maar beter een foto bij je bericht plaatsen. Om het nog maar niet te hebben over Instagram: daar kom je er zonder beeld gewoon niet tussen.
Maar dan lees ik in de bijbel, in de 10 geboden, in Exodus 20:4-5: ‘Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de Heer, uw God, duld geen andere goden naast mij.’ Daar gaan we dan, met onze voorliefde voor beelden…
Vandaag gaan we beter luisteren naar dit 2e gebod. Wat wordt ermee bedoeld, en wat is het bevrijdende van deze regel? Want, even terughalen, de 10 geboden zijn er niet om jouw vrijheid te beperken: ze beginnen met dat God jou vrij maakt! De regels die God vervolgens geeft, helpen je die vrijheid te leven. Zo gaan we ook naar dit 2e gebod luisteren, vanuit het thema: vrij van systemen. Daarbij openen we nu eerst de bijbel: 1 Samuël 4:1b-11.
1. Beelden en systemen
Op dit bijbelverhaal komen we zo terug – eerst even de vraag: wat zijn die beelden eigenlijk die God verbiedt? Het gaat over ‘godenbeelden’. Even vingers omhoog: wie van jullie heeft er een godenbeeld in huis? … Precies! Ik kan me er echt helemaal niets bij voorstellen dat je je 3d-printer een beeldje van een wolf laat maken, en dat je vervolgens driemaal daags een gebedskleedje voor je wolf uitrolt en zo diep mogelijk voor je zelf geprinte wolf buigt…
Maar in de wereld van ons bijbelverhaal doet iedereen dat: daar is het volstrekt normaal om voorwerpen te maken, en dan met een of ander ritueel te regelen dat de goden hun intrek nemen in die voorwerpen. En vanaf dat moment zijn die voorwerpen magisch en superheilig.
Een mooie illustratie daarvan is te vinden vlak na ons bijbelverhaal, in 1 Samuël 5. De Filistijnen hebben de ark van God buitgemaakt, en geven die ark een plekje in de tempel van Dagon, naast het godenbeeld. De Filistijnen geloven dat nu ze de ark hebben, ze de God van Israël ook onschadelijk hebben gemaakt. Maar als ze de volgende ochtend weer in Dagons tempel komen, blijkt Dagon voorover te zijn gekukeld. Heel voorzichtig tillen ze Dagon weer op z’n plek, maar de volgende ochtend ligt Dagon weer plat op z’n neus. Het is zelfs nog erger: het beeld heeft deze val niet overleefd, en Dagons handen en hoofd zijn op de drempel beland. En je verzint het niet: vanaf die dag is ook de drempel heilig verklaard!
Wij kunnen daar om lachen, en dat mag best, maar achter die beelden zitten verlangens die voor ons al heel wat herkenbaarder zijn dan die beelden zelf. Zulke heilige beelden hebben 2 doelen: 1: ze proberen de goden wat dichterbij te halen, -want de godenwereld is best abstract, maar zo’n beeldje niet- en 2: ze proberen de goden te beïnvloeden – met die beeldjes, heb je de goden aan jouw kant. En wie wil dat nu niet?
Het 2e gebod gaat dus over zulke beelden: magische voorwerpen om de goden dichtbij te halen en te manipuleren. Zulke beelden wil God bij zijn volk niet zien. Geen beelden van Dagon en anderen uit het godenassortiment, maar ook geen beelden van God zelf.
Maar, zoals we al constateerden, zulke godenbeelden hebben wij niet. Of… wel? Nee, we hebben niet zo veel magische beelden, al kun je je daar ook nog wel op verkijken: als je van die pluizige dobbelstenen aan de binnenspiegel van je auto hangt, omdat dat geluk brengt, dan is dat ook een soort godenbeeld. Of als je je helemaal zen voelt met een Boeddhabeeld in de tuin, dan heeft dat ook wel iets van een godenbeeld.
Maar beelden hoeven niet perse voorwerpen te zijn. Het kunnen ook heilige plaatsen zijn waar je iets bijzonders voelt, rituelen die je uitvoert om geluk af te dwingen, symbolen waarin je God dichtbij haalt, en vaste vormen waarin je hem probeert te beïnvloeden. Ik noem dat allemaal bij elkaar maar even ‘systemen’: onze beelden zijn onze systemen.
Dat kan van alles zijn. ‘Even afkloppen’ bijvoorbeeld – een magisch ritueel om te voorkomen dat er morgen een boete op de deurmat ploft terwijl je net vol trots liep te verkondigen dat je al jaren boetevrij bent. Omdat er genoeg mensen zijn die daar echt in geloven, probeer ik dat ook als grapje niet te doen. Maar we hebben veel meer systemen. Eén van de grootste goden van onze tijd is geld – en we hebben hele systemen opgesteld, allerlei financiële wetten, en als we ons daar maar aan houden, dan hebben we de geldgod in onze macht. Maar wat mij betreft nog veel interessanter: zulke systemen kun je ook van God maken.
2. Vrij van systemen
En dát is wat in dat bijbelverhaal over de ark gebeurt. Het is oorlog tussen de Israëlieten en de Filistijnen, en de Filistijnen zijn duidelijk sterker: ze richten een bloedbad aan onder de Israëlische soldaten. Hun leiders trekken al snel de conclusie: ze hebben God niet bij deze oorlog betrokken, en daar hebben ze deze nederlaag aan te danken. Ze hebben helemaal gelijk! Ze hadden God moeten betrekken in hun plannen. Dus je verwacht dat een nationale dag van gebed wordt afgekondigd, om nu eerst naar God te luisteren.
Maar nee… De Israëlieten hebben goed naar de Filistijnen gekeken. Zíj hadden hun oorlogsgod meegenomen, het beeld was voor iedereen te zien. Terwijl de Israëlieten hun God waren vergeten, hadden achtergelaten in het heiligdom in Silo. Logisch dat ze verloren hebben! Als je oorlog voert, moet je God niet thuislaten, dus wordt de ark van het verbond opgehaald. Het is dan wel geen echt godenbeeld, maar als er één heilig voorwerp is voor de Israëlieten, dan is het wel de ark. God wóónt in die kist. Als de ark eenmaal in het legerkamp arriveert, is dat een geweldige oppepper voor de soldaten: nu gaan ze winnen. En de Filistijnen? Die zijn het er helemaal mee eens, zij weten dat met de God van Israël niet te spotten valt, maar zijn wel van plan hun huid duur te verkopen.
En zo wordt de ark, die Mozes in opdracht van God zelf heeft laten maken, een mascotte voor in de oorlog. Een magisch voorwerp, waarmee je de winst in de oorlog kunt afdwingen. De ark is een beeld geworden, waarmee Gods aanwezigheid wordt afgedwongen en grip op God wordt gekregen.
Dus zelfs dingen die goed zijn, dingen die God zelf heeft gegeven om ons te helpen hem te aanbidden, zelfs die dingen kunnen een godenbeeld worden, kunnen een systeem worden om God mee te manipuleren. Kerkgebouwen bijvoorbeeld: als we geloven dat God daar dichterbij is dan thuis. Of kerkdiensten: als we denken dat als we maar kerkdiensten bezoeken, dat we dan goede christenen zijn en God tevreden over ons is. En misschien is dan ook nog wel belangrijk dat we in die kerkdiensten de goede dingen doen: om God te ontmoeten, moeten we de protocollen wel goed volgen. Of gebeden: dat als je maar op een bepaalde manier bidt, met de goede woorden en de goede houding, dat God je dan wel geeft wat je vraagt. Of avondmaalsbrood: dat je dat absoluut niet aan de eendjes mag voeren omdat Jezus dan in ze komt wonen… Overigens zijn er prima redenen om geen brood aan eendjes te voeren, maar deze reden niet!
Terug naar het bijbelverhaal. De Israëlieten en de Filistijnen zijn het over één ding eens: het was een tactische meesterzet om de ark op te halen. Maar Gód vindt het niet zo’n goed idee! Daarom loopt het voor de Israëlieten weer op een nederlaag uit. Tot overmaat van ramp valt de ark in handen van de Filistijnen, die hem trots naar de tempel van Dagon brengen. God laat het zó gebeuren, zodat de Israëlieten beseffen dat je zo niet met God om kunt gaan.
Maar waarom eigenlijk niet? Omdat God niet te vatten is! Je sluit God toch niet op in een kist?! De enige manier om God in zo’n kist te krijgen, is door hem veel kleiner te maken. En dat doen ze: ze maken van God een oorlogsmascotte. Het kán gewoon niet: God vatten in een voorwerp, een plek of een ritueel. God is de Schepper, die sluit je niet op! Hoe zou je God samen kunnen persen in één voorwerp, in één systeem? En hoe kom je erop dat God er is om te doen wat jij wilt? Hoezo zou je God kunnen temmen? Weet je wel wie hij is?!
God is niet te vatten, God is niet hanteerbaar te maken. Ook niet in onze systemen. Als wij denken dat God in onze kerkdiensten opgaat, dan denken we het helemaal verkeerd! Als wij denken dat als we maar op de goede manier bidden, dat God ons dan onze zin wel geeft, dan hebben we van God een gebedsverhoringsautomaat gemaakt. En op zich is er niets mis met kerkdiensten, niets mis met bidden, niets mis met avondmaalsbrood: het zijn allemaal dingen die God ons gegeven heeft om ons te helpen met hem te leven. Maar maakt niet de fout te denken dat God er in opgaat.
Door God in een beeld te persen, in een systeem te vatten, maak je hem klein. En het is ook nog eens nergens voor nodig! Want God geeft een veel beter beeld van zichzelf. Het staat in Kolossenzen 1, over Jezus: ‘beeld van God, de onzichtbare, is hij.’ Wij proberen God dichtbij te halen met onze beelden en systemen, maar God komt op een heel andere manier dichtbij: in Jezus. Laat het dan alsjeblieft niet gebeuren dat de kerk met haar regels en rituelen, met haar systemen, het zicht op Jezus belemmert!
God gaat nog een stap verder – dat staat in 2 Korintiërs 3. ‘Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd.’ Dus: als wij naar Jezus kijken, dan gaan wij op hem lijken, en worden wij zélf een beeld van God! Zoals God het trouwens ook altijd bedoeld heeft, zodra God mensen maakt, zegt hij al dat de mensen ‘naar zijn beeld’ gemaakt zijn. Ik vind dat zó gaaf! God woont niet in voorwerpen, woont niet in rituelen, woont niet in systemen: God woont in mensen! En daarom vind ik dit 2e gebod ook echt een bevrijdend gebod: God woont niet in systemen – God wil in jou wonen!
3. Kijken
Probeer dus niet God te vatten in een systeem. God past niet in systemen. Zodra jij denkt dat je God vat, hem begrijpt, hem kunt hanteren, heb je hem klein gemaakt. Laat vormen nooit in de plaats van God komen – wat de Israëlieten deden met de ark. Leven met God is altijd zoeken, altijd weer nieuwe dingen van God ontdekken. Want hij is zó groot!
En tegelijk laat God zich kennen, komt hij dichtbij. Niet in systemen, maar in mensen. Dus ik zou zeggen: kijk even om je heen. Kijk naar elkaar. En kijk dan nieuwsgierig: wat zie jij in deze mensen van Jezus? Hoe laten deze mensen jou iets zien van wie God is? (pauze) Ik wens je toe dat je steeds weer verrast wordt door Gods veelzijdigheid. Amen.
